Black Dub - Black Dub

Sony

Frank Tubex28 november 2010

Black Dub

Het was al een tijd geleden dat superproducer Daniel Lanois met nieuw, eigen werk op de proppen was gekomen. Met de gelegenheidsgroep Black Dub kroop hij niet alleen achter de mengtafel maar stond hij ook terug voor de microfoon.


Natuurlijk kennen wij Lanois vooral van zijn werk als producer van een rits legendarische albums van o.a. Bob Dylan, U2, Peter Gabriel en zovele anderen. Het zijn er te veel om op te noemen en het is nooit te laat om ze te beluisteren. Lanois’ methode is gebaseerd op overdubs: het layeren van allerlei geluidjes tot een zeer aparte en herkenbare noise waarmee hij melodie en tekst van de song haast letterlijk omringt.

Het blijft natuurlijk wel een ongeschreven wet dat de zwakte van een song nooit helemaal kan gecamoufleerd worden door de productie, hoe intelligent en professioneel ook. En hier wringt toch een klein beetje het schoentje bij deze nieuwe Lanois, die hij uitbrengt onder de naam van de groep waarmee hij de plaat opgenomen heeft – ‘Black Dub’ – en waarmee hij in 2011 op tournee trekt.

Van bij de eerste noten van Black Dub vloeit er al een kamerbrede sound vol vreemde geluiden uit de boxen. Dat tapijt is geweven uit een mix van drumprogramma’s, toetsenriedeltjes, gitaarlicks voorzien van echo of reverb of onderhevig aan een ander technisch trucje. Tot zover een duidelijke Lanois-signatuur.

De zang laat hij volledig over aan zijn nieuwe muse Trixie Whitley, dochter van wijlen Chris. De teksten zijn zelden diepgravend, eerder zijn het korte frasen waarmee Trixie de hele song lardeert. Soms is de tekst slechts een eenvoudige opvulling en Slow Baby en Siren zijn zelfs volledig instrumentaal.  Zij zingt niet slecht maar kan toch niet in elke song beroeren. De betere momenten waren zeker het trage Surely waar de zang erg nadrukkelijk is.

Ook Nomad is beklijvend, door onder meer een mix van sterke vocals, backgroundvocals en het geslaagde arrangement van Lanois. Met het heerlijk gospelende Canaan zitten we zo terug in het vroege en bekendste solowerk van Lanois zelf uit de vroege jaren negentig toen hij ‘Acadie’ en ‘For the Beauty of Winona’ op de wereld losliet.

Het is duidelijk dat de entree van Whitley de Canadese knoppenwizzard de inspiratie voor deze cd gegeven heeft – “all tracks written & produced by Daniel Lanois.” lezen we in de hoesnota’s – maar het is inhoudelijk toch nogal mager uitgevallen. Knap geproducet, dat wel, enkele sterkere momenten maar as a whole toch lichtjes ontgoochelend.
← Terug naar overzicht