Wilco
Familiefeestje
Marc Alenus
OLT - Rivierenhof — 25 augustus 2026
Antwerpen houdt van Wilco en Wilco van de koekenstad (of zijn het de "bollekes"?). Vorig jaar kwamen Tweedy en de zijnen de recente plaat voorstellen, dit jaar staat de band twee avonden na elkaar in het OLT voor een ruime best of en dat op de verjaardag van opper-Wilco Jeff Tweedy.

In de tourbus was nog plaats voor Hovvdy uit Austin, Texas. Het duo, bestaande uit Charlie Martin en Will Taylor, mocht de Wilcofans opwarmen met doorleefde singer-songwriterliedjes met mooie harmoniezang en gerijpt op een vaatje Moonshine. Hun repertoire omspant ook al een decennium, dus keuze genoeg. Ze hebben met ‘Big World' ook net een nieuwe plaat uit, maar daaruit speelden ze amper songs. We herkenden enkel Try Try Try en Way Down. Met enkel gitaar en zang kon het duo helaas niet lang boeien, al was er nog wel de heel mooie afsluiter True Love en een onbedoeld grappig moment, toen één van de twee vroeg wie uit het publiek een grootvader had. En dat aan een publiek dat voor meer dan de helft minder uit mannen bestond die zelf al die mooie eretitel dragen... De vraag werd dan maar geherformuleerd: "Wie heeft er ooit een opa gehad?"
Na negennummers ruimde Hovvdy baan voor hun favoriete band. Zouden ze genoeg verkopen aan de merch om hun tickets naar huis te kunnen betalen? Het is hun gegund.
Dat het bij Wilco drukker zou zijn aan de merch, was vooraf te voorspellen. De band uit Chicago is meer dan een vaste waarde en stelt nooit teleur. De redenen: de talloze fantastische songs, de laconieke humor van Tweedy, het muzikaal meesterschap en de liefde voor het publiek. Hoe begaan Tweedy is, zou trouwens helemaal aan het eind blijken, maar laten we beginnen bij het begin.
Wilco trapte - na het 'Happy Birthday' dat Tweedy te beurt viel - af met Handshake Drugs, en zorgde meteen voor sfeer en een paar gierende gitaarsolo’s van de dit jaar ook al zeventig geworden gitarist Nels Cline op zijn op wrakhout lijkende Fender. Af en toe greep hij eens naast zijn whammy bar met zijn lange vingers, maar gaandeweg zou zijn greep vaster worden en zijn partijen weergaloos.
Lang zou dat niet duren trouwens. In derde nummer Via Chicago gedroeg hij zich als een zeventienjarige rocker en vuurde hij een paar wilde salvo’s af, ondersteund door drummer Glenn Kotche. Tweedy zong ondertussen doodgemoedereerd verder. In het daarop volgende I Am Trying To Break Your Heart deden de twee belhamels hun kunstje nog eens dunnetjes over tot het publiek mee begon te zingen.
Het zou niet het laatste meezingmoment worden. Wilco en zijn fans zijn ondertussen een familie. Velen daarvan volgen de band al dertig jaar, en waren er al bij toen debuutplaat ‘A.M’ uitkwam. Uit die plaat zou bassist John Stirratt It’s Just That Simple zingen, een song die hij zelf schreef overigens.
Na de wilde start was California Stars een eerste rustpunt. De song, geput uit het legendarische eerste ‘Mermaid Avenue’-album met songs van Woodie Guthrie, liet het lieflijkste gezicht zien van een band die oneindig veel gezichten heft. Rock, blues, psych rock, americana en zelfs cabaret met het theatrale Hummingbird en de pianohuppel in de halve bluesrocker Walken.
Een goed geluimde Tweedy leidde zijn tweede gezin feilloos door al die stijlen en prees af en toe een bandlid voor een bijdrage zonder het bij naam te noemen. Toen een fan aan het eind van de set vroeg om de band voor te stellen, reageerde Tweedy vol hilariteit: “they’re not that needy!”
Tweedy had naar eigen zeggen ook al een prettige verjaardag tot hij had gehoord dat Dolly was gestorven (hij werd vandaag negenenvijftig, al deed hij daar zelf zonder verpinken twintig jaar af). Om er dan snel aan toe te voegen dat ze geen Parton-song zouden spelen. “We’re not that talented,” deed hij zichzelf en zijn band oneer aan, om dan met het opzwepende Everyone Hides en de leuke rocker Annihilation het tegendeel te bewijzen. Van verdriet was niets meer te merken.
Naarmate de set volgde, stapelden de hoogtepunten zich op. Ze allemaal opnoemen, is niet te doen, maar we noteerden wel dat onze mond open viel bij de kunsten van Cline op zijn twaalfsnarige gitaar op Bird Without A Tail / Base of My Skull, onze verbazing over het feit dat Jesus Etc. niet eens tot de bisronde werd opgespaard, een acuut zuurstofgebrek bij het uitgesponnen Germany Impossible (domweg vergeten ademen) en het feit dat de verzoekjes Tweedy om de oren vlogen toen hij aankondigde dat de set er bijna op zat.
“Boogie dabbing isn’t legal here” stelde hij al dan niet gespeeld jammerlijk vast en speelde dan nog maar Heavy Metal Drummer en I’m The Man Who Loves You, om dan laconiek te stellen dat hij en de band niet weigerachtig stonden tegen nog wat songs. We moesten het maar laten weten.
Dat moest hij natuurlijk geen twee keer zeggen en zo werden we nog getrakteerd op Ashes Of American Flags dat heel het OLT stil kreeg en misschien zelfs wel een enkeling te veel werd, want de tweede bis, Spiders (Kidsmoke), was nog maar net afgetrapt of Tweede legde de boel plat omdat hij had gemerkt dat iemand in het publiek onwel was geworden.
Een ongedurige fan op de laatste rij werd terechtgewezen toen hij vroeg terug te hervatten. “We hebben muziek genoeg,” zei Tweede, “meer dan je aankan". Hij grapte ook dat er wel elk jaar iemand buiten westen raakt op zijn verjaardag. "Vorig jaar was ik het". Pas toen een dokter had bevestigd dat de man in kwestie terug oké was, werd het nummer hervat alsof er niets gebeurd was, om dan toepasselijk af te sluiten met I Got You (At The End Of The Century.
Wilco zorgde inderdaad voor ons en had ons tegelijk helemaal ingepakt. Hij beloofde het een dag later opnieuw te doen en misschien wel andere nummers te spelen… maar niet te veel. Het wordt sowieso een tweede familiefeestje. Wedden?

