Rattefest
Metal verenigt mensen tot vrienden
Kris Hadermann
The Frontline, Gent — 19 februari 2005
Wat hou ik toch van de Frontline! Het kleine rechthoekige zaaltje waar koning underground nu al vele jaren heerst. Vandaag stonden er drie Belgische en twee Nederlandse gore-grind groepen op het podium dus dan weet je dat het ruig en obsceen zal worden en wil dat nu net mijn ideale combinatie zijn.

Angor Pectoris mocht het vuur aan de lont brengen en deed dat met een opvallend kort en matig optreden. Muzikaal zat het wel goed, de band speelde een foutloze set, maar deed ook niet meer dan dat. Ze stonden daar maar een beetje houterig hun playlist erdoor te jagen, de enige die het af en toe eens waagde om zich te bewegen was de zanger of de eerste gitarist. Ook raad ik deze band aan om een bassist in huis te nemen want het klonk allemaal net niet vettig genoeg om echt gore te zijn. De titels die ze hun nummers gaven klonken dan weer wel verantwoord voor zulke festivals: babyguts gorgling is er een die ik onthouden heb. Nog een gemis vond ik dat ze te weinig contact maakten met het publiek, dat is toch iets heel belangrijk tijdens een underground optreden. De enigen die op een woordje konden rekenen waren hun maten die zo vriendelijk waren om de voorste rij in te palmen zodat mijn fotos kwalitatief ondergeschikt werden.
Zoals gewoonlijk zal ik mij ook in dit verslag nog eens beklagen over de schandalige bierprijzen die men tegenwoordig vraagt. Waar is de tijd dat een frisse pint nog 40 frank kostte, nu telde ik daar 1,50 of 60 frank voor neer. Daarenboven weigerde de met overwicht kampende vrouw aan de tap om de plastieken bekertjes volledig te vullen.
Terug naar de muziek dan maar, het was inmiddels de beurt aan Leprasy, een band uit Ronse en dat hoorde je meteen aan de mensen hun accent. Maar ze deden dan toch al eens de moeite om hun publiek toe te spreken, iets wat Angor Pectoris niet zag zitten. De harem van de groep was ook aanwezig en vroeg zeker 20 keer of de muzikanten hun T-shirts wilden uitdoen. Dit werd na tien keer toch wel zo irritant dat ik zin kreeg om de teksten toe te passen op die mottige grieten. Helaas moest ik vaststellen dat de zanger aan alle drugs die legaal zijn in Belgi leek te zitten zodat er weinig zinnigs uitkwam. Wat eruit kwam tijdens de nummers was beter. Voor het eerst die avond werden onze oren geteisterd door enkele ijselijk screams. De opvoering was ook stukken beter: de haren vlogen voor het eerst tegen hoog tempo door de lucht op de tonen van enkele uitstekende riffs. Ze pakten ook uit met een mooie cover van Suffocation, waarmee ze het nog niet verleide publiek definitief naar hun hand zetten. Een titel die ik kon onthouden was Very Impressive Penis ofwel VIP. De bassist toonde zijn belang voor een geslaagd grindoptreden en stal enkele malen de show met vingervlugge solos en eigenlijk was hij ook de betere zanger op het podium. Het enige negatievere punt aan die jongen was zijn naar anders geaardheid ruikende kapsel, maar ik heb duidelijk mijn maandstonden gehad want ik ben weer de kleinste details aan het bekritiseren. Ik kan ook niets anders dan dat, voor het overige zat de show perfect in elkaar. Een goede undergroundband die gewoon zijn zanger naar een afkickcentrum moet sturen, dat is alles.
Tegen mijn zin verplaatste ik mij naar de toog waar de corpulente vrouw, die we intussen Dulle Griet gedoopt hadden, nog steeds karig met de geestrijke drank omsprong. Zoals de wetten van de biologie dat voorschrijven is het logische gevolg van drinken het uitstorten van de overbodige vloeistoffen via de urinebuis, zo ook bij mij. Toen ik dan naar een plaats vroeg om dit ongezien te kunnen doen, wees men mij een blikken constructie aan die verdacht veel weg had van de pompbakken die we op Graspop ter beschikking kregen om ons op te frissen. Met mijn edel orgaan in de hand kreeg ik plots gezelschap van de zanger van Angor Pectoris en ik sloeg een kort praatje met hem. Vriendelijke medemens wiens favoriete band Razor Grinder is.
Weer naar binnen dan want kind aan huis in de Frontline Serial Butcher was al aan het soundchecken. Zal ik maar beginnen met de enige stoorzender tijdens dit optreden voor te stellen: de tweede microfoon. De band had twee zangers waarvan tijdens twee derden van de show slechts een hoorbaar was. Wie de beste was zou ik niet kunnen zeggen want ze kregen beiden hun solomomenten en toonden alletwee over een ware stentorstem te beschikken. De blonde veroverde mijn hart door zijn Cannibal Corpse cover meat hook sodomy en deed het hele publiek vrezen voor hun trommelvliezen door een magnifieke, bijna onmenselijk gil uit zijn keel te brullen. De krullenbol blonk vooral uit door zijn humor en contact met het publiek. Tijdens sommige nummers zelfs letterlijk, want dan vond je hem tussen de menigte. Maar zij waren niet perse de opvallendste bandleden. Mijn oog viel al sinds de soundcheck op de gitarist, met weliswaar een hoog nerdgehalte, maar die met enkele razendsnelle en haarscherpe melodien en dito akkoorden zich tot mijn beste gitarist van de avond kroonde. Voor het overige overtrof Serial Butcher de voorgaande bands ruimschoots. Het publiek was het daar mee eens want voor het eerst die avond was het niet alleen de fanclub van de spelende band wiens manen bruusk opveerden. Ook de mijne en die van vele anderen probeerden zich los te rukken uit hun hoofdhuid. Op het eind kolkte zelfs de eerste moshpit van de avond. Dat zegt genoeg zeker, deze band was simpelweg de beste Belgische in zijn soort die avond. De Hollandse headliners moesten van goeden huize komen om ze te overtreffen!
Nog even gebruik maken van de diensten van de pompbak dachten we toen. Dat liep anders: bleek dat er nog zon 20 volgepropte blazen hetzelfde idee hadden en zo verkozen we het hoekje wat verder. Nadien verbroederden we nog wat met enkele leuk uitziende en goedlachse festivalgangers. Ze waren gehuld in een zwarte mantel en cowboylaarzen, echt leuk zolang hij er je geen trap mee geeft uiteraard. Toffe kerels liepen daar rond en op de duur was iedereen zowat vriend met iedereen.
Het podium was ondertussen overgenomen door de Hollanders van Cliteater. Zonder twijfel de leukste naam van de affiche, maar maken ze ook goede muziek? Wat ik op hun album hoorde klonk alvast veelbelovend en ik verwachtte dus wel een hoogstaande vertoning. En dat is dan ook precies wat ik kreeg! Op typisch Nederlandse manier liet Cliteater de Frontline ontploffen met perfect mitrailleurdrum en diepe grinds en door merg en been snijdende screams. Op een bepaald moment hing zanger Joost zelfs ondersteboven aan een van de stutbalken van het lage podium. De gitaristen hadden ook wel zin in een feestje en doken geregeld het publiek in. Doch muzikaal klonk het niet perfect en dat was te wijten aan de afstelling van de instrumenten. Dat heb je natuurlijk als je nauwelijks een soundcheck doet. Gevolg was dat onder andere de basgitaar veel te luid stond en dat de luidsprekers meermaals kraakten onder diens baslijnen. Door dat oorverdovende gebeuk kwamen de gitaren helemaal niet tot hun recht en kwam er niets van klank uit de microfoon tijdens de eerste drie nummers. Maar dat kon het half bezopen publiek niets schelen, de moshpit was eerder een valpit geworden want de dronkaards stonden, zoals dat gebruikelijk is, wat licht op hun benen. Ik voelde mij dus net iets meer aangetrokken tot het headbangende gedeelte van het publiek. Cliteater zorgde voor een waar feest ondanks dat het geheel muzikaal slecht ineen zat.
Nu strompelde daar al een de hele avond een wat gehandicapt uitziende jongen rond. Niets tegen die kerel hoor, maar hij viel gewoon op door zijn manier van doen, meerbepaald zijn manier van bewegen. Tijdens Cliteater mocht die mens op het podium, bleek dat hij de mascotte was van beide Nederlandse bands die avond. Joost noemde hem Peter maar later zou hij door die andere groep Jimmy genoemd worden. Wie hij ook mag zijn, hij mocht als eerste een tochtje op de handen van het publiek maken. En dat vond hij leuk hoor, hij schaterde van het lachen. Ook waagde hij zich aan de moshpits maar daar bleef hij geen drie seconden overeind. Zonder meer was hij een van de meest memorabele attracties van de avond, we spraken hem dan ook even aan en al bij al leek hij echt wel een deftige vent te zijn. Zo zie je maar dat metal voor iedereen is!
Een paar pinten en bijhorende lozingen later maakten we ons op voor Rompeprop en probeer die naam maar eens op zn Hollands uit te spreken, je lacht je dood. Tijdens de soundcheck leken die jongens net als iedere band die avond heel gewoon gekleed op het podium te zullen komen maar deze sympathieke band had op dat vlak al meteen een verrassing in petto: Ze kwamen allemaal besmeurd met een rode substantie (wellicht bedoeld als bloed) het podium op. De drummer in bloot bovenlijf, de zanger-gitarist in wat je kan vergelijken met een pyjama en de bassist in een oorspronkelijk wit, maar door het bloed roosgekleurde pak in combinatie met een dito masker la Slipknot. Bovendien hadden ze een babypop aan hun drumstel gespiesd en het speelgoed overgoten met diezelfde rode vloeistof. Qua uitstraling was Rompeprop dus al vanaf de eerste seconden geslaagd. Na een luisterbeurt van hun album wist ik dat het stemgeluid onmogelijk menselijk voortgebracht kon worden. Er stonden dan ook twee micros klaar: een met voiceprocessor en een zonder dit elektronische hulpmiddel. Aanvankelijk stond de voiceprocessor veel te laag, uiteindelijk klonk hij naar behoren.
Deze Nederlanders deden wel een soundcheck en dat loonde overduidelijk: de gitaren perfect, zowel traag als tijdens de versnellingen. De trommels dreunden met zon kracht dat de vetrollen van de serveuse ervan trilden en de basgitaar klonk zo vettig dat je elke toon van de bovenste snaar tot in je kleine teen kon voelen sidderen. Perfecte gore-grind met andere woorden en met nummers over Pelikanenlullen, dode buurvrouwen en eikelschimmels was het nog lachen geblazen ook. Vooral de manier waarop de frontman zijn nummers inleidde was met momenten kurkdroog en hilarisch. Ook onze mentaal minder bedeelde kwam nog eens in de spotlights te staan, dit keer als Jimmy. Enkele zatlappen volgden zijn voorbeeld als stagediver. Moet ik dan nog zeggen dat Rompeprop insloeg als een atoombom op een Japanse stad? Bij deze gebeurd dus.
Na nog een pilsje in de Tequila, waar we nog een paar nieuwe vrienden en vriendinnen maakten, stond onze trein ons na een lange nacht op te wachen.
Zoals gewoonlijk zal ik mij ook in dit verslag nog eens beklagen over de schandalige bierprijzen die men tegenwoordig vraagt. Waar is de tijd dat een frisse pint nog 40 frank kostte, nu telde ik daar 1,50 of 60 frank voor neer. Daarenboven weigerde de met overwicht kampende vrouw aan de tap om de plastieken bekertjes volledig te vullen.
Terug naar de muziek dan maar, het was inmiddels de beurt aan Leprasy, een band uit Ronse en dat hoorde je meteen aan de mensen hun accent. Maar ze deden dan toch al eens de moeite om hun publiek toe te spreken, iets wat Angor Pectoris niet zag zitten. De harem van de groep was ook aanwezig en vroeg zeker 20 keer of de muzikanten hun T-shirts wilden uitdoen. Dit werd na tien keer toch wel zo irritant dat ik zin kreeg om de teksten toe te passen op die mottige grieten. Helaas moest ik vaststellen dat de zanger aan alle drugs die legaal zijn in Belgi leek te zitten zodat er weinig zinnigs uitkwam. Wat eruit kwam tijdens de nummers was beter. Voor het eerst die avond werden onze oren geteisterd door enkele ijselijk screams. De opvoering was ook stukken beter: de haren vlogen voor het eerst tegen hoog tempo door de lucht op de tonen van enkele uitstekende riffs. Ze pakten ook uit met een mooie cover van Suffocation, waarmee ze het nog niet verleide publiek definitief naar hun hand zetten. Een titel die ik kon onthouden was Very Impressive Penis ofwel VIP. De bassist toonde zijn belang voor een geslaagd grindoptreden en stal enkele malen de show met vingervlugge solos en eigenlijk was hij ook de betere zanger op het podium. Het enige negatievere punt aan die jongen was zijn naar anders geaardheid ruikende kapsel, maar ik heb duidelijk mijn maandstonden gehad want ik ben weer de kleinste details aan het bekritiseren. Ik kan ook niets anders dan dat, voor het overige zat de show perfect in elkaar. Een goede undergroundband die gewoon zijn zanger naar een afkickcentrum moet sturen, dat is alles.
Tegen mijn zin verplaatste ik mij naar de toog waar de corpulente vrouw, die we intussen Dulle Griet gedoopt hadden, nog steeds karig met de geestrijke drank omsprong. Zoals de wetten van de biologie dat voorschrijven is het logische gevolg van drinken het uitstorten van de overbodige vloeistoffen via de urinebuis, zo ook bij mij. Toen ik dan naar een plaats vroeg om dit ongezien te kunnen doen, wees men mij een blikken constructie aan die verdacht veel weg had van de pompbakken die we op Graspop ter beschikking kregen om ons op te frissen. Met mijn edel orgaan in de hand kreeg ik plots gezelschap van de zanger van Angor Pectoris en ik sloeg een kort praatje met hem. Vriendelijke medemens wiens favoriete band Razor Grinder is.
Weer naar binnen dan want kind aan huis in de Frontline Serial Butcher was al aan het soundchecken. Zal ik maar beginnen met de enige stoorzender tijdens dit optreden voor te stellen: de tweede microfoon. De band had twee zangers waarvan tijdens twee derden van de show slechts een hoorbaar was. Wie de beste was zou ik niet kunnen zeggen want ze kregen beiden hun solomomenten en toonden alletwee over een ware stentorstem te beschikken. De blonde veroverde mijn hart door zijn Cannibal Corpse cover meat hook sodomy en deed het hele publiek vrezen voor hun trommelvliezen door een magnifieke, bijna onmenselijk gil uit zijn keel te brullen. De krullenbol blonk vooral uit door zijn humor en contact met het publiek. Tijdens sommige nummers zelfs letterlijk, want dan vond je hem tussen de menigte. Maar zij waren niet perse de opvallendste bandleden. Mijn oog viel al sinds de soundcheck op de gitarist, met weliswaar een hoog nerdgehalte, maar die met enkele razendsnelle en haarscherpe melodien en dito akkoorden zich tot mijn beste gitarist van de avond kroonde. Voor het overige overtrof Serial Butcher de voorgaande bands ruimschoots. Het publiek was het daar mee eens want voor het eerst die avond was het niet alleen de fanclub van de spelende band wiens manen bruusk opveerden. Ook de mijne en die van vele anderen probeerden zich los te rukken uit hun hoofdhuid. Op het eind kolkte zelfs de eerste moshpit van de avond. Dat zegt genoeg zeker, deze band was simpelweg de beste Belgische in zijn soort die avond. De Hollandse headliners moesten van goeden huize komen om ze te overtreffen!
Nog even gebruik maken van de diensten van de pompbak dachten we toen. Dat liep anders: bleek dat er nog zon 20 volgepropte blazen hetzelfde idee hadden en zo verkozen we het hoekje wat verder. Nadien verbroederden we nog wat met enkele leuk uitziende en goedlachse festivalgangers. Ze waren gehuld in een zwarte mantel en cowboylaarzen, echt leuk zolang hij er je geen trap mee geeft uiteraard. Toffe kerels liepen daar rond en op de duur was iedereen zowat vriend met iedereen.
Het podium was ondertussen overgenomen door de Hollanders van Cliteater. Zonder twijfel de leukste naam van de affiche, maar maken ze ook goede muziek? Wat ik op hun album hoorde klonk alvast veelbelovend en ik verwachtte dus wel een hoogstaande vertoning. En dat is dan ook precies wat ik kreeg! Op typisch Nederlandse manier liet Cliteater de Frontline ontploffen met perfect mitrailleurdrum en diepe grinds en door merg en been snijdende screams. Op een bepaald moment hing zanger Joost zelfs ondersteboven aan een van de stutbalken van het lage podium. De gitaristen hadden ook wel zin in een feestje en doken geregeld het publiek in. Doch muzikaal klonk het niet perfect en dat was te wijten aan de afstelling van de instrumenten. Dat heb je natuurlijk als je nauwelijks een soundcheck doet. Gevolg was dat onder andere de basgitaar veel te luid stond en dat de luidsprekers meermaals kraakten onder diens baslijnen. Door dat oorverdovende gebeuk kwamen de gitaren helemaal niet tot hun recht en kwam er niets van klank uit de microfoon tijdens de eerste drie nummers. Maar dat kon het half bezopen publiek niets schelen, de moshpit was eerder een valpit geworden want de dronkaards stonden, zoals dat gebruikelijk is, wat licht op hun benen. Ik voelde mij dus net iets meer aangetrokken tot het headbangende gedeelte van het publiek. Cliteater zorgde voor een waar feest ondanks dat het geheel muzikaal slecht ineen zat.
Nu strompelde daar al een de hele avond een wat gehandicapt uitziende jongen rond. Niets tegen die kerel hoor, maar hij viel gewoon op door zijn manier van doen, meerbepaald zijn manier van bewegen. Tijdens Cliteater mocht die mens op het podium, bleek dat hij de mascotte was van beide Nederlandse bands die avond. Joost noemde hem Peter maar later zou hij door die andere groep Jimmy genoemd worden. Wie hij ook mag zijn, hij mocht als eerste een tochtje op de handen van het publiek maken. En dat vond hij leuk hoor, hij schaterde van het lachen. Ook waagde hij zich aan de moshpits maar daar bleef hij geen drie seconden overeind. Zonder meer was hij een van de meest memorabele attracties van de avond, we spraken hem dan ook even aan en al bij al leek hij echt wel een deftige vent te zijn. Zo zie je maar dat metal voor iedereen is!
Een paar pinten en bijhorende lozingen later maakten we ons op voor Rompeprop en probeer die naam maar eens op zn Hollands uit te spreken, je lacht je dood. Tijdens de soundcheck leken die jongens net als iedere band die avond heel gewoon gekleed op het podium te zullen komen maar deze sympathieke band had op dat vlak al meteen een verrassing in petto: Ze kwamen allemaal besmeurd met een rode substantie (wellicht bedoeld als bloed) het podium op. De drummer in bloot bovenlijf, de zanger-gitarist in wat je kan vergelijken met een pyjama en de bassist in een oorspronkelijk wit, maar door het bloed roosgekleurde pak in combinatie met een dito masker la Slipknot. Bovendien hadden ze een babypop aan hun drumstel gespiesd en het speelgoed overgoten met diezelfde rode vloeistof. Qua uitstraling was Rompeprop dus al vanaf de eerste seconden geslaagd. Na een luisterbeurt van hun album wist ik dat het stemgeluid onmogelijk menselijk voortgebracht kon worden. Er stonden dan ook twee micros klaar: een met voiceprocessor en een zonder dit elektronische hulpmiddel. Aanvankelijk stond de voiceprocessor veel te laag, uiteindelijk klonk hij naar behoren.
Deze Nederlanders deden wel een soundcheck en dat loonde overduidelijk: de gitaren perfect, zowel traag als tijdens de versnellingen. De trommels dreunden met zon kracht dat de vetrollen van de serveuse ervan trilden en de basgitaar klonk zo vettig dat je elke toon van de bovenste snaar tot in je kleine teen kon voelen sidderen. Perfecte gore-grind met andere woorden en met nummers over Pelikanenlullen, dode buurvrouwen en eikelschimmels was het nog lachen geblazen ook. Vooral de manier waarop de frontman zijn nummers inleidde was met momenten kurkdroog en hilarisch. Ook onze mentaal minder bedeelde kwam nog eens in de spotlights te staan, dit keer als Jimmy. Enkele zatlappen volgden zijn voorbeeld als stagediver. Moet ik dan nog zeggen dat Rompeprop insloeg als een atoombom op een Japanse stad? Bij deze gebeurd dus.
Na nog een pilsje in de Tequila, waar we nog een paar nieuwe vrienden en vriendinnen maakten, stond onze trein ons na een lange nacht op te wachen.
