Predikheerlijke Zomer - Copperhead County, David Ronaldo & the Dice
Mechelen aan de Mississippi
Marc Goossens
Het Predikheren, Mechelen — 29 juli 2026
Eén avond lang lag Mechelen niet in de Vlaamse zandleemstreek, maar in de broeierige “deep south” van de Verenigde Staten. Eén avond lang streelde niet de Dijle, maar wel de machtige Mississippi de randen van de vesten die de binnenstad omgorden.

Dat had niets te maken met de tropische temperaturen, maar alles met de twee bands die op woensdag 29 juli verwelkomd werden in de binnentuin van het Predikheren. De negende avond van Predikheerlijkheerlijke Zomer stond volledig in het teken van southern rock, en daar hoefden de organisatoren – in samenwerking met De Floeren Aap Events – zelfs geen ronkende namen van over de Grote Plas voor uit te nodigen. Met David Ronaldo & the Dice en Copperhead County bevond de fine fleur van de southern rock uit de Lage Landen zich immers op rijafstand van de Maneblussersstad.
Voor flanellen houthakkershemden en leren jekkers was het woensdag uiteraard veel te warm, maar ook de zwarte, enigszins afgewassen band-T-shirts - bij dergelijke optredens doorgaans niet te tellen op de vingers van één hand – moesten het deze keer afleggen tegen luchtige, losse zomerkledij. Gelukkig merkten we nog voldoende kloeke borstkassen op waarop de naam prijkte van één of andere topband uit het genre, zodat we er zeker van konden zijn dat we toch aan het juiste adres waren.
De shirts van David Ronaldo & the Dice waren daarbij in de meerderheid, want wie het heeft over southern rock uit onze contreien, kan natuurlijk niet om deze band heen. Een paar maanden geleden sleepten ze met hun vierde studioplaat ‘Six String Preacher’ – méér dan terecht – nog een Belgian Blues Award in de wacht, maar toch laat deze band zich niet vastpinnen op één genre. In hun eigen songs weerklinkt niet alleen blues, maar ook country, americana, soul en rauwe rock-‘n-roll, wat hen zonder enige twijfel één van de ultieme (zo niet dé ultieme) southern rock-band van het land maakt. Ze hoeven het zelfs niet op volle slagkracht te doen, want ook in hun “almost unplugged”-bezetting – zoals woensdag het geval was - slagen ze er moeiteloos in een publiek te overdonderen.
Met een beetje vertraging posteerden David Ronaldo (zang, akoestische gitaar), Dirk Lekenne (akoestische (slide)gitaar) en Charly Verbinnen (elektrische gitaar) zich omstreeks tien voor acht op het podium, en begonnen ze aan een anderhalf durende rondleiding langs de hoogtepunten uit hun oeuvre, maar brachten ze ook een (goeie) handvol zéér straffe covers. Zo maakte de opener - het bezwerende Deeper Well van de betreurde David Olney, maar wellicht bekender in de versies van Emmylou Harris en Lucinda Williams – duidelijk dat de band niet alleen zijn klassiekers ként, maar die ook zo weet aan te pakken dat die helemaal klinken als vintage David Ronaldo & the Dice. Later in de set zouden er nog covers volgen, maar voor het zover was kregen we met rocker Too Blind To See (And A Fool To Believe), het beklijvende When A Good Man Cries en het beklemmende The World’s Going Down The Drain Blues nog drie parels uit dat laatste album te horen.
Een van de grote onrechtvaardigheden in de muziekgeschiedenis is ongetwijfeld het gegeven dat de bijdrage van Peter Green, oprichter van wat ooit de Britse bluesrockformatie Fleetwood Mac was, helemaal ondergesneeuwd raakte door de gepolijste popsongs die zijn ex-bandleden in de jaren zeventig en tachtig maakten. Dat werd in het Predikheren deels goedgemaakt met een sublieme cover van zijn Oh Well. Na Ride On en een machtig Six String Preacher (titeltrack én nucleus van de gelijknamige plaat) werden er nog meer helden - op eigen en eigenzinnige wijze - geëerd, met Almost Cut My Hair (uit ‘Déjà Vu’ van CSN&Y, dé eilandplaat van Ronaldo), Neil Youngs Down By The River en Hey Hey My My (als bis), en het zelfs in een semi-akoestische uitvoering overrompelende Whipping Post van The Allman Brothers Band - steevast een hoogtepunt in hun sets. In één van de eigen songs ging David Ronaldo zelfs de dialoog aan met nog een ander idool: “Nee Bob, The Times They Haven’t Changed At All…” klonk het daar. Ook ander, zelfgeschreven werk, zoals het zompige World’s End Blues en Hunted Man, Pts 1 & 2 (de afsluiter van de reguliere set), hield moeiteloos stand tussen al die klassiekers.
Een straffe frontman met een rauwe, doorleefde stem, geflankeerd door een onafscheidelijke tandem leadgitaren die elkaar de hele tijd aanvulden en uitdaagden: deze passage van David Ronaldo & the Dice was dus weer maar eens straffer dan straf.
Voor de meeste aanwezigen was het hierna uitkijken naar wat de Noorderburen van Copperhead County zouden brengen. De band – genoemd naar de song Copperhead Road van Steve Earle - geldt in eigen land als één van de vaandeldragers van southern rock. Aangezien dit genre al heel lang vasthoudt aan zijn traditionele fundamenten, zou wie naar een dergelijk concert gaat al moeten weten waaraan hij zich mag verwachten: een zompig en zinderend amalgaam van blues, country, soul en rock-‘n-roll, met af een toe een scheut hardrock en een snuif jazz. De legendarische producer Al Kooper vergeleek het genre niet voor niets ooit met een smakelijke stoofpot.
En dat was precies wat we gedurende het volgende anderhalf uur kregen geserveerd. Met één ep en twee langspeelplaten lijkt de discografie van de band eerder beperkt, maar die staat wel vol killers (en no fillers), zodat ook dit zestal ongetwijfeld met keuzestress moet kampen bij het opstellen van een setlist. Het gros van de songs kwam uit hun tweede album, het door Matt Wallace (zie ook : Blackberry Smoke, R.E.M., Faith No More, …) geproduceerde ‘Homebound’, maar ook uit hun eerdere werk kregen we de hoogtepunten te horen.
Met Enjoy The Ride – titeltrack van hun debuut-ep en hernomen op eerste langspeler ‘Brothers’ – had de band dan ook de ideale opener meegebracht. Meer nog: meteen had de band zijn visitekaartje afgeleverd en duidelijk gemaakt waar hij voor staat: een stevige sound, gestut door drummer Alex Stolwijk en bassist-backingvocalist Johan van Dijk, daarbovenop de gloedvolle Hammond van Jordy Duitscher en het knisterende snarenwerk van sologitarist Jelle Wunderinck, en dat alles aangevoerd en aangevuurd door de krachtige, heldere vocalen van zanger-gitarist Corvin Silvester Keurhorst-van Wees en Iris Slort.
Veel tijd om te ademen kregen we niet, want in het begin volgden de salvo’s elkaar snel op; eerst met Southern Feeling (heerlijk, die Bakersfield country-intro!), en daarna met het snedige Horizon, allebei van hun eerste plaat. Na het sterke Tonight We Ride, geschreven met alle mensen die vandaag ergens voor op de vlucht zijn in gedachten, was het voor iedereen in het Predikheren een uitgemaakte zaak: “We blijven hier tot het gedaan is…” En gelijk hadden ze, want ze werden alras beloond met een aanstekelijk Queen Of Vegas, de zompige blues van Murky Waters, het door een vinnige riff aangedreven Alpharetta Rain en oorwurm Sound Of Summer, een song waarmee de band in om het even welk parallel universum geheid een dijk van een hit had gescoord.
En dan kregen we letterlijk een déjà-vu (“entendu,” eigenlijk), want ook Copperhead County had CSNY’s Almost Cut My Hair op de setlist staan, met Iris Slort op lead vocals. In het erg mooie Wide Plains nam Corvin Silvester ons vervolgens mee naar de weidse vlaktes rond Diepenveen, in het oosten van Nederland, de streek waar hij opgroeide. Het was een welgekomen rustpunt voor de finale, met niet alleen Hustlin’ & Buskin’ (weer één van hun oudere songs), een kwartje JamMan en het zalige, naar countryrock neigende Solid Ground, maar ook met de door Iris Slort gezongen cover van Can’t You See van The Marshall Tucker Band (die weleens vergeten wordt in haastig bij elkaar geharkte southern rock-lijstjes) en als absolute uitsmijter een verzengend Brothers, één van de nummers waarmee het allemaal begon voor de band.
Daarmee was de cirkel rond, want voor we er erg in hadden, was het elf uur geworden en dan gaat de stekker er onverbiddelijk uit in de Dijlestad. Tijd voor een bisnummer was er dus niet, maar de aanwezigen wier honger nog niet gestild was, konden na de set hun hart ophalen aan de merchandisestand.
Na een eerdere passage in de Gentse Crossover Music Pub, een paar jaar geleden, was dit nog maar het tweede bezoek van Copperhead County aan ons land. Wat ons betreft mag - nee, moét - daar dringend verandering in komen, want er zijn genoeg clubs, pubs, zalen en festivals waar dit zestal niet zou misstaan, en waar ze ongetwijfeld op een even warm en hartelijk onthaal zullen kunnen rekenen als woensdag in Mechelen.
