Blue Note Festival - All That Jazz?
Blue Note thuis in alle genres
Robin Tulkens
Bijloke, Gent — 20 juli 2005
Blue Note, een prachtig label, en -zo weten onze Blue Note-liefhebbers- een prachtig festival. Redelijk kleinschalig, keurig, zacht, hoffelijk... Blue Note Gent, ook wel All That Jazz (? of ! naar gelang de datum) weet elk jaar wel een beetje te groeien. Dit jaar, veel goeds voor weinig geld. En het resultaat mocht er wezen.

- Zaterdag 15 juli
- Woensdag 20 juli
- Donderdag 21 juli
- Zaterdag 23 juli
- Zondag 24 juli
Zaterdag 15 juli
Opener op 15 juli was het Ben Sluijs Kwartet. Tenorsaxofoon, altsaxofoon, drums en contrabas brachten heel experimentele jazz, die gevaarlijk balanceerde op de vage grens van schitterende free jazz en onsamenhangend gepiep. Jammer genoeg werd die grens iets te veel overschreden. Bovendien is en blijft free jazz moeilijk te verteren, in het bijzonder op een zonnige zaterdagmiddag.
Gelukkig stond daarna het Bert Joris Kwartet op het programma. De naam alleen al verraadt op voorhand dat je een schitterende performance zal zien. De man heeft zijn strepen dan ook al meer dan dubbel en dik verdiend. Marc Moulin is misschien wel de bekendste die beroep deed op deze fantastische trompettist. Met zijn combo bestaande uit een drummer, een contrabassist en een buitenaards goede pianist, oversteeg hij zelfs vele verwachtingen. Dit waren duidelijk vier rasmuzikanten die perfect op elkaar inspelen en zich bovendien duidelijk vermaken op een podium. Hun heel melodische deuntjes werkten vrij aanstekelijk, zonder lichtvoetig te worden. Belgische jazz op z'n best!
Frankrijk ligt in hartje Gent. Althans die indruk hadden we bij Galliano. Alhoewel deze artiest misschien niet echt thuishoort op een jazzfestival, kon hij op een vrij talrijk publiek rekenen. Zijn New Musette is steeds heel ontspannend luistervoer. Wat de solo' s betreft ging hij naar het einde van de set toe wat te ver, waardoor het nice & easy-gevoel wat verloren ging en de aandacht van een deel van het publiek toch wel wat verslapte.
Veel mensen waren toch wel hoofdzakelijk gekomen voor de hoofdact Dee Dee Bridgewater. Deze artieste is van klassieke repertoire Jazzstandards overgestapt naar Franse Chansons. Ze zong Beyond The Sea bijvoorbeeld met een Franstalige tekst op een Afrikaans getinte begeleiding. Al snel at zowat iedereen in de tent uit haar hand. Er kwam een hele resem aan karaktervolle vertolkingen van gekende pareltjes als Ne Me Quitte Pas of Et Maintenant. Tijdens het funky Girl Talk kwam er een uitvoerige uiteenzetting over hoe vrouwen het initiatief kunnen nemen, met een heel ondeugende knipoog naar de eventuele kinderen die nog aanwezig waren... Dit is een vrouw die thuishoort op een podium. Aan het einde van de set kwam La Vie en Rose en dit was een perfect nummer om een leuke dag met een aardige affiche mee af te sluiten.
Dit was gelukkig nog maar de tweede dag... en het zou alleen nog beter worden...
Woensdag 20 juli
All that Jazz! Vorige week mochten we op de Bijloke mee loungen met Dee Dee Bridgewater, Ben Sluys, Dave Holland, Philip Catherine, Kortom, de orchestras, trios, kartets en fives waren wel van de poes. All that Jazz? (let op de leesteken) tapt uit andere Blue Note-vaten. Naast de classic jazz-bronnen worden ook de acid, blues, rock en alle andere serieuze muziekputten opengeboord.
Cassandra Wilsson, die niet zou hebben moeten onderdoen voor de eerste wekers kon (diegenen die 30 euro veil hadden) bekoren met nummers van eigen makelij, toch begon de tent zich pas op te warmen met het hemelse breekbare Fragile en het mogelijks nog tengere Redemption Song. Respect voor deze dame die meermaals had af te rekenen met technische problemen. Hou die krekels uit de boxen alstublieft!
Solomon Burke, een priester naar ons hart, werd vanachter een gordijn in zn massieve fluwelen troon gehesen onder begeleiding van een Hammond-orgel, een trombone-trompet-sax en alt-sax blazerscombo, een strakke drumn bass-sectie en een iets te droge six-string. Dat Mick & keef Jams van het eerste uur zijn, kunnen we goed geloven: ze zijn van de eerste noten. Wat een uitstraling! Met bekend (sorry, we kunnen er geen titels op plakken) en nog bekender werk (covers: Sitting on the dock of the bay, Stand by me, I will survive, I cant stop loving you, Wonderful world, Proud Mary) n echte rode rozen werd het publiek op zn wenken bediend. Gotta serve somebody was dan ook maar alleen aan ons en God gewijd. Bob Dylan, Rufus, Charles, Minguys, Gladys Knight: bedankt om in de huid van Good Ol Solomon te kruipen!
(TVB)
Donderdag 21 juli
Tony Joe White mag dan vooral bekend zijn als songleverancier van de groten van de popgeschiedenis (Elvis, Ray Charles, Joe Cocker, Tina Turner, John Mayall), op Blue Note slaagde hij er perfect in om met zijn innemende verschijning in zijn eentje het podium te vullen. Met de hoed diep over de gitzwarte glazen van zijn zonnebril getrokken, dompelde de Swamp Fox uit Louisiana het publiek onmiddellijk onder in een stevige portie moerasrock, enkel vergezeld door een slangenkop die van op zijn gitaarriem het publiek recht in de ogen leek te staren.
Dat zijn uitgebreide repertoire gemeengoed is bij menig muziekliefhebber, bleek uit de resem songtitels die als een golf uit het moeras opsteeg toen hij na zijn eerste nummer aan de aanwezigen vroeg of er any requests waren. I will play them all, klonk het koeltjes.
Jammer genoeg geen spoor van Emmylou Harris, Lucinda Williams of Shelby Lynne in De Bijloke, het aangename gezelschap dat hem bijstond op zijn laatste plaat The Heroines (2004). Na enkele nummers vergezeld door drummer Jeff Hale, wist Tony Joe White het publiek evenwel probleemloos in de ban te brengen van zijn rauwe stem en onovertroffen gitaarspel, dat tussen de perelaars mooi te volgen was op de schermen naast het podium. Een groot entertainer zal de man hoogstwaarschijnlijk nooit worden, maar menig hoofd, ook van de niet-fans, knikte instemmend mee toen de Lone Wolfklassiekers als Polk Salad Annie, Rainy Night in Georgia en Roosevelt and Ira Lee de tuin van de Bijloke instuurde.
Slechts n bisnummer in Gent, maar wel eentje van formaat, Steamy Windows, het nummer waarmee hij samen met Tina Turner eind jaren tachtig na een stille periode opnieuw de kop opstak. Waarna de grijze krokodil onder een stormachtig applaus terug de coulissen en het moeras indook.
Toen zangeres Dani Klein in 1996 een punt zette achter Vaya Con Dios had n van Belgis meest succesvolle exportproducten wereldwijd niet minder dan zeven miljoen albums en drie miljoen singles verkocht. De roem had helaas zijn tol geist: na het vertrek van de oorspronkelijke groepsleden Willy Willy en Dirk Schoufs, bleef Klein in de studio en op het podium alleen achter met beroepsmuzikanten, die de machine Vaya Con Dios mee draaiende moesten houden. Toen de druk hoe langer hoe groter werd, besloot Dani Klein uit het succesverhaal te stappen en de woestijn en een groot deel van de rest van de wereld in te trekken om met zichzelf in het reine te komen. In 1999 kreeg ze opnieuw zin om te zingen, wat resulteerde in een album dat ze samen met een aantal vrienden onder de naam Purple Prose opnam. Ze beloofde zichzelf evenwel om enkel nog onder haar eigen voorwaarden muziek te maken en niet langer volgens de wetten van de platenindustrie.
Het nieuwe album van Vaya Con Dios, The Promise, werd met die belofte indachtig uitgebracht onder een onafhankelijk platenlabel en het publiek kreeg tijdens Blue Note een mix van nummers uit het nieuwe album en oude hits voorgeschoteld. Het podium was voor de gelegenheid met veelkleurige lampenkappen omgetoverd tot een gemoedelijke club, waarin La Klein en haar negenkoppige band zich duidelijk thuis voelden.
De Spaans genspireerde mengeling van soul, blues, chanson en rock, waarmee Vaya Con Dios halverwege de jaren tachtig met succes de toen heersende eentonige pop doorbrak, blijft het handelsmerk van de groep. Brusselaar Dani Klein liet horen dat ze nog steeds een aardig mondje Frans, Engels, Spaans en bij haar nieuwe nummers zelfs Duits en Angolees kan zingen. Het publiek lustte er wel pap van, maar de tent schoot pas echt in vuur en vlam toen alle registers opengetrokken werden met klassiekers als Dont Cry for Louie, Whats a Woman?, Just a Friend of Mine, Johnny en Puerto Rico.
Het optreden zat perfect in elkaar en was muzikaal af. T af, misschien, maar dat lieten de aanwezigen niet aan hun hart komen. Na een daverend applaus van het laaiend enthousiaste publiek, kwam Dani Klein zichtbaar ontroerd terug het podium op. Dat doet deugd, klonk het oprecht en aan de tranen in haar ogen te zien, dacht ze toch wel met een vleugje heimwee weer aan de gloriedagen van weleer. Nah Neh Nah en Heading for a Fall werden opnieuw op een minutenlang applaus onthaald en met een diepe buiging bedankte Dani Klein samen met de hele band het fantastische publiek. Vaya Con Dios stond er. Opnieuw.
(JH)
Zaterdag 23 juli
Van Morisson staat bekend als een zeer moeilijk mens, en dat werd zaterdag nog maar eens bevestigd. Fotos mochten er niet getrokken worden, en bij de aankondiging mocht de presentator niet eens de Ierse zanger bij naam vernoemen. In zijn gekende stijl, donkere bril op en hoed diep over het gezicht getrokken, betrad Van the Man dan het podium. Veel zin leek hij echter niet te hebben. Nummers als Stranded en Days Like This werden gezongen zonder veel overgave, en meermaals moest de zevenkoppige begeleidingsband de boel rechttrekken. Een zeer zwakke versie van Moondance, van ver achter de micro gezongen, betekende echter het dieptepunt van een set die tot dan weinig tot de verbeelding sprak.
Langzaam maar zeker, en vooral onder de impuls van een zeer enthousiast publiek, leek de anders zo koele Ier te ontdooien, wat ervoor zorgde dat het einde van het eerste uur beterschap inhield. Crazy Love, nog steeds onder uitstekende begeleiding, bleek het startsein, en vooral in de toegift kwam Van Morissons meesterschap bovendrijven. Een meezingend publiek bij de Dylan-cover Its All Over Now, Baby Blue, en een prachtige versie van Stand By Me zorgden voor een waar kippenvelmoment, en na een onverwachte, maar niet minder fantastische Gloria stapte hij van het podium. Great audience, zo wist hij te vertellen. Uit de mond van Van Morisson mag je dat beschouwen als een groot compliment.
(DV)
Zondag 24 juli
Als je het Antwerpse accent van frontman David Bove hoort, zou je het niet meteen zeggen, maar Think of One is echt een multicultureel gezelschap. Met Chuva em P trokken ze naar Brazili, waar ze hun typische mix van reggae, dub en ska onderdompelden in een badje van cco, maracuta en samba. Een Zamu-award en de BBC World Music Award later zijn ze klaar om het Gentse Blue Note Festival in te pakken.
Bove liep op krukken, en moest zich noodgedwongen tevreden stellen met een stoeltje aan de kant van het podium. Het waren echter het trio Braziliaanse vrouwen die de show stalen. Vooral de kranige Dona Cila zorgde voor een werkelijk fenomenale performance. Deze ongekroonde koningin van de cco blies haar twee jongere achtergrondzangeressen omver, en palmde het podium in met een ongelooflijke flair en presence. De tent stond al gauw op zijn kop, en had met Cila een ideale dirigent, die er al shakend, dansend en zelfs headbanged van genoot. Muzikaal was de aanstekelijke mix van genres en stijlen uiterst genietbaar, met de drum en percussie meermaals in een hoofdrol. Regelmatig verliet Dona Cila het podium, om plaats te maken voor een uitgebreide en aanstekelijke percussiesolo. Afsluiten deed Think of One met de Cco Medley, waarin Cila nog eenmaal volledig uit de bol ging.
Van de ene kranige oude dame naar de andere, want de Buena Vista Social Club stelde Omare Portuonde centraal. BVSC zal wel nooit meer de grandeur bereiken van de hoogdagen waarin Ry Cooder samen met onder andere Ibrahim Ferrer, Compay Segundo en de vorig jaar overleden Rben Gonzalez de studio indook, en een paar schitterende platen uitbracht, maar toch slaagde Portuondo en haar orkest erin om de magie van weleer op te roepen.
De ondertussen 75-jarige Portuondo begon rustig aan haar optreden, en wisselde de typische Cubaanse sound af met de Amerikaanse jazz-sound waarmee ze is opgegroeid. Toch liet ze regelmatig de eer aan haar voortreffelijke begeleidingsband, om eventjes achter de coulissen uit te blazen. Deze momenten werden echter prachtig opgevuld. Zo liet pianist Emilio Morales regelmatig van zich horen in prachtige improvisaties, en Papi Oviedo entertainde het publiek met een meer dan geslaagde tressolo, waarbij hij zelfs op het hoofd en van op de rug speelde. Toch was het nog steeds de kwieke Portuondo die het meest lof oogstte. Vooral haar (Engelstalige!) ode aan Nat King Cole kreeg veel applaus. Afsluiter Dos gardenias para ti was een waar kippenvelmoment, en een meer dan waardig einde van een schitterend concert.
(DV)
- Woensdag 20 juli
- Donderdag 21 juli
- Zaterdag 23 juli
- Zondag 24 juli
Zaterdag 15 juli
Opener op 15 juli was het Ben Sluijs Kwartet. Tenorsaxofoon, altsaxofoon, drums en contrabas brachten heel experimentele jazz, die gevaarlijk balanceerde op de vage grens van schitterende free jazz en onsamenhangend gepiep. Jammer genoeg werd die grens iets te veel overschreden. Bovendien is en blijft free jazz moeilijk te verteren, in het bijzonder op een zonnige zaterdagmiddag.
Gelukkig stond daarna het Bert Joris Kwartet op het programma. De naam alleen al verraadt op voorhand dat je een schitterende performance zal zien. De man heeft zijn strepen dan ook al meer dan dubbel en dik verdiend. Marc Moulin is misschien wel de bekendste die beroep deed op deze fantastische trompettist. Met zijn combo bestaande uit een drummer, een contrabassist en een buitenaards goede pianist, oversteeg hij zelfs vele verwachtingen. Dit waren duidelijk vier rasmuzikanten die perfect op elkaar inspelen en zich bovendien duidelijk vermaken op een podium. Hun heel melodische deuntjes werkten vrij aanstekelijk, zonder lichtvoetig te worden. Belgische jazz op z'n best!
Frankrijk ligt in hartje Gent. Althans die indruk hadden we bij Galliano. Alhoewel deze artiest misschien niet echt thuishoort op een jazzfestival, kon hij op een vrij talrijk publiek rekenen. Zijn New Musette is steeds heel ontspannend luistervoer. Wat de solo' s betreft ging hij naar het einde van de set toe wat te ver, waardoor het nice & easy-gevoel wat verloren ging en de aandacht van een deel van het publiek toch wel wat verslapte.
Veel mensen waren toch wel hoofdzakelijk gekomen voor de hoofdact Dee Dee Bridgewater. Deze artieste is van klassieke repertoire Jazzstandards overgestapt naar Franse Chansons. Ze zong Beyond The Sea bijvoorbeeld met een Franstalige tekst op een Afrikaans getinte begeleiding. Al snel at zowat iedereen in de tent uit haar hand. Er kwam een hele resem aan karaktervolle vertolkingen van gekende pareltjes als Ne Me Quitte Pas of Et Maintenant. Tijdens het funky Girl Talk kwam er een uitvoerige uiteenzetting over hoe vrouwen het initiatief kunnen nemen, met een heel ondeugende knipoog naar de eventuele kinderen die nog aanwezig waren... Dit is een vrouw die thuishoort op een podium. Aan het einde van de set kwam La Vie en Rose en dit was een perfect nummer om een leuke dag met een aardige affiche mee af te sluiten.
Dit was gelukkig nog maar de tweede dag... en het zou alleen nog beter worden...
Woensdag 20 juli
All that Jazz! Vorige week mochten we op de Bijloke mee loungen met Dee Dee Bridgewater, Ben Sluys, Dave Holland, Philip Catherine, Kortom, de orchestras, trios, kartets en fives waren wel van de poes. All that Jazz? (let op de leesteken) tapt uit andere Blue Note-vaten. Naast de classic jazz-bronnen worden ook de acid, blues, rock en alle andere serieuze muziekputten opengeboord.
Cassandra Wilsson, die niet zou hebben moeten onderdoen voor de eerste wekers kon (diegenen die 30 euro veil hadden) bekoren met nummers van eigen makelij, toch begon de tent zich pas op te warmen met het hemelse breekbare Fragile en het mogelijks nog tengere Redemption Song. Respect voor deze dame die meermaals had af te rekenen met technische problemen. Hou die krekels uit de boxen alstublieft!
Solomon Burke, een priester naar ons hart, werd vanachter een gordijn in zn massieve fluwelen troon gehesen onder begeleiding van een Hammond-orgel, een trombone-trompet-sax en alt-sax blazerscombo, een strakke drumn bass-sectie en een iets te droge six-string. Dat Mick & keef Jams van het eerste uur zijn, kunnen we goed geloven: ze zijn van de eerste noten. Wat een uitstraling! Met bekend (sorry, we kunnen er geen titels op plakken) en nog bekender werk (covers: Sitting on the dock of the bay, Stand by me, I will survive, I cant stop loving you, Wonderful world, Proud Mary) n echte rode rozen werd het publiek op zn wenken bediend. Gotta serve somebody was dan ook maar alleen aan ons en God gewijd. Bob Dylan, Rufus, Charles, Minguys, Gladys Knight: bedankt om in de huid van Good Ol Solomon te kruipen!
(TVB)
Donderdag 21 juli
Tony Joe White mag dan vooral bekend zijn als songleverancier van de groten van de popgeschiedenis (Elvis, Ray Charles, Joe Cocker, Tina Turner, John Mayall), op Blue Note slaagde hij er perfect in om met zijn innemende verschijning in zijn eentje het podium te vullen. Met de hoed diep over de gitzwarte glazen van zijn zonnebril getrokken, dompelde de Swamp Fox uit Louisiana het publiek onmiddellijk onder in een stevige portie moerasrock, enkel vergezeld door een slangenkop die van op zijn gitaarriem het publiek recht in de ogen leek te staren.
Dat zijn uitgebreide repertoire gemeengoed is bij menig muziekliefhebber, bleek uit de resem songtitels die als een golf uit het moeras opsteeg toen hij na zijn eerste nummer aan de aanwezigen vroeg of er any requests waren. I will play them all, klonk het koeltjes.
Jammer genoeg geen spoor van Emmylou Harris, Lucinda Williams of Shelby Lynne in De Bijloke, het aangename gezelschap dat hem bijstond op zijn laatste plaat The Heroines (2004). Na enkele nummers vergezeld door drummer Jeff Hale, wist Tony Joe White het publiek evenwel probleemloos in de ban te brengen van zijn rauwe stem en onovertroffen gitaarspel, dat tussen de perelaars mooi te volgen was op de schermen naast het podium. Een groot entertainer zal de man hoogstwaarschijnlijk nooit worden, maar menig hoofd, ook van de niet-fans, knikte instemmend mee toen de Lone Wolfklassiekers als Polk Salad Annie, Rainy Night in Georgia en Roosevelt and Ira Lee de tuin van de Bijloke instuurde.
Slechts n bisnummer in Gent, maar wel eentje van formaat, Steamy Windows, het nummer waarmee hij samen met Tina Turner eind jaren tachtig na een stille periode opnieuw de kop opstak. Waarna de grijze krokodil onder een stormachtig applaus terug de coulissen en het moeras indook.
Toen zangeres Dani Klein in 1996 een punt zette achter Vaya Con Dios had n van Belgis meest succesvolle exportproducten wereldwijd niet minder dan zeven miljoen albums en drie miljoen singles verkocht. De roem had helaas zijn tol geist: na het vertrek van de oorspronkelijke groepsleden Willy Willy en Dirk Schoufs, bleef Klein in de studio en op het podium alleen achter met beroepsmuzikanten, die de machine Vaya Con Dios mee draaiende moesten houden. Toen de druk hoe langer hoe groter werd, besloot Dani Klein uit het succesverhaal te stappen en de woestijn en een groot deel van de rest van de wereld in te trekken om met zichzelf in het reine te komen. In 1999 kreeg ze opnieuw zin om te zingen, wat resulteerde in een album dat ze samen met een aantal vrienden onder de naam Purple Prose opnam. Ze beloofde zichzelf evenwel om enkel nog onder haar eigen voorwaarden muziek te maken en niet langer volgens de wetten van de platenindustrie.
Het nieuwe album van Vaya Con Dios, The Promise, werd met die belofte indachtig uitgebracht onder een onafhankelijk platenlabel en het publiek kreeg tijdens Blue Note een mix van nummers uit het nieuwe album en oude hits voorgeschoteld. Het podium was voor de gelegenheid met veelkleurige lampenkappen omgetoverd tot een gemoedelijke club, waarin La Klein en haar negenkoppige band zich duidelijk thuis voelden.
De Spaans genspireerde mengeling van soul, blues, chanson en rock, waarmee Vaya Con Dios halverwege de jaren tachtig met succes de toen heersende eentonige pop doorbrak, blijft het handelsmerk van de groep. Brusselaar Dani Klein liet horen dat ze nog steeds een aardig mondje Frans, Engels, Spaans en bij haar nieuwe nummers zelfs Duits en Angolees kan zingen. Het publiek lustte er wel pap van, maar de tent schoot pas echt in vuur en vlam toen alle registers opengetrokken werden met klassiekers als Dont Cry for Louie, Whats a Woman?, Just a Friend of Mine, Johnny en Puerto Rico.
Het optreden zat perfect in elkaar en was muzikaal af. T af, misschien, maar dat lieten de aanwezigen niet aan hun hart komen. Na een daverend applaus van het laaiend enthousiaste publiek, kwam Dani Klein zichtbaar ontroerd terug het podium op. Dat doet deugd, klonk het oprecht en aan de tranen in haar ogen te zien, dacht ze toch wel met een vleugje heimwee weer aan de gloriedagen van weleer. Nah Neh Nah en Heading for a Fall werden opnieuw op een minutenlang applaus onthaald en met een diepe buiging bedankte Dani Klein samen met de hele band het fantastische publiek. Vaya Con Dios stond er. Opnieuw.
(JH)
Zaterdag 23 juli
Van Morisson staat bekend als een zeer moeilijk mens, en dat werd zaterdag nog maar eens bevestigd. Fotos mochten er niet getrokken worden, en bij de aankondiging mocht de presentator niet eens de Ierse zanger bij naam vernoemen. In zijn gekende stijl, donkere bril op en hoed diep over het gezicht getrokken, betrad Van the Man dan het podium. Veel zin leek hij echter niet te hebben. Nummers als Stranded en Days Like This werden gezongen zonder veel overgave, en meermaals moest de zevenkoppige begeleidingsband de boel rechttrekken. Een zeer zwakke versie van Moondance, van ver achter de micro gezongen, betekende echter het dieptepunt van een set die tot dan weinig tot de verbeelding sprak.
Langzaam maar zeker, en vooral onder de impuls van een zeer enthousiast publiek, leek de anders zo koele Ier te ontdooien, wat ervoor zorgde dat het einde van het eerste uur beterschap inhield. Crazy Love, nog steeds onder uitstekende begeleiding, bleek het startsein, en vooral in de toegift kwam Van Morissons meesterschap bovendrijven. Een meezingend publiek bij de Dylan-cover Its All Over Now, Baby Blue, en een prachtige versie van Stand By Me zorgden voor een waar kippenvelmoment, en na een onverwachte, maar niet minder fantastische Gloria stapte hij van het podium. Great audience, zo wist hij te vertellen. Uit de mond van Van Morisson mag je dat beschouwen als een groot compliment.
(DV)
Zondag 24 juli
Als je het Antwerpse accent van frontman David Bove hoort, zou je het niet meteen zeggen, maar Think of One is echt een multicultureel gezelschap. Met Chuva em P trokken ze naar Brazili, waar ze hun typische mix van reggae, dub en ska onderdompelden in een badje van cco, maracuta en samba. Een Zamu-award en de BBC World Music Award later zijn ze klaar om het Gentse Blue Note Festival in te pakken.
Bove liep op krukken, en moest zich noodgedwongen tevreden stellen met een stoeltje aan de kant van het podium. Het waren echter het trio Braziliaanse vrouwen die de show stalen. Vooral de kranige Dona Cila zorgde voor een werkelijk fenomenale performance. Deze ongekroonde koningin van de cco blies haar twee jongere achtergrondzangeressen omver, en palmde het podium in met een ongelooflijke flair en presence. De tent stond al gauw op zijn kop, en had met Cila een ideale dirigent, die er al shakend, dansend en zelfs headbanged van genoot. Muzikaal was de aanstekelijke mix van genres en stijlen uiterst genietbaar, met de drum en percussie meermaals in een hoofdrol. Regelmatig verliet Dona Cila het podium, om plaats te maken voor een uitgebreide en aanstekelijke percussiesolo. Afsluiten deed Think of One met de Cco Medley, waarin Cila nog eenmaal volledig uit de bol ging.
Van de ene kranige oude dame naar de andere, want de Buena Vista Social Club stelde Omare Portuonde centraal. BVSC zal wel nooit meer de grandeur bereiken van de hoogdagen waarin Ry Cooder samen met onder andere Ibrahim Ferrer, Compay Segundo en de vorig jaar overleden Rben Gonzalez de studio indook, en een paar schitterende platen uitbracht, maar toch slaagde Portuondo en haar orkest erin om de magie van weleer op te roepen.
De ondertussen 75-jarige Portuondo begon rustig aan haar optreden, en wisselde de typische Cubaanse sound af met de Amerikaanse jazz-sound waarmee ze is opgegroeid. Toch liet ze regelmatig de eer aan haar voortreffelijke begeleidingsband, om eventjes achter de coulissen uit te blazen. Deze momenten werden echter prachtig opgevuld. Zo liet pianist Emilio Morales regelmatig van zich horen in prachtige improvisaties, en Papi Oviedo entertainde het publiek met een meer dan geslaagde tressolo, waarbij hij zelfs op het hoofd en van op de rug speelde. Toch was het nog steeds de kwieke Portuondo die het meest lof oogstte. Vooral haar (Engelstalige!) ode aan Nat King Cole kreeg veel applaus. Afsluiter Dos gardenias para ti was een waar kippenvelmoment, en een meer dan waardig einde van een schitterend concert.
(DV)
