Man/Woman/Chainsaw - Canonball

Fiction Records

Marc Alenus15 augustus 2026

Canonball

Eén van de leukste bandjes die het voorbije jaar bij ons kwam binnenduiken, is toch wel dit zestal. Ze staan ook op de affiche van Leffingeleuren en dat alleen is een goede reden om ze eens te checken, want dat festival heeft altijd al een neus gehad voor straffe, hippe bands.

En er staan nog meer planeten op dezelfde rij: Man/Woman/Chainsaw is de perfecte bandnaam waarin man (Billy Ward) en vrouw (Vera Leppänen en Emmie-Mae Avery) afwisselend zingen en de snerpende viool dienst doet als kettingzaag op de beste manier die je kan bedenken; de band wordt, naast Black Country, New Road, Fat White Family, Squid en The Last Dinner Party gerekend tot de welbekende Windmill-scene uit Brixton/ Londen en bovendien leverden ze met Only Girl en Nosedive ongetwijfeld twee van de strafste songs van het jaar af.

Eén en ander legde de lat torenhoog voor ‘Cannonball’, maar meer dan een bommetje is het toch ook weer niet geworden. De reden daarvoor is dat het vizier nog niet helemaal afgesteld is. Er zit weinig lijn in de tracklist. Alsof de band voer op een kapot kompas. Misschien was dat de bedoeling, maar er wordt geschoten met hagel in plaats van met een goed afgesteld kanon en ja, dat levert een aantal treffers op, maar ook een paar missers.

Nu ja, misschien is dat een tikkeltje streng, maar die zwierige viool die voor zoveel opwinding zorgt in songs als opener Only Girl, Nosedive en Get Up And Dance, wordt niet altijd ingezet. Dat zorgt misschien wel voor enige meer afwisseling, maar ze wordt toch soms gemist. In Goddamn, Lizard Man! valt dat nog mee, omdat dat gewoon een erg leuk nummer is in de stijl van grootmeester Nick Cave, maar ballade Lighter valt – sorry – te licht uit.

Ook in de tweede plaathelft zakt de adrenaline soms weg. Snakebite is niet meer dan een poppy rustpuntje voor het jazzy Flick Of The The Wrist dat vooral teert op de piano van Avery, maar peper in het gat krijgt door de gitaar van Billy Doyle en de drums van Lola Cherry. De energie wordt doorgetrokken op indierocker The Thing, maar daarna is het vet van de soep. Toch voor wie houdt van artpop met een gezonde punkattitude.

De baslijn van afsluiter Something Else To Give en de aanzwellende viool zet ons nog even terug op het puntje van de stoel. De song verhaalt over de tevergeefse energie die de protagonist stak in een relatie. Die is nu op en dus strandt het verhaal. Dat gebeurt dus ook met de plaat.

Hopelijk hervindt de band de oerkracht, die ze legden in hun beste songs, tegen 11 september en blaast ze iedereen weg op Leffingeleuren. Daar hebben we trouwens echt wel vertrouwen in, want alles in acht genomen, is dit nog maar een debuut en staat de band nog maar aan het begin van een hopelijk lange carrière.

← Terug naar overzicht