Frank London & The Klezmer Brass All Stars

Duel tussen dirigent en muzikant

Carl Ivens
Cactus@MaZ, Brugge18 maart 2005

Cactusclub mocht zich vrijdag verwarmen aan n der groten uit de Klezmermuziek Met Frank London and the Klezmer Brass All Stars moest het zelfs noodgedwongen wegens capaciteitsgebrek uitwijken naar de Kamermuziekzaal van het Concertgebouw.

Frank London & The Klezmer Brass All Stars
Foto: Carl Ivens
Deze Amerikaanse band van Jiddisch-Joodse muziek is namelijk niet de minste. De leden behoren tot de absolute top in het genre en sommigen spelen bij Hasidic New Wave. Frank London zelf is al sinds jaar en dag vaste muzikant bij de legendarische Klezmatics en speelde eerder al als gast bij oa. LL Cool J, David Byrne en Mark Ribot. Daarnaast maakte hij furore als studiomuzikant op tal van gekende CDs, leverde theater en filmmuziek, schreef een folkopera en had een rolletje in Sex And The City. Een manusje-van-alles dus.
De All Stars kwamen naar Brugge om een ode te brengen aan het zuipschuitenorkest van Di Shikere Kapelye dat twee eeuwen geleden een even legendarisch als broze reputatie opbouwde, wegens schitterende muzikanten maar onvervalste charlatans.
Al dient gezegd dat de All Stars in Brugge de massas drank van hun illustere voorgangers achterwege lieten en muzikaal iets minder onberekenbaar voor de dag kwamen.
Meester-dirigent London had het publiek van meet af aan in een strakke houdgreep en zou die wurging slechts sporadisch lossen om de toehoorders gelegenheid tot applaus te geven. Tot het eind zat de zaal klem tussen London als dirigent en de man als muzikant, terwijl de de 6-koppige All Stars geregeld stevig uithaalden met een zoveelste ritmeversnelling .
Als aanvoerder bleek London niet alleen de leider die zijn groep op sleeptouw nam, hij liet hen ook soleren en creerde meermaals ruimte voor gemproviseerde fantasietjes.
En hij deed dit met de nodige humor en nonchalance: geanimeerd dirigerend met de ene hand, tegelijk en even fantastisch trompetterend met de andere. Hij deed dit met zulk een nonchalance en zelfzekerheid dat het bijna als eenvoudig overkwam.
De groep leverde met zijn vijf blazers nagenoeg een geheel instrumentale set af. Soms leek het alsof de muzikanten een jamsessie hielden, tot Frank London hen als een maarschalk voor zijn troepen- weer strak in het gelid stuurde.
Bij enkele nummers trad zangeres-trompetiste Susan Sandler op de voorgrond. Met haar stem werden de Jiddische liederen ook een stuk melancholischer. De songs leken soms treurige, onheilspellende ballades, om plots met een ritmeversnelling en aangevuurd door de percussie, tot sfeervolle feestnummers te ontpoppen. Het was dan en mede door de ambiance in de songs- dat de brassband in de All Stars het meest tot zijn recht kwam.
Op andere momenten bracht de muziek de toehoorder in zulke trance dat het leek alsof de nummers non-stop -als n lang lied- in het verwende gehoor achterbleven.
Heel even kreeg het optreden een ander gezicht toen na het beurtelings soleren der blazers, de drummer ook zijn ding mocht doen. Het werd een meeslepende, technische partij van slagen, dat net een ietsje te lang duurde.
Dit kon echter nooit verhinderen dat het optreden als geheel van een zeer hoge kwaliteit was. Ook het goede geluid in de zaal zat daar vast voor iets tussen..
Het publiek dat eindelijk definitief uit Frank Londons greep geraakte, gaf dan ook -meer dan terecht- een krachtig en langdurend applaus. Uit dank mengde de band zich voor enkele bisnummers met het publiek om daarna als volwaardige brassband en nog lang naspelend- in de coulissen te verdwijnen.
Van sommige optredens hoop je dat ze nooit eindigen.
← Terug naar overzicht