The Snarlin' Yarns - The Remedy

The Snarlin' Yarns

Marc Goossens20 juli 2026

The Remedy

Heeft u het ook even gehad met gladde producties, technische perfectie en vlekkeloze vocalen? Dan raden we u ‘The Remedy’ aan van The Snarlin’ Yarns, een plaat die nog het best kan omschreven worden als de overtreffende trap van gemoedelijkheid, ongedwongenheid én speelplezier. En daar mag inderdaad al eens een uitschuiver tussen zitten.

Neen, voor de poen, de roem en de prijzen doen ze het niet, The Snarlin’ Yarns. Veel verder dan geregeld een keer gezellig bij elkaar komen, iedereen zijn ding laten doen en dan kijken waar ze uitkomen, reiken hun plannen blijkbaar niet. Maar zolang dit platen oplevert zoals dit heerlijke ‘The Remedy’ hebben wij geen bezwaar. Op hun derde langspeelplaat slagen ze er beter dan ooit in – letterlijk en figuurlijk – de juiste snaar te raken.

Noem hen ook niet gewoon “een band”, want dat willen ze nadrukkelijk niet zijn. Daarvoor zijn de vijf leden onderling te verschillend, en net dat is hetgeen ze willen uitspelen als hun grote sterkte. Iedereen is frontman of -vrouw, iedereen is songschrijver, en naar aloude bluegrasstraditie stellen ze zich bij het musiceren – of dat nu is in de studio, op het podium of tijdens het repeteren – op in hoefijzerformatie. Op die manier houden ze oogcontact met elkaar, en kunnen ze tijdens het spelen reageren op elkaars improvisaties.

Zelf omschrijft het vijftal zijn muziek als “beat grass” en “freak folk”. Dat zijn twee overkoepelende begrippen, waaronder tal van stijlen schuilen. Dat er bluegrass en folk in zit kon u wel raden, maar we horen er ook de volksmuziek uit de Appalachen, gospel, country en skiffle in. En om het allemaal nog wat doller en onvoorspelbaarder te maken, is er ook nog een echte beatpoëet die de hele plaat lang de songs vol ratelt met zijn geïmproviseerde versregels. Maar hij is niet de enige vreemde vogel in dit collectief, want eigenlijk hebben ze alle vijf hun eigenheid die ze meebrengen naar hun bijeenkomsten.

Mara Brown (zang, viool) houdt zich buiten The Snarlin’ Yarns ook nog bezig met hedendaagse en Keltische folk, indiepop en klassiek. Schrijver Ryan Ridge en zijn contrabassist zijn veelgevraagd in country- en honky-tonk middens. William Pollett (zang, gitaar, percussie) werkt graag samen met traditionele singer-songwriters, indie- en lofi-bands en heeft zelfs een metalverleden. Tommy Dolph (zang, gitaar, banjo-ukelele, accordeon, piano, mondharmonica en meer) is dan weer een grote fan van Ierse punk en folk (lees: The Pogues). Dichter Abraham Smith tot slot leent zijn ritmische poëzie niet alleen uit aan The Snarlin’ Yarns, maar ook aan avant-gardejazzmuzikanten.

Er liggen dus heel wat - qua vorm onderling verschillende - ijzers in het vuur, maar eens ze zich in de Friendly Electric Sound Studio bevinden in hun woonplaats Ogden, Utah, smeden ze daar één krachtig wapen uit om neerslachtige gevoelens te lijf te gaan. Of, zoals de titelsong het zelf al aangeeft: “The remedy is the song, the melody is in your head, the music is where it’s at”. We hebben onszelf erbij gesleurd als proefpersoon, en geloof ons: het werkt!

Dat doen ze in tien aanstekelijke, organische tracks, waarin dus alleen akoestische instrumenten te horen zijn en de vijf stemmen die elkaar afwisselen, aanvullen en bijspringen. De naam van het collectief geeft ook het best weer wat u op deze plaat kan verwachten: ongepolijste, ietwat rommelige (“snarlin’”) muzikale verhalen en anekdotes (“yarns”). Die imperfectie deert ons evenwel niet, integendeel, die komt de oprechtheid en de authenticiteit alleen maar ten goede.

Moeten we hoogtepunten aanstippen op ‘The Remedy’? Liever niet, maar als u er echt op staat willen we wel meegeven dat opener Shipwreck, Let It Slide, Time, Riverdale Road en vooral de titeltrack hardnekkig blijven kleven aan onze hersenpan, waardoor de sfeerbarometer hier thuis steevast “mooi weer” aangeeft.

← Terug naar overzicht