BMU Fest
Gentse Feesten Underground
Kris Hadermann
Frontline, Gent — 15 juli 2006
De Gentse eesten staan vooral bekend als een publieksevenement waarvoor alle commerciële artiesten nog eens uit de studio komen. Wat weinigen weten is dat ook diep in de underground de Gentse Feesten gevierd worden. De Frontline organiseert het BMU-fest: vijf themadagen rond een bepaald metalgenre. Wij stonden voor u present op de brutale death metaldag en de grindcoredag.

15 Juli 2006: Death metalday
Je moest er vroeg bij zijn om het totaal onbekende Fractured Insanity te leren kennen. Wij stonden erbij en keken ernaar. Met ons deden dat exact nog vijftien andere mensen. En het waren de afwezigen die dit keer eens gelijk hadden. Veel meer als kijken en staan kon je niet doen tijdens hun ronduit slechte opvoering. De bandleden stonden als vogelverschrikkers op het podium en rammelden maar wat stinkende akkoorden en matige grind uit hun instrumenten. Jong zijn ze dan wel, voor talent hoef je bij Fractured Insanity niet te zijn. Wij onthouden vooral de weelderige haardos van de bassist, die veel weg had van een uitgewaaide palmboom.

Groot was het contrast met het Nederlands - Limburgse Reason To Kill. Met veel energie en overgave gaf elk bandlid het beste van zichzelf. Al bij de soundcheck zag je dat de bassist en de gitarist elkaar zeer goed aanvoelen en ook tijdens de officiële show kwam dat duo vernietigend voor de dag. De kortgeschoren zanger kon muzikaal gezien weinig troeven voorleggen, maar hij bracht wel ambiance in de nog altijd onderbevolkte keet. Steek het gerust op de Hollandse openheid, maar Reason To Kill stal de show en daagde het publiek uit om een moshpit te maken. De eerste die dat zou doen, kreeg een gratis demo. En ja hoor, zo rond het middelpunt van hun set rijfden een vijftal individuen die demo binnen. De vaak gillende zangstukken niet meegerekend stond hun deathcore als een huis. Als de zanger zijn wat zwaardere grunt bovenhaalde en de mannen met de snaren weer eens een pompende riff aansneden tintelden onze oortjes nogal. Een eerste ontdekking had zich bij deze aangediend.
Natuurlijk was ook Wallonië weer prominent aanwezig, niet enkel in het publiek. Op de affiche pronkte het sterke Catarrhal. Deze groep heeft ons in het verleden zelden iets voorgeschoteld waar we ondersteboven van waren. Bovendien stond Catarrhal daar zonder bassist. Ondanks die vooroordelen maakte de band het al wat massalere publiek simpelweg in. Met moordende precisie bombardeerden ze headbangend Vlaanderen met zware en donkere riffs en een al even diepe grind. Het deed ons sterk denken aan Vile en dan weet je dat we aan het complimenteren zijn. Zo goed als de muziek was, zo slecht was hun uitstraling. De frontman trok een gezicht als een donderwolk en ook de rest stond er wat sober en uitgeblust bij. De reden voor hun wat gefrustreerde indruk kan hun afwezige bassist zijn, maar misschien was dat juist wat Catarrhal zo strak maakte. De gitaren hadden nu vrij spel en riskeerden niet opgevreten te worden door een veel te luide basgitaar. Een paar lessen Engelse uitspraak en wat meer overgave zouden wonderen kunnen doen, maar muzikaal vlekkeloos!
Blijkbaar had I Witness forfait gegeven. Jammer voor hen, maar wij waren er niet rouwig om. Want dé band waarvoor we gekomen waren mocht zo een uurtje vroeger de toog verlaten. Zanger van dienst, Peutie, had daar al een vaste stek veroverd en zag er bijgevolg weer beroerd uit. Tijdens het checken van de microfoon moesten ze hem van achter de toog sleuren om hem toch maar actie te krijgen.
Voor wie Leprasy een beetje kent vormen zulke taferelen al geen verrassing meer. De drummer wrong zijn dubbele meter achter zijn al even imposante drumkit, Peutie ontstopte alvast enkele gegiste granendrankjes en de ruime achterban van de band koos positie voor het podium. Opener VIP, wat in het Leprasies Very Impressive Penis betekent, deed de boel al vanaf de eerste noot ontploffen. Haardossen doorkliefden het luchtruim en enkele sporadische moshsessies ontsproten. Muzikaal sukkelde enkel de gitaar wat met de afstelling. Toch klonk het geheel beresterk: knoesten van basmomenten, precieze drums en gitaarwerk dat je lichaam op hol doet slaan. De kwakende vocals van de bassist en de wat borrelende stem van de zanger (hoe zou dat toch komen?) gaven het allemaal het nodige sardonische trekje mee. Met het fantastische titelnummer van hun eerste langspeler 'Morbid Pathologist' overtuigde Leprasy de aardig gevulde concertzaal dat zij nu echt wel aan het doorbreken zijn. Muzikaal dan wel geplaagd door de technologie, qua sfeer deed haast niemand beter.
Na de thuisploeg was de tijd gekomen voor een vooralsnog onbekende naam om zijn duivels te ontbinden. Met ons hadden duidelijk nog maar weinig mensen al gehoord van het West-Vlaamse Leptotrichia. Opvallend aan die band is de eeneiige tweeling met de kroezels en de bril die de zang en de percussie verzorgden. Het waren echter de andere bandleden die er muzikaal gezien effectief iets van bakten. Met enkele vettige riffs die overvloeiden in agressieve melodieën maakten de snaarinstrumenten van Leptotrichia niet meer dan een strakke indruk. Zolang de frontman zijn bek hield konden we best genieten, maar als hij er met zijn kraaienkrijsen tussenkwam was de pret bedorven. Ook de grinds voegden niets extra's toe. Wat de frontman wel fantastisch deed was zijn opvoering. Alsof hij net uit het gesticht voor seksueel gefrustreerden ontsnapt was verkrachtte hij meermaals de micro, veinsde hij te masturberen en wreef sensueel over zijn -van een stevige speklaag voorziene- borstkas. Met zijn psychopathische smoelwerk reflecteerde hij bovendien zeer goed de perversie die de band bezingt. Met wat meer repetitie kan er wel muziek zitten in Leptotrichia. Voorlopig zit er enkel een puike entertainer in.
Het jonge talent moest het podium daarna overhevelen aan enkele grote kanonnen van de Belgische metalscene. Te beginnen met de “extreme Belgische ziekelijkheid” van Emeth, die van de gelegenheid gebruik maakten om hun nieuwe album te releasen. Van zo’n gevestigde waarde verwacht je niets minder dan dat ze de pas gerenoveerde Frontline opnieuw in de vernieling zouden spelen. En ja, Emeth sloeg iedereen met verstomming, maar alleen omdat ze er in slaagden om hun ooit zo heerlijk klinkende nummers vakkundig te verknoeien tot een storm van lawaai en gepiep. Het ergste was dat ze dat zelf niet eens leken te beseffen. Horendol werden we van het irritante gehamer van de drum, het zieke baslijntje, het beschamende gitaarwerk en niet het minste van een wanhopig grindende zanger. Niemand, maar dan ook werkelijk niemand kon het geloven. Zelfs het beleefde applaus na de nummers verstomde! Als gitaren een vakbond zouden hebben, dan zou die prompt in opstand zijn gekomen tegen zulk misbruik. We hebben wel al bands zien afgaan, maar dat we de podiumbeesten van Emeth aan dat lijstje zouden mogen toevoegen kwam nooit in ons op. Bij deze is dat wél gebeurd. Een kleurloze schande was het en we kunnen alleen maar zeggen dat die mannen eens dringend aan herbronning toe zijn.
De enige band die niet uit de Benelux kwam kreeg dus een flink geïrriteerd publiek onder de neus geschoven. Veel leken de met bloed overgoten Duitsers zich daar niet van aan te trekken. Ze zagen er om te beginnen al briljant uit: hun ‘bloed’ hing werkelijk overal en als je dan een grimas op je gezicht kan toveren die je gedurende drie weken zal achtervolgen in je nachtmerries, dan heb je de juiste image vast die bij brutale death metal hoort. Debauchery joeg simpele mid-tempo riffs samen met bloeddorstige grinds als een steekvlam in het publiek. En iedereen werd aangestoken. De hele set werd een feest met knallers van nummers als Butcherman en catchy meebrullers als Death Metal Warmachine. De humor mocht er ook best wezen. Tijdens een nummer met “masturbation” in de titel kreeg de zanger een basgitaar in zijn anale holte geramd en voegde hij de daad bij het woord met de micro. Het viertal pakte uit met het ene dreunende nummer na het andere. Headbangen was een voltijdse job voor het publiek en ook de moshpit bleef niet uit. Emeth was ongetwijfeld het slechtste concert van het jaar, Debauchery solliciteerde hier sterk naar het beste optreden van het jaar. Voor ons was die titel tot voor kort voor My Dying Bride, maar we schuiven hem graag door naar onze Duitse vrienden.
Met nog een Belgisch metalkanon na zo’n stevige performance hielden we ons hart vast voor Suhrim. Echt veel zin leken de Antwerpenaren niet te hebben. Ze deden rustig hun ding zonder zich al te moe te maken. Zelfs de oerkreten van bassist/zanger Johan kwamen wat geforceerd over. Niettemin beukte er keurige death metal uit de boxen: akkoorden waarvan men vermoedt dat ze de dinosaurussen uitroeiden, drumversnellingen die Floyd Landis herleiden tot een gedopeerde schildpad en die stoere brulzang van Johan. Suhrim speelt al een tijdje met de vingers in de neus alles plat wat ze tegenkomen. Misschien daarom dat het deze keer wat sloom en statisch gebeurde. Die mannen zijn immers al wat anders gewoon dan het kruipkot in de Overpoort en dat speelde duidelijk in hun hoofden. Grandioos gespeeld, maar té weinig entertainment. Met een grapjas als Johan verwacht je meer.
Headliner vanavond was het Nederlandse Textures. Nu hebben wij die mannen al eens zien spelen op Tears of Metal eerder dit jaar en het komt er op neer dat wij niet bereid waren om nog eens zo gemarteld te worden. Toen – in veel betere omstandigheden nota bene – stootten ze een dikke brei van lawaai uit die enkele dagen later nog steeds nazinderde. Neen, we houden niet zo van die "purechaosmuziek" waar Textures voor zorgt. Ga ze gerust zelf eens checken en misschien is het wel jullie ding, maar wij verkozen een frisse pint aan de toog van het dichtstbijzijnde metalcafé.
[pagebreak]
22 juli 2006: Grindcore day
Net als vorige week mocht een totaal onbekende band de debatten openen. Opnieuw gebeurde dat voor een tienkoppig publiek. In tegenstelling tot Fractured Insanity probeerde Murder Intentions wél om er al meteen beweging te krijgen. Vooral de kleine, langbehaarde zanger huppelde als een dartel veulen op en rond het podium. De andere zanger viel ook op, maar dan vooral door zijn immense lichaamsmassa. Aan energie geen gebrek, dat staat vast. Het zou dan zeer handig geweest zijn moesten ze dat kunnen koppelen aan een iet of wat geslaagde vorm van Grindcore. Over dat laatste kunnen we alleen maar zeggen dat hun geroep en getier niet eens in de buurt kwam van een grind. Bovenal klonk de gitaar als een hoop oud ijzer die zich in verre staat van het roestproces bevond. Grindcore is een extreem metalgenre, maar het lawaai van Murder Intentions bekom je ook als je een paar peuters een drumstel, een micro en een gitaar in de handen stopt. Rampzalig!

De volgende band is slechts bij weinigen bekend omdat ze al een tijdje sukkelen met hun line-up en omdat die demo maar niet wil uitkomen. Toen wij Angor Pectoris laatst zagen dan telden ze nog vier leden. Vandaag zijn dat er drie. Uiteindelijk leek het gitarist Ronny het beste om zelf de vocals over te nemen voor dit optreden omdat ze nog steeds zoeken naar een nieuwe vocalist. Ons advies: stop onmiddellijk met zoeken! Ronny toonde niet alleen dat hij een begenadigde gitarist is, zijn grind klinkt erg rauw en uniek zodat hij op zijn dooie eentje al een eigen sound geeft aan de band. Want ook zijn gitaarwerk liet enkele monden verbluft openvallen. Met zijn pezige armpjes sleurde hij geniale solo’s en oerdegelijke riffs uit zijn instrument. Dat op zich is al niet van de poes, maar terwijl hij gitaarles staat te geven jaagt die mens ook nog eens zijn diepste keelgeluiden door de micro. Moesten we een hoed hebben, we namen hem met graagte af. Vergeleken met zulk talent stond de bassist en zat de drummer er louter bij om het geluid te voorzien van wat meer draagkracht en ritme. Daarmee toonde Angor Pectoris een steile progressie vergeleken met hun povere optreden van vorige keer.
Een blik op de affiche leerde ons dat de naam “Grindcore day” eigenlijk helemaal niet opgaat. Er stond ook heel wat metalcore geprogrammeerd, ondanks het feit dat er al een hele dag aan dat genre werd uitbesteed. En metalcore is nog steeds gelijk aan skinheads en extreem gewelddadige en ja, vaak zelfs bloederige moshpits. Wat die mensen soms kan bezielen weten we niet, maar feit is dat er ook vandaag weer heel wat schedels stonden te glimmen.
Days of Betrayal mocht het metalcorehoofdstuk op gang schoppen. Leunend tegen een van de wanden vielen we net niet in slaap tijdens de eentonige geluidsmuur die het West-Vlaamse vijftal daar stond te bouwen. Heel af een toe deed een wat diepere, stampende riff wat oogleden omhoog knallen, maar nog voor die konden knipperen was dat goeds alweer vervangen door krakende versterkers en puberaal geschreeuw. Een verroeste kettingzaag die je met al je kracht tegen een stalen plaat gooit levert een sterkere muzikale prestatie op dan Days Of Betrayal. Het enige wat ons nog binnenhield was de airco, want buiten was het opnieuw drukkend heet.
Of het nu op de affiche past of niet, de plaats die het Antwerpse deathcoregezelschap Moker innam stond niet ter discussie. De haren mochten een eerste keer los wanneer zij stevig op hun gitaren begonnen te hameren. Met een straight-in-your-face-attitude en gemene grunt dwong de zanger zijn publiek tot headbangen en moshen. Wie het zou durven om in de moshpit te stappen, had dat nooit overleefd. Een atletisch gebouwde skinhead zwierde daar namelijk zijn ledematen in het rond alsof hij een strijd op leven en dood aan het uitvechten was met een nedergedaalde geest ofzoiets. Tijdens zijn gevecht demonstreerde hij zowaar een enkelhandige handstand terwijl zijn benen woest de lucht terug door de airco naar buiten schopten. Toch geflipt hoor, die skins, maar wel mooi om naar te kijken. Op het podium bleef Moker met gespierde riffs en verrukte melo-akkoorden uitpakken. Het was genieten, maar ook voorzichtig wezen want als je te hard headbangde riskeerde je een verdwaald lichaamsdeel tegen te komen. Subliem gespeeld én met uitstraling, meer kan je echt niet verlangen.
In alle gortigheid verteerde een bijzonder matig afgesteld stel instrumenten de zaal. De drummer dreef zijn polsen tot het uiterste om dat hele zootje aan elkaar te kloppen terwijl de zanger stond te squealen en te screamen als een verkracht varken. Het was echter niet door zijn zangprestatie dat die man om aandacht schreeuwde. Wél zijn ontblote torso die het grootste deel van het podium in beslag nam en bovendien constant blubberde op de snelle ritmes die weergaloos op ons werden losgelaten. Kruagre kreeg ook af te rekenen met technische problemen. Een kolfje naar de hand van de zanger om met enkele geslaagde opmerkingen de zaal te laten lachen: “Ondertussen zijn we al zes nummers verder” meldde hij na een onderbreking van al gauw tien minuten. De sfeer zat er, ondanks de matige prestatie, echt wel goed in. Het SM-masker dat de zanger even opzette zat daar wellicht voor iets tussen. Maar goed, als je een publiek op de hand kan krijgen op die manier dan zullen wij niet blijven doorzeuren over slechte afstellingen en dergelijke. Best een aangenaam optreden.
Vorige week speelde Peutie de boel al eens plat met Leprasy en ook vandaag moest de man met het grootste voorhoofd van Gent weer aan de bak. Nu met zijn eerste band Putrid Inbred. Raar genoeg moest Peutie de lyrics dit keer delen met nog een andere zanger. Beiden braakten ze zowel samen als apart enkele smerige grinds en dodelijke screams uit hun lijf met een zeer extreme sound tot gevolg. Echt knallen deed het weliswaar niet, je voelde aan dat er wat schortte om er echt eens stevig tegenaan te gaan. Dat was te wijten aan een wat wispelturige ritmesessie. De vettige achtergrondklanken van de bas bleven uit en de man met de stokken had nog nooit van een dubbele basdrum gehoord. Desondanks liet Putrid Inbred een sterke indruk na.
Vanaf dan kwamen de kleppers aan de beurt, met voorop het wereldwijd gelauwerde Serial Butcher. Twee jaar geleden zagen we ze nog aan het werk toen nog geen kat van die band gehoord had. Grootste verschil met toen was dat het toenmalige zangersduo gehalveerd was. Veel leed de sound daar niet onder. Een machtsontplooiing kan je van zanger Kurt – een man van eind dertig – niet meer verwachten, maar de man trok aardig zijn plan. De hoofdrol was wederom voor gitaarwonder Gijs. Als die man een gitaar in de armen krijgt geworpen lijken de powerblasts en de extreme solo’s er nog vlotter uit te stromen als een tsunami over Indonesië. Ook de zeebeving volgde, gelijktijdig met een vloedgolf vol death metal om duimen en vingers en nog andere lichaamsdelen van af te lekken. Een pit kregen we niet in gang, ondanks onze verwoede pogingen, maar er zullen verschillende metalheads met een stijve nek rondgelopen hebben op zondag. Hét beste optreden van de avond had zich volstrekt!
Omwille van het rijschema van het openbaar vervoer waren we genoodzaakt om na het eerste nummer van het altijd fantastische Welkin de zaal te verlaten. Ons hart bloedde, want zelfs met die enkele song hadden die mannen ons al overtuigd van hun kunnen.
Ook het oudgediende Agathocles hadden we nu graag eindelijk eens live willen zien, maar zij speelden nog na Welkin. We kunnen alleen in het duister tasten, maar een band met eenentwintig jaar ervaring zal wel hun immer agressieve mindcore wel op punt hebben staan.
