Parkpop
Parkpop, een gratis festival: geen contradictorisc
Floris Lepercq
festivalterrein Zuiderpark, Den Haag — 26 juni 2005
Dat ze in Nederland ook geslaagde festivals kunnen organiseren (denkend aan het mindere pinkpop) werd vorig weekend bewezen met het jubilerend parkpop in Den Haag. De Hollanders gaan er prat op het beste en grootste gratis festival van Europa te hebben. Wel, ze komen vrij dicht in de buurt!

Het Zuiderpark in Den Haag was afgeladen vol. Maar liefst 350.000 man was afgezakt voor de 25ste editie van Parkpop, en dit was niet te verwonderen met het prachtige zomerweer. Maar niet alleen het weer zorgde voor een mooie dag, ook de affiche sprak tot de verbeelding van menig arm student. Elvis Costello, Within Temptation, Zita Swoon, Gabril Rios, Tokyo Ska Paridise Orchestra, en ga zo maar een eindje door.
Het park, een gedroomde locatie voor een festival, was verdeeld in 3 grote zones, met elk zijn podium: the Yellow, the Green en the Local Stage. 3 podia die elk op een verschillend publiek doelde: respectievelijk de bekendere hedendaagse pop, de ouwe rotten, en het plaatselijk onbekende talent.
De dag begon op de Local Stage, die zo even uit 2 podia naast elkaar bestond, dit voor de vlugge wissels. Als volbloed Gentenaar kende ik natuurlijk geen van die plaatselijke delicatesses, maar als opwarming van het betere werk gingen ze gemakkelijk naar binnen. Een bespreking van hiervan is zo goed als onbegonnen zaak daar er maar liefst 15 bands stonden op 1 dag. En zeg nu zelf; als je de keuze hebt tussen pakweg Zita Swoon of Drowned, dan is die vrij snel gemaakt. We onthouden wel een paar uitschieters zoals Melanocaster en Grechokos Doll.
Maar dan over naar het serieuzere werk. De wei (het klinkt een pak meer festival dan park) geraakte in een stroomversnelling bij het gelijktijdige optreden van Gabril Rios en Tokyo Ska Paridise Orchestra. Rios kennen we natuurlijk allemaal al een hele eind, maar in Les Pays Bas is hij zo goed als onbekend. De sfeer zat er goed in, en dit was niet alleen gelegen aan de overhangende rook van geestesverruimende drugs. Neen, de fiere Gentenaar zette de wei in vuur en vlam door zijn Puerto-Ricaanse ritmes; exact wat parkpop nodig had. Een gratis festival heeft namelijk altijd een kern enthousiaste bierbuiken die komen voor het plezier en niet direct voor 1 specifieke band.
Met Tokyo Ska Paridise Orchestra gokte de organisatie op het zelfde paard als Gabril Rios, maar dan iets opzwepender. Op het podium stonden een tiental halfgare Jappanners in ditto blauw kostuum het ene skanummer na het andere te spelen, en het moet gezegd worden: het was kostelijk. De band was de absolute revelatie van Parkpop, wat ook bleek aan de reactie van het publiek. Er was zowaar een pit bij een ska band. Blijkbaar zijn ze in het verre Oosten al een hit, en bij ons zal het dus ook niet lang meer duren voor we iets van die mannen horen.
De volgende afspraak, na een typische Hollandse ontgoocheling (een pintje) was Fish. De bombastische muziek was een overgang tussen het protserige ska en de meer delicate funkpop van Zita Swoon. De band was goed op dreef en het zou een uitermate geslaagd concert worden, ware het niet dat de bas in overdrive ging en constant een irritante brom losliet. Het werd op momenten zelfs zo hels dat iedereen naar de oren moest grijpen om de befaamde zoem de dag erna al niet op het moment zelf te hebben. De conclusie is er n van zonde en nog eens zonde. We hopen volgend jaar op een rematch voor Fish.
Maar dan was het de hoogste tijd voor die rare kwast in zijn knalroze maatpak die met zijn beste moves een worp deed op Wacko Jackos troon der danspasjes. U begrijpt al over wie ik het heb, Stef Kamiel Karlens swingde gelijk geen ander, en het publiek zag dat het goed was en zwierde menig ledemaat in de juiste ritmes. Zita Swoon is gewoon een verdomd geliede live band. Muzikaal zat zowat alles perfect, en met een knotsgekke frontman kon het optreden dan ook allesbehalve stuk.
Tot dusver besprak ik de Yellow Stage, nu even over naar de Green. Als we naar de Green Stage kijken moeten we dit doen vanuit een ander standpunt doen als we gewoon zijn. De gemiddelde leeftijd van het publiek was zon 15 jaar ouder, en dan spreken we nog niet over die van de artiesten. De Haagse Beatnach en De Dijk, 2 Haagse Rock & Roll covergroepen die de nummers van weleer speelden, waren eigenlijk het voorprogramma van Elvis Costello. De 2 groepen maakten er een leuke boel van, maar je moest even je oren en kritiek thuis laten.
Met Elvis Costello and The Imposers, de hoofdact van de dag, werd het muzikaal niveau een stuk hoger gebracht. Costello, die overigens ook op Werchter speelde, begon zijn set op een rustig gezapig tempootje dat deed vermoeden dat het concert voor hem maar een gratis tussendoortje was. Langzamerhand geraakte de sfeer erin en zijne hoogheid begon zich net als het publiek te amuseren. Er volgde een salvo van ingetogen nummers, afgewisseld met strakke blues gitaarrifs en orgelsolos. Spijtig genoeg was alweer de roadie achter de mengtafel in slaap gevallen, maar deze keer had zijn hoofd de schuif van de synthesizer volledig opengehaald. Costello was nog maar amper te horen, laat staan zijn gitaar. Die slordigheden werkten niet alleen het publiek, maar Costello zelf op de zenuwen, en de set eindigde zoals hij begon: in mineur. Toch bleven een aantal puike nummers hangen, en Costello blijft top, wat ook later op Werchter bleek.
Lichtjes ontgoocheld ging de meute dan richting Yellow Stage voor de laatste etappe: Within Temptation. Ruim 100.000 man stond te kijken, dus een verrekijker zou handig geweest zijn.. Doch niet getreurd want bij de opstelling van het podium was hiermee rekening gehouden en alles bleef goed zichtbaar. Within Temptation, die de dag ervoor nog op Graspop speelde legde een foutloos parcours af. Meer zat er echter niet in, het leek wel of ze een goed ingestudeerde repetitie afwerkte. Spontaan rees het woord vlak op.
De echte ziel van de Gothic kwam op geen enkel moment boven drijven, maar gelukkig zonk Within Temptation zelf niet.
De conclusie is er n van tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds overheerst de gemoedelijke sfeer wanneer je de achterliggende velden vol liggende gezellig keuvelende mensen zag, anderzijds was er de te grote muzikale ontgoocheling. Die Hollanders kunnen wat festivals bouwen toch maar nog eens hier komen kijken, en dan doel ik vooral op de kunst der bier brouwen en het afregelen der geluid.
Het park, een gedroomde locatie voor een festival, was verdeeld in 3 grote zones, met elk zijn podium: the Yellow, the Green en the Local Stage. 3 podia die elk op een verschillend publiek doelde: respectievelijk de bekendere hedendaagse pop, de ouwe rotten, en het plaatselijk onbekende talent.
De dag begon op de Local Stage, die zo even uit 2 podia naast elkaar bestond, dit voor de vlugge wissels. Als volbloed Gentenaar kende ik natuurlijk geen van die plaatselijke delicatesses, maar als opwarming van het betere werk gingen ze gemakkelijk naar binnen. Een bespreking van hiervan is zo goed als onbegonnen zaak daar er maar liefst 15 bands stonden op 1 dag. En zeg nu zelf; als je de keuze hebt tussen pakweg Zita Swoon of Drowned, dan is die vrij snel gemaakt. We onthouden wel een paar uitschieters zoals Melanocaster en Grechokos Doll.
Maar dan over naar het serieuzere werk. De wei (het klinkt een pak meer festival dan park) geraakte in een stroomversnelling bij het gelijktijdige optreden van Gabril Rios en Tokyo Ska Paridise Orchestra. Rios kennen we natuurlijk allemaal al een hele eind, maar in Les Pays Bas is hij zo goed als onbekend. De sfeer zat er goed in, en dit was niet alleen gelegen aan de overhangende rook van geestesverruimende drugs. Neen, de fiere Gentenaar zette de wei in vuur en vlam door zijn Puerto-Ricaanse ritmes; exact wat parkpop nodig had. Een gratis festival heeft namelijk altijd een kern enthousiaste bierbuiken die komen voor het plezier en niet direct voor 1 specifieke band.
Met Tokyo Ska Paridise Orchestra gokte de organisatie op het zelfde paard als Gabril Rios, maar dan iets opzwepender. Op het podium stonden een tiental halfgare Jappanners in ditto blauw kostuum het ene skanummer na het andere te spelen, en het moet gezegd worden: het was kostelijk. De band was de absolute revelatie van Parkpop, wat ook bleek aan de reactie van het publiek. Er was zowaar een pit bij een ska band. Blijkbaar zijn ze in het verre Oosten al een hit, en bij ons zal het dus ook niet lang meer duren voor we iets van die mannen horen.
De volgende afspraak, na een typische Hollandse ontgoocheling (een pintje) was Fish. De bombastische muziek was een overgang tussen het protserige ska en de meer delicate funkpop van Zita Swoon. De band was goed op dreef en het zou een uitermate geslaagd concert worden, ware het niet dat de bas in overdrive ging en constant een irritante brom losliet. Het werd op momenten zelfs zo hels dat iedereen naar de oren moest grijpen om de befaamde zoem de dag erna al niet op het moment zelf te hebben. De conclusie is er n van zonde en nog eens zonde. We hopen volgend jaar op een rematch voor Fish.
Maar dan was het de hoogste tijd voor die rare kwast in zijn knalroze maatpak die met zijn beste moves een worp deed op Wacko Jackos troon der danspasjes. U begrijpt al over wie ik het heb, Stef Kamiel Karlens swingde gelijk geen ander, en het publiek zag dat het goed was en zwierde menig ledemaat in de juiste ritmes. Zita Swoon is gewoon een verdomd geliede live band. Muzikaal zat zowat alles perfect, en met een knotsgekke frontman kon het optreden dan ook allesbehalve stuk.
Tot dusver besprak ik de Yellow Stage, nu even over naar de Green. Als we naar de Green Stage kijken moeten we dit doen vanuit een ander standpunt doen als we gewoon zijn. De gemiddelde leeftijd van het publiek was zon 15 jaar ouder, en dan spreken we nog niet over die van de artiesten. De Haagse Beatnach en De Dijk, 2 Haagse Rock & Roll covergroepen die de nummers van weleer speelden, waren eigenlijk het voorprogramma van Elvis Costello. De 2 groepen maakten er een leuke boel van, maar je moest even je oren en kritiek thuis laten.
Met Elvis Costello and The Imposers, de hoofdact van de dag, werd het muzikaal niveau een stuk hoger gebracht. Costello, die overigens ook op Werchter speelde, begon zijn set op een rustig gezapig tempootje dat deed vermoeden dat het concert voor hem maar een gratis tussendoortje was. Langzamerhand geraakte de sfeer erin en zijne hoogheid begon zich net als het publiek te amuseren. Er volgde een salvo van ingetogen nummers, afgewisseld met strakke blues gitaarrifs en orgelsolos. Spijtig genoeg was alweer de roadie achter de mengtafel in slaap gevallen, maar deze keer had zijn hoofd de schuif van de synthesizer volledig opengehaald. Costello was nog maar amper te horen, laat staan zijn gitaar. Die slordigheden werkten niet alleen het publiek, maar Costello zelf op de zenuwen, en de set eindigde zoals hij begon: in mineur. Toch bleven een aantal puike nummers hangen, en Costello blijft top, wat ook later op Werchter bleek.
Lichtjes ontgoocheld ging de meute dan richting Yellow Stage voor de laatste etappe: Within Temptation. Ruim 100.000 man stond te kijken, dus een verrekijker zou handig geweest zijn.. Doch niet getreurd want bij de opstelling van het podium was hiermee rekening gehouden en alles bleef goed zichtbaar. Within Temptation, die de dag ervoor nog op Graspop speelde legde een foutloos parcours af. Meer zat er echter niet in, het leek wel of ze een goed ingestudeerde repetitie afwerkte. Spontaan rees het woord vlak op.
De echte ziel van de Gothic kwam op geen enkel moment boven drijven, maar gelukkig zonk Within Temptation zelf niet.
De conclusie is er n van tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds overheerst de gemoedelijke sfeer wanneer je de achterliggende velden vol liggende gezellig keuvelende mensen zag, anderzijds was er de te grote muzikale ontgoocheling. Die Hollanders kunnen wat festivals bouwen toch maar nog eens hier komen kijken, en dan doel ik vooral op de kunst der bier brouwen en het afregelen der geluid.
