Cactus Festival
Fijnproeven in unieke sfeer
Robin Tulkens
Minnewaterpark, Brugge — 7 juli 2006
Een zilveren jubileum vieren met twee handen vol exclusieve acts is niet iedereen gegeven. Cactus trakteerde ons zoals van ouds op een prachtige cocktail van poprock uit de jaren negentig, Belgische rastalenten en zuiderse geluiden. Al die elementen met het Minnewaterpark als kers op de met grote zorgen bereide verjaardagstaart.

Cactus had meteen een zeer leuke verrassing in petto. Voor haar vijventwintigste verjaardag ontving elke festivalbezoeker een stoffen toegangsbandje. Tot daar onze eerste vreugdevolle uitbarsting. Nagenietend van een welgekomen maaltijd in het nóg meer uitgebreide eetdorp dropten we onszelf vol verwachting voor het podium. Garland Jeffreys liet het publiek meteen kennis maken met één van z'n grootste troeven, I'm Alive. Laaiend enthousiast verscheen hij uit uit de massa, een plaats waar hij die avond nog veel zou terugkeren. Als één groot blok energie nam hij ons mee doorheen zijn uitgebreid repertoire. Het publiek zong, klapte of wiegde mee op Something On en het aan z'n vader opgedragen Everybody Shout. En ook wanneer hij het iets rustiger hield, bij het akoestische Everyone Got Blues-duel met gitarist Alan bijvoorbeeld, blonk hij uit met zijn krachtige zanglijnen. Allemaal uiterst ontspannen, al zal daar de ijzersterke band van mijnheer Jeffreys wel voor iets tussen gezeten hebben. Nog een laatste keer werd Cactus op z'n kop gezet met Take Me To The Metador en Hail Hail Rock 'n Roll, waarin hij zich nogmaals middenin het publiek waagde. Het smaakte als een wijn uit een bijzonder goed jaar.
The Wailers, ook wel bekend als het gevolg van Bob Marley, zou Cactus overgieten met opzwepende Jamaicaanse ska-melodiëen. Op het randje van aggressief, lokhaas van een zwetende massa,... helaas. The Wailers speelden een schitterende back catalogue, straalden op die eerste minuten na op een schitterende manier peace uit, maar alles op een - naar onze mening - té automatische piloot. Redemption Song, Buffalo Soldier en I Shot the Sheriff zijn stuk voor stuk schitterende nummers, maar werden steeds gecontroleerd door hetzelfde ritme. En dan hadden we lange tijd niet door dat de lead singer al minutenlang overklast werd door z'n oogstrelend achtergrondkoor. Laat het ons een verademing noemen dat Garland Jeffreys The Wailers kwam bijstaan bij afsluiter Exodus. Want als was het een wonder, proefden we toen wél dat vredepijp-enthousiasme waar we al een uur naar stonden te smachten.
[pagebreak]
Na een ontspannen namiddagje keuvelen met leuke achtergrondmuziekjes van An Pierlé en haar White Velvet was het de beurt aan Buffalo Tom. Het Amerikaanse trio had een dag eerder zijn Europese fijnproeverstournee op gang gebracht in Den Bosch en de band stond schérp, op enkele uit de notenbalk ontsnapte zangpartijen van Bill Janovitz na. Janovitz verdiende, net als bassist Chris Coulborn, de laatste jaren z'n brood met weinig beruchte soloprojecten. Diezelfde Janovitz maakt het echter, net als de rest van de band, helemaal weer goed met zijn prachtig rockende gitaargeluiden. Het gerecht dat we voorgeschoteld krijgen is helemaal zoals de ruige dertigers in the blues van hun leven het wensen: flink uitgemeten gitaarsolo's, countrypopsongs met hier en daar een vleugje droge humor. De onevenaarbare magie van begin jaren negentig. Het gaat er in zoals chocoboterhammen bij kleine kinderen. Terwijl we enkele maanden geleden nog teleurgesteld waren van de terugkeer van The Posies - nog zo'n heerlijke van toen - kon Buffalo Tom ons wél bekoren, badend in zweet en dat tikkeltje gecontroleerde chaos. Iets minder gecontroleerd was de chaos die ontstond door de stroompanne, net op het moment dat de laatste nummers van hun rondje "Best of Buffalo Tom" werden aangesneden.
"This is my swamp", moet Rufus Wainwright gedacht hebben. In fel contrast met Buffalo Tom kwam hij ons - eigenzinnig als hij is - enkel met z'n vleugelpiano en gitaartje als charmant gezelschap verwennen met ontroerende zanglijnen en dito klanken. Wainwright mag dan enorm sympathiek zijn (bedankt voor de bergen leuke opmerkingen over Brugge en anekdotes van vorige Belgische passages), bij de keel heeft hij ons allesbehalve gegrepen. Alle uitnodigingen die we van hem kregen om hem te vervoegen op zijn hemelbed vol magnifieke melancholie waren stuk voor stuk zeer aanlokkelijk, met Hallelujah zaten we haast op de bedrand, maar 'het pakket' kon ons jammer genoeg niet boeien. In dat pakket zagen we ook liever Martha opduiken, en niet zusje Lucy die tijdens datzelfde Hallelujah, maar ook Gay Messiah een - desalniettemin hartverscheurende - poging kwam wagen om ons van ons loom vooravondgevoel te verlossen. Helaas, het ontbreken van een minimale begeleidingsband deed ons uiteindelijk op de grond ploffen van verveling.Soit, back to the nineties. Al wat voor het podium uithong bij aanvang van The Tragically Hip, was Canadees getint door hun hondstrouwe aanhang. De band kwam - uitgerust met een héél jargon aan gitaren - sterk opzetten van bij de eerste riff. Als fotomodellen staan ze van bij het begin uiterst stijlvol te pronken, terwijl elk nummer zich langsheen tempowisselingen tot heus armgezwaai beweegt. Gordon Downie, zeer amusant met de microfoonstandaard, deed ons bij momenten dagdromend aan Michael Stipe aan het roer van een uit de kluiten gewassen R.E.M. denken. Een perfecte geoliede Hip-machine verwent ons met prachtig samenspel tijdens Grace, Too en Something On. Met dit in het achterhoofd en nieuwe nummers als Fly Emigrants kunnen we alleen maar hopen dat die nieuwe Hip-plaat ons zo snel mogelijk tegemoet komt.
Met Gnarls Barkley was het tijd voor heuse verkleedpartijen (niet wij, zij!), drie schoonheden van cellisten, allen in karate-uniform, een doordringende bassdrum en een beat om 'U' tegen te zeggen. Stonden we gisteren nog stijf als een hark bij The Wailers dan was Gnarls Barkley dodelijk. Gnarls Barkley mag ons dan grijze haren doen krijgen met zijn hoog Bjorn Again-gehalte, stiekem is de man een groot hitorgel in spé. Krachtig - zoals Zizou de dag nadien - werd de ene aanstekelijke beat na de andere telkens zeer bombastisch door onze trommelviezen geblazen. Tegenover klasbakken als St Elsewhere, Gone Daddy Gone, Who Cares en Feng Shui is Crazy peanuts, meer nog, een spotgoedkope radiohit. Een uur lang werden we aan het dansen gezet op de hipste muziekjes met uiterst pittige funk-, soul- en hiphopinvloeden. [pagebreak]
Zondag begonnen we met Tiken Jah Fakoly. Deze Afrikaan maakte van een doorsnee festivalpubliek één groep gelijken. De sfeer was optimaal en de zon straalde. Een uur lang kwam er reggae uit de boxen, en net als voor de fans, was dit voor ons leken een enorm positieve ervaring. Alles in een Afrikaanse sfeer: de backing vocals waren wat je noemt echte ‘big mommas’ met luide stemmen en ingestudeerde danspasjes, op de roestbruine toga van Fakoly zelf was Afrika geborduurd en zonder aarzelen liet hij het hele plein “Africa wants to be free” meeroepen. De vurige teksten van Fakoly dwongen bij veel mensen respect af en met nummers als Quitte le Pouvoir en Africa zong het hele festivalplein driftig mee. De boodschap was overduidelijk. Of om het met hun eigen woorden te zeggen: “On a tout compris”.De perfecte groep op een festival waar een mengeling van rassen en culturen net de reden is van het hoge sfeergehalte. Zita Swoon ging instrumentaal krachtig van start om dan over te gaan naar het integere Thinking About You All The Time, wat dan weer gevolgd werd door het uiterst dansbare Hot Hotter Hottest. Het feest barstte los. Doorheen het optreden werd rustig en sober afgewisseld met luid en krachtig. Zo hoorden we zowel nummers als De Qoui Besoin d’Amour en Selfish Girl als het zo poppy Disco. Het eindige met wat slagwerk en ritmisch geklap, dat overvloeide in het prachtig Josiesomething. Stef Kamil Carlens vond het duidelijk ook leuk om van de harmonieuze sfeer op het festival te mogen proeven. Eeuwig glimlachend kon het voor hem en de andere Zita Swoon-leden niet meer stuk. Voor ons hetzelfde.
Met de eerste volledig blanke bezetting van de dag gaf David Gray voor ons een exclusief concert. Anderhalf uur speelde de man zowel hits als Sail Away, The One I Love, Please Forgive Me en Babylon, als nieuwe nummers. Piano werd afgewisseld met gitaar en David had voor de gelegenheid ook een violiste meegebracht. Een eigenaardige bende, dat wel. Terwijl iedereen in pak op het poduim verscheen, had de drummer een hawaiihemdje aan en konden de drumstokjes niet fluo genoeg zijn. De toetsenist deed ons dan weer denken aan Frank Dingenen, maar misschien was het de vermoeidheid. Mooie show, al was het bisnummer een beetje te veel van het goeie. Na tientallen keren “goodbye” te kwelen, kon David Gray er toch nog niet genoeg van krijgen. Na een vijftien minuten lang bisnummer slaagde hij er dan toch in er een einde aan te breien. Tot grote spijt van de vele fans op de eerste rijen. Gray liet ons - in tegenstelling tot Wainwright - zien hoe je intimiteit toch kan doen zegevieren op festivals als deze.
Leading Lady Erykah Badu was duidelijk de grote publiekstrekker op deze laatste dag van het Cactusfestival. Op de eerste rijen was het naar adem happen maar ook achteraan stond enorm veel mensen. Omringd door zes muzikanten en twee achtergrondzangeressen maakte deze diva haar entree en kon ze rekenen op een luid en lang applaus van de vele fans die al urenlang op haar stonden te wachten. Met veel gekreun zette ze de eerste nummers van haar set in. Een absolute meerwaarde aan het optreden was de man met de dwarsfluit, maar dat was bijzaak, aangezien echt álle aandacht naar Erykah Badu ging. In een mum van tijd had ze het hele plein in haar greep en wiegde ze iedereen op haar ritme mee. Jammer was wel dat de linkerbox het liet afweten, net tijdens het prachtige I Want You. Maar dat kon de sfeer niet vergallen. We denken dat de meesten het met ons eens zullen zijn, als we zeggen dat Erykah Badu een terechte en prachtige headliner was van het Cactusfestival.
Dit Cactusfestival was meer dan ooit het festival voor de fijnproever. Drie dagen lang werden we bedolven onder oude glories die nu hun comeback op onze iPod maken, mochten we ons in de tropen wanen op wereldklanken en droomden we graag weg bij sprookjesachtige singer/songwriters. Een mooier jubileum konden we ons niet wensen.
