Wldrock
Metalgoden strijken neer in Nederland
Dieter Vandeweyer
Festivalterrein Wldrock, Bergum — 4 juni 2005
Wldrock 2005 was net als het weer; wisselvallig. Tenminste, vanuit een muzikanten oogpunt gezien. De lauwe reacties van het publiek op alles wat niet heavy metal was, was op momenten bijna beledigend.

Bij het opgaan van het festivalterrein werd het al snel duidelijk dat de line-up niet een voldoende hoeveelheid mensen op de been had gebracht om de ruimte vr het hoofdpodium vol te laten lijken. Daarbovenop kwam al snel het nieuws, dat Zakk Wylde met zijn band Black Label Society, had afgezegd. De stemming van anticipatie naar het zien van goede bands op een metalfestival zakte al snel af naar dat van een dagje bier drinken op een weiland.
De bands waren stuk voor stuk goed bezig. Cephalic Carnage fungeerde als een soort van wake-up call en Epica heb ik niet eerder zo lekker op het podium bezig zien zijn. Maar ook hier weer een tegenvaller: het geluid in de tent was abominabel slecht. Zo slecht dat zelfs een band als Meshuggah niet goed uit de verf kon komen. Met als klap op de vuurpijl dat, halverwege de set, de hele zaalversterking het even laat afweten bij het inzetten van een nummer en er alleen geluid vanaf het podium komt.
De PA van het hoofdpodium daarentegen was uitstekend. Het podium was alleen te groot. Het leek alsof er slechts een klein groepje mensen voor stond te kijken wanneer de bands aan het spelen waren. De frontmannen voelden zich dan ook verplicht om dat groepje extra op te jutten. Resulterend in een hoopje modder gegooid naar het hoofd ... nee ... de schedel waarop wat haar is overgebleven van Devin Townsend (Strapping Young Lad), of een uitermate teleurgestelde Keith Caputo (Life of Agony).
Het publiek zat gewoonweg niet te wachten op een Strapping Young Lad (mijn persoonlijke hoogtepunt van de dag) of een bijna legendarische rockband als Life of Agony. Dit werd volledig duidelijk toen heavy metal-formatie Accept het podium in bezit nam voor een van de shows van hun afscheidstournee. Deze mannen, met schijnbaar miljoenen vlieguren op de planken, wisten mij en de rest van de aanwezigen te bekoren met een set van weleer. Lekker metallen.
En dit was dan ook het laatste wapenfeit van de dag. Ik moest de bus halen om weer terug naar mijn eigen thuis te kunnen komen. Terwijl we de bus in stapten besloot de regengod nog even een bezoek te brengen aan Wldrock. Beelden van mensen, headbangend in de modder op de muziek van Dio en Megadeth, vulden mijn hoofd, terwijl ik mijn wang tegen het koude beslagen raam liet rusten.
De bands waren stuk voor stuk goed bezig. Cephalic Carnage fungeerde als een soort van wake-up call en Epica heb ik niet eerder zo lekker op het podium bezig zien zijn. Maar ook hier weer een tegenvaller: het geluid in de tent was abominabel slecht. Zo slecht dat zelfs een band als Meshuggah niet goed uit de verf kon komen. Met als klap op de vuurpijl dat, halverwege de set, de hele zaalversterking het even laat afweten bij het inzetten van een nummer en er alleen geluid vanaf het podium komt.
De PA van het hoofdpodium daarentegen was uitstekend. Het podium was alleen te groot. Het leek alsof er slechts een klein groepje mensen voor stond te kijken wanneer de bands aan het spelen waren. De frontmannen voelden zich dan ook verplicht om dat groepje extra op te jutten. Resulterend in een hoopje modder gegooid naar het hoofd ... nee ... de schedel waarop wat haar is overgebleven van Devin Townsend (Strapping Young Lad), of een uitermate teleurgestelde Keith Caputo (Life of Agony).
Het publiek zat gewoonweg niet te wachten op een Strapping Young Lad (mijn persoonlijke hoogtepunt van de dag) of een bijna legendarische rockband als Life of Agony. Dit werd volledig duidelijk toen heavy metal-formatie Accept het podium in bezit nam voor een van de shows van hun afscheidstournee. Deze mannen, met schijnbaar miljoenen vlieguren op de planken, wisten mij en de rest van de aanwezigen te bekoren met een set van weleer. Lekker metallen.
En dit was dan ook het laatste wapenfeit van de dag. Ik moest de bus halen om weer terug naar mijn eigen thuis te kunnen komen. Terwijl we de bus in stapten besloot de regengod nog even een bezoek te brengen aan Wldrock. Beelden van mensen, headbangend in de modder op de muziek van Dio en Megadeth, vulden mijn hoofd, terwijl ik mijn wang tegen het koude beslagen raam liet rusten.
