Rock Werchter 2026

Dag 1 - Gezapige openingsdag

Geert Verheyen
Werchter festivalterrein2 juli 2026

Ik heb zand in mijn zakken en wind in mijn haar. Zo heb ik Pommelien Thijs alvast de inleiding van dit stuk in gesmokkeld! De slaapzak is gewassen, de tent bij elkaar geplooid en opgeborgen tot het komende jaar en de tenen zijn uitgewassen: Rock Werchter 2026 is weer voorbij en daarmee heeft ook de bijhorende melancholie zijn intrede gedaan. Niets beter om te herbeleven dan erover te schrijven. Ziehier het gevolg: het verslag van Rock Werchter 2026.

Rock Werchter 2026
Foto: Alex Vanhee

Rock Werchter staat voor mij niet alleen voor liefde voor en beleving van (live) muziek, maar ook voor vriendschap en verbinding. Je weet van elk van die festivalbezoekers dat er een kloppend muziekhart in hen schuilt. De voorkeuren kunnen onderling verschillen, zeker, maar ik word alvast verbonden in een liefde voor muziek en dat is zo’n beetje het mooiste wat er bestaat.

Het geeft rust in het hoofd om het terrein op te wandelen en te zien dat alles hetzelfde gebleven is in het minidorpje dat Rock Werchter vormt. Alleen was dat dus dit jaar niet zo: KluB C was een stuk meer naar achteren op het festivalterrein geplaatst, op een gedeelte dat voorheen gereserveerd was voor crew. Dat had als gevolg dat het een stuk verder wandelen was van de Main Stage naar de KluB C of van The Barn naar de KluB C en omgekeerd en dat gegeven stuurde onze gehele logistiek in de war: Ik ben even misnoegd als buurman Wim over de plaatsing van KluB C en hopen van harte dat dit een eenmalig experiment was.

Het waren die praktische beslommeringen die maakten dat deze editie – met na het experimentele jaar 2025 een affiche die zeer vertrouwd aanvoelde – voor ons geen grand cru kon zijn: te veel dingen die ik wilde zien, overlapten (Gorillaz en Matt Berninger én Pixies!), heb ik van buiten The Barn moeten bekijken (David Byrne!) of speelden eenvoudigweg te kort (amper vijfendertig minuutjes Monza). Voor een bezoeker die doorgaans een stampvol schema heeft, waren er ook te veel doodse momenten waarop ik even helemaal niets had om te zien. Ik neem je graag mee in de wandel van mijn weekend!

De openingsdag van Rock Werchter begon eerder gezapig, wat prima is voor een eerste dag. Er stonden enkele Belgen achter elkaar geprogrammeerd. Ik trapte mijn festival af met Yong Yello op de Main Stage. Die droeg een T-shirt met “Kindness is cool” op, een statement waar ik het alleen maar mee eens kan zijn. Wij hebben altijd gevonden dat Yello iets knuffelbaars heeft. Net als zijn collega Zwangere Guy, die meteen na hem op het schema stond, heeft Yello het praten over zijn gevoelens tot zijn handelsmerk gemaakt zonder dat zijn coolness eronder te lijden heeft. Het kan dus echt! Yello had zijn full band, De Fanfare Van De Goede Hoop, meegebracht en dat was een grote meerwaarde. Yong Yello brengt inhoud én muzikaliteit en hij deed dat goed. Er waren enkele bijzonderheden: de nieuwe single Koppigaard werd voor het eerst gebracht en de Nederlandse rapper Sef kwam zijn aandeel op de single Zoeken Naar Wa Liefde helemaal live verzorgen.

Maar ook voor Yong Yello waren de karig toebedeelde veertig minuten te kort, We Geven Ni Op, Luchtkasteel en Waarom Ben Ik Zo Destructief? waren het energieke trio op het einde en toen was het gedaan, terwijl ik het gevoel had dat Yello net op kruissnelheid gekomen was. Een meer dan degelijk optreden, zoals ik van Yong Yello gewend ben, maar op zijn best was deze show een teaser om naar het OLT Rivierenhof te trekken later deze zomer voor nog meer Yong Yello.

Ik spoedde me opnieuw naar die ellendig verre KluB C waar Monza erin geslaagd was om een kleine volksverhuizing teweeg te brengen, iets dat ik eerlijksheidshalve niet had zien aankomen. Tegen dat ik had postgevat in de tent, had Stijn Meuris nog twee nummers voor ons in petto had: het hartverscheurende Alles Half en de onverwoestbare Belpopklassieker Van God Los. Ik zagen dat het goed was, en hoop op een meer uitgebreide reünietournee van Monza met shows langer dan vijfendertig minuten.

Zwangere Guy zette het Belgische feestje op de Main Stage verder en ook hij deed dat uitstekend. Zwangere Guy is een rasentertainer en heeft als grootste troef dat hij het hart op de tong heeft zitten. Ook nu zat het meest opmerkelijke moment van de show dan ook in de bindteksten, toen Guy er even bij bleef stilstaan dat hij het de laatste tijd best moeilijk heeft met de vaststelling dat hij, zonder dat hij wist waarom, vrienden aan het verliezen was. Het is precies daarom dat ik Zwangere Guy zo graag heb, als mens en als performer: omdat hij niet aarzelt om een inkijk te geven in de problemen waar we allemaal mee worstelen, maar die we misschien niet durven benoemen. Muzikaal was het trouwens ook meer dan in orde: met al drie albums en handenvol singles op het conto vloog het uur zo voorbij en waren er ook voor de mensen, die niet helemaal thuis waren in het oeuvre van Zwangere Guy, meer dan voldoende herkenningsmomenten.

Een mens moet af en toe ook eten en dus besloot ik om Triggerfinger te skippen, de pijn van de afwezigheid van Elvis Costello was nog te vers. Voor het Britse Yard Act maakte ik een eerste keer een oversteek naar de verre KluB C, en dat was meer dan de moeite waard. “We have one hour of fun together”, zo benoemde frontman James Smith de tijdsdruk, die hem toebedeeld was, maar Yard Act wist dat uurtje ten volle te benutten. De band brengt binnen enkele dagen (17 juli) derde album ‘You’re Gonna Need A Little Music’ uit en, aangezien de band alleen maar beter lijkt te worden, is dat iets om naar uit te kijken. Er waren dus een heleboel nummers die ik nog niet kende, maar de twee vooruitgeschoven singles Redeemer en New Beginnings waren ook op Rock Werchter hoogtepunten, We Make Hits was zijn aanstekelijke zelve en The Trench Coat Museum een acht minuten durende lap muziek, die in 2023 bijna achteloos als losse single werd gelost, zorgde voor het hoogtepunt. Yard Act speelt in de AB op vrijdag 2 oktober en wij hebben maar één advies: gaan!

Bij Loyle Carner was er iets vreemds aan de hand: de man leek het perfect naar zijn zin te hebben, maar de geluidsmix was zo middelmatig dat ik amper iets verstond van wat hij te vertellen had. Da’s jammer, want hoewel ik Carner al langer volg, had ik hem al lang niet meer live kunnen zien. Oudje Ain’t Nothing Changed kabbelde voorbij, Nobody Knows (Ladas Road) miste de Kracht die het op plaat wel heeft en Still was naar verluidt het favoriete nummer van Loyle Carner zelf, maar wist zich niet te onderscheiden. Ik weet dat Loyle Carner beter kan. Dus gewoon volgende keer beter?

Later op de avond was er iets vreemds aan de hand: hoewel The War On Drugs al lang met stip op mijn schema aangeduid stond, had ik weinig zin om ernaar toe te trekken. Een deel van die reden zat hem zeker in het feit dat er nog geen nieuwe muziek uit is sinds de vorige keren dat ik de band zag en dat ik dus wist wat ik mocht verwachten. Prachtig, jazeker, maar ik had het al enkele keren eerder gezien. En dus besloot ik om naar Tom Smith te trekken. De frontman van Editors heeft een soloalbum uitgebracht dat eerder naar de subtiele kant is en niet veel deining heeft veroorzaakt. Zijn optreden op Rock Werchter was ongeveer hetzelfde: het stemgeluid van Smith blijft indrukwekkend en songs als Sugar, Munich, An End Has A Start en het van zichzelf al subtiele The Phone Book bleven ook helemaal overeind in akoestische uitvoering, maar zo halverwege begon er toch enige verveling in ons naar boven te komen.

Op naar The Prodigy dan maar, waar The Barn ongeveer een halfuur voor de start van de show al propvol zat. Het moet zijn dat de mensen nood hadden aan een feestje. De mensen kregen waar ze om vroegen en het moest gezegd worden: ninetiesklassiekers als Poison, Smack My Bitch Up en Firestarter hadden nog helemaal niks aan kracht verloren. Al de rest klonk vanaf opener Omen strak en energiek genoeg om geen enkel moment te vervelen. Dit had gerust een slot op de Main Stage mogen zijn om iedereen weer wakker te knallen na Mumford & Sons.

← Terug naar overzicht