The Waterboys ft. Steve Earle

Transatlantisch verbond

Stefaan Van Slycken
Openluchttheater Rivierenhof, Deurne11 september 2026

De ‘Fisherman’s Blues’ van Mike Scott blijven maar duren. Na de onvermijdelijke remaster van de plaat bracht 2013 een zesdelige box met de vermeend complete opnames, en dit jaar verscheen driedubbelaar ‘Atlantic Rain’, met verloren opnames, die Scotts nieuwe platenfirma nog opdiepte uit de talloze uren tape die tussen 1986 en 1988 werden volgespeeld. Daarbij hoort ook de Fisherman’s Blues Revue Tour, waarbij The Waterboys versterking krijgen van Steve Earle. Een dag later speelde de band in de O2 Arena, maar het zou ons verwonderen als de sfeer en de klank daar zou goed zouden waren als in het immer feeërieke Rivierenhof.

The Waterboys ft. Steve Earle
Foto: OLT Rivierenhof

De set werd afgetrapt met een verschroeiend Don’t Bang The Drum. Scott gaf dadelijk toe dat dat van op ‘This Is The Sea’ komt, maar “we’ve got a long night ahead of us.” En die nacht zou voor elk wat wils brengen. In de eerste set wisselden publiekslievelingen als A Girl Called Johnny – je weet dat het een hit is als tientallen smartphones beginnen filmen – en The Whole Of The Moon af met een doorleefd gezongen How Long Will I Love You en een schitterend The Pan Whithin. Oudgediende Steve Wickham, naast Mike Scott de enige van de acht huidige Waterboys die op ‘Fisherman’s Blues’ meespeelde, voegde zich bij de groep vanaf een snijdend We Will Not Be Lovers.

Op hun best duren Waterboys-songs makkelijk acht minuten, maar lijken ze voorbij in een intense vloek en een zucht. Strange Boat en het getoonzette gedicht The Stolen Child van W.B. Yeats kabbelden dan wel weer zo rustig voort dat ze langer leken te duren dan ze werkelijk zijn. De elementen die ons altijd wat dwars zitten bij The Waterboys waren niet veranderd: die absurde cowboyhoed en oversized zonnebril van Mike Scott, het hoge carnavalgehalte van (overigens muzikaal zeer sterke) toetsenist Brother Paul, en de soms wat bedenkelijke arrangementen zoals de jarentachtig-Casioklank van de keyboardsolo van A Girl Called Johnny, de wat misplaatste pedalsteel op The Whole Of The Moon, of die nogal clichématige tin whistle en dwarsfluit op The Stolen Child. Je denkt er onmiddellijk een goedkoop kostuumdrama bij.

In de tweede set werden de glooiende, met schapen en fiedelmuziek gevulde Schotse en Ierse heuvels ingeruild voor een landschap met meer cactussen en stuifzand, waar de Stetson zijn natuurlijke habitat heeft en Steve Earle zijn wortels. The Waterboys deden een handvol songs lang dienst als zeer verdienstelijke backingband voor Earles ouwe krakers als Copperhead Road, Guitar Town, I Ain’t Ever Satisfied en de mooie, nagenoeg solo gebrachte ballad My Old Friend The Blues. Ondanks de zeer beladen datum van het concert beperkte Earle zich qua politieke uitlatingen tot een korte inleiding bij zijn recente met Los Lobos opgenomen single Volver A Celaya. Dat hij daarbij de huidige president van zijn land een asshole noemde was uiteraard niet verwonderlijk; zijn opmerking dat zijn vroegere werkmakkers in de bouw niet over de grens gekomen zijn, maar dat de grens over hèn gegaan is, is dan weer een zeer rake observatie. Jammer genoeg stond Jerusalem niet op de setlist; het is er nochtans een tijdperk voor.

Earles songs en vooral zijn stem klonken rauw, en het contrast tussen de Ierse en Schotse folkinvloeden en Americana miste soms wat eenheid. Meestal viel alles echter wel in zijn plooi. Het is weinig bands gegeven om overtuigend zowel klanken uit de Britse eilanden als de Verenigde Staten geloofwaardig neer te zetten. The Rolling Stones – van wie Dead Flowers hier gecoverd werd – moeten zowat de enigen zijn, naast The Waterboys dus. Er werd eerst gevraagd Has Anybody Here Seen Hank?, waarna de eerst door Waylon Jennings uitgesproken vraag volgde, Are You Sure Hank Done It This Way.

Het einde van het concert bracht geen grote verrassingen met And A Bang On The Ear en bisnummers The Galway Girl, Fisherman’s Blues – we hoorden het al pakkender en gedrevener – en Will The Circle Be Unbroken. Wie had gehoopt op een paar obscure nummers uit de recente outtakes bleef op zijn honger, en de opname van Jumpin’ Jack Flash die speelde bij het ontruimen van het amfitheater, een bonustrack op ‘All Souls Hill’, hadden we live ook wel kunnen smaken. Dat zijn echter maar notities in de marge; The Waterboys en Steve Earle wisten de folk- en rootsmuziek van beide kanten van de oceaan meestal tot een geheel te smeden, en in het huidige klimaat worden geslaagde transatlantische samenwerkingen een zeldzaamheid.

← Terug naar overzicht