The Jayhawks
Weerhaken en vonken
Stefaan Van Slycken
De Casino, Sint-Niklaas — 20 september 2026
Ze zijn de missing link tussen The Beatles en Wilco. Het is melodieuze pop met weerhaakjes, een engelenkoor met de baard in de keel en op de kaken. Tien jaar na de laatste passage in ons land stonden ze in de Casino, de missing link tussen onze living en de Roma, om de recentste plaat voor te stellen. Het werd een bijzonder concert, al was het maar omdat het er even op leek dat het het laatste zou kunnen worden van frontman Gary Louris.
Sympathieke Engelsman Dave Fidler mocht het publiek eerst een half uurtje warmte geven met sympathieke liedjes op akoestische gitaar en mondharmonica met enige zelfrelativering in de bindteksten. De open gitaarstemmingen en fancy akkoorden roepen de geest op van Crosby, Stills, Nash and Young, en wie bijvoorbeeld The Water eens opsnort, zal horen dat die referentie niet beperkt blijft tot één nummer. Het dreigde soms een beetje zoetsappig te worden – dat gebeurt bijna altijd als singer-songwriters iets voor of over hun kinderen pennen – maar als de man ooit nog eens met een band passeert, ziet u ons weer op de eerste rij staan.
Daar stonden we ook voor The Jayhawks, "front and centre", zoals het een echte liefhebber betaamt. Recht voor de gitaarversterkers voor een volle dosis van het geronk van een Gretsch en de gortdroge plank-met-snaren-klank van een SG. Live zit er meer graine, meer weerhaakjes, meer schuurpapier op The Jayhawks dan op de tot in de perfectie geproducete platen. Alsof je een fotomodel (m/v) zonder make-up in een T-shirt en jeans door je huis ziet paraderen. Genieten dus, al is dat mogelijkerwijs afhankelijk van het fotomodel dat u voor ogen heeft.
‘Sanctuary Park’ heet de nieuwe plaat, en ze is goed. De songs klinken alsof ze altijd al in het oeuvre van de band gezeten hebben en passen dan ook naadloos in de set. Het “oh-oh-oh” uit set- en plaatopener Keeping Our Heads Above Water zal fans van Ozark Henry misschien bekend in de oren klinken, maar met de donkere gitaren van The Man Who Loved Life en Angelyne – mogen we het een hit noemen? – bewees deze band toch wel van een andere categorie te zijn. De meerstemmige vocalen zijn op plaat uit duizenden te herkennen en live stelde de band niet teleur. Driekwart van het combo zong op het juiste moment het juiste accentje, terwijl bassist Marc Perlman leuke licks verstopte in een sublieme groove. Naar het publiek kijken deed hij evenwel niet; de nek van de bas, de hoek van de gitaarkoffer of de stilaan warm wordende Orval van Gary Louris leken interessanter.

De vonken spatten er bij Wichita vanaf, al was dat iets te letterlijk op te vatten. Een aardingsprobleem met de gitaarversterkers zorgde voor gevaarlijk klinkend gekraak op het moment dat Louris de microfoon raakte met de snaren van de gitaar. Na een beetje geloop van de roadies tijdens de spontane jam werd beslist op gevaar van eigen leven door te spelen. Louris verkocht de microfoon tijdens de rest van de set nog een klap of twee nadat hij zelf eerst een paar tikken had gekregen. Het getuigt van doorzettingsvermogen, net als veertig jaar met quasi dezelfde band prachtige muziek maken.
Het refreintje “Smile when you’re down”, uit Smile vatte het concert samen: perfecte melancholische popsongs van drie minuten of minder met zowel vocale als instrumentale virtuositeit, al lijkt het allemaal uit de losse pols. Blue en Save It For A Rainy Day maakten het plaatje compleet. We hebben al veel verder gereden en veel meer geld neergeteld voor concerten die niet aan de hielen kwamen van deze avond. We begrepen de fans die speciaal uit Zürich, Parijs en Maastricht gekomen waren. Wij gaan ook geen tien jaar meer wachten om The Jayhawks nog eens te zien, al moeten we er een halve dag voor rijden.

