Nee, je kan er echt niet omheen. Teddy Thompson is Richards zoon. Dat blijkt duidelijk uit zijn nieuwe plaat 'Seperate Ways'. Pa mocht trouwens ook een potje meespelen. Als je dan ook nog de hulp van Rufus en Martha Wainwright krijgt en het songschrijverschap aardig onder de knie hebt, moet dat gewoon resulteren in een mooi album. Benieuwd of dat ook op een podium kan overgebracht worden.
Op Les Nuits du Botanique is er ook ruimschoots plaats gemaakt voor kwaliteit van eigen bodem en dus mocht Adrian Bouldt de avond inzetten. Wij hoorden flarden van de vroege Cure, flarden Sugarcubes, maar ook catchy popsongs, gedragen door een innemende frontvrouw in de persoon van Delphine Bouhy. Zij werd ondersteund door een groep die duidelijk in haar muziek gelooft. Soms hoekig, maar even vaak soulvol, blijven de nummers intrigerend genoeg om het ruimschoots opgekomen publiek te boeien. Naar verluidt stuurde de groep aanvankelijk het gerucht de wereld in dat zij allen broers en zussen waren, maar dat soort gimmicks is overbodig. De muziek spreekt immers voor zich.
Ook Florian Horvath weet van wanten als het op het showelement aankomt. Hij komt, net als de rest van het publiek, al handenklappend gewoon langs de deur binnen, waarna zijn muzikanten ("mom" op drums en "dad" op gitaar) hem op het podium vervoegen. Intussen is de aandacht van het publiek wel getrokken en dus wordt het tijd voor deze jolige Oostenrijker om de gitaar om te gorden en zijn stem te laten horen. En daar wringt nu net het schoentje. Horvath weet zijn publiek te bespelen (hij wringt zich, ondanks zijn twee meter lengte, in allerlei bizarre bochten, klopt een tamboerijn aan diggelen, zet zich ritmisch klappend op de rand van het podium, enzovoort) en zijn liedjes zijn best te pruimen, maar zijn stem deed ons echter eerder denken aan de gevreesde vingernagels op het schoolbord. Bovendien was die stem nog eens erg prominent aanwezig in de mix. Niet meteen ons ding dus, al moeten we eerlijk toegeven dat het publiek zijn show best op prijs kon stellen.
Dat was helemaal anders bij Teddy Thompson, die meteen met de deur in huis viel en net als op de CD met Shine So Bright de set op gang trok. Teddy zwemt in dezelfde wateren als zijn goede vriend Rufus Wainwright: dezelfde wrange emotionele liedjes, passioneel gezongen. De onmiskenbare gitaar van Richard Thompson ontbreekt dan wel in nummers als I Should Get Up, maar daarvoor heeft zoonlief een uitstekend vervanger gevonden in Steve Schiltz. Schiltz slaagt er met een eigen stijl in om nummers zoals het pittige Altered State naar een hoogtepunt en een fantastische solo te leiden. Bijna alle nummers uit 'Seperate Ways' passeren de revue, aangevuld met een nieuw nummer (Turning The Gun On Myself) dat het lawaai in onze maatschappij en meer bepaald in Thompsons nieuwe thuishonk New York aan de kaak stelt. Verder valt er op de show weinig aan te merken (of het moest die niet al te beste afstelling van de mix zijn) en het optreden duurt dan ook veel te kort. Dat blijkt nog eens uit de ongelooflijk mooie versie van Sorry To See Me Go, die als enige bisnummer wordt gebracht. Het verdict is duidelijk: wij willen meer !