Johnny Dowd - Jim White
?Welcome to Hellwood! Roots music may never be the same.?
Guy Kennis
Ancienne Belgique, Brussel — 5 oktober 2006
Hellwood is Jim White en Johnny Dowd (met drummer Willie B alias Brian Wilson). Hel en verdoemenis vanuit marginaal Amerika. Twee buitenstaanders met een missie.


De muziek van Hellwood is geen Americana pur sang of in country gedrenkte folk. Dit is rock! Het stuiterende Shicken Shack (met een aan Radar love van de Golden Earring ontleende riff) botst langs alle kanten tegen de muren van de AB club, funky en vol met weerhaken. Al in het tweede nummer komt er zowaar een goeie ouderwetse drumsolo voorbij geraasd.
Heel het optreden door blijkt dat Hellwood een groep is die het experiment niet schuwt. Een in wezen simpele blues wordt één dreigende brok muziek, door de betonmolen gehaald en dan in zijn pure vorm terug uitgespuwd tegen een hoog volume (soms stond het wel wat hard voor de kleine club).
Jim White speelt niet alleen gitaar maar heeft een hele hoop andere spullen naast zich liggen: een speelgoedmicrofoon, een kazoo, een kindertamboerijn en nog een hoop percussie waarvan hij in sommige nummers uiterst geconcentreerd gebruik maakt.
Thank You Lord, het openingsnummer van de cd ‘Chainsaw of life’, zit al vroeg in de set. In deze controversiële song krijgt God de schuld van orkaan Katrina, de aanslag op de Twin Towers en van zowat alle andere ellende in de wereld. De plaat is echter in Amerika (nog) niet uitgekomen en dus komt er uit die hoek weinig reactie. Het is ook niet te verwonderen dat de heren op het label van David Byrne zitten, de legendarische frontman van Talking Heads van wie ook wel eens werd beweerd dat hij ze niet allemaal op een rijtje heeft.
Thomas Dorsey is een vertrouwde Johnny Dowd-song met een dreigende ondertoon als de tweede stem overneemt: “Devil Music is all that I know”. White verzacht de meest sinistere kantjes van Dowd die op zijn beurt Whites muziek wat ruwer maakt. Willie B nestelt zich daar al muzikale duizendpoot tussenin.

Netjes midden in de set zat het mooie A Man Loves His Wife en het eerste kippenvelmoment. Het contrast met de harde muziek vooraf is frappant. Jim White vertelt, begeleid door een romantisch deuntje hoe een koppel tot een wanhoopsdaad wordt gedreven: “They grew tired of the fireworks of love”.
In de houding, de blik van Jim White zie je constant die verwondering, die aparte invalshoek op de werkelijkheid. Wanneer iemand in het Nederlands iets naar het podium roept antwoordt White onmiddellijk: “I hear words that I cannot understand and that’s a shame, something is lost”. Op een ander moment vertelt hij plagerig dat Johnny Dowd hem ertoe verleid heeft luide rock gitaar te spelen en zijn akoestische gitaar en zijn singer-songwriter verleden achter zich te laten, alsof Dowd de duivel in eigen persoon is. Maar Dowd (de ex-verhuizer) is de kwaadste nog niet. Jim White mag het optreden mooi afsluiten in zijn eentje: “A bar is a church with beer” of was het nu net andersom?
Het is ook mooi om te zien hoe Dowd en White échte vrienden zijn. De bindteksten tussen de liedjes liegen er niet om. Dit is nog net geen stand-up komedie. Gortdroge opmerkingen vliegen over en weer. Wanneer Dowd vertelt over een bijna-dood ervaring tijdens een sneeuwstorm in Nebraska, doet de drummer doodleuk én voor zijn micro een blikje bier open. Waarop White dan weer antwoordt : “Yeah, the famous beer ice storm”. Het verhaal krijgen we verder niet meer te horen, de song gelukkig wel.
Een mooie rol was er nog weggelegd voor toetsenman Mike Stark (ook een lid van de vaste begeleidingsgroep van Johnny Dowd).
Met het album ‘Chainsaw of Life’ verbreden beide heren het universum van rootsmuziek. Met dit boeiende optreden bewijzen ze dat ze die bizarre wereld van hun songs ook op een podium tot leven kunnen brengen.
