Toots Thielemans Quartet & Nathalie Loriers Trio
Toots charmeert en imponeert op mondharmonica
Josti Gadeyne
De Roma, Borgerhout — 10 juni 2005
Het Nathalie Loriers Trio bleek een waardige opwarmer voor de 83-jarige Toots Thielemans, die nog niets aan vinnigheid en musicaliteit heeft ingeboet. Hij palmde het publiek in met zijn innemende solos en humoristische anekdotes. Met pijn in het hart nam hij afscheid van Antwerpen en De Roma.

Antwerpen liep storm voor Jean Toots Thielemans. Het concert was uitverkocht, je zou voor minder. Toots is een gevestigde waarde in de jazzwereld en vrijdag werd nog maar eens duidelijk waarom. Maar vooraleer onze vader Toots, zoals Nathalie Loriers hem noemde, het podium betrad, mocht de Waalse pianiste met haar trio De Roma opwarmen. Ze speelde vooral composities van eigen hand, die opvielen door het energieke en melodieuze pianospel van Loriers. De Nederlander Joost Van Schaik begeleidde ingetogen op drums en Sal Larocca uit Sicili gaf alles op contrabas. Heel mooi was de hommage aan Ornette Coleman en Thelonious Monk in het Dinner with Ornette and Thelonious, dat afwisselde tussen vlugge, energieke loops en meer ingetogen passages.
Na Loriers kwam Toots Thielemans het podium op, begeleid door een jonge garde van jazzmuzikanten: Steven Cassiers op drums, Ewout Pierreux op piano en Manolo Cabras op contrabas. Zie me hier nu zitten tussen dat jong volk, zei Toots, maar hij amuseerde zich rot. Als trotse opa - hij scheelt zestig jaar met Cassiers - keerde hij zich vanop zijn barkruk vaak naar hen om te genieten van de overgave waarmee ze speelden en om hen aan te moedigen. De drie muzikanten moesten zeker niet onderdoen voor hem. Vooral Ewout Pierreux kwam veel aan bod, omdat sommige nummers uitsluitend met piano en mondharmonica openden.
Toots voelde zich in zijn nopjes dat hij Stardust zestig jaar nadat hij het voor het eerst speelde, nog eens live kon brengen. Zijn versie was op de platenspeler van Benny Goodman beland, met als gevolg dat Toots niet veel later met hem door Europa tourde. Hij speelde ook What a Wonderful World van Louis Armstrong, de eerste jazzplaat die hij kocht in Molenbeek, tijdens de Duitse bezetting. De eerste noten van Bluesette, de compositie die zijn doorbraak betekende, lokten spontaan applaus uit. Maar deze keer moest het publiek zelf fluiten en speelde Toots gitaar: Mijn fluitje is kapot, grapte hij. De meeste composities waren ingetogen, maar tot grote vreugde van contrabassist Cabras bracht het quartet ook een stuk van de legendarische Jaco Pastorius.
Het publiek vroeg om meer en kreeg ook meer. Toots had duidelijk moeite om afscheid te nemen en speelde Hard to Say Goodbye. Toen zijn drie muzikanten van het podium verdwenen waren, kon Toots het niet nalaten om toch nog iets te spelen. Ik heb iedere ochtend melodietjes in mijn hoofd, vertelde hij en hij gaf het publiek nog iets van Thelonious Monk mee. Toots maakte indruk, vooral omdat hij leeft voor zijn muziek. Hij had duidelijk niets van zijn vinnigheid en humor verloren en dat maakte zijn concert onvergetelijk en zo charmerend. Hopelijk duurt het niet te lang voor Antwerpen hem nog eens in de armen kan nemen.
Na Loriers kwam Toots Thielemans het podium op, begeleid door een jonge garde van jazzmuzikanten: Steven Cassiers op drums, Ewout Pierreux op piano en Manolo Cabras op contrabas. Zie me hier nu zitten tussen dat jong volk, zei Toots, maar hij amuseerde zich rot. Als trotse opa - hij scheelt zestig jaar met Cassiers - keerde hij zich vanop zijn barkruk vaak naar hen om te genieten van de overgave waarmee ze speelden en om hen aan te moedigen. De drie muzikanten moesten zeker niet onderdoen voor hem. Vooral Ewout Pierreux kwam veel aan bod, omdat sommige nummers uitsluitend met piano en mondharmonica openden.
Toots voelde zich in zijn nopjes dat hij Stardust zestig jaar nadat hij het voor het eerst speelde, nog eens live kon brengen. Zijn versie was op de platenspeler van Benny Goodman beland, met als gevolg dat Toots niet veel later met hem door Europa tourde. Hij speelde ook What a Wonderful World van Louis Armstrong, de eerste jazzplaat die hij kocht in Molenbeek, tijdens de Duitse bezetting. De eerste noten van Bluesette, de compositie die zijn doorbraak betekende, lokten spontaan applaus uit. Maar deze keer moest het publiek zelf fluiten en speelde Toots gitaar: Mijn fluitje is kapot, grapte hij. De meeste composities waren ingetogen, maar tot grote vreugde van contrabassist Cabras bracht het quartet ook een stuk van de legendarische Jaco Pastorius.
Het publiek vroeg om meer en kreeg ook meer. Toots had duidelijk moeite om afscheid te nemen en speelde Hard to Say Goodbye. Toen zijn drie muzikanten van het podium verdwenen waren, kon Toots het niet nalaten om toch nog iets te spelen. Ik heb iedere ochtend melodietjes in mijn hoofd, vertelde hij en hij gaf het publiek nog iets van Thelonious Monk mee. Toots maakte indruk, vooral omdat hij leeft voor zijn muziek. Hij had duidelijk niets van zijn vinnigheid en humor verloren en dat maakte zijn concert onvergetelijk en zo charmerend. Hopelijk duurt het niet te lang voor Antwerpen hem nog eens in de armen kan nemen.
