Belgian Rythm'n Blues Festival

Hey,The Blues is Alright

Danny De Schryver
Peer, Peer14 juli 2006

Schitterend weer, schitterend publiek en waarschijnlijk één van de beste affiches van de laatste jaren met het beste wat men momenteel kan vinden op een bluespodium, met aandacht voor de diversiteit van de blues in al zijn aspecten.

Belgian Rythm'n Blues Festival
Foto: Danny De Schryver

Oude bekende Matt Schofield opende sterk met een aantal numers uit zijn laatste, trouwens zeer uitstekende cd 'Siftin’ Thru Ashes'. Het kritische bluespubliek gaf Matt een staande ovatie voor een cover van Albert King. Matt’s blues/jazz rifs werden aangevuld met een swingend Hammond orgel en de blues boys konden het duidelijk smaken: Matt zorgde voor dampende funk in de bluestent. Na de funk nam Matt zijn ouwe getrouwe Telecaster en zorgde met doordringende bluessolo’s voor vijf minuten kippenvel. Een doordringende versie van The Letter ('Boxtops') als afsluiter en voor ons was het vrij duidelijk:Matt Schoffield bevestigde zijn uitstekend optreden van Wuustwezel en overtuigde Peer van zijn muzikaal talent.

 

 

Susan Tedeschi wordt weleens het jongere zusje van Bonnie Raitt genoemd en we moeten toegeven dat gelijkenissen treffend zijn. Susan brengt knappe soul, gospel blues en beschikt over een goede technische bagage, maar voorlopig missen we de passie die we bij Bonnie Raitt wel aantreffen. De versterker van Susan zorgde voor enig oponthoud, maar desondanks kreeg ze de handen op elkaar (verdienste ligt eveneens bij een hoogstaande band: keyboardspeler William Green kan probleemloos een hoofdrol vertolken in de volgende Muppet film). Susan etaleerde haar zangtalent in een mooie cover van Ray Charles en 12 maten blues heeft ze wel degelijk onder de knie. Misschien nog iets meer de rockbitch of bluesbitch naar boven halen (Susan staat er nogal braafjes bij), en ze komt er wel. Blijven volgen.

 

 

45-jaar show business, 60 lentes jong en eindelijk erkenning door het grote publiek.

 

Bettye Lavette’s laatste cd, 'I’ve Got My Own Hell' is dé soul cd van de laatste jaren. Méér dan terecht; harmonies vlogen in het rond en kerfden genadeloos krassen in elke ziel die de moeite nam om te luisteren. Of Peer het geschikte festival is om Bettye te ontvangen laten we in het midden, wij kunnen enkel dankbaar zijn dat de organistie het aandurfde om Bettye LaVette te programmeren. Bettye’s begeleiders, ervaren ratten door de jaren heen, waren de perfecte aanvulling voor de schitterende soulsongs die voor altijd zullen bijblijven. Bettye sloot af met een a cappela song. Peer werd er stil van. Soulstemmen zoals Bettye er ééntje heeft moet men koesteren en verwennen.

Ontroerend mooi.

 

 

Gary Moore

blijft één van de populaire jongens in het bluesmilieu. Kan moeilijk anders met een historiek in groepen zoals Thin Lizzy (met de betreurde Phil Lynnott) en Skid Row. Verwachtingen waren dan ook torenhoog gespannen voor onze gitaarheld uit Noord Ierland. Gary opende stevig met één van zijn klassiekers Oh Pretty Woman, maar speelde hoofdzakelijk uit zijn  nieuwe cd 'Old Ballad Blues'. Klassieke blues songs van oa Otish Rush, Willie Dixon passeerden de revue, maar steeds volgens het zelfde patroon: Gary die op alle mogelijke manieren zijn vingervlugheid demonstreerde. Wij kregen de indruk dat Gary zich elke keer herhaalde met geijkte solo’s. De echte fans (en ze waren met velen) zal het waarschijnlijk worst wezen, zij gingen uit hun bol en genoten, anderen bleven ietwat op hun honger zitten en zochten rustiger oorden op. Wij ook.

[pagebreak]

Een stralende zon verwelkomde de vroege bluesliefhebbers op de dag des heeren op het vroege middaguur.

De vrienden van Cuban Heels uit Nederland trokken zich niets aan van het ondankbare uur en hadden een strakke set, met sterke vocalen in huis. Gesteund door een schare trouwe fans kregen we energieke boogie-woogie waar de bluesharp en vettige lead de hoofdrol opeisten. Brave jongens trouwens, Cuban Heels nodigden iedereen uit voor een bezoek aan de kerk met de song Let’s go to Church (het was niet voor niets zondag). Goede opener, zij die er waren zullen Cuban Heels onthouden.

 

Can dreadlocks play the blues? Yes, they can. Brother Yusef is er ééntje van, one man band (zang, gitaar en voetpercussie). Voeg daar een dijk van een stem, vloeiende slide gitaar en een resem prima songs bij en het resultaat is de blues and nothing but the blues. Peer kon het best smaken en dankte Brother Yusef met een staande (liggende voor sommigen) ovatie. Brother Yusef vroeg begrip voor het veelvuldig stemmen van zijn gitaar (temperatuur was ferm boven de 30° in de tent), niemand maakte bezwaar omdat onze vriend uitstekende versies bracht van songs als Freedom (Ritchie Havens) en Red House. Als enige solo-act van het festival was Brother Yusef een verrassing van jewelste, entertainment van hoog niveau met een perfecte songkeuze. Samengevat: goede set, beloond met een terechte bis. 

 

 

 

B.B and the Blues Shacks was er kluit op, perfecte mix van doo-wap, electric  blues met een schitterende dosering van power (luid waar het moest, subtiel zacht waar nodig). Talrijke open doekjes, zeker voor Andreas Arlt op guitar die originele bluessolo de tent injoeg. Op vocals hadden we Michael Arlt (broer van),in perfect maatpak trouwens, vrouwelijke fans waren vlug overtuigd van zijn charmes. Voeg daar de outfit van Henning Hauerken,op bas, in Hawai shirt bij en je hebt een good looking blues band (laatste cd Blue Avenue is een aanrader). Drie goeie acts op een rij, het kan niet op.

 

Tijd voor traditionele Chicago Blues: Nick Moss & The Flip Tops . Gastheer van dienst Nick Moss (from Chicago, of wat dacht U). Nick mag Buddy Guy en Jimmy Rogers met de voornaam aanspreken (beide blueslegendes zijn fan ) en Peer weet nu ook waarom.

 


Het aloude gezegde “vakmanschap is meesterschap is van toepassing op onze vriend uit Chigao, niets voor niets heeft hij twee W.C. Handy Awards gewonnen. Solerend op zijn Gibson (lijkt wel speelgoed in Nick’s enorme handen) trakteerde hij Peer op datgene waar Peer verzot op is: the blues.

R

are kwiet, Guy Forsyth. Ooit al iemand Over The Rainbow op een zaag weten spelen?
Of Tom Waits horen binnensmokkelen in een blues song? Wij keken in ieder geval al lang uit naar Guy’s optreden, reden was vrij eenvoudig: Guy brengt de blues op een eigenzinnige, typische wijze en hij heeft lak aan tradities in de blues. Wie nummers in huis heeft zoals Guy Forsyth kan zich dit permiteren. Met een vette sneer naar die andere Texaan in the white House bracht Guy Forsyth de temperatuur in de tent naar gevaarlijke hoogten. Mardi grass, cajun, gospel, no problem, hij heeft het allemaal onder de knie. Tijdens het schrijven van dit verslag zijn we trouwens naar 'Can You Live Without' uit ’99 aan het luisteren, we kunnen het iedereen aanbevelen.

The Fabulous Thunderbirds

 

tijd voor de “Champions Leguae” van het festival. Ouwe getrouwen met Kim Wilson op vocals en mondharp deden wat van hen verwacht werd:

 

kokende mix van blues, rock & boogie-woogie, met een band in topvorm. Glansrollen waren er overmatig voor Kirk Fletcher en Nick Curran op guitar. Uitschieters: teveel om op te noemen, maar voor altijd in ons geheugen gegrift:

 

de uitmuntende solo in I’m Your Postman en de solo spot van Kim Wilson op bluesharp.
Bezetting sprak voor zich: met ex-bandleden van o.a. The Blasters, Little Charlie en Rod Piaza mag men spreken van het beste wat men momenteel op een bluespodium kan vinden. The Fabulous Thunderbirds kwamen, zagen en overwonnen.

 

The Neville Brothers

, v

elen keken raar op toen de organisatie The Neville Brothers als slot act programmeerde, maar Peer kreeg de perfecte afluiter die het verdiende. Zij die bleven, helft had de tent reeds verlaten, werden beloond en kregen een funky party met de Neville Brothers als gastheer. Bezetting was veelbelovend met de broertjes Aaron, Charles, Cyril en Art (samen goed voor méér dan 220 jaar) aangevuld met 2 kinderen Ian en Ivan. Opener van dienst Can’t Stop The Funk zette de juiste toon en zorgde voor de éérste voodoo kreten vanuit het publiek. Klassiekers als Iko Iko werden prima verwerkt in een medley waar de vocale hoogstandjes van Aaron Neville uitstekend tot hun recht kwamen. Muisstil werd het toen Aaron zijn grote hit uit de ’60 notabene, Tell It Like It Is zong, vocale prestaties van uitzonderlijk niveau. Iedereen wachtte uiteraard op de single bij uitstek Yellow Moon en toen een dappere dame erom vroeg vonden de Neville Brothers het hoogtijd om nog een tandje bij te steken. The Funk and nothing but the Funk maakte zich meester van het bluespodium. Als bis kregen we een bloedstollende a cappela versie van Amazing Grace dat naadloos overging in One Love.

 

De perfecte afsluiter voor een schitterend Bluesfestival.

 

← Terug naar overzicht