Dour Festival
Komt hij of komt hij niet?
Kristof Van Landschoot
Plaine de la Machine a Feu, Dour — 17 juli 2026
Om kwart voor vijf in de namiddag op een wei te belanden is niet evident, en alles ligt er nog heel erg verlaten bij. In de Boombox staat een band te rappen voor een quasi lege tent. Maar dat is niet uitzonderlijk voor Dour, en al zeker niet op dit uur. Dat merkten we ook in vorige jaargangen op.

Het deed het ergste vermoeden voor Camille Yembe, maar kijk, in La Petite Maison Dans La Prairie was toch aardig wat volk komen opdagen. En naarmate het concert vorderde, kwamen er mensen bij, zodat de tent tegen het einde bijna vol kon genoemd worden.
Vorig jaar was ze hier ook, en werd toen als tip genoemd door de vrt. Dat bleek een jaar later, met haar debuutalbum in de rekken, geheel terecht. Ze heeft fantastische nummers geschreven, die ze enthousiast bracht samen met een bassist en een drummer. In de achtergrond liep een tape mee met de rest van de arrangementen. Vooral Je n'ai jamais dit à personne, een gevoelig nummer over opgroeien in de marge, greep naar de keel. Wie weet waarom dit nog geen wereldhit is mag het komen uitleggen.
Peur de quoi? hield hetzelfde register aan, gezongen vanop een barstoel, maar daarna mocht het vrolijker en dansbaarder, zoals in Coups de soleil of Rien à fêter. In dat laatste nummer zingt ze dat ze jong, lelijk en zwart is, met platte neus, dat er niks om te feesten is, en toch werd het op vrolijk applaus onthaald. Nochtans, Camille Yembe is jong, zwart, mooi en heeft binnenkort de wereld aan haar voeten. Toch als het aan ons ligt.
Ão speelde op het hoofdpodium, maar daar hadden we dus het grootste deel van gemist. Voor wat we zagen van de laatste twee nummers begrijpen we ongeveer waarom de band de wind in de zeilen heeft.
In La Petite Maison Dans La Prairie volgde de Franse Yoa, ook zo'n mooie jonge artieste die de frustraties over een schoonheidsideaal van zich afschrijft in mooie popsongs. De parallellen met Camille Yembe zijn groot. Luister maar naar 2013, ook een nummer over groot worden in de marge, toen ze dertien was en vol twijfels en problemen. Een moeilijke puberteit bleek andermaal een onuitputtelijke inspiratiebron.
Hier werden de muzikanten zelfs achterwege gelaten, Yoa stond alleen op het podium, gewapend met enkel een microfoon, en enkele keren vergezeld van twee danseressen. Alles wat je hoorde was vooraf opgenomen, zelfs haar eigen stem. Ze hoefde enkel maar mee te zingen, en zelfs dat deed ze niet altijd. Net zo goed stond ze met haar indrukwekkende haardos te headbangen op iets wat een technobanger leek.
Haar beste nummer hield ze voor het einde. Chanson triste gaat over een eenzame avond in het gezelschap van Pornhub en slechte films, mijmerend over een verloren relatie. Ook dit was tegelijk aangrijpend en dansbaar.
Al jaren is de Dub Corner een oase weg van de pompende beats uit de Balzaal, of de kletterende raps van de hiphop. Als je ons niet gelooft, lees het in De Standaard, dat het er gisteren ook over had.
Een uit de kluiten gewassen soundsystem werd hier vereerd, niet de dj. We gingen langs terwijl Lewis Bennett aan het spelen was, een rijzende ster in het dubmilieu, maar die stelde zich even nederig op als de rest van de line-up hier. Een plaat werd opgevolgd door een andere, zonder beatmatching of pitchshifting of wat al niet. Hier geen handjes in de lucht, geen opgepompt gedoe, maar een zalige, gezapige, zonovergoten sfeer.
Even dachten we terug aan het superconcert van Mike Skinner vorig jaar hier, toen een beat deed denken aan diens Let's Push Things Forward. Het was niet dat nummer, maar de gedachte leek toch toepasselijk. De vooruitgang bestond erin een stapje terug te nemen, een beetje trager te gaan, te relativeren, te genieten. Misschien moesten we toch eens beginnen te sparen voor een dreadlock.
En dan kwam toch weer een aanval van FOMO. We hadden de kans om een kwartier LEFTO EARLY BIRD mee te pikken in de Balzaal, voor Peaches aan haar set begon.
Vroegere jaren mocht die hier een volledige namiddag programmeren, maar langzaamaan erodeerde dat voorrecht. Allicht was wat hij programmeerde niet altijd commercieel succesvol, maar als je het overzicht van wat hij allemaal op Dour introduceerde bekeek, vorig jaar in zijn terugblik op dertig jaar carrière, dan kun je dat alleen maar indrukwekkend noemen.
Stank voor dank. De plaats voor Lefto was dus nu in de Balzaal, tussen een lange lijst van ongeïnspireerde, onervaren dj's, en enkele beloftevolle jongelingen. Hij liet het zich niet aan het hart komen, en maakte reclame voor Kiosk-radio, zijn vaste stek in het Warandepark, waar wij op zondagavond al eens graag passeren, om naar zijn muziekselectie te luisteren. Dat is een luxe waar de Balzaal nooit tegenop zal kunnen, al waren de visuals erbij nog zo leuk.
Grenzen verleggen is wat Peaches al jaren doet. Zestig is ze ondertussen, en nog altijd stond ze zonder veel kleren aan het lijf seks-positieve boodschappen te verkondigen op een podium. Het was haar recht, net zoals het het recht is van mensen om vrij te kunnen leven. Transmensen, homoseksuele mensen, Palestijnse mensen kregen allemaal hun verdediging in de show, door middel van een slogan op een T-shirt vooral.
Op eentje stond "Queef the rich", en we dachten even dat het een spelfout was, maar blijkbaar is "queef" het werkwoord voor vaginale scheten laten. Het zou leuk geweest zijn, ware het niet dat het saai was, en van een bedenkelijk niveau.
We beseften dat we eigenlijk stonden te wachten op Fuck The Pain Away, een nummer dat zonder de broertjes Dewaele allicht nooit een hit was geworden. Spijtig genoeg moesten we voor ze dat nummer zong haar kerk verlaten. Right back at ya, perzikje van me.
Komt hij of komt hij niet? We hadden gegokt dat Stromae een verschijning zou maken tijdens Orelsan's La Pluie, en wilden dat voor geen geld missen. We hadden Angèle al niet zien springen bij Amelie Lens donderdagavond, maar geef toe, dat had niemand zien aankomen.
Maar Orelsan kwam met een concept. Hij had een film gemaakt, en de soundtrack erbij, en heel het concert werd volgens die verhaallijn ingedeeld in vier hoofdstukken. Verder was er een imposant decor met heel leuke speciale effecten waarvoor kosten noch moeite waren gespaard.
Er waren nepgevechten met monsters, er waren fake groupies die door de security moesten worden afgeschud, er waren verborgen liften, trappen en deuren, die naar etages leidden die zich schijnbaar bevonden in een Japanse traditionele woning, of in een landschap met Mount Fuji op de achtergrond.
Op een gegeven moment leek Orelsan er zelfs twee keer te staan, maar bleek dat hij zich ongemerkt had laten vervangen door een dubbelganger en terug in zijn vorige kostuum opgedoken was aan de andere kant van het podium.
En ondertussen werd een indrukwekkende reeks van hits gespeeld. In een medley liet hij de grootste in snel tempo passeren. Daartussen zat een flard uit La Pluie, zonder Stromae, wat onze hoop op een gastverschijning de kop indrukte. In die medley werd van jaar naar jaar gesprongen. Pour le pire uit 2009, À l'heure où je me couche uit 2015, en La Pluie dus, uit 2017. Het was indrukwekkend hoeveel hitmateriaal er in korte tijd werd doorgeduwd.
En het was des te indrukwekkender dat er voor de rest van de set nog een heleboel hits overbleven. De Franse Eminem wordt hij wel eens genoemd, maar afgaande op het aantal nummers dat hier woord voor woord werd meegezongen heeft de man meer hits dan Eminem in zijn stoutste dromen.
Het was een indrukwekkende kennismaking voor ons. Nadien kwam echter het mannetje met de hamer dat zei dat het tijd was om naar huis te gaan. We probeerden nog even Atelier uit, de nieuwe kleine tent die Le Garage moet doen vergeten. Er stond Frost Children, een broer en zus uit New York. Ze bleken de mosterd bij Nid & Sancy uit Gent gehaald te hebben, of daar deed hun trashy elektropunk heel erg aan denken.
We zagen nog dat de tent voor Mechatok quasi leeg bleef, en het werd koud zonder publiek om ons heen. Het was tijd om af te sluiten.

