Couleur Caf
Teleurstellende grootheden, verrassende nieuwkomer
Lander Lenaerts
Tour&Taxis, Brussel — 30 juni 2006
Je moet maar enkele namen als James Brown, George Clinton, Lee Perry en Gilberto Gil in de mond nemen, en de zon begint spontaan harder te schijnen. Deze namen samen op één festival, moet dan toch de ultieme zomerse cocktail zijn. Toch bewees Couleur Café anno 2006 het omgekeerde. Een festival van teleurstellende grootheden en verrassende jonge muzikanten.

Couleur Café begon voor ons in de Univers-tent (de tweede grootste van de drie) met het optreden van de Franse rapster Diam’s. Een goede keuze van de festivalorganisatoren om deze straatkoningin zo vroeg te programmeren, zo bleek. Voor het podium bevond zich een groot deel van Franstalig Brussel, dat woord voor woord kon meerappen wat Diam’s te zeggen had. Of het nu om teksten over de liefde, het harde leven in de Franse buitenwijken of het politieke klimaat ging, ze kunnen allemaal met dezelfde adjectieven beschreven worden: persoonlijk, hard en overtuigend. Voor de gelegenheid had de rapster haar nummer Marine, dat scherp uithaalt naar het Front Nationale, een Vlaams jasje aangemeten: "Le Vlaams Belang, je l’emmerde", klonk het in koor. Diam’s werd op het podium vergezeld door DJ Jimmy, die buiten enkele bekendere hip hop-beats inmixen niet veel werk had, twee achtergronddansers die er voor piet snot bijstonden en een pianist die op de spierwitte vleugelpiano enkele bekende melodietjes (Still D.R.E., I Can, Belsunce Breakdown) aanzette om het publiek op te hitsen – très sympa, quoi. Een erg energieke show dus, wat erg zeldzaam is bij hip hop-optredens.
Want even later liet de Schaarbeekse Pitcho zien hoe het er normaalgezien aan toe gaat. Een MC die na enkele strofes buiten adem is en wat heen en weer stapt op het podium, tot vervelens toe. Wel speciaal was de samenwerking met de Congolese hip hop-band PNB. Pitcho, zelf van Congolese afkomst, begon in 2005 met een speciaal project. Hij zette in Kinshasa een productie op poten met PNB en stelde dat project voor op het festival Coeur d’Afrique, een festival dat mee op poten gezet wordt door Couleur Café. Al bij al een vervelende show in de veel te donker ingerichte Electro World-ruimte, die scherp in contrast stond met de rest van het zonnige festival.
Tegen kwart na negen was het al aanschuiven aan de Titan-tent, waar James Brown een half uur later zou verschijnen. De gigantische tent zat afgeladen vol en buiten installeerden de eerste festivalgangers zich voor het grote scherm. James Brown was duidelijk de grootste publiekstrekker van de dag (en misschien wel van het hele festival). De lat lag dus erg hoog voor hem – je verwacht wel wat van een man die bijnamen als ‘the hardest working man in showbusiness’ en ‘the Godfather of Soul’ heeft. Spijtig dus dat zijn optreden minstens teleurstellend genoemd kan worden. Couleur Café 2006 was getuige van veel ‘show’, maar weinig ‘working man’. Na een ellenlange introductie kwam Mr. Dynamite eindelijk het podium op, in een knalrood kostuum dat nog harder glitterde dan de kostuums van zijn entourage. Dat entourage bestond uit enkele erg goede muzikanten, vier achtergrondzangeressen, een zanger en een zangeres die het overnamen telkens Brown buiten adem was, en twee schaargeklede cheerleaders. De tijden waarin ‘Soulbrother Number One’ superbassist Bobby Bird uit zijn groep schopte omdat hij een showbeest was en te veel aandacht kreeg, lijken plots erg lang geleden. James Brown liep wat heen en weer op het podium, tokkelde wat op een keyboard of dirigeerde de band en nam af en toe de microfoon ter hand, maar liet steevast de langere zangpartijen aan zijn kompanen over. De man is een levende legende, dus je vergeeft hem wel wat, maar dit was toch overdreven.
[pagebreak]
De tweede festivaldag beloofde nog heter te worden dan de eerste. Onder een brandende zon verwelkomde de fanfare Los Magnificos & Metiss ‘O Bloco de eerste bezoekers. De fanfare is een eigen creatie van Couleur Café en bestaat uit een ritmesectie en drie marionetten van elk vier meter hoog. Elke reuzemarionette wordt bestuurd door een man die door zelf te bewegen, de pop aan het dansen brengt.
Het was een Belg die zaterdag de eer kreeg om in de Titan-tent het festival te openen. Gabriel Rios maakte twee jaar geleden zijn festivaldebuut hier op Couleur Café, in de kleine Fiesta-tent, die toen uit zijn voegen barstte. De mix van zuiderse ritmes en pop werkte erg aanstekelijk, bij zowel mannelijke als vrouwelijke festivalgangers. Rios heeft alles in zich om een popster te worden, en dan nog wel eentje die omringd wordt door een goede band. Onder meer Moiano’s Peter Lesage (toetsen) liet een sterk staaltje muziek horen op het podium. Eventjes werd hij zelfs afgelost voor een verrassing van Rios. Hij had speciaal voor de gelegenheid zijn vader laten overkomen uit Puerto Rico. Die begeleidde Rios tijdens een integer nummer op piano en kwam even later nog het podium op om de twee percussionisten aan te vullen. Het optreden werd afgesloten met nog een special act: Think of One vervoegde Rios’ band om samen een nummer te spelen. Het podium stond overvol en straalde een en al energie uit. Een erg goede start van de tweede festivaldag dus.
Nog Belgen die zaterdag de site van Thurn en Taxis mochten verwarmen waren Members of Marvelas. Deze rock/funk/hip hop-band kwam op het festival terecht door een talentenjacht die door Couleur Café zelf georganiseerd werd. Uit 140 inzendingen werden zes groepen (Marockin’ Brass, The Peas Project, El Pueblo de la Lluvia, Members Of Marvelas, Domgué en Jupiter & Massive 5) gekozen die hun talent tentoon mochten stellen voor het grote publiek. Het gelijknamige debuutalbum van de members werd door de pers erg goed onthaald en steevast vergeleken met Urban Dance Squad (niet toevallig, want Magic Sticks van UDS produceerde dat album) en Rage Against The Machine. De groep is ontstaan uit een samensmelting van een Gentse funk/rock band en de Brugse rappers Meko D en Ozi One. Op het podium werd het duidelijk dat de samensmelting tussen beide groepen nog niet helemaal op punt staat. De muzikanten zijn goed op elkaar ingespeeld en ook de rappers weten op elk moment wat ze van elkaar kunnen verwachten, maar tussen de m.c.’s en de muzikanten is er duidelijk nog een spanningsveld dat weggewerkt dient te worden.
Er waren enorm veel groepen geprogrammeerd op zaterdag, maar toch kozen we ervoor om in de Electro World het optreden van Off The Record bij te wonen. Deze groep bestaat uit vier beatboxers (waaronder Jeroen Van Dyck, beter bekend als Fré van de één-reeks Het Eiland) die enkel met microfonen en versterkers muziek maken. Drums, bassen, gitaren, blazers, zanglijnen: ze doen het allemaal met de mond. Off The Record laat zich kenmerken door een heel sterke techniek, maar op het podium ontbreekt het hen aan energie en komt hun muzikaliteit niet erg op de voorgrond.
Zonder het al te goed te beseffen, bleek het een erg Belgische zaterdag te worden. In de kleinste tent kwamen de Antwerpenaren van Think Of One voor de tweede keer de planken op. Zij reisden al enkele keren naar Brazilië om zich te laten inspireren door de plaatselijke muziek en samen te werken met plaatselijke muzikanten. Think Of One put uit een erg rijk repertoire dat elementen van funk, jazz, reggae, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse muziek combineert. Ze worden vergezeld door zangeres Dona Cila do Côco, een 64-jarige vrouw die op het podium meer bewoog dan het hele publiek samen. Een mooie soundtrack voor een hete zomerdag.
In de Titan-tent was er ondertussen iets mythisch aan de gang. Seun Anikulapo Kuti stond er met de legendarische band Egypt 80 op de planken. Seun is de zoon van Fela Kuti, die samen met onder meer drummer Tony Allen de Afro-Beat ter wereld bracht in de jaren zeventig. Seun Kuti herenigde de band van zijn vader en gaf het genre een modern kleedje, met respect voor de traditionele ingrediënten: een erg opzwepende, maar toch zweverige mix van jazz, funk en Afrikaanse ritmes, vaak met politiek getinte teksten (een van Seuns nummers gaat over malaria, een probleem dat volgens hem te veel in de schaduw van aids staat). De jonge Seun (23) is naast een podiumbeest een erg goede zanger en saxofonist. Deze Nigeriaan moest spijtig genoeg maar voor een halfvolle tent spelen, maar bracht misschien wel een van de beste optredens van het hele festival.
Het bleef er funky aan toe gaan zaterdagavond. Terwijl het grootste deel van het publiek na het vuurwerk Sergent Garcia of Lee Perry ging opzoeken, kozen wij voor Nicole Willis. Deze Amerikaanse soulzangeres volgde haar man Jimi Tenor naar Finland, waar ze aan een samenwerking met de funkgroep The Soul Investigators begon. In 2005 verscheen hun eerste album 'Keep Reachin Up', op het Scandinavische funklabel Timmion Records. Anders dan haar collega’s in het nu-funkgenre, is Nicole Willis een traditionaliste. Ze brengt de Motown-sound uit de vroege jaren zeventig opnieuw tot leven en laat zich zelfs inspireren door Northern Soul. De band is ijzersterk en Willis heeft een prachtige stem, maar omdat die laatste niet helemaal mee wou werd het optreden niet zo goed als het had kunnen worden. Een half uur vroeger dan voorzien hield de band het voor bekeken. Deze dame komt in september naar Het Depot in Leuven: een herkansing om niet te missen.
Als geluk bij een ongeluk konden we dan toch nog een stuk van het optreden van Lee “Scratch” Perry meepikken. Deze knettergekke reggae-legende was aan het einde van de jaren zestig verantwoordelijk voor de popularisering van de reggae en produceerde Bob Marley’s beste werk. Onder reggaekenners staat hij bekend als The Upsetter en de producer die van alles geluid kan maken. Perry stond echter bewegingloos op het podium wat in de microfoon te mompelen en bracht een erg saaie show.
[pagebreak]
Al redelijk snel hingen zondagnamiddag de ‘uitverkocht’-bordjes buiten. Couleur Café verwelkomde dit jaar evenveel bezoekers als in 2005, zo’n 70.000 dus. Een deel van hen genoot in de Electro World van de opwarmingsset van DJ LeFto. Dat Lefto een erg veelzijdige dj is, konden we al horen op zijn platen ‘Out Of The Blue’ en ‘Eardrums the ep’, die hij samen met respectievelijk Krewcial en Jerboa maakte. Lefto wisselt commerciële rap af met underground hip hop, funk en soul. Om zijn set zo interessant mogelijk te maken mixt hij erg vlug tussen twee nummers en gooit hij er eens een strakke beatjuggle tussen. Een heel interessante dj-set.
De Titan-tent zat al om half zeven overvol. Evenveel festivalgangers als James Brown vrijdag naar de gigantische tent had gelokt, stonden te springen om Louise Attaque aan het werk te zien. “Wie?”, denkt u nu waarschijnlijk, en dat is heel logisch. In Vlaanderen is deze Franse rockgroep nagenoeg onbekend, maar aan de andere kant van de taalgrens is ze enorm populair. De groep vult stevige rock aan met blues en het Franse chanson, een combinatie waarvoor ze een 'Victoire de la Musique' (de Franse tegenhanger van de Grammies) in ontvangst mocht nemen. Misschien niet honderd procent de juiste groep voor op Couleur Café, maar zeker wel erg goede muziek en een strak optreden.
Opnieuw in de Electro World aangekomen, konden we genieten van de hemelse stem van Monique Harcum. Samen met haar echtgenoot dj Grazzhoppa vormt ze Mo&Grazz, een duo dat neo-soul brengt met veel hip hop-invloeden. De beats zijn bij wijlen heel kaal (als er zoiets bestond als minimal hip hop, zou Grazz er de pionier van zijn), maar dit wordt volledig goedgemaakt door Monique’s stem. Heel leuk aan de set van dit duo waren de covers van Gladys Knights If I Were Your Woman en Aretha Franklins Rock Steady, en de dialoog tussen een furieuze Mo en een scratchende Grazz – een klassieke man vs. machine-formule die zelden zo goed klonk.
Aan de Titan-tent stond een half uur later nog meer volk dan bij Louise Attaque. Jong en oud was naar deze plek afgezakt om singer/songwriter Tracy Chapman te bewonderen. Chapman stond –zoals verwacht- volledig in het zwart gekleed op de planken en hield weinig contact met haar publiek. Met een schijnbare pijnlijkheid in elke noot wisselde ze de klassiekers van haar eerste albums af met nummers van haar minder tijdloze recentere cd’s. Een kleine zee van rust in de enorm kleurige feestgolf die Couleur Café is.
Een vijfhonderdtal meter verderop gebeurde het omgekeerde en stond een volledige tent te springen op de opzwepende beats van Vive La Fête –what’s in a name. Harde beats, scheurende gitaren en dissonante keyboards: Vive la Fête is zo fout dat het goed wordt. Podiumbeest Els Pynoo leek Lio in het kwadraat en had veel weg van een Zuid-Franse losbol. "Le maquillage, c’est du camouflage" schreeuwde ze, en iedereen genoot. Leuke show wel, maar niet echt gepast voor een zonovergoten Couleur Café.
Over fout gesproken: het was George Clinton die het festival mocht afsluiten in de Titan-tent. Een gitarist met een luier aan, een zekere ‘Sir Nose’ die in seventies pimp-outfit over het podium dwarrelt met een spandoek: we wisten al dat George Clinton ergens een schroef los heeft. De man die in de jaren zeventig met zijn mix van psychedelische rock en funk een aantal pareltjes op vinyl heeft vastgelegd, kon zondag niet overtuigen. Samen met de P-funk allstars koos hij voornamelijk voor het repertoire van zijn solo-carrière uit de jaren tachtig. Niet aangenaam voor de oren, en ook de ogen werden teleurgesteld. De show leek zo hard op een circus dat je je spontaan verwachtte aan een stel olifanten in tutu. Opnieuw een teleurstellende funk-grootheid.
