Megadeth
De verrijzenis van Dave Mustaine en band
Vincent Merckx
10 februari 2005
Mustaine kondigde al eerder aan dat dit het laatste Megadethalbum zou worden en dat hij in de toekomst een solocarrire plant. De nadruk lag dus sterk op zijn persoontje. Als een echte frontman betrad hij als laatste het podium om zijn vingervlugge handen onder een twee uren durende set te zetten. Onze mening.

De eerste indruk was echter een slechte: nog meer dan bij andere genres is bij metal het degelijk in n vloeiend geluid gieten van gierende gitaren en donderende drums een echte uitdaging. Een uitdaging die de P.A. duidelijk niet helemaal aankon, en dus bewees Megadeth bij de eerste twee nummers dat liggen op een spijkerbed weldegelijk pijn kan doen. Dat deed het met een geluidsmuur, eendimensionaler en vlakker dan de gemiddelde beddenplank, en stelselmatig gefilterd van elke bastoon. Resultaat: een prachtig geslaagde messcherpe geluidsbrij die al meteen voor nazoem in de oren deed vrezen. Ook de micro toonde zich van z'n koppigste kant door stelselmatig dienst te weigeren.
Het euvel werd na drie nummers echter zo goed mogelijk verholpen (of was het enkel de gewenning die optrad?) waardoor de aandacht nu naar het concert zelf kon gaan. De band begon met enkele nieuwe nummers om dan al vrij vlug de klassiekers aan te snijden; eerst nog enkele "jongere" als 'Trust' om dan over te gaan op rasechte speedpareltjes. Zo scheurden onder andere 'Hangar 18' en 'Tornado of Souls' voorbij. Opmerkelijk was de keuze die Mustaine maakte om enkel het einde van die andere metalanthem, 'Peace Sells', te spelen. Hij breide het handig, mits tussenstukje, aan Black Sabbath's 'Paranoid'. Eindigen deed de band met 'Holy Wars' - alweer een nummer uit het meesterwerkje "Rust in Piece". De nummers van 'the System Has Failed' vormden de roze draad van het optreden. Terwijl 'Kick the Chair' en 'Something That I'm Not' even energiek klonken als op het album, kregen ook enkele minder overtuigende nummers live een nieuw stel kloten aangemeten. Enkel het ronduit irriterende 'Die Dead Enough' (dat vreemd genoeg de eerste single van het nieuwe album werd) en 'of Mice and Men' slaagden er niet helemaal in te overtuigen.
'of Mice and Men' werd trouwens opgedragen aan wijlen Dimebag Darrell, een geste die voor de kentering in het optreden zorgde. Terwijl het eerst vooral apathie troef was (zowel bij de band als in het publiek), raakte de vaart er toen pas echt in. Het is een mankementje dat Mustaine al sinds het ontstaan van Megadeth in '83 met zich meesleept: zijn passieve podiumprsence is al dikwijls onderwerp van discussie geweest. Zelden iemand een energieke muzieksoort als deze met zo weinig punch zien brengen; zelfs het grommetje dat een op dreef gekomen Mustaine gisteren liet horen leek, in vergelijking met de brul van Machine Head's Rob Flynn, eerder op de doodsreutel van een platgewalste lepreuze cavia dan op een uiting van agressie. Dat is voor elke degelijke Megadeth-aanhanger echter een ingecalculeerd feit, waardoor dit opmerken al gauw voor kommaneukerij versleten wordt.
Mustaine toonde zich gisteren immers niet alleen van z'n passieve kant: naast zijn zo kenmerkende smerige stemgeluid zorgde het gitaarspel voor een auditief en visueel vuurwerk van jewelste. Neem daarbij akte van het feit dat de man na een ernstig polsletsel drie jaar geleden opnieuw moest leren gitaar spelen, en het respect voor wat hij uit die eens zo gehavende pols schudde groeit zienderogen. Net geen mirakel - wie weet zit z'n recente bekering tot het Christendom er voor iets tussen. Mustaine was ook opvallend nuchter: terwijl we zijn podiumgezwalp eerst nog aan de alcohol wilden toeschrijven, bleek al gauw dat hij de afkickkuur ook in Europa heeft kunnen volhouden. Geen dronkemansgezever op de schaarse momenten dat hij het publiek toesprak, noch wazige blik: Mustaine zag er ronduit fris en gezond uit en dat is ooit nog wel anders geweest.
Dave Mustaine veroverde met z'n legertje huurlingen (voor de volledigheid: Glen Drover op de tweede gitaar, James MacDonough op de bas en Shawn Drover op de drum) onder de naam Megadeth gisteren nogmaals ons hart, en vice versa: hij straalde tijdens de vijf minuten van wederzijds handjeklap bij afloop van het concert. Als we 's mans afsluitende "see you again" lekker opportunistisch interpreteren mogen we de gitaarhalfgod met karakteristieke vlammende kruin en ditto flying v-gitaar deze zomer op het podium van Graspop verwachten. In afwachting zit er niets anders op dan duimen, kaarsjes branden... en luchtgitaren.
Het euvel werd na drie nummers echter zo goed mogelijk verholpen (of was het enkel de gewenning die optrad?) waardoor de aandacht nu naar het concert zelf kon gaan. De band begon met enkele nieuwe nummers om dan al vrij vlug de klassiekers aan te snijden; eerst nog enkele "jongere" als 'Trust' om dan over te gaan op rasechte speedpareltjes. Zo scheurden onder andere 'Hangar 18' en 'Tornado of Souls' voorbij. Opmerkelijk was de keuze die Mustaine maakte om enkel het einde van die andere metalanthem, 'Peace Sells', te spelen. Hij breide het handig, mits tussenstukje, aan Black Sabbath's 'Paranoid'. Eindigen deed de band met 'Holy Wars' - alweer een nummer uit het meesterwerkje "Rust in Piece". De nummers van 'the System Has Failed' vormden de roze draad van het optreden. Terwijl 'Kick the Chair' en 'Something That I'm Not' even energiek klonken als op het album, kregen ook enkele minder overtuigende nummers live een nieuw stel kloten aangemeten. Enkel het ronduit irriterende 'Die Dead Enough' (dat vreemd genoeg de eerste single van het nieuwe album werd) en 'of Mice and Men' slaagden er niet helemaal in te overtuigen.
'of Mice and Men' werd trouwens opgedragen aan wijlen Dimebag Darrell, een geste die voor de kentering in het optreden zorgde. Terwijl het eerst vooral apathie troef was (zowel bij de band als in het publiek), raakte de vaart er toen pas echt in. Het is een mankementje dat Mustaine al sinds het ontstaan van Megadeth in '83 met zich meesleept: zijn passieve podiumprsence is al dikwijls onderwerp van discussie geweest. Zelden iemand een energieke muzieksoort als deze met zo weinig punch zien brengen; zelfs het grommetje dat een op dreef gekomen Mustaine gisteren liet horen leek, in vergelijking met de brul van Machine Head's Rob Flynn, eerder op de doodsreutel van een platgewalste lepreuze cavia dan op een uiting van agressie. Dat is voor elke degelijke Megadeth-aanhanger echter een ingecalculeerd feit, waardoor dit opmerken al gauw voor kommaneukerij versleten wordt.
Mustaine toonde zich gisteren immers niet alleen van z'n passieve kant: naast zijn zo kenmerkende smerige stemgeluid zorgde het gitaarspel voor een auditief en visueel vuurwerk van jewelste. Neem daarbij akte van het feit dat de man na een ernstig polsletsel drie jaar geleden opnieuw moest leren gitaar spelen, en het respect voor wat hij uit die eens zo gehavende pols schudde groeit zienderogen. Net geen mirakel - wie weet zit z'n recente bekering tot het Christendom er voor iets tussen. Mustaine was ook opvallend nuchter: terwijl we zijn podiumgezwalp eerst nog aan de alcohol wilden toeschrijven, bleek al gauw dat hij de afkickkuur ook in Europa heeft kunnen volhouden. Geen dronkemansgezever op de schaarse momenten dat hij het publiek toesprak, noch wazige blik: Mustaine zag er ronduit fris en gezond uit en dat is ooit nog wel anders geweest.
Dave Mustaine veroverde met z'n legertje huurlingen (voor de volledigheid: Glen Drover op de tweede gitaar, James MacDonough op de bas en Shawn Drover op de drum) onder de naam Megadeth gisteren nogmaals ons hart, en vice versa: hij straalde tijdens de vijf minuten van wederzijds handjeklap bij afloop van het concert. Als we 's mans afsluitende "see you again" lekker opportunistisch interpreteren mogen we de gitaarhalfgod met karakteristieke vlammende kruin en ditto flying v-gitaar deze zomer op het podium van Graspop verwachten. In afwachting zit er niets anders op dan duimen, kaarsjes branden... en luchtgitaren.
