Kill Your Darlings
Zot!
Christophe Demunter
Muziekcentrum Goedleven, Oostakker — 13 september 2026
Een slordige zevenendertig Belgische artiesten laten aanrukken in één lang gerekte namiddag, dat was het al even gedurfde als knotsgekke plan van Muziekcentrum Goedleven in de Gentse randgemeente Oostakker. Zondag kon je er tussen 12u en 21u elk kwartier een andere band checken, op twee podia die op ongeveer vijf meter sloffen van elkaar lagen. Het werd een gezellige, muzikale ontdekkingstocht voor muzikanten die een publiek en een podium zochten en voor een publiek dat open stond voor droomnajagers van zestien tot zesenzestig jaar. In de loop van de dag hoorden we Rik Bontinck van Lightspeed onderstrepen hoe belangrijk dit soort showcase-evenementen is voor de scene. Gelijk had hij. Inderdaad een initiatief dat voor herhaling vatbaar is.

We onthouden je een schrijfsel over elke band, maar pikken er een aantal uit die ons opvielen. Wegens een beetje nood aan uitslapen na een lange zaterdag Leffingeleuren, beperken we ons tot de tweede helft van het festival (met welgemeende excuses aan de bands die tussen het ontiegelijk vroeg middaguur en halfvier op het podium stonden in Oostakker).
Eén van de eerste acts, die we meepikten, was Yde Asja, een jonge singer-songwriter (verpakt in een Earth-T-shirt van Neil Young) die ietwat onconventioneel aan de gitaar frunnikte, maar toch mooie breekbare liedjes bracht. Slotnummer (van drie) Oh Boy mondde uit in een gezellig canon met de zaal, waarbij het publiek na haar – u raadt het al – "Oh boy" mocht herhalen. Oh boy, dit was goed.
Letterlijk breekbaar werd het dan weer bij Bonakar. Losgeslagen garagepunk uit de diepste krochten van het Gentse nachtleven, die voelde alsof je kop tussen een motorkap werd gesmasht. Punk zoals punk bedoeld is. De zanger droeg een Sloeber-T-shirt (het Oudenaardse bier). Sloebers waren deze jongens alleszins!
'Kill Your Darlings' programmeerde acts uit alle muzikale windstreken. Na het rauwe geweld van Bonakar konden we een paar sessies later bezinnen bij Justees, twee jonge twintigers die rustig hiphoppend je ziel binnenslopen. Hiphop ontdaan van alle franjes en pathos, haast onthaastend en introvert. Maar toch werd de zaal tijdens het laatste lied verleid om stilletjes mee te zingen. Mooi moment!
Nel Mertens was niet alleen de poëtische aankondigster van dienst de hele dag door (wat een bloedmooie inleidingen waarin elk woord en elke spatie perfect in elkaar pasten!) maar mocht met partner in crime JP en de (niet meer zo) nieuwe drummer ook een drietal nummers brengen. Nel & JP zetten als trio een machtige postpunk-sound neer, doorweven met haar - hoe kan het ook anders? - poëtische overpeinzingen over het leven en over de maatschappij rondom ons.
Didier is niet echt een ronkende bandnaam en zelfs al hing de sludgy hardcore rond de twaalf in een dozijn, dit stelletje ongeregeld kaapte vlotjes de imaginaire publieksprijs weg. Tijdens een showcase voor moshpits, stagedivers en crowdsurfers zorgen? Faut le faire! Een set van amper tien minuten die voelde als een uitputtingsmokerslag van drie kwartier. Pfff!
Er zou nog meer subtiel lawijt volgen, want een halfuurtje later was het de beurt aan Geitenvel. Tijdens de ultrakorte soundcheck hoorden we de gitarist vragen: “Alle vocals uit mijn monitor alsjeblieft”. Hij had duidelijk ervaring met de stembanden van zanger Jonathan Vervaeck. Een verwittigd gitarist is er twee waard, quoi? De band werd aangekondigd als “sensationele struikroverspunk”, een piratenvlag die de lading buskruit meer dan dekte. Amper twintig uur nadat we hen de grasstrook naast de kerk van Leffinge tot waanzin hadden zien drijven, raasden ze ook in Oostakker als een tweeëntwintigsteëeuwse incarnatie van Belgian Asociality door je trommelvliezen met songs over krantenbezorgers (De Perspelikaan) of gokverslaafden (Koning Kras). Anarchie troef, maar wel de enige band met een heuse papieren setlist… voor een set van vier nummertjes.
Nog meer punk kregen we door de strot geramd door Abelaer. Punk met cello, that is. We onthouden vooral dat de tweede song het geweer van schouder veranderde zoals alleen Mike Patton en Faith No More dat kunnen: een boogie werd aangekondigd, en zowaar, duo’s in het publiek zetten een trouwfeestwaardige swing in… die naadloos overging in een moshpit. We zagen al veel gebeuren op een dansvloer, maar dit?, nee dit nog niet.
We waren zonder grote planning naar Oostakker gefietst, maar als er één band was waar we echt wel naar uitkeken, was het Stoelen En Banken. Al eventjes een naam die over de lippen gaat. Volkomen terecht, zo bleek in Goedleven. Op zijn simpelst kunnen we dit drietal omschrijven als Brutus next level, maar eigenlijk was het zoveel meer. Lizzy Ryckaert was niet vies van een streepje trompet en laveerde moeiteloos tussen dromerig zingen, schreeuwen en koolmijndiep grunten. De harmonieuze samenzangen van krijsen en grunten met bassiste Oona Geelen hadden iets van een Beach Boys from hell. Dat deze band het letterlijk en figuurlijk ver kan schoppen, moeten we niet – kleffe-woordspeling-alert! – onder stoelen of banken steken.
Zonder twijfel een geslaagd (en broodnodig) festival. Toen we na het afsluitend optreden van Fragment de zaal verlieten, hoorden we de brulboei van Geitenvel tegen organisator Didier Becu zeggen: “Wat een zot evenement was dat!!”. Welnu, meer hebben wij daar niet aan toe te voegen.
