Motek - Dragons

Noisesome Recordings

Mattias Devriendt4 november 2010

Dragons

Het derde studioalbum van Motek is vandaag een feit. Het schijfje is rood voor de verandering, en heeft ons af en toe ook rode oortjes bezorgd. Al zal ook ‘Dragons’ niet het meesterlijke album worden dat ze zeker in de vingers hebben.


Motek gooide in 2006 voor het eerst een bommetje in het magere Vlaamse postrocklandschap. Hoewel ze zelf bands als The Mars Volta, Cinematic Orchestra en The God Machine als invloeden noemen, leunt hun sound toch vrij dicht aan bij Explosions In The Sky of 65daysofstatic. Ook op hun nieuwe langspeler krijgen we van hetzelfde laken een pak. 

Tijdens Kobenhavn dobber je bijvoorbeeld rustig op een bootje in een Deens - waarom niet - landschap. De echoënde gitaar, de zweverige stem, de subtiele drums en de openwaaierende cimbalen creëren een muzikale, meanderende rivier met fraaie oevers.

De vocals vormen echter zelden een échte meerwaarde. Dat was in het verleden al het geval - Tryer niet te nagesproken - en ook nu zijn de strafste nummers die waarin Steven Biebaut monddood wordt gemaakt. Dragons Are Forever bijvoorbeeld, dat begint met een agressieve drumsectie. De epische gitaartjes leiden de luisteraar vervolgens op een warm klankentapijt doorheen een dreigende en onrustige stadsomgeving. Geniaal is de schitterende overgang naar een drum ’n bassritme, hetzelfde truukje als tijdens hun eerste single Maybe I'll Go Home, maar dan nadrukkelijker.

Mathrock, postrock. Motek beheerst het allemaal, maar laat het toch te weinig zien. Zo gaat Orbit wat eenvoudig van start. De dreunende gitaren creëren onmiddellijk een wall of sound, maar echt verfijnd klinkt die inhoudelijk niet. Een opengedraaide versterker is nog geen garantie voor een knappe uitbarsting. Heel wat beter doet Motek het bij het begin van Tenbagger, waar het gitaarlijntje subtiel knipoogt naar Muse. Spender doet dan weer wat denken aan het geluid van Tomàn. Vooral de drums zijn hier zorgvuldig gekozen en mathematische structuren op het eind klinken op het eerste zicht wat rommelig, maar blijven toch knap overeind.

En dan is er nog Abused. Een song die er toch uitspringt. We weten niet goed wat we ervan moeten denken, maar dat de jaren ’80 ook postrockbands kunnen beïnvloeden weten we nu wel. Het is één van de zeldzame keren dat de stem van Biebaut écht de leiding neemt. Zowel de synths als de vocals doen denken aan Depeche Mode, vooral in het begin, maar gaandeweg wordt de typische Moteksound mooi geïntegreerd in het geheel. We hebben altijd het gevoel gehad dat Motek de vocals toevoegde om wat radiovriendelijker te klinken en in dit nummer is dat uiteindelijk wel gelukt zeker omdat de eigen sound niet verloochend wordt.

Afsluiter 9 2 5 jam ademt dan weer de sfeer uit van de outrotracks van beide albums van The God Machine. Geen toeval dat het ook bij Motek tijdens een jamsessie is ontstaan. Een instrumentale, wat langdradige maar bezwerende herhaling van één enkel patroon. Een intense afsluiter dat wel, maar het had heel wat minimaler gemogen. De volle sound geeft je het gevoel dat er wat gaat gebeuren, waardoor je uiteindelijk een beetje op je honger blijft zitten.

Motek levert met 'Dragons' een wisselvallige cd af. Soms overweldigend, soms origineel, maar soms ook wat mager. We zijn ervan overtuigd dat er nog meer in Motek zit en we voorspellen dat het er op de volgende plaat ten volle zal uitkomen.
← Terug naar overzicht