Pukkelpop
Van Gierende Gitaren, Bonkende Bassen en Andere Oorgasmes.
Patrick Van Gestel
Festivalterreinen Kiewit, Hasselt — 17 augustus 2006
Een van de grootste Vlaamse zomerfestivals zit er weer op. Er werd gedanst, er werd geluisterd, er werd geapplaudisseerd. Er werd van de Marquee naar de Main, en van de hamburgerkraam naar de loempiastand gelopen. Er werd gekampeerd, gedouched, gedixietoilet, ge-aïkinoodled en geslaapzakt. Tussen al dat festivalgeweld stonden wij paraat met ons notaboekje om de geringste beweging vast te leggen. Drie dagen, zeven podia, honderdzeventig groepen, honderddertigduizend bezoekers, maar slechts één daMusic-Pukkelpopverslag!

Van een band die het podium volstouwt met een arsenaal aan instrumenten, inclusief objecten die je de laatste keer in je ver vervlogen jeugdjaren zag, en op de koop toe op een schommelstoel aanschuift bij de keyboards, verwacht je geen alledaagse set. Fyfe Dangerfield van Guillemots is dan ook geen alledaagse kerel. Energiek als een waterjuffer op speed bedient hij de toetsen. Zijn benen kan hij niet stilhouden en hij verliest er meer dan eens zijn hoed bij. De goedgevulde Marquee geeft de band de nodige adrenaline. De vlam slaat echter niet in de pan in de tent. Het publiek staat er maar wat bij te kijken en de saxofoniste krijgt met veel moeite een handengeklap los. Pas bij Go Away krijgt de band het ritme er min of meer in. Wanneer ze het laatste nummer rustig inzetten lijkt het dan ook alsof de sfeer terug naar af gaat. Tot er plots een oorverdovende kakafonie aan instrumenten losbarst waarin de intro van Trains to Brazil te herkennen is voor het geoefende oor. Dit wordt beloond met dankbaar gefluit en een alsnog enthousiast publiek. Het applaus achteraf liegt er dan ook niet om. De band had er ongetwijfeld zin in maar heeft duidelijk nog wat te leren als het op interactie met het publiek aan komt. Gebroken Frans spreken tegen een grotendeels Nederlandstalig publiek hoort daar niet bij, Fyfe!
Enigzins verbouwereerd staan wij erbij te kijken als we een schreeuwerig kind aantreffen op het podium waar wij de heren van Gomez verwachten. Verschuivingen troef op donderdag en er zit niets anders op dan het op een wachten te zetten (liefst elders, want wat Morningwood ons voorschotelt is trommelvliestergend). Het wachten blijkt echter de moeite waard. De goedgemutste heren van Gomez vliegen er meteen in met Silence. Wie er weer niét invliegen zijn de toeschouwers, tot ergernis van de band. “C’mon, fucking move, would you?” roepen ze ons toe. Waarna Silence en See the World ingezet worden. De band speelt opmerkelijk weinig nummers uit de nieuwe plaat 'How we operate', maar put voornamelijk uit ouder werk. De rol van leadzanger wordt regelmatig doorgegeven en zo weten ze genoeg variatie in hun show te brengen. Gomez verveelt geen moment. Met Ping One Down laten ze zien dat ze ook het stevigere werk niet schuwen.
Ze zien er uit als hippies en het cartooneske doek achter hen is de perfecte weergave hiervan. Op de vorige edite van Pukkelpop waren ze nog niet zo bekend en speelden ze vooral op het verrassingsaspect. Een jaar en een Laatste Show-optreden later doen ze waar we zo innig op hoopten: bevestigen. Hun pretentieloze pop klinkt nog even fris als vorig jaar en het Nederlands van Romeo Stodart doet ons vermoeden dat ze blij zijn om terug te zijn. Het hoogtepunt is I See You, You See Me dat opdragen wordt aan een koppel dat dit nummer als opener voor hun trouwfeest koos. Hun nieuwe album is net klaar en de single die we daaruit te horen krijgen kan rekenen op een goedkeurend en bevestigend knikje. The Magic Numbers zijn sympathieke types die heel makkelijk een glimlachje op ons gezicht kunnen toveren. Houden zo.
Snow Patrol en Pukkelpop, het blijft een risicovolle relatie. In 2004 gaven ze reeds verstek voor hun optreden op de Hasseltse wei en dit jaar zit het hen ook niet mee. Problemen op de luchthaven van Heathrow zorgden ervoor dat Lightbody en zijn gevolg hun instrumenten moesten achterlaten. Maar the show must go on, en ze besluiten een kortere akoestische set te spelen. Ietwat onwennig staan ze met geleende gitaren als twee nietige mieren op het gigantische podium. Het publiek is echter begripvol en het boegeroep waarop de band gerekend had blijft uit. De hits volgen elkaar in een gezellig tempo op. Uit het oudere werk krijgen we Wow, Spitting Games en het onvermijdelijke Run te horen. Maar ook de singles uit de laatste cd, Chasing Cars en You’re All I Have, worden goed onthaald door het muisstille publiek. De jongens zelf zien er de humor nog wel van in en staan constant te lachen op het podium. Lightbody is zelfs verbaasd dat er nog zoveel volk blijft kijken. “Thanks for even wanting to see this” zegt hij met een verontschuldigende glimlach. Als dit een voetbalwedstrijd was zouden we dit een “mooie save” noemen. Toch blijven de kippenvelmomenten die we gehad zouden hebben bij een voltallige bezetting uit (dit geldt blijkbaar niet voor de blijters op de eerste rijen). Over twee jaar beter!
De Dance Hall, die vooral geliefd is bij de meer electro-minded bezoekers, loopt aardig vol voor Olof Dreijer en zus Karin. Als je komt voor het door Rex The Dog geremixte The Knife zit je goed fout, en dat beseffen snel een horde mensen in het midden die er snel de brui aan geven. Dit is Zweedse elektropop met een hoofdletter E. De visuals maken op zijn minst de helft van het optreden – achter het duo hangt een projectiescherm en vóór hen een doorzichtig gaas waardoor een spectaculair 3D effect optreedt. Broer en zus Dreijer trekken de lijn van Bal Carnaval ook door naar dit optreden – ze zijn nauwelijks herkenbaar. Op foto's zijn dan ook alleen contouren van ogen en mond te zien. Marble House en Heartbeats werden voor de gelegenheid in een compleet nieuw jasje gestoken. Het wordt een genietbaar dansfestijn, met een kleine rustpauze op het voorlaatste nummer From off to on. The Knife valt niet met andere bands te vergelijken, geen enkele klinkt poppy, mysterisch, elektronisch, sinister én surrealistisch tegelijk zoals zij het doen. Spookkasteelmuziek.
[pagebreak]
Na een ietwat “spacy” intro bestijgt My Morning Jacket het podium. Luider en steviger dan we van hen verwachten rocken ze de Marquee plat. Op de setlist treffen we onder andere One Big Holiday en Wordless aan. Off the Record, waarschijnlijk het gekendste nummer van de band, kan op bijval rekenen en Gideon zorgt voor een hoogtepunt. Golden brengt even een rustpunt tussen al dat loeiharde gitaargeweld. Frontman Jim James beweert zich “at peace” te voelen. “You really listen, it feels like we’re in a relationship”. In hoeverre dit als een compliment valt te beschouwen is betwistbaar.
Een van de meest beroemde pioniers der experimentele hiphop opent in de Dance Hall zijn set met Building Steam, de klassieker van zijn legendarische 'Entroducing'. Onverwachts – volgens de fans zou hij alléén nog songs uit het nieuwe 'HyPhy' spelen. Een nummer daarvan, met de rapper David Banner geprojecteerd achter hem, is om vingers en duim bij af te likken. DJ Shadow weet nog steeds zijn publiek diep te bekoren, gemeten aan het enthousiasme en het decibelgehalte van de joelende menigte. De knallers van bassen galmen op bevel van zijn sequencers door de klankkasten terwijl hij live het scratchen voor zijn rekening neemt. Projecties sluiten naadloos aan bij het geluid waar ontkiemende bloemen en crashtestdummies de ogen aan het scherm laten kluisteren. Voor zowel de actieve danser als de kijk-en-luister-liefhebber een ware belevenis.
Als French House een bestaande term zou zijn, is Cassius een van de grondleggers. Met de wereldwijde hitsingle Cassius '99 lag de weg open en vrij. Maar Cassius zijn producers en geen DJ's, en vijftig procent van de formatie als DJ-act boeken is een twijfelachtige zaak. Met recht en reden, zo blijkt. Philippe Zdar heeft een onbekende krullenbol mee die blijkbaar de technische kant van het plaatjes mixen voor zijn rekening neemt. Wanneer Philippe dan toch ook zélf iets doet zijn de mixen schots en scheef. Dat zal de muziek wel goed maken, denken wij - Cassius staat dan ook voor top of the bill house music met die crispy French touch. Wrong! Het wordt een mengeling van hedendaagse electropop/electrohouse-hitjes met zowaar oude retrotunes. De mixen zijn mager, de originaliteit ver te vinden. Teleurstelling alom, afdruipen geblazen!
Geen cd in het nabije vooruitzicht – zelfs geen platenmaatschappij om die cd te releasen, maar toch was Radiohead de uitgesproken headliner op deze toch al stevig bevolkte donderdag. Gejubel alom dus toen bekend raakte dat de Britten maar liefst twee uur lang hun duivels konden ontbinden op het hoofdpodium. Maar tegelijkertijd is er de scepticus in ons, die zich afvraagt in hoeverre Radiohead nieuw materiaal op ons los zou laten. Dat wantrouwen bleek niet helemaal terecht, want op All I Need en oude live-bekende Nude na blijkt het een set te zijn die vooral op veilig speelt.
Nu, "veilig" is relatief voor een band die wereldsongs als Street Spirit of The Bends kan thuislaten zonder publiekelijk gelyncht te worden. Met het openingstrio Airbag – The National Anthem – There There toont Radiohead dan ook het breedst mogelijke muzikale spectrum, waarvan we een hele set lang elk hoekje te zien krijgen. Prijsbeest Karma Police passeert al vroeg, en wordt onderwijl door een hele wei als een waar anthem meegebruld, terwijl niet veel verder eeuwig rustpunt Exit Music diezelfde wei weer stil krijgt. Zo stil zelfs, dat enkel de irriterende echo van Sick of It All dit meest intieme Pukkelpopmoment in tijden verstoort.
Toch blijkt het vijftal vooral de vaart erin te willen houden met een wild om zich heen stampend Myxomatosis, ultieme gitaarrocker Just en het versnelde I Might Be Wrong. Daarna wordt plotsklaps een versnelling of drie lager geschakeld, en duiken ineens de ballads op tussen al dat geweld. Like Spinning Plates en You and Whose Army doen elke weide smelten, maar alleen die laatste is, mede dankzij de strategisch geplaatste camera op Yorkes piano, overtuigend genoeg om van een hoogtepunt te kunnen spreken. Voor de rest lijkt het tempo volledig ingezakt, en de bandleden slepen zich dan ook naar het einde van de set. Idioteque zet nog even de boel in brand, maar nadat ook dat vuurtje geblust is, blijft er enkel de eeuwig gesamplede stem van Yorke tijdens traditionele afsluiter Everything in it’s right place over.
Dit was geen Radiohead grand cru. Te braafjes en te mak met momenten, was dit uur en drie kwartier enkel te categoriseren onder de noemer ‘degelijk’. Elke andere band zou hiermee de hemel verdiend hebben, maar voor een band die plaat na plaat het hedendaagse muzieklandschap door elkaar lijkt te schudden, is het maar matig.[pagebreak]Op vrijdag spelen de lads van iForward Russia! rond de middag snoeihard en doen zo onze kater van de nacht ervoor even vergeten. De sfeer zit er al meteen in na de birthday song voor Whiskas (geen kattenvoer maar wel de gitarist met baard!) vlak voor hun optreden. Hun "post-punk meets At The Drive-in" is genietbaar maar niet onvergetelijk. We onthouden vooral de energieke zanger die doet denken aan The Blood Brothers. In ieder geval een leuke opwarmer voor een fijne festivaldag.
We zijn ooit massaal voor de Spice Girls bezweken in onze jeugdjaren, dus waarom zouden we niet vallen voor de volwassen versie ervan? The Pipettes heeft dan ook alles wat ons hartje begeert: bolletjesjurkjes, dansjes en vlotte sixtiessongs. Voeg daarbij dan nog eens de overduidelijke typetjes – het verlegen meisje, de stijlvolle dame en het speelse wicht – en een vreselijk catchy sound, en u hebt een Pipettes-concert. Vlot huppelen de drie deernes over het podium met Dirty Mind, One Night Stand en Your Kisses are Wasted on Me. Allemaal vlot weghappende nummers die nergens de drieminutengrens overschrijden, zodat er uiteindelijk niet meer nodig is dan hitsingle Pull Shapes om de Club eventjes uit zijn dak te laten gaan.
Een verdwaald circusgezelschap lijkt het podium te bestormen. Strakke gestreepte broeken, blinkende riemen en veren zijn nooit veraf bij Gogol Bordello en de term “goed fout” was nooit zo gepast. Ze brengen zigeunermuziek in een punkjasje. Dit doet in het begin wat vreemd aan, maar na enkele nummers waan je je op een Oost-Europees feestje (alleen de wodka ontbreekt). Even krijgt de show Stomp!-achtige allures als de zanger op emmers begint te trommelen en wasborden een heerlijk raspend geluid blijken voort te brengen. Het is allemaal een beetje bizar, maar het publiek weet het wel te smaken.
The Dears bouwen al zo’n tien jaar aan de muzikale weg, maar pas met 'No Cities Left' werd succes (of wat daarvoor moet doorgaan) hun deel. Eind augustus verschijnt hun nieuwe CD 'Gang Of Losers' en dus werd vooral daaruit geput voor hun set in de Marquee. Het wordt al gauw duidelijk dat hun nieuw werk heel wat steviger en minder zeemzoet uit de hoek komt. Nummers als opener Ticket To Immortality en Bandwagoneers worden gedragen door stevige gitaren, waarop Murray Lightburn, vocaal subtiel ondersteund door Natalia Yanchak en Valerie Jodoin-Keaton, zijn romantische teksten loslaat. Het pompeuze, het Smiths-achtige, lijkt achterwege te blijven. En dat heeft een verfrissende invloed op het materiaal. Slechts met radiohit Lost In The Plot en het groots opgezette 22 : The Death Of All Romance wordt teruggegrepen naar hun vorige CD. Verder passeert bijna het volledige nieuwe album. Hun laatste optreden in de AB liet niet echt een onvergetelijke indruk op ons, maar dit laat het beste verhopen voor de toekomst.
Met 'The Bright Lights And What I Should Have Learned' is Duels toe aan hun eerste full-CD en die wordt langs alle (vooral Britse) kanten erg goed ontvangen. Geen wonder dan ook dat de vier heren en een dame de Club behoorlijk doen vollopen. Gezien wij niet geheel hype-ongevoelig zijn en onze tentakels naar nieuw talent willen uitsteken, ontkomt ook deze groep niet aan ons onverbloemde oordeel. En dat oordeel valt eerder neutraal uit. De indie-rock van Duels is gebouwd op een basis van gitaar, bas en drum, mooi aangevuld met toetsen. Niet echt slecht, maar ook niet echt origineel. De Britpop is namelijk nooit ver weg en god (en klein pierke) weet dat we van die groepjes genoeg voorgeschoteld kregen de laatste tijd, al dan niet opgehemeld tot de grootste revelatie sinds The Beatles. Kortom, wie valt voor Kaiser Chiefs en aanverwanten, zal misschien ook wel warm lopen voor Duels.
Als koningen van de kitsch hadden Scissor Sisters een reputatie hoog te houden. De gouden schoentjes van zanger Jake Shears pasten perfect binnen hun imago. Maar laat u niet voor de gek houden. De kwaliteit die deze New Yorkers brengen, kan dienen als voorbeeld voor menigeen van hun collega’s. Met Take Your Mama Out wordt meteen de toon en de wei in vuur en vlam gezet. Uiteraard is het weer op dat moment schitterend en helpt dat mee, maar desondanks is het voor geen enkele groep een sinecure om in de namiddag een beetje sfeer te creëren. Leading lady Ana Matronic weet met grote gebaren in te spelen op het libido van de aanwezige kijkers. Bovendien zijn Scissor Sisters een bijzonder consistent geheel, die als groep hun nummers op schitterende wijze over kunnen brengen. Ongeacht of het nu gaat om nieuwe (van de binnenkort te verschijnen nieuwe CD 'Tadah') of al wat oudere nummers (Tits On The Radio of de nog steeds schitterende cover van Comfortably Numb), ze klinken allemaal even funky en dansbaar. Hun nieuwe single mag dan I Don’t Feel Like Dancin’ heten, dat weerhoudt er het publiek niet van om de wei om te bouwen tot een gigantisch discofeest.
Ergens tussen pop en cabaret balanceren op meesterlijke wijze de Dresden Dolls. In het land der duo’s - dezer dagen erg dik bevolkt - valt dit tweetal op door hun originele aanpak. Drummer Brian Viglione kan bovendien drummen en leeft zich daarin alleen al uit als een kind in een snoepwinkel. Voortdurend rechtopstaand, wiegend van links naar rechts biedt hij met grote gebaren het ideale tegengewicht voor zangeres / pianospeelster Amanda Palmer, die wiebelend op haar pianokrukje de zwaartekracht tart en tegelijkertijd pijnlijk emotionele versies van onder andere Coin Operated Boy neerzet. De cover van Black Sabbath’s War Pigs is bovendien één van de meest originele (samen met Scissor Sisters’ versie van Comfortably Numb) die wij de laatste tijd mochten aanschouwen. Dergelijk nummer doen volgen door een Franstalige versie van Brels Port d’Amsterdam, waarbij de climax samenvalt met een ejaculerend bierflesje, zou door sommigen megalomaan genoemd kunnen worden. Wij genieten echter ten volle. Geen wonder dus dat dit optreden één van de hoogtepunten van vrijdag is.
Wanneer enkele vreemd uitziende snaken het podium van de Club betreden weet niemand echt wat te verwachten. De twijfels worden echter snel van de tafel geveegd als we horen wat deze jonge kereltjes uit hun instrumenten geperst krijgen. Wat volgt is een energieke show. Het publiek wordt rijkelijk geëntertaind door dit stelletje ongeregeld. Hun aanstekelijke deuntjes brengen het publiek aan het dansen. The Spinto Band steekt van wal met So Kind Stacy, Did I Tell You en Late. Dit laatste nummer wordt met zoveel enthousiasme gespeeld, het dansende, klappende en fluitende publiek lust er wel pap van. Zelfs Direct to Helmet, een nummer dat tamelijk saai klinkt op de cd, werkt goed live. Plots wordt de band geveld door technische problemen, een van de versterkers heeft het blijkbaar begeven. Eerst staat iedereen wat onwennig rond te kijken, maar de Spinto’s laten het niet aan hun hart komen. Met hun gekke bokkensprongen en turnoefeningen op het podium maken ze het publiek aan het lachen en na enkele minuten is het euvel verholpen. Na dit voorval eet het publiek uit hun hand. Met Mandy en Brown Boxes (mét kazoo’s) brengen ze het optreden tot een geslaagd einde.
[pagebreak]
De immer sympathieke Ieren van The Frames weten hoe ze het publiek moeten bespelen. Al vanaf het eerste nummer moet er worden meegezongen (“It makes us feel like fucking rock stars!”) en de grappige opmerkingen zijn nooit veraf. Ook een parodie op de skate stage - groepen gaat er altijd wel in. Toch is het niet al stand up comedy wat de klok slaat. The Frames bewijzen dat ze ook muzikaal stevig in de schoenen staan. Met Falling Slowly, God Bless Mom en Fake laten ze zien dat Ierland wel meer te bieden heeft dan het groteske geweld van U2.
Greg Dulli kampt al sinds de Afghan Whigs met een wisselvallige live-reputatie, die ook met de Twilight Singers blijft bestaan. Maar met iemand als Mark Lanegan als sidekick, kan dat niet misgaan, zo dachten we. Toch razen Dulli en kompanen nog door een stomend I’m Ready en langsheen een knap Too Tough To Die vooraleer Lanegan geruisloos het podium opsluipt voor zijn gastoptreden. Daarna tikken de Massive Attack-cover Live With Me, klassieker Where Did You Sleep Last Night? en Lanegans eigen Stuck in Reverse als gitzwarte parels aan elkaar, strak gedirigeerd door Dulli, die zijn soulstem duidelijk ondergeschikt stelt aan Lanegans rauwe keelgeluid. Met een nauwelijks merkbaar knikje neemt Mark Lanegan afscheid van Dulli en het publiek, maar onze honger naar het al zo lang aangekondigde The Gutter Twins-project van beiden heren wordt nu nog groter dan voorheen.
Daar eindigt het echter niet bij. Dulli trekt zich nog maar eens op gang, met verbluffend resultaat. Tijdens het bloedstollende Candy Cane Crawl zet hij zich eerst aan de piano, sigaret nonchalant uit de mondhoek bengelend, om dan even later, ondanks de overtollige kilo’s die de man meesleept, zich als een volleerde crooner op de knieën te smijten om zijn smarten uit te roepen. Voeg daarbij een jagend Underneath the Waves als slotakkoord, en je krijgt alles wat wij een "wonderlijk concert" zouden noemen. Geef deze man alstublieft een zaalconcert!
Een aangename verrassing, zo zou je 'Under The Iron Sea' het nieuwe album van Keane kunnen noemen. Tim Rice-Oxley vond zichzelf opnieuw uit door gebruik te maken van gitaarpedalen, waardoor hij de meest bizarre geluiden uit zijn keyboards weet te persen. En vernieuwing is nog steeds waar elke zichzelf respecterende groep voor gaat. Toch valt deze pop-light ondanks de toch wel sterke nummers iets te licht uit voor het hoofdpodium van Pukkelpop. Het is aangenaam om op een zachte zomeravond naar te luisteren, maar vuurwerk kan je het niet echt noemen. Het is heerlijk wegdommelen bij hits als This Is The Last Time of Bend and Break, maar verrassen doet het niet echt. Babyface Tom Shaplin kan ongetwijfeld een aardig potje zingen, maar aan persoonlijkheid ontbreekt het hem blijkbaar toch, want ook hij weet niet echt indruk te maken vanop dat grote podium. In het najaar mogen de Britten herkansen in Vorst Nationaal en hopelijk spelen ze daar wat minder op zeker, dan zit er ongetwijfeld nog iets meer in dan achtergrondmuziek.
Heeft u de hilarische aankondigingsfilmpjes van 'Return To Cookie Mountain', de nieuwe CD van TV On The Radio op MySpace al gezien? Moet u zeker eens doen en wanneer u dan toch bezig bent, ga dan meteen ook op zoek naar hun nieuwe plaat. Indien u houdt van ongewone ritmes, meerlagige vocalen, bizarre gitaren (en we kunnen zo nog wel even doorgaan), zal u net als ons weg zijn van hun gospelrockfunkpopmetal. Vanaf de eerste noot neemt Tunde Adebimpe zijn publiek als een volleerd voodoo-priester bij de keel. Springend, hossend en wild in het rond zwaaiend gaat hij een rondedans aan voor een overvolle Club, die zich gewillig laat betoveren.
Met Kyp Malone als tweede stem en een manische David Sitek (als enige blanke) op gitaar en synthesizer, weet deze groep de meest ongelooflijke geluiden in te passen in hun meerlagige songs. Zo krijgen we een heftige versie van Dreams en een heerlijk zwoele versie van I Was A Lover, en gaat afsluiter Staring At The Sun door merg en been. Woorden schieten ons tekort om een dergelijk hallucinant optreden te omschrijven. De energie en de passie druipen van het podium en het publiek verlaat als betoverd de tent om dolend als zombies op zoek te gaan naar verfrissing. Indien u hen nog niet aan het werk zag, grijp dan volgende keer zeker uw kans, want elk optreden is opnieuw een ontdekkingsreis langs de bizarre paden die TV On The Radio heeft uitgestippeld doorheen het hedendaagse muzieklandschap.
Een van de meest blinkende en klinkende publiekstrekkers op de affiche van dit jaar is Massive Attack. Zij mogen op de Main Stage het einde van dag twee verzorgen. Massive Attack staat wereldwijd bekend voor hun eigen emotioneel en politiek geladen hiphop/triphop. Even intiem als hun geluid verschijnen ze op het podium, donker, fijn, bijna fragiel. Meteen worden de doeltreffende baskisten van de main stage beproefd met het openingsnummer Risingson. Het publiek straalt richting podium en geniet van elke trilling. Voor de gelegenheid brachten ze Coctau Twins' Elizabeth 'Liz' Fraser met zich mee voor een intieme versie van Teardrop, een van hun bekendste nummers. Tijdens de nummers komt de ledwall achter de groep meer en meer tot leven. Van fonkelende eenvoud tot een weergave van het spectrum. Na Angel komt een proteststatement naar de regering Bush en de oorlog in Israël gedragen door het nummer Safe From Harm, waarbij een informatieve tekst over het prijskaartje en de gevolgen van de oorlog worden weergegeven op de ledwall. Het nummer eindigt in een warm, steunend applaus. Een vleugje Oosterse tinten volgen met Inertia Creeps waarna Sarah Nelson voor de mic mag plaatsnemen voor hun grootste doorbraak: Unfinished Sympathy. Afsluiten doen ze met een wel héél uitgebreide versie van Group Four waarbij vooral de drummer van traag naar verbazend snel zijn talenten laat zien. Een parel van een groep, een parel van een optreden.[pagebreak]
Met het slaapzand nog in de ogen staan een twintigtal vroege vogels in de Club voor Gang Gang Dance. Onbekend, onbemind en dus ook onbezocht. Al kan het ook aan de toegankelijkheid van de muziek liggen, die dromerig en organisch klinkt. De zangeres huppelt er met haar fluisterende en dan weer hoge stem stem doorheen. Naadloos vloeien de nummers in elkaar over. Het experimentele geheel mondt vaak uit in een loeiende chaos die dan weer zeemzoet verderkabbelt. Het publiek wil er wel op dansen maar weet gewoon niet hoe. Het is misschien een aanrader om even langs uw lokale pillen- of drankboer te wandelen vooraleer u zich in deze jungle van klanken laat verzwelgen.
“It’s so early!” roept een uitgelaten Joan (As Police Woman) Wasser uit. Aan haar warrige kapsel te oordelen heeft ze er een zware nacht opzitten. Hier valt echter niets van te merken aan haar optreden. Feilloos opent ze met Flushed Chest, imiteert ze de anti-oorlogskreten van Ministry, en vervolgt ze met The Ride en Save Me. Bij Eternal Flame, een nummer over iemand die zich niet wilt binden, vertelt ze hoe ze zich het Vrijheidsbeeld voelt wanneer ze dit nummer live brengt. Een vreemde dame, die Joan, maar iemand die haar nummers met zoveel eerlijkheid en gevoel brengt kunnen wij veel vergeven. Tijdens haar nieuwe nummer Are You Not Furious demonstreert ze nogmaals dat ze over een dijk van een stem beschikt. De warme nummers die Joan brengt zijn duidelijk niet voor iedereen weggelegd. Tijdens het optreden verlaten de stoere rockers de zaal en bij de ingetogenere nummers overstemt het oeverloze gepraat van enkele kakelzieke groepjes de muziek. Zonde. Joan nodigt ons nog uit op haar optreden in Rotterdam later op de avond, moesten we ons vervelen vandaag. Sorry Joan, duty calls.
Het onophoudelijk touren van Midlake (o.a. als voorprogramma van Spoon en Flaming Lips) heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen, want de Marquee is grotendeels gevuld. De videobeelden, die hun romantisch getinte songs zo goed illustreren, mogen dan ontbreken, de nadruk ligt hierdoor meer op de muziek en die blijft trots overeind. Op het podium wordt de klemtoon dan wel vooral gelegd op het muzikale, waardoor er weinig te zien valt, dat neemt niet weg dat het publiek geniet van de muziek, die kan worden omschreven als ‘Grandaddy does Neil Young’s Harvest’. Nummers als Van Occupanther en Head Home klinken nog steeds even fris en single Roscoe kan zelfs rekenen op herkenningsapplaus. Hier en daar zingt voorwaar al iemand de teksten mee. Voor de groep uit Denton, Texas ligt duidelijk nog een mooie toekomst te wachten.
Omdat het 65 DaysOfStatic wel leuk leek even een tussenstop te maken in België toen ze huiswaarts keerden vanuit Japan kreeg Chokri hen te strikken voor een show in de Marquee. Wie dacht dat het viertal uit Sheffield er kapotgetourd en uitgeteld bij zou staan had het toch even mis. Vanaf de eerste noot van Drove Through Ghosts To Get Here zit het juist. Ze spelen krachtig en intens. Zelf lijkt de band in een trance op het podium te staan. Het mag een wonder heten dat de snaren van hun gitaren niet springen en dat het drumstel heel blijft. Het publiek wordt probleemloos van de sokken geblazen en het zweet druipt van menig voorhoofd. Na veertig minuten uit de bol gaan hebben ze er nog geen genoeg van en het bisnummer zorgt voor de kers op de taart. Pure klasse!
Rise Up: Cursive is in het land en aan het aantal meezingende fans te zien, betreft het hier meer dan een doorsnee emobandje. Hun binnenkort te verschijnen nieuwe CD 'Happy Hollow' komt uiteraard ruimschoots aan bod, gecombineerd met enkele klassiekers zoals afsluiter Gentleman, die uiteraard op veel bijval kunnen rekenen. De opstelling is op zijn zachtst gezegd wat ongewoon voor een stevig rockbandje als Cursive. Naast drie blazers (trompet, trombone en sax), wordt ook de cello veelvuldig betrokken bij de nummers. Maar als je nu denkt dat dit alles een verzachtende invloed heeft op hun muziek, heb je het mis: de gitaren blijven nog altijd piepend en krakend, gierend en krassend de bovenhand halen en maar goed ook, want daarvoor staat Cursive nu eenmaal bekend. Deze groep is immers de uitlaat voor alle woede die Tim Kasher in zijn andere project, The Good Life, niet kwijt kan. De nummers zijn nog steeds als een verse wonde: de pijn is er al, maar het knagen moet nog beginnen. Geef deze liedjes nog even de tijd en ook zij snijden zich een canyon door uw hersenpan.
Als je ook maar íets van drum 'n bass kent, kom je gegarandeerd Planet Pendulum tegen. Drum'n bass met ballen. Niets dartelen, niets soezen maar loeiharde drum 'n bass boordevol diversiteit en samples. De Dance Hall staat snel volgepakt met liefhebbers. Zonder al te veel zessen en/of zevens worden de speakers opengegooid. De massa wordt al snel een uitbundig dansende menigte. De mixen van de heren Pendulum zijn haarfijn en heel vlot, ze surfen zonder moeite tussen de climaxen en verrassen het publiek met teasers en onverwachte nummers. Zelfs na hun Fasten Your Seatbelt komt plots een mix van de hedendaagse hit Same Man van DJ Delicious en Till West. Het enthousiasme is zò groot, dat plots het podium compleet zonder elektriciteit valt. Het publiek weet wat er gaande is en steekt de heren een hart onder de riem door een zelden gezien aanhoudend enthousiasme van scanderen, klappen, zingen en stampen. Een kleine twintig minuten later krijgen de mensen van de P.A. het boeltje weer in gang, en vanaf dan is het zonder bochten rechtdoor. De beroemde remix van The Prodigy's Voodoo People steekt het vuur meteen aan de lont, de Dance Hall ontploft. Onverwachts duikt ook Killing In The Name Of van Rage Against The Machine op tussen de batterij aan knallers, tot groot jolijt van de massa. Wat ons betreft een van de hoogtepunten van deze editie.
Even terugblikkend op ons notaboekje zien we daar enkel staan: “funky as hell” en verder is het blad opvallend maagdelijk gebleven. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat !!! de pannen van het dak speelt, de Marquee aan de voeten heeft en het publiek uitgeput maar o zo gelukkig achterlaat. Het is dan ook overbodig om nummers op te gaan lijsten. Het concert verdient het namelijk als geheel beschouwd te worden en dat geheel is gebouwd op een stevige baslijn en uitstekend drumwerk. De gitaren zijn belangrijk maar zijn toch naar het tweede plan geschoven; het is de ritmesectie die de groep voor zich uitstuwt. Zangers Nic Offer (een kruising tussen Madonna en Jim Morrison) en John Pugh (een slungelachtige baardaap) gaan zich te buiten om de houterige, funky (daar heb je dat woord weer) muziek te ondersteunen. Offer gebruikt daarvoor het hele podium, inclusief zijbeuken en lapt daarbij het verbod op crowdsurfing aan zijn kont door een triomfantelijk tochtje over de eerste rijen te maken. Pugh gaat zelfs nog verder, en wandelt en crowdsurft zowaar tot halverwege de tent. Het publiek laat zich dit alles met veel plezier welgevallen en blijft druipend van het zweet met een gelukzalig gevoel van voldoening achter. Wij zijn ervan overtuigd dat bij de volgende doortocht van !!! de tickets in no time zullen uitverkocht zijn.
[pagebreak]Dat Karen O een straffe frontlady is, hadden we her en der al gelezen maar op Pukkelpop bewijst ze ook waarom. Een vlammende set die in het begin vooral is opgebouwd rond nummers van het nieuwe 'Show Your Bones' toont waarom we in de Marquee moesten vertoeven (nee, niet alleen om te schuilen voor fors opengedraaide hemelsluizen). De nieuwe plaat van de Yeah Yeah Yeahs klinkt iets melodieuzer en dat is er aan te horen. Toch is het vooral een krijsend Pin dat de set helemaal tot ontploffing brengt. De lovesong Maps wordt half-akoestisch gebracht en is wat ons betreft een klassieker in wording. Afgesloten wordt er met uitgesponnen versies van Y Control en Date With A Night uit 'Fever To Tell'. Karen O (inclusief glinsterend sjaaltje!) laat ons verweesd en bekeerd achter. Een zaalshow in het najaar en vlug.
‘This is a journey into sound’. Geef toe: het komt u bekend voor, alleen kan u het niet plaatsen. In dat geval geeft u (net als uw reporter) normalerwijze de voorkeur aan de gitaar boven de sampler en de draaitafel. Maar voor Coldcut maken wij graag een uitzondering. Achter een tien meter brede tafel staan meerdere draaitafels, een tiental computerschermen en god weet welk ander speelgoed te pronken, wanneer de drie ‘muzikanten’, de video-wizard en de MC het podium betreden. Op het zwembadgrote scherm, mooi verdeeld in twee delen, worden de meest waanzinnige beelden geprojecteerd, perfect synchroon met de muziek, die toch niet zo onbekend in de oren klinkt. Coldcut timmert al meerdere jaren aan de weg met muziek en video en, al wordt er op safe gespeeld met nummers als Walk A Mile In My Shoes en True Skool (met uiteraard Roots Manuva op het scherm), het geheel is behoorlijk indrukwekkend. Geen ziel die er dan ook over nadenkt dat een nummer als Revolution uitnodigt tot introspectie en na het optreden gaat het jonge volkje gekleed in G Star Raw en Nike dan ook zonder morren aanschuiven om een Coca Cola tot zich te kunnen nemen.
Een opvallend goed geluimde Stuart Murdoch, gekleed in viezemannenregenjas, verzoekt aankondiger Peter Van de Veire vooraf om het publiek te bedanken dat ze ondanks de regen toch gebleven zijn om Belle & Sebastian te bekijken. Wat ons betreft, een overbodige geste, maar daarom niet minder tekenend voor deze Schotse groep, die lieflijkheid en vriendelijkheid tot hun credo hebben gemaakt. Met Act Of The Apostle wordt een optreden ingezet dat een mooie steekproef vormt van hun intussen omvangrijke oeuvre, gesymboliseerd door de zes doeken achter het podium met de foto’s van hun albums. Vanzelfsprekend ligt de nadruk op 'The Life Pursuit', met The Blues Are Still Blue en White Collar Boy als uitschieters, maar uit elk ander album wordt een nummer gepuurd. Zelfs de obscure EP 'Jonathan David' komt met het titelnummer aan bod, waarbij een meisje uit het publiek wordt gelicht om met Murdoch te dansen. Geen wonder dat de groep als één van de weinigen (het was dan ook het laatste optreden in de Marquee) mag terugkeren voor een bisronde, waarbij Sleep The Clock Around (uit 'The Boy With The Arab Strap') wordt uitverkoren.
Van heinde en ver komen mensen naar het Hasseltse Kiewit om een van de schaarse optredens van Daft Punk te kunnen meemaken. De verwachtingen zijn dan ook zéér hooggespannen. De orginaliteit van deze twee Fransen hebben hen gemaakt tot de goden die ze zijn, samen met hun anonimiteit door het dragen van de typische robot-outfits. Wie eerder die drie dagen op de weide was zag voor de main stage een gigantische kraan. Geruchten deden de ronde over een spectaculaire act van de heren Punk. Reeds ver voor de aanvang van het optreden staat de Main vol met kijklustigen die deze afsluiter niet willen missen. Achter een gigantisch zwart doek op het podium schieten lichtflitsen in het rond. Tien minuten te laat wordt ieders geduld eindelijk beloond. Op het podium verschijnt een gigantische piramide waar de twee heren robot zich in verschansen, tot groot jolijt van de massa. Het thema van Daft Punk wordt onmiddellijk duidelijk gemaakt door de intro met hun beroemde robotstemmen: Human – Robot. Het feest barst los met het recente Robot Rock. De piramide blijkt bezet met lichten die alle kleuren van de digitale regenboog verkennen. Naast de piramide is een vlakke constructie opgezet van kleine piramides die tijdens het optreden hetzelfde spectrum aanspreken. Achter hen verschijnt later een gigantische ledwall, en als klap op de vuurpijl blijkt de piramide zelf ook beelden te kunnen dragen. Het schouwspel is adembenemend. Het wordt een wervelende set waarbij ze moeiteloos door alle albums heen dartelen. Ze sampelen oude bekenden met het recentere materiaal en de overgang van de nummers gaat gepaard met een lichtspektakel. Hun grootste knallers, Around The World en One More Time, zorgen voor hoogtepunten in publieksdecibels. De set is iets voor de kenners, geen constante opvolging van climaxen, maar een reis vol terug- en vooruitblikken. Hoe meer je van Daft Punk kent, hoe leuker het is om hun vindingrijkheid te ontdekken. Thomas en Guy-Manuel, one more time!
