Death Cab For Cutie

Rockende indiehelden

Dieter Vandeweyer
Ancienne Belgique, Brussel7 maart 2006

Elke zichzelf respecterende hipcat luistert deze dagen naar bands als Wilco en Elbow, en dweept bij figuren als Devendra Banhart of Antony & the Johnsons, zodat indie als meer als een hippe levenstijl dan als een muziekstroming wordt gezien. Geen wonder dat in de eivolle AB een bonte mix te vinden was van zich cultureel verantwoord voelende dertigers, gibberende pubers en, ergens daartussen verscholen, een enkele einzelganger die wel niet voor de mooie ogen van Benjamin Gibbard, maar voor de prachtige popsongs van de man afkwam.

Death Cab For Cutie
Foto: ? daMusic
Niet dat Death Cab For Cutie zich daaraan stoorde. Een pompend Marching Bands of Manhattan werd als opener losgelaten op het uitzinnige publiek, en onmiddellijk daarop werd The New Year eraan gebreid. Zo stoomde de band doorheen het eerste deel van de set, waarbij vooral geteerd werd op songs uit hun doorbraakplaat ?Transatlanticism? en het recente ?Plans?. Songs als de radiohit Soul Meets Body werden vaak woord per woord meegelipt door het aanwezige publiek, maar datzelfde publiek haakte vaak af bij ouder werk als Phonebooth.

Ook nieuwe single Crooked Teeth passeerde al vroeg, waarna de band plots een versnelling lager schakelde. De up-tempo rock verdween, en maakte plaats voor een melancholische Gibbard, die vaak achter zijn piano verdween. De tristesse die ook over ?Plans? hangt, werd voelbaar toen de eerste tonen van What Sarah Said werden aangevat. ?Love is watching someone die?, fluisterde Gibbard, en zorgde ervoor dat het haar op onze armen ging rechtstaan.

?Genoeg meligheid?, moeten ze gedacht hebben, want met een fenomenale en verdomd stevig rockende versie van We Looked Like Giants werd al het verdriet vergeten. Een minutenlange outro werd door een waanzinnige ritmesectie ? inclusief inderhaast bijgezet tweede drumstel ? voortgestuwd, terwijl op de achtergrond een subtiel en ingetogen pianomelodietje weerklonk als contrast voor alle bombast.

Een tweede kippenvelmoment kregen we tijdens het eerste bisnummer, toen Ben Gibbard solo het wondermooie I Will Follow You into the Dark inzette, waarna een wonderlijke avond werd afgesloten met een splijtend Transatlanticism, slechts doorbroken door een horde Amerikaans groupies die plotseling de onweerstaanbare behoefte voelden om gitarist Nicholas Harmer aan te raken.

Al vijf albums lang tracht Death Cab For Cutie de perfecte popsong te benaderen, maar live blijken die soms verdacht lieflijke melodietjes toch meer weerhaken te hebben dan verwacht. Het resultaat was een heerlijk wegrockende avond, waarbij vooral de songs vanop ?Transatlanticism? enorm robuust blijken. Afwachten of bij een volgende passage nummers als Soul Meets Body eenzelfde status aangemeten krijgen.
← Terug naar overzicht