Dour Festival

Een finale die beter was dan de troosting in het voetbal

Kristof Van Landschoot
Plaine de la Machine a Feu, Dour18 juli 2026

Zouden ze het voetbal tonen op een groot scherm? Het leek opportuun, aangezien er toch heel wat Fransen aanwezig waren, en hun team tegen dat van Engeland speelde. Aan de andere kant, zo krijgen de artiesten minder publiek voor zich. Het leek geen evidente keuze voor de organisatie.

Dour Festival
Foto: Bert Gysemans

Lézard sprak het publiek aan in het Engels. Met een Franse groepsnaam in francofoon gebied was dat een gewaagde zet, zeker met de halve finale tussen Frankrijk en Engeland in het vooruitzicht. Hun album heet 'Que Se Passe-t-il', en ze bedankten ook met "Merci", dus we mochten toch uitgaan van een basiskennis van de lokale taal.

Zij toeren dat het geen naam heeft en worden her en der genoemd als een nieuwe belofte. Voor ons was het een kennismaking, en we zagen slechts een deel van de show. Echt origineel klonk het niet, maar dat was ook nooit de bedoeling. Ze vermelden hun invloeden (Devo, LCD Soundsystem, Talking Heads) in hun bio op hun website. Zelf moesten we aan YACHT terugdenken (wie herinnert zich die nog?). Graag zien we ze nog eens terug voor een thuispubliek, tijdens de Gentse Feesten in de Kinky Star, bijvoorbeeld. Dat komt vast iets steviger binnen dan in de kleine tent van Atelier, op een al te vroeg uur.

Van Bob Vylan wisten we dat die "Death to the IDF" had geroepen, en dat het leven hem daarom nu zuur werd gemaakt. Allicht stond er iemand van de staatsveiligheid in het publiek, het tegendeel zou verwonderen.

Wat die dan hoorde was punkrock. Wat die dan zag waren een drummer en een zanger, want alle gitaarpartijen en de rest stond op band. En wat die ook zag, was de boodschap "Bob Vylan is killing punkrock" groot geprojecteerd. Dat die van de staatsveiligheid zich daar maar eens mee bezig houden, want punkrock is een beschermde muzieksoort aan het worden. Het aantal bands dat het zich nog kan permitteren om met een voltallige band op tournee te gaan daalt elk jaar, en iedereen neemt het op voor de armen en de onderdrukten. Maar ze komen wel allemaal naar een duur festival om voor rijke mensen te spelen.

Het mankement aan livemuzikanten deed wat af aan de ervaring. Van dj's is het eigen aan de stiel dat ze met enkel een USB-stick reizen, van jonge popmuzikanten zoals Yoa gisteren kun je nog begrijpen dat ze de middelen niet hebben om veel mensen te betalen. Maar van een activistische punkrocker zou je toch vermoeden dat hij een roadie kan vinden die gitaar kan spelen?

Geef ons dan maar Ellis-D. Die doet alles zelf, tot zijn eigen label runnen toe, maar brengt wel vier muzikanten mee om live op te treden. Dat er weinig volk kwam opdagen in de al kleine Atelier-tent leek hem een beetje van zijn stuk te brengen, maar dat veranderde verder niks aan de energie die hij in zijn performance stak. Dit was ook punkrock, maar met haakjes, interessante songstructuren, onverwachte wendingen. Dat als uitsmijter Barry White werd gespeeld (Let The Music Play) nam ons nog meer voor de man in.

En Fatdog stond met zes op het podium, waaronder een violist en een saxofoniste. En met Ellis-D op drums! Ze gaven een energiek optreden, dat ergens het midden hield tussen punkrock, folk en techno. Onmiddellijk sprong de zanger in het publiek, waar hij het liefst staat te zingen.

Ook bij TVOD telden we zes muzikanten op het kleine podium. Deze New Yorkers moesten het hebben van strakke baslijnen en een frontman die zijn vak serieus nam, tot het spuwen en een pint over zijn hoofd uitgieten toe. Het leek wat pose, maar de muziek klonk strak.

Ellis-D en TVOD waren de meest genietbare acts geweest van onze punkrock-verpozing. Het werd weer tijd om het roer om te gooien.

Naar Meryl bijvoorbeeld, eigenlijk op goed geluk, want haar kennen deden we niet. Deze uit Martinique afkomstige Franse maakt muziek tussen rap en pop, steunend op vettige dancehall beats. Het bleek populair genoeg om de Boombox te doen vollopen, en ze vuurde een resem korte hits in sneltempo af, als schudde ze ze uit haar mouw. Shatta Confessions was er zo één, dat in een sappig taaltje werd gezongen, iets waarvan we soms enkele Franse uitdrukkingen verstonden ("pa ka" betekent "pas capable" toch?).

Uit Instructions noteerden we "Fè labèt fè pap, pap, pap, pap, toudi mwen kon boutèy wonm". Wie weet wat het betekent, mag het ons komen zeggen. In ieder geval, een Boombox vol twerkende mensen was exact de energieopstoot die we ons konden wensen op dit moment van de dag.

Eén van de concerten waar we het meest hadden naar uitgekeken was dat van Blawan, die met zijn album 'SickElixir' een grensverleggend stuk experimentele technomuziek had gemaakt. Live stond hij achter een scherm of twee, en keek soms zelf verwonderd op van de geluiden die eruit kwamen. Het klonk donker en storend, gestoord misschien zelfs. Het was dansbaar, maar niet gemakkelijk beluisterbaar. Het was het beste wat we al hadden meegemaakt vandaag.

Ondertussen was de voetbalwedstrijd begonnen, en dat werd een doelpuntenfestijn. Gelijktijdig waren er op alle podia tegelijkertijd dingen die we wilden zien. We pikten een beetje Horsegirl mee, maar dat bleek ons iets te plat en leek vooral op de gimmick van dat paardenmasker te leunen.

In de Dub Corner speelde Le Motel een dj-set. We schreven gisteren nog dat daar geen plaats was voor superstar-dj's, maar Le Motel is toch een van de bekendste Belgen onder de dj's en producers. Hij hield zich aan het dub-genre, en mixte nummer na nummer vlot in elkaar. Dat is een techniciteit die andere "selectors" in deze Dub Corner meestal achterwege laten, maar als afsluiter mocht het hier blijkbaar. Zelfs een remix van The Chemical Brothers Hey Boy Hey Girl mocht.

Het was een hint voor ons om naar The Last Arena te gaan en de Chemical Brother met zijn Tomora-project te gaan proeven. Het is een samenwerking van Tom Rowlands, een van de broertjes, met Aurora, een Noorse zangeres.

Eén zangeres, jawel, maar ze werd schijnbaar vergezeld van een dubbelganger op het podium. Beiden maakten deel uit van de indrukwekkende visuele show. Op grote schermen werden hun gezichten geprojecteerd in heel gestileerde beelden, die deden denken aan dat optreden van The Chemical Brothers uit 2018 hier, waar iedereen nog altijd naar refereert.

Tom Rowlands weet beats in elkaar te knutselen, en de muziek droeg onmiskenbaar de stempel van The Chemical Brothers. De folkachtige stem van Aurora erbij tilde het geheel naar een heel genietbaar niveau. Met visuals van een roze kattenkop kwam er met In A Minute een wending die enkel psychedelisch te noemen was.

Was deze muziek onder de noemer The Chemical Brothers uitgekomen, het had vast een groter publiek getrokken, want nu stond The Last Arena er nogal leeg bij. Spijtig, want dit was sterk.

We hadden bij iemand die wat meer thuis is in het gabbermilieu onze teleurstelling uitgesproken over het optreden van Holy Priest gisteren, dat toch een beetje slapjes was in dat genre. Die raadde aan om naar Unicorn On K te gaan, en aangezien er nog wat energie over was, gingen we daar nog een halfuur jumpen als een zot.

Dit was inderdaad de ketamineshot die het beloofde te zijn. In sneltempo volgde de ene springhit na de andere. Meer dan de op de hit van Anyma gebaseerde virale medley "I know I should sleep but the voices in my head go...", dat telkens werd gevolgd door een klassieker in het genre hadden we niet nodig om nog een adrenalineshot te krijgen die bleef duren tot in de vroege uurtjes.

Na elke hit die hij introduceerde, stak de dj met eenhoornmasker enthousiast zijn handen in de lucht, als had hij weer een doelpunt gescoord.

En het was waar: wat een finale hadden we meegemaakt, deze zaterdag! Het voetbal was er niks tegen!

Dour '26 - 18/7/26

← Terug naar overzicht