Graspop
Gelukkige verjaardag!
Kris Hadermann
Festivalpark "De Boeretang", Dessel — 24 juni 2005
Alles en iedereen die iets met metal heeft, telde ongetwijfeld trappelend van ongeduld de dagen af. Tijdens de examenperiode of gewoon op het werk. Op een bloedhete vrijdagnamiddag werd hun geduld eindelijk beloond: Graspop Metal Meeting opende zijn dranghekkens. Deze editie kreeg nog voor ze begon al enkele eigenaardigheden te verwerken. Om te beginnen waren gasvuurtjes dit jaar niet toegelaten op de camping, wat tot grootschalige controles aan de ingang leidde. Die andere nieuwigheid was een gloednieuw podium, de Metaldome. Daarop kregen de Belgische metalbands van morgen de opportuniteit om het grote publiek al eens te laten proeven van hun kunnen. Uw favoriete E-zine kreeg geen gratis toegang, maar stuurde toch zijn scouts uit om daar, en natuurlijk ook op de andere podia, nota te nemen van de hoogte - en laagtepunten.

Met de kop, die er dus af was, nog in de hand verkozen we een pauze boven de onbekende officile opener The Gaga's. We bleven liever nog wat rondhangen nabij de Marquee 1 waar Immolation alvast zijn geschut begon te testen. Een half uur later was het New Yorkse kwartet klaar om er stevig in te vliegen. Hun jongste album Harnessing Ruin (gerecenseerd op daMusic, nvdr.) was best te pruimen, en dus rees de vraag of deze jongens dat live ook konden. Wel, de twijfelaars kregen onmiddellijk lik op stuk. Immolation ging als een wervelwind van start met Harnessing Ruin. Hun opvallend lange haren vlogen woest door de marquee op de tonen van de snelle, technische akkoorden en het verzorgde drumwerk. Het bewegen ging wat houterig bij de wat pafferige midden-dertigers, maar hun technical death metalmachine draaide nog op volle toeren. Immolation was heerlijk en bereikte zijn hoogtepunt met een denderende uitvoering van Swarm Of Terror. Het was meteen duidelijk dat we naar n van de toppers van Graspop dit jaar aan het kijken waren.
Tijd voor het eerste bezoek aan de imposante mainstage waar Alter Bridge de gitaren al in aanslag had. Alter Bridge is geen pure metalband, ze brengen eerder een gevolueerde vorm van hardrock. Vooral de solo-gitarist nestelde zich in de spotlight door zijn magistrale gitaarbehandeling. Het publiek viel als een baksteen toen alle andere artiesten even stagneerden en hij aan een zeer complexe solo van minstens twee minuten begon. Ook de zanger bleef ten allen tijde erg toonvast en onderhield een goed contact met het publiek. Volgens mij moet hij de enige artiest geweest zijn die natgespoten werd door de tuinslang. Ook live kan het sympathieke Alter Bridge dus makkelijk overtuigen.
Zonder veel tijd te verliezen trokken we naar de Marquee 1 in de waan daar een lekkere portie black metal te verorberen. Helaas kon restaurant Enslaved slechts een flauw soepje voorschotelen. Hun appearance zat al helemaal fout: ze stonden er een beetje ongenteresseerd bij en konden weinig zinnigs vertellen aan de kijklustigen. Muzikaal liep alles dan ook nog eens in het honderd, vooral door technische mankementen weliswaar. Het drumstel stond slecht afgesteld, de gitaren klonken te luid en de vocals te zacht. Laat ik het zo zeggen: met een temperatuur rond de 40 graden is het niet evident om ergens ijs te vinden, maar Enslaved vond dat wel en zakte er met verve door! Voor het tweede jaar op rij stond er weer een barslechte black metalband op het podium, want Cradle Of Filth zijn we nog niet vergeten hoor. Wat Enslaved mee heeft in vergelijking met Cradle Of Filth is dat je zoiets van Enslaved eventueel nog door de vingers kan zien omdat ze niet zo bekend zijn.
Het fantastische Helmet schoven we opzij, die zag ik reeds aan het werk op een editie van Wacken, vraag me niet de welke. Gravedigger wekte dan weer wel mijn interesse. Die mannen draaien al mee sinds de jaren '80. Ik bemachtigde een uitstekend plekje op de derde rij en kon het gebeuren goed volgen. Het begon met een griezelige intro, waartijdens "The Gravedigger" (= een persoon gehuld in een zwarte cape met ditto kap, nvdr.) het podium langzaam betreedt. The Gravedigger nam vervolgens plaats achter de keyboards en maakte zo plaats voor de andere bendeleden die met luid gejuich onthaald werden. En daar gingen ze dan, vol energie en met heel veel flair speelde Gravedigger de tent in tien seconden plat. Zanger Chris Boltendahl had er merkbaar zin in: hij jutte het publiek meermaals op, maakte enorm veel leute met zijn collega's en charmeerde met zijn glimlach. Daarnaast klonk er ook nog eens schitterende power metal door de boxen en het publiek zong alle klassiekers luidkeels mee. Er barstte daar een echt heavy metalfeest los en er heerste een sfeer die je alleen maar meemaakt tijdens haarfijne concerten. Met Heavy Metal Breakdown zorgde Gravedigger voor een excellente apotheose van een ongelooflijk optreden. Met elk nummer schoot Gravedigger recht in de roos, Robin Hood mag er een puntje aan zuigen. Met een diepe buiging sloten ze helaas af, want ik zou nog gerust een uurtje kunnen genoten hebben.
Wat de samenstellers van de affiche bezielde toen ze Papa Roach toevoegden, blijft mij een raadsel. Laat ons zeggen dat ik ze een beetje ongepast vond na een serie zielige albums. De Metaldome bood een veel beter alternatief: In Quest! Met In Quest is het heel snel gegaan. Vijf jaar geleden nog een van de betere undergroundbands, nu op Graspop. Terecht, want met hun nieuwe Zweedse stentorzanger en een handvol klassealbums zijn ze klaar om Ancient Rites te verstoten als koning van de Belgische metalscene. In Quest maakte meteen duidelijk waarvoor ze gekomen waren: wilde en brutale death metal de tent in jagen zodat het publiek niet anders kon dan hevig participeren. Gehuld in een de Zweedse voetbaltenue nam de zanger het voortouw. Bulderend en met veel gevoel sloeg hij zijn lyrics in de gezichten van alle omstaanders. De hamerende drums sneden de gitarische mokerslagen keurig af en de snellere riffs kregen het hoofd van meniger headbanger op hol. Nog maar een bewijs dat ze een welgekomen naam zijn op Graspop.
Helemaal opgejut, diende de Marquee 1 als decor voor dit keer de trashers van Metal Church. Deze band kreeg onlangs een emotionele opdoffer toen hun voormalige zanger en goede vriend David Wayne overleed. Hij kreeg dan ook een nummer aan zich opgedragen. Gelukkig was er van die emotionele schade weinig te merken aan wat de band teweeg bracht op de planken. Zoals dat een ervaren band betaamt, had Metal Church weinig moeite om het publiek achter zich te scharen. Ze hadden daarvoor zelfs hun beste nummers niet eens nodig. Strakke set dus, maar eigenlijk mag je van een band met de status van Metal Church al iets meer verwachten als gewoon een foutloze opvoering. Op dat vlak ontbrak het aan show en contact met het publiek. Daarom durf ik het niet aan om Metal Church echt honderd procent top te noemen en hou ik het bij een goede beurt zonder meer.
Het gekweel van Within Temptation was, en is dat nog steeds, niet aan ons besteed. Even rondturen naar wat bekende gezichten of eens nippen van een schandalig dure cola dan maar. Daarna meteen weer naar de Marquee om een glimp op te vangen van Dave Mustaine en de rest van Megadeth. Noem ze zonder blikken of blozen een legende want deze jongens deden al vele mooie dingen. Ik drong wat dieper door in het publiek om deftige kiekjes te kunnen maken. Dat verliep veel moeilijker als gewoonlijk wegens de schijnbaar grote belangstelling waarop Megadeth kon rekenen. Persoonlijk ben ik niet zo'n grote aanhanger van deze band, maar een zevental nummers wou ik zeker meepikken. Daarna begaven we ons al maar naar het mainstage om de headliner van de dag goed in beeld te kunnen nemen. Tot mijn afgrijnzen merkte ik daar dat ik daar zeer goed aan had gedaan. Het volk stroomde ook daar massaal toe. Megadeth klonk fantastisch, al konden we niet helemaal zeker zijn van de nuchtere toestand van frontman Dave Mustaine. Hij zag er zeer vermoeid en ingetogen uit tijdens de eerste paar nummers. Naarmate het concert vorderde verbeterde dat gestaag. Maar zolang het hele zootje naar behoren blijft klinken en ook het show-aspect een sinecure blijft mag men daar niet om morren. Megadeth rechtvaardigde zijn plaats op de affiche en meer kunnen en mogen we daar niet over zeggen.
Aan het mainstage was het in spanning wachten totdat het doek, waarop de cover van Mesmerize (de jongste cd van System Of A Down) prijkte, zou vallen en het feest zou losbarsten. Ineens gingen de lichten uit, wat al een heel festival het sein was voor de start. Het licht scheen op gitarist Daron zodat zijn silhouet te zien was op het doek. Hij opende, net als op hun laatste cd, met de korte intro Soldiers Side. Daarna viel het doek en barstte het optreden en de moshpit los met hun catchy single BYOB. Het optreden was een muzikaal festijn, iets wat in het verleden wel eens anders dierf te zijn bij System Of A Down. De showelementen blonken evenwel alleen uit door hun afwezigheid, maar de vocale prestaties van zowel zanger Serj als gitarist Daron maakten dat ruimschoots goed. Bassist Shavo spurtte als een jong veulen rond op de mainstage en plezierde als een volleerd komiek het publiek met zijn smoelwerk. Ook Serj bracht met zijn onnozele danspasjes meermaals de mondhoeken naar boven. Zoals verwacht speelden ze veel bekende (Chop Suey en Toxicity) en iets minder bekende nummers soms op een lichtjes gewijzigde manier waardoor ze soms verrassend uit de hoek kwamen. De zwaardere nummers en hun moshpit wisselden de lichtere nummers en hun meezinggehalte af. Als intermezzo werden coversongs zoals Everything She Wants van George Michael niet geschuwd. Sommige songs kregen een muzikale intro zoals onder andere Cigaro, Sugar en Mr. Jack. Er werden zelfs twee liedjes gespeeld die heel waarschijnlijk op hun volgende album Hypnotize zullen staan. System Of A Down manifesteerde zich vlotjes als headliner en kon op een ruime publieke belangstelling rekenen.
En daarmee waren ook wij uitgezongen, ondanks Nevermore of Kreator. Ik verkoos mijn (slaap)zak. Die kreeg ik dan ook, maar om te slapen moet je niet naar Graspop komen natuurlijk. De traditionele strijdkreet "Hoereu!!" weerklonk meermaals uit meniger keelgat en de likeuren vloeiden naar behoren.
Volledig geradbraakt door het prop- en plooiwerk dat gepaard gaat om mijn grote zelf in een tent te wringen, stond ik dan maar op. Een wederom broeierige dag kondigde zich aan, maar ook weer een met een uiterst interessant programma. Geen zin in Skitsoy, waardoor de Zweedse hardcoreformatie Soilwork onze opener werd. De vroege metalvogels kenden een moeizame start en het woord "teleurstelling" straalde zowat van alle kijkers. Net op tijd smeet Soilwork er dan wat ouder werk tegenaan en dat sloeg wel aan. Eindelijk kon het publiek zijn opgestijfde nekspieren eens losschudden op de tonen van aangename riffs en een matige zangprestatie. Soilwork redde daarmee alsnog zijn meubelen, maar van luxegoederen kon je nooit spreken tijdens hun drie kwartier Graspop.
Black metal is een stijl die heel moeilijk live te brengen is. Met die wetenschap en de ramp van Enslaved in het geheugen bezochten we de Marquee 1 om naar Behemoth te gaan kijken. De polen begonnen met zich te verontschuldigen, want ze hadden blijkbaar belangrijkere verplichtingen dan hier te spelen. De aanzet tot een overhaaste set? Nee hoor, de Poolse metalbeesten gaven er een flinke lap op. Behemoth durft het aan om niet constant te staan krijsen en gillen aan de microfoon en steekt er op hun albums geregeld eens een wat dieper stemgeluid tussen. Ook nu deed de zanger dat met veel brio. De overige Behemoth-leden volgden zijn voorbeeld en verzorgden op tijd en stond de show. De drummer construeerde met zijn stokken en omgekeerd kruisteken, de microstaander had dezelfde vorm. Ook het publiek kreeg voldoende aandacht. Een knappe sound, propere percussie en de zangprestatie die we al vermeldden maakten van Behemoth een waardige opvolger van Dimmu Borgir als beste black metalband van hun editie van Graspop.
Wegens een steevaste afkeer van al wat zich gothic metal noemt, herleidden we Epica tot achtergrondmuziek. Dan maar terug naar (weeral) de Marquee 1, daar speelden blijkbaar alle goede bands dit jaar. Nu verscheen daar de Nederlandse death metalsensatie Gorefest ten tonele. Onze Noorderburen lieten er geen twijfel over bestaan: de zaal moest plat! Ze rijgden de loeiharde riffs dan ook vlot aan elkaar en spaarden de pedaaldrum geen moment. Puntje van kritiek kan de zang zijn, omdat die nogal monotoon en simplistisch lijkt. Laten we u dan maar meteen verzekeren van het feit dat zanger Jan-Chris gewoon anders wil klinken dan de stereotype death metalzanger. Gorefest piekte met het krachtige Erased, een lyric die het hele publiek spontaan mee begon te brullen. Met de belofte om binnenkort een lekker smerig en gemeen album uit te brengen besloot Gorefest zijn majestueuze uiteenzetting. Enkel dat dekselse show-aspect (slechts weinig bands durven zich daaraan te wagen blijkbaar) bleef ook bij hen achterwege.
Afgekoeld door de tuinslag en behept door de energieke muziek van Gorefest verplaatste onze karavaan zich naar het mainstage om het ridderlijke Kamelot in ogenschouwen te nemen. Opnieuw een juiste beslissing want de legendarische stad had er zin in. Ze hadden tal van vrienden en vriendinnen meegenomen die elk hun ding mee mochten doen met de band zelf. Ze waren dan ook naar Belgi gekomen om hun album te promoten. Live zag het er helemaal niet slecht uit: het snelle, ritmische en melodieuze tokkelwerk miste zijn effect niet. De zanger viel nooit uit de toon, maar trad te nadrukkelijk op de voorgrond. Zijn jankende sirenes, waardoor hij zich liet bijstaan, gaven het geheel een jammerlijk en totaal ongepast gotisch tintje. De andere zanger die het laatste nummer plots het podium kwam opgestormd presteerde al niet veel beter. Hij kon dan wel uitstekend enkele diepe grunts uit zijn strot persen, zijn over-acting stoorde enorm. Kamelot had zijn vriendenkring gewoon thuis moeten laten, dan zou er geen probleem zijn geweest.
Van de ridders schakelden we over naar de Vikings. De woeste Scandinavirs van Amon Amarth hadden wat problemen met het parkeren van hun sneks (=vikingboten met drakenkop aan de punt, nvdr.), maar stonden tot ons groot joleit hun opwachting te maken in de Marquee 1 (waar anders!). Amon Amarth laat op hun albums enkele uitstekende dingen horen en het was maar de vraag of ze live hetzelfde effect konden bereiken. Lang hoefden de Noormannen niet na te denken over hun antwoord: wild smeten ze hun ruige lichaamsharen in het rond en die machtige sfeer vanop hun albums kwam ng beter tot uiting. Het was echt muziek waarbij je je gehoornde helm zou willen opzetten en al plunderend iedere tegenstander met een bijl doormidden wil klieven. Elke song leek zijn voorganger te overtreffen, vooral de verkorte versie van Victorious March liet de verdorde aarde heel even beven. Van een zeebeving werd tot op heden geen melding gemaakt, al zou ik toch maar eens navragen waar deze jongens op 26 december waren. Na drie kwartier brute kracht, lichtte Amon Amarth het anker om andere oorden te veroveren.
Voor de derde keer op rij al kreeg Hatebreed een plaats op de affiche, het was echter de eerste keer dat ze het mainstage ter beschikking kregen. Plaats genoeg voor hun traditioneel monstrueuze moshpit dus. De messen (twee jaar geleden vond men messen op de grond na het optreden van Hatebreed, nvdr.) bleven gelukkig op zak. Niettemin nam het vuistengezwaai en kung-fu getrap weer grote proporties aan, waardoor je een beetje gek of levensmoe moest zijn om in de pit te springen. Muzikaal staat Hatebreed al jaren op punt en eerlijk gezegd begint het allemaal een beetje eentonig te klinken. Het stemgeluid van Jamey blijft natuurlijk om respect schreeuwen, het opjuttende gitaarwerk en ditto drums zorgen voor de rest. Niets nieuws en volgend jaar willen we daarom geen Hatebreed meer zien op de affiche.
Nu stond ik met voor een dilemma: Samael of Mastodon. Gelukkig liepen daar wel meer collega's van daMusic rond zodat we u toch een verslag van beide bands kunnen aanbieden.
Mastodon heeft met Levithian een voorlopige kroon op zn carrire gezet. Het thema-album had zn onderwerp, Jules Vernes Moby Dick, niet beter kunnen kiezen: als een moordlustig zeemonster-met-ochtendhumeur stormde de band in een woeste furie de tent binnen. Zoveel enthousiasme waren we niet echt meer gewoon: het publiek maakte dus gauw van de gelegenheid gebruik om ook maar een feestje te bouwen. In tegenstelling tot zoveel andere frontmannen hoefde zanger/bassist Troy Sanders zelfs niet eens te smeken om een moshpit - die kwam er gewoon vanzelf en bleef het hele optreden lang doorgaan. Verfrissend was ook het gebrek aan attitude: Mastodon deelde met een kwajongensglimlach de ene muzikale uppercut na de andere uit, maar verloor zich niet in het theatrale machismo waar zoveel jonge Amerikaanse metalbands (kuch, Trivium, kuch) in vluchten. We werden nog nooit zo graag genadeloos gevloerd.
Samael was, vergeleken met Mastodon, het luchtigere alternatief. Het waren voornamelijk de sterk op Rammstein gelijkende vocals die van deze band een trekpleister maakten. Wat vonden we het dan ook jammer dat de zanger geen zin had om die boven te halen, hij hielt het bij een mix tussen spreken en krijsen. De zangprestatie bleef erbarmelijk slecht, zelfs een hardhorende zou de stem van de zanger niet gehoord hebben. De vrolijke spring-in-'t-veld die de baspartij verzorgde toonde wel zijn beste aard. De percussie gebeurde vooral computergestuurd. Als de drummer/informaticus dan toch zelf zijn stokken in aanslag nam, brak hij zijn drumgestelte helemaal af. Qua show leverde Samael een zeer attractieve voorstelling af: er hingen twee schermen die afwisselend computergestuurde beelden en de acties van de drummer toonden. Op de zanger na, straalden de artiesten ook enerzijds de sympathie, anderzijds de agressie van hun muziek uit. Het is dan toch doodzonde dat die microfoon niet een tikkeltje luider mocht, want op het album Reign of Light was ik helemaal weg van Moongate. Die song passeerde wel de revue, maar je moest verdraaid goed luisteren om dat door te hebben.
We zeiden het al, dag twee beloofde uiterst druk te zijn en zo mochten we niet te lang treuzelen om de oermensen van Accept nog eens aan het werk te zien. Hardrock van de zuiverste soort is dat en de heren hadden hun strakke jeans nog eens om de dijen gespannen. Daarom misschien dat de zanger zijn typische castratenstemmetje nog kon beheersen. Jammer dat de oude garde massaal kwam opdagen zodat we niet al te veel konden zien. Horen verliep zonder probleem en we hoorden dat het nog steeds goed zat met Accept. Klassiekers als Restless And Wild en Son Of A Bitch rolden nog vlot over de aanwezige tongen. Het schattigste moment kwam er toen de gitaristen lekker dicht tegen elkaar gingen staan en met hun instrumenten begonnen te wiegen, een beetje la ZZ-Top. Vorig jaar kregen we Saxon, dit jaar werd Accept door de Graspop teletijdmachine terug tevoorschijn getoverd. Onze pronostiek voor volgend jaar is Krokus, schrijf dat maar alvast op.
Nog steeds zagen we geen graten in gothic en de puberstem van Sick Of It All negeerden we dan ook maar. Nog even wachten en Slayer toonde zijn kunsten op het mainstage. Slayer was ongetwijfeld een publiekstrekker dit jaar, eens kijken wat ze voor ons in petto hadden. De jongens zullen het niet leuk vinden, maar het was allemaal een beetje pover. Ze putten vooral uit hun best of cd Soundtrack To The Apocalypse en sloeg erin om de beste platen die daarop staan professioneel over het hoofd te zien. Als we de show beoordelen kunnen we heel cr zijn: Slayer stond geforceerd op het podium, alsof ze stuk voor stuk een pistool in de rug geduwd kregen om toch maar op het podium te blijven. En dan nog deden ze dat niet, verschillende keren verdwenen ze plots en eerlijk gezegd hoopte ik dat ze zouden wegblijven. Slayer dreigde mijn respect te verliezen (oh my God!) totdat ze aan hun laatste kwartier begonnen. Ineens klonken die heerlijke riffs en die grauwe stem die we van Slayer gewoon zijn. Welke nummers daarvoor verantwoordlijk waren weet ik helaas niet meer. In ieder geval kwamen ze veel te laat en hadden ze hun tijd opgebruikt na vier van die loeiers. Slechte setlist, geen spectakel en zelden uitblinken; dan hoef je niet te schrikken dat deze verslaggever zijn ongenoegen uit in deze passage.
Vlug naar de Marquee 1 om hopelijk een iets betere vertoning te aanschouwen van het Zweedse In Flames. In Flames zette -nomen est immers omen- de eerste marquee dapper in de fik. Wie dacht dat ze met een setlist, voornamelijk bestaande uit werk van de twee laatste -en overigens erg lauwtjes ontvangen- albums Reroute To Remain en Soundtrack To Your Escape, niet zouden kunnen imponeren, kwam bedrogen uit. Tuurlijk misten we rasechte gthenborgklassiekers als Episode 666 en Embody The Invisible, maar daar paste de band een fameuze mouw aan. Terwijl songs als Trigger en Touch Of Red op plaat de vergelijking met In Flames oudere werk niet aankonden, groeiden ze live uit tot (weliswaar minder verfijnde) stormrammen die genadeloos het publiek ingebeukt werden. Daarenboven speelde de band gewoon rg strak, zo strak zelfs dat een toeschouwer Bullet Ride mocht gaan karaoken zonder dat er aan de muziek zelf ook maar enige afbreuk werd gedaan. De eerste vijftien rijen waren ondertussen verworden tot een broeihaard waar de ambiance als een uitslaande brand om zich heen greep. Reden genoeg voor een duidelijk ontroerde Friden om een bijna-primeur uit de mouw te schudden (Graveland werd voor de derde keer in de geschiedenis van de band live gebracht) en na afloop van het optreden in een aanbiddende knieval het publiek te bedanken En van de beste optredens van Graspop was een feit.
Het kind aan huis bij Graspop kreeg de eer de drukke tweede naar zijn einde te sleuren. En wie wil de lieve jongens van Slipknot nu niet als zijn kinderen? Zo'n klein, braaf gemaskerd manneke dat met baseballbats het hele huis kort en klein slaat, dat is toch de droom van iedere moeder! Ook dit jaar presenteerde trotse vader Graspop zijn negen zoons en de jongens mochten zich nog eens lekker uitleven. Hun speelkameraadje "Clown" bleef in Iowa om voor zijn gezin te zorgen, maar dat weerhield hen er niet van om als gekken over het podium te springen, te headbangen en te slaan op alles wat hen niet aanstond. Ook het publiek viel met vlagen voor het charisma van frontman Corey. Als je tijdens al dat brute geweld ook nog eens een geflipte muzikale demonstratie ten ore kan leggen, behoor je tot de allergrootsten. Slipknot jongleerde met compleet van de pot gerukte klassiekers, zoals Wait And Bleed, Left Behind en sinds kort ook Duality, en met de ruige outsiders. Vaste waarde op de setlist van de dwaze Amerikanen is nog altijd Spit It Out. Ondertussen kennen we het concept van dat nummer wel al: gaan zitten en als de vriendelijke man met de micro "jump the fuck up" schreeuwt een moshpitje van dertig vierkante meter starten. Met veel vranje voegde Slipknot zich toe aan het lijstje van toppers op Graspop 2005.
Op de camping weerklonk de strijdkreet weer multipele keren, soms vraagt een mens zich af wie daar ooit mee begonnen moet zijn. Waar zou die met zijn gedachten gezeten hebben? Enfin, mijn nachtleven zal ik jullie maar besparen. Dag drie, niet toevallig een zondag, beloofde een zeer rustige dag te zullen worden. Niet veel noemenswaardige bands en het kwik zou opnieuw gaan vechten met de dertig graden.
En het kwik had die strijd 's morgens al lang verloren want onze tent diende als broeikas. Onze keuken bevatte al lang geen vers eten meer dus eigenlijk kon het ons weinig deren. Wat we erger vonden was dat onze jenever, die we buiten lieten staan om af te koelen, gaan vliegen was met die roze olifant die gisterennacht passeerde, maar dat gingen we u dus besparen.
Terug naar de muziek en die zouden we niet te veel horen op deze derde dag, gewoon weinig bands die onze smaakpapillen konden prikkelen. Het startschot voor de laatste dag kwam uit de tweeloop van Dragonforce. Helaas is dat een ridder metalband en ridders kunnen nu eenmaal niet zo goed overweg met vuurwapens. Misschien verklaarde dat waarom Dragonforce zo stroef van wal stak onze de bradende zon. Maar eens de trekker gevonden, bleven ze maar schoten afvuren en de toeschouwers lieten zich graag neerschieten. Bij het horen van hen muziek, waande je je even terug in de middeleeuwen met een schimmel tussen je benen, gehuld in een loodzwaar harnas en lustig met je zwaard zwaaiend. Na een tijdje begonnen alle nummers een beetje hetzelfde te klinken. Als je dat voor hebt, scheelt er toch iets met je act. Misschien moet Dragonforce zich maar eens bezinnen over hoe ze hun muziek wat nieuw leven kunnen inblazen. Begrijp ons niet verkeerd, ze stonden er, maar het was moeilijk om er naar te blijven luisteren.
Onze Duitse vriend Axel Rudi Pell lieten we rustig zijn gang gaan terwijl we op een schaduwrijke plaats onze achterkant het gras lieten kussen. We bleven evenwel in de buurt van de Marquee 1 in afwachting van waarschijnlijk weer een van de piekmomenten van het festival. Zoiets kan je wel verwachten als je naar Oceans Of Sadness gaat kijken. Ze mochten een halve thuismatch spelen en waren dus extra gemotiveerd. En zeggen dat een dik half jaar geleden de voornaamste activiteit van de zanger het bepotelen van de verpleegsters was in het ziekenhuis, waar hij vocht tegen een klaplong. Oceans Of Sadness lastte de verwachtingen meer dan in met hun potige doommetal. Ze grapten dat het een lieve lust was en lieten al je lichaamsharen oprijzen met hun machtige keyboards en onstuimige riffs. Dat op zich klonk al fantastisch. Doe daar dan de bijzonder indrukwekkende zangprestatie van de zanger bovenop en je concludeert met ons dat Oceans Of Sadness uitstekend voor de dag kwam. Nogmaals hoed af voor Tijs Vanneste (zanger) die ijzige screams vastkleefde aan loepzuivere en melodieuze zang. Als je trouwens een gitarist zoekt, Tijs stelde de zijne te koop. Het hoogste bod mocht er mee doen wat men wilde! Ons bod bleek helaas te laag.
Het mainstage zouden we die dag enkel nog bezoeken voor de afsluiter. Primal Fear, Yngwie Malmsteen, Dio en Dream Theater zag ik daarom slechts sporadisch of gewoon helemaal niet. Voor de verandering staken we ons licht eens op in de eerste Marquee (jongens daar kwamen we veel dit jaar). De goorste groep van de affiche sleep daar zijn messen en andere foltertuigen om de gevoeligere metalhead brakend naar huis te spelen. We praten nu over het West-Vlaamse Aborted, bijgenaamd "the doctors" omwille van hun sadistische en bloederige teksten. The doctors sukkelden aanvankelijk wat met hun instrumenten, maar eens de scalpel lekker diep in het vlees zat kon de pret beginnen. Vingervlugge riffs vochten een lijf-aan-lijf gevecht uit met hun mid-tempo collega's. Het tromgeroffel liep mooi over van de pedalen naar de sticks. Grindkanon Sven doorzwom al vele watertjes en je zou hem bijgevolg een dragende rol toevertrouwen bij Aborted. Wie dat riskeerde kwam bedrogen uit want de Sven produceerde niet die geluiden vanop zijn albums. Doodzonde want hij kan zo'n typische wending geven aan zijn grinds waardoor het hele zootje heel gruwelijk en vettig begint te klinken. Als vervanger van Arch Enemy enkel op papier een goede keuze dus, in de praktijk zou Arch Enemy wellicht op meer krediet hebben kunnen rekenen.
Vervolgens was de tijd gekomen voor mijn eerste bezoek aan de tweede marquee. Het mij volledig onbekende Walls Of Jericho was al aan het soundchecken gegaan. Een vrouwelijke frontlady nam de micro in de hand, "toch geen gothic, h" dacht ik luidop. Wel ... neen, vanaf de eerste riff vloog het dak van de tent en moesten we dekking zoeken om de snel groeiende moshpit te ontwijken. Jongens wat gingen die hard zeg, het zangeresje schreeuwde het onderste uit haar fraaie lijfje en deed een aantal grappige, typisch vrouwelijke danspasjes terwijl ze indrukwekkende klanken uitkuchte. Heb zoiets naast je in bed liggen! En wat dan gezegd over de ruige attitude waarmee Walls Of Jericho zijn publiek in de ogen keek. Ze kregen een man zelfs zo gek dat hij in een van de lichtmasten klom. Geen moment rust kreeg je, ze bleven maar keihard over hun snaren wrijven en je bekogelen met bruisende hardcore. Voor de fans van Hatebreed heb ik slecht nieuws: Walls Of Jericho ging ng wilder tekeer als jullie idolen en dan weet je wel genoeg zeker. Wie ze vooraf niet kende zal ze vanaf nu nooit meer vergeten!
Ons bezoekje aan de marquee twee was dus zeker ok (er schuilt een poet in mij). Dat deed ons kiezen voor Amen en niet voor het minstens zo goede Dark Tranquillity. Amen stelde ons dus best niet teleur, maar zou serieus goed voor de dag moeten komen om hun voorgangers te overtreffen. Om eufimistisch te beginnen: ze overtroffen Walls Of Jericho net niet. En nu de zeis erin: Jakkes! Het begon nog maar toen de band nog niet eens op het podium stond. Ze hadden hun instrumenten en versterkers in een naar anarchistisch ruikend kleedje gestoken en ook de spandoeken stonden onder sterke invloed van de punk-hype die in de jaren zeventig furore maakte. De Jaren '70 is niet 2005, doch probeerde ik vooroordelen nog even te vermijden. Ik verloor alle hoop toen de Scandinavirs op het podium kropen, gehuld in kledij die perfect samenhing met de zoven gegeven beschrijving van het podium. Normaal spelen die mannen toch metalcore? Dat probeerden ze, denk ik, ook toen duidelijk te maken. Ze faalden miserabel, je zou op je knin gevallen zijn om ze te smeken alstublieft te stoppen en zichzelf te verhangen aan hun "punkvlaggen". De zanger zat meer op de grond dan dat hij rechtstond en vond het woord afgrijselijk opnieuw uit. We hielden het gewoon niet meer uit en maakten dat we daar weg waren, in de hoop om nog wat Dark Tranquillity mee te pikken.
Nog een geluk dat we zo snel reageerden, zo konden we nog de helft van het altijd verrukkelijke Dark Tranquillity proeven. En het smaakte, zeker na de citroen die we in onze keel kregen geramd door Amen. Niemand kan en mag deze jongens niet goed vinden. Ze hebben alles al jaren op de juiste plaats om kaarsrechte en wonderschone liedjes op hun albums te plaatsen. Zonder twijfel een van de betere paarden uit de gthenborg-stal. Eerder dit jaar bewezen ze dat nog maar eens met hun jongste plak goud character, nu bevestigden ze dat met pure riffs en dragend achtergrondmuziek. Geen nood aan verdere commentaar lijkt me.
En daarmee stond er nog maar een groep op ons verlanglijstje, de afsluiter. Tijd zat om nog even terug naar de camping te gaan. Tot ons groot geluk troffen we daar de spuitgasten aan. Wegens de broeikastemperaturen was een fris stortbad een orgasmatische ervaring die onze benzinetank weer helemaal vulde. Lang nat blijven zat er niet in, na welgeteld een kwartier veranderde het water alweer in zweet. Het was een gevecht tegen de tijd, we keerden terug naar de wei en verenigden onze konten met het stof. Drie cola's en een kebab later schoven we aan voor een goed standpunt vanwaaruit we het koninginneoptreden van deze editie van Graspop naar behoren konden waarnemen.
De spanning steeg, we hoorden wel muzikale gereedschappen gestemd worden, maar we zagen ze niet. Om 22u20 spoot er vuurwerk uit het podium en sprongen de levende mythologische figuren van Iron Maiden op het toneel. Bruce verkeerd ondanks zijn gezegende leeftijd nog steeds in topconditie. Hij brak meerdere malen het record hoogspringen, stormde van links naar rechts en van boven naar onder en speelde als het ware met de hoorntjes van het publiek. Maiden maakte er een heus showspel van: goed getimed vuurwerk, regelmatig wisselende decors en vooral de carnavaleske monsters die occasioneel de band kwamen vergezellen op het podium. Alle Maiden-classics, met de uitzondering van Fear Of The Dark en Aces High, gonsden door de boksen. Muzikaal kan je hen al jaren niets meer leren, natuurlijk klonk het hele gedoe feilloos. Bruce perste zijn stembanden geregeld samen om nog eens een metershoge noot uit zijn keelgat te duwen, ingenieuze gitaarsolo's werden overgoten met lekkere akkoorden en de onzichtbare drummer Nicko klopte zelfs de vliegen die op zijn cimbalen zaten morsdood. Iron Maiden had zelfs tijd voor humor:
Bruce: "do you wanna see our drummer?!" (de man zat verborgen achter zijn extra-large drumstel, nvdr.)
publiek: "YEAAA!!"
Bruce: "May I ask you why??"
Dat en nog van die luchtige intermezzo's had ik Maiden nog niet weten doen. Het vakmanschap en de ervaring droop gewoonweg van deze metalpioniers af. Toch spijtig dat ze er een kwartier te vroeg mee stopten. Dat betekende het einde van het beste optreden van deze Graspop Metal Meeting n het einden van Graspop Metal Meeting tout court. Onze avond-en nachtactiviteiten gaan u geen (*) aan, dus houden wij het hierbij.
