Rock Werchter 2026

Dag 4 - Alle laatste keren

Geert Verheyen
Werchter festivalterrein5 juli 2026

Ik heb zand in mijn zakken en wind in mijn haar. Zo heb ik Pommelien Thijs alvast de inleiding van dit stuk in gesmokkeld! De slaapzak is gewassen, de tent bij elkaar geplooid en opgeborgen tot het komende jaar en de tenen zijn uitgewassen: Rock Werchter 2026 is weer voorbij en daarmee heeft ook de bijhorende melancholie zijn intrede gedaan. Niets beter om te herbeleven dan erover te schrijven. Ziehier het gevolg: het verslag van Rock Werchter 2026.

Rock Werchter 2026
Foto: Alex Vanhee

Dressed Like Boys startte de set in KluB C om 14u50 en na het eerste nummer groette Jelle Denturck het publiek met “Goeiemorgen”. Hij voelde het ritme van de laatste festivaldag helemaal aan. Dag 4 voelt altijd anders aan: het is de laatste ochtend lummelen op de camping, de laatste keer richting de weide, de laatste optredens. De melancholie begint zich al meester van je te maken, terwijl je daar nog bent en tegelijkertijd probeer je maximaal te genieten van het moment.

Dat deed Tsar B in KluB C ook van de vijfendertig karige minuten die haar waren toebedeeld. Wie gehoopt had op Rattlesnake of Escalate – zoals ik – was eraan voor de moeite: Justine Bourgeus bleef dichtbij de nieuwe plaat ‘The Writer’ en het audiouniversum dat ze daarvoor gecreëerd heeft. Het begon wondermooi met de a capella gezangen van O Dolce. Terwijl Justine, in kniehoge laarzen gehesen, neerzat, ontspon zich een duet tussen viool en contrabas dat zachtjes overging in Symphony, dat helemaal tot zijn recht kwam, toen het mocht losbarsten. Zeven minuten verder en het eerste hoogtepuntje was er. Het zou niet het laatste zijn. In de finale van Underwater zat Justine vol overgave op de knieën viool te spelen, een beeld dat ons nog even zal bijblijven, maar in het algemeen geldt wat we hier al eerder zeiden: een halfuurtje is voor een artiest te kort om echt te laten zien waar hij/zij toe in staat is. Ook dit festivalsetje van Tsar B voelde als een initiatie, een half concert, een uitnodiging om naar een echte show te komen kijken. Een clubshow volgt in november!

Het is vreemd, want Dressed Like Boys had maar tien minuten meer, maar wist daar naar ons gevoel veel meer mee te doen. Ook hij had maar tijd voor zeven nummers, maar wat een nummers en wat een versies. Vanaf opener Nando zat het helemaal goed en over Healing bestaat geen twijfel: dit is een ballade voor de eeuwigheid. Jelle Denturck nam ook tijd voor de verhalen die achter de songs schuilen, zoals de introductie van theatermaker, activist en dragqueen Jaouad Alloul. Tijdens de performance van Jaouad was er geen twijfel meer: dit is wereldklasse. En zo zat je een kwartier ver en wist je: dit is één van de hoogtepunten van het weekend. Dan moest meezinger en oorwurm Lies nog komen, evenals het emotionele hoogtepunt Stonewall Riots Forever waarin Denturck stil bleef staan bij de protesten die tot het ontstaan van de wereldwijde Pride-beweging hebben geleid. Het is, zo zei hij zelf, de reden waarom Dressed Like Boys bestaat. Niet dat we iets tegen DIRK. hebben, maar we hopen van harte dat Jelle een langetermijnplan voor Dressed Like Boys heeft, want dit was te mooi om nu al te laten uitdoven. Er zijn nog tickets voor de matineeshow in OLT RIvierenhof. Doe jezelf een plezier en ga kijken. Ik citeer Fien Germijns: "Je zal er als een beter mens buitenkomen".

Helemaal onder de indruk gingen we richting The Nest voor NewDad. Zangeres Julie Dawson bekeek daar de wereld letterlijk door een roze bril. De muziek viel in de categorie "stoort niet op een zondagnamiddag". Het was de laatste show van een maandenlange tournee voor de band. We wensen hen een deugddoende vakantie, maar bijblijven deed de show niet.

Een half uur voor de start stonden wij voor The Barn voor gesloten deuren. Het bakje zat al helemaal vol, want David Byrne zou er aantreden en iedereen weet nog – of heeft nadien gelezen – hoe goed dat was toen de man in 2018 op Rock Werchter stond. Er was geen doorkomen meer aan en dus probeerden we de show van buiten mee te pikken, maar daar speelde – met alle respect voor Maynard James Keenan – A Perfect Circle voor stoorzender. De laatste tien minuten van de show zou Moby hetzelfde doen. Tussendoor hoorde en zag ik dingen die vast fantastisch klonken, als je binnenin The Barn stond. Balen, balen, balen.

Op tijd naar Ethel Cain dan maar. En daar stond niemand. De weide had zich verdeeld over David Byrne en Moby en Ethel Cain bleek voor het grote publiek zo’n onbekende en/of onaantrekkelijke naam dat KluB C slecht voor een derde gevuld zou worden, ook tijdens de show. Met kwaliteit had dat niets te maken en met overgave van wie wel was komen opdagen ook niet. Op de eerste rijen werden de teksten meegebruld en bij elke titel, die Cain aankondigde, ontspon zich een gejoel van herkenning. Muzikaal liet de set zich nog het best omschrijven als Lana Del Rey die zich geposteerd had voor de gitaarmuren van Mogwai (die ook op het festival stonden). Cain koos nochtans voor een eerder poppy begin, met American Teenager en Nettles om dan over te gaan naar werk dat een stuk donkerder is, zoals de melancholie van A House In Nebraska (een hoogtepunt, de thematisch loodzware nummers Ptolemaea (inclusief oerkreet) en Gibson Girl om dan te eindigen met een streepje licht binnen het tien minuten durende Thoroughfare. Wie bij Ethel Cain aanwezig was, had daar bewust voor gekozen. Het was een dappere en een mooie keuze, gemaakt door boeiende en ongetwijfeld complexe mensen.

Ik ben benieuwd hoeveel mensen er bij HAEVN was en of KluB C even leeg was voor hen als voor Ethel Cain. De Nederlanders waren immers het enige alternatief voor The Cure en hoewel iedereen wel enkele nummers van die laatste band kent, zijn ze niet echt een hitmachine, staan ze niet garant voor ambiance of show en zijn ze daardoor misschien een rare keuze als afsluiter. Wel is dit een steengoede band die vijfenveertig jaar geleden ook al op Werchter stonden te knallen en daar sindsdien alleen maar beter in geworden is. Voor de huidige tournee werden vijfenvijftig nummers ingestudeerd, waartussen gerouleerd werd. Een vaste setlist was er dus niet, al sluiten Robert Smith en de zijnen altijd wel af met een rondje hits en zal ook pakweg A Forest nooit ontbreken. Die manier van werken kan dus ook maken dat er favorieten wel ontbreken.

Op Rock Werchter bijvoorbeeld geen spoor meer van die uitstekende laatste plaat ‘Songs Of A Lost World’ (2024), terwijl we op opener Alone gehoopt hadden. Voor de slotavond van Rock Werchter was de keuze gevallen op Plainsong, ook een nummer met een lange intro tijdens dewelke Smith kon paraderen, meteen gevolgd door überklassieker Pictures Of You. Het was het begin van een festivalset van honderdvijfendertig minuten – voor minder komt The Cure niet buiten – die ons van hoogtepunt naar hoogtepunt bracht. Wat te denken van Lovesong (één van de mooiste liedjes aller tijden), het dansbare Push met de tweeënhalve minuut durende intro, het opzwepende Never Enough of het fantastische Wrong Number.

The Cure ging trouwens verrassend vaak terug naar de jaren negentig en maakte niet altijd de gemakkelijkste keuzes. Zo kozen ze voor het wondermooie maar subtiele Treasure of voor het al even zachte Trust en werd er niks geput uit klassieke albums als ‘Faith’ of ‘Pornography’, toch "fan favourites". Het grote publiek - wat een festivalpubliek per definitie is - maakt The Cure het niet altijd even eenvoudig. Een deel van de weide was dan ook pas mee bij A Forest, Friday I’m In Love en Boys Don’t Cry. Tegelijkertijd was de zondag de eerste dag die uitverkocht was, met dank aan de komst van The Cure.

Wie mee was, was goed mee en kreeg waar voor zijn geld: negenentwintig nummers, aan elkaar geknald door een band die op de top van het kunnen zat en waarvan we alleen maar kunnen hopen dat ze nog even willen blijven meedraaien. De sound van The Cure was strak en helder en er zat nog geen greintje sleet op de stem van de intussen toch al zevenenzestigjarige Robert Smith. Van mij mogen ze snel nog eens terugkomen, voor een show in een zaal van drieënhalf uur en met enkele nummers van ‘Songs Of A Lost World’ en de plaat die daar nog op zou volgen. En gooi er dan ook maar One Hundred Years tegenaan. Dankjewel!

En zo zat Rock Werchter 2026 er weer op. Een editie met honderd namen op de podia en quasi-onberispelijk weer, op dat buitje tijdens Yong Yello na. Niet te warm, niet te koud, ideaal. Voor volgend jaar (noteer in de agenda 1 tot 4 juli) willen we graag hetzelfde weer bestellen, de KluB C terug op de vaste plek zien, adviseren we een slot van veertig minuten voor openers en suggereren we Oasis als headliner. Tot dan!

← Terug naar overzicht