GA-20 With Charlie Musselwhite - BLUES NOW
New West Records
Marc Goossens — 31 augustus 2026

Op ‘BLUES NOW’ reiken taaie tachtiger Charlie Musselwhite en de dertigers van GA-20 elkaar de hand. Dat levert een knetterende, tijdloze bluesplaat op, die bewijst dat het heilige vuur na zestig jaar lang niet is gedoofd bij de zanger-harpist.
De tweeëntachtigjarige Charlie Musselwhite is meer dan een levende legende. Bijna zeventig jaar geleden raapte hij thuis bij wijze van spreken toevallig een rondslingerende mondharmonica op en besloot hij zichzelf de blues te leren spelen. De rest is geschiedenis. Letterlijk, want als u de namen op een rijtje zet van de muzikanten die sindsdien zijn pad hebben gekruist, dan zullen daar weinig (naoorlogse) grootheden uit het genre in ontbreken.
Als prille tiener werd hij in Memphis ingewijd in de vooroorlogse, akoestische countryblues door oude bluesmannen als Furry Lewis, Gus Cannon en Will Shade. Op zijn achttiende verhuisde Musselwhite naar Chicago. Daar raakte hij in de ban van de elektrische blues van Muddy Waters, Howlin' Wolf, Little Walter, Buddy Guy en Big Joe Williams, muzikanten met wie hij later nog zou samenwerken en vriendschappelijke banden onderhield.
Toen in de jaren zestig in Groot-Brittannië almaar meer jonge bands deze muziek ontdekten en de Grote Plas overstaken om de Amerikanen te laten horen wat er al jaren onder hun neus gebeurde, was Charlie Musselwhite één van de eerste blanke muzikanten die al met zwarte collega’s optrad in bluesclubs. Hij speelde zo – net als Paul Butterfield, Mike Bloomfield en Elvin Bishop, trouwens – een even grote rol rol in de heropleving van de Chicago-blues als die Britse bands.
Maar: sterren komen, sterren gaan, en anno 2026 blijft van al die grote namen – op Buddy Guy na - alleen Charlie Musselwhite bestaan. Steeds meer grote voorbeelden en generatiegenoten verlieten het ondermaanse en begonnen aan de tournee in de Eeuwige Jachtvelden, zodat de leerling van weleer meer en meer leermeester werd voor de jonge muzikanten waarmee hij zich omringde.
Een van hen is Matthew Stubbs, die pas vijfentwintig was, maar al een pak ervaring had in de bluesmuziek, toen hij leadgitarist werd bij Musselwhite. Toen Musselwhite acht jaar geleden zijn band even parkeerde om scheep te gaan met Ben Harper, richtte Stubbs een eigen bluestrio GA-20 op, genoemd naar de legendarische buitenversterker van Gibson. Ondertussen speelde Stubbs alweer mee op Musselwhites recentste soloalbum ‘Look Out Highway’ (2025), en deze zomer verscheen dus ‘BLUES NOW’ van GA-20 With Charlie Musselwhite.
Sinds een personeelswissel enkele jaren geleden bestaat die band ook nog uit zanger-gitarist Cody Nilsen en drummer Josh Kiggans. De ene speelt buiten GA-20 ook nog country en americana, de andere is eveneens actief als jazzdrummer. Om het totaalgeluid te verrijken en te versterken, doet op ‘BLUES NOW’ ook contrabassist Marty Ballou mee. Maar de man die het meest in het oog en het oor springt, is natuurlijk Charlie Musselwhite. Natuurlijk is de hoofdrol weggelegd voor zijn mondharmonicaspel, maar in vijf nummers is hij ook de leadzanger. De andere vier neemt Nilsen voor zijn rekening.
Musselwhite maakt de cirkel hier helemaal rond, want op dit album herneemt hij twee tracks die ook al op zijn debuutplaat ‘Stand Back! Here Comes Charley Musselwhite's South Side Band’ (1968) stonden: het zelf gecomponeerde Strange Land en de beklijvende instrumental Cristo Redemptor (met Nilsen hier op lapsteelgitaar), oorspronkelijk van jazztrompettist Donald Byrd.
Met dit album willen GA-20 en Musselwhite niet alleen hun helden uit de Chicago-blues eren, ze hopen er ook een jonger publiek mee aan te spreken. En dat doen ze dus voornamelijk met covers. ‘BLUES NOW’ opent met twee felle nummers van de hand van Willie Dixon: Crazy Love (bekend geworden dankzij Buddy Guy) en I Can’t Hold Out (onsterfelijk gemaakt door “king of the slide” Elmore James). Het blijken al snel niet de enige covers te zijn die aan elkaar gelinkt kunnen worden. Zo is het vurige Short Dressed Woman geschreven door J. T. Brown, de saxofonist van Elmore James, maar ook van Muddy Waters, die er het meeste succes mee had.
De meeslepende blues van The Blues Never Die is afkomstig van Muddy Waters-pianist Otis Span, terwijl de trage rhythm-‘n-blues van I’ll Change My Style in een ander tijdvak een hit werd voor Jimmy Reed. Eddie Taylor, de gitarist van deze laatste, schreef Stroll Out West, waarvan we hier een opzwepende versie te horen krijgen. Als rechtgeaarde liefhebbers van snedige slidegitaren en bijtende bluesharpklanken, mochten natuurlijk Earl Hooker en Junior Wells (Universal Rock) niet over het hoofd gezien worden. Net zomin als Tampa Red (Big Stars Falling), pionier van de Chicago-blues en één van de meest invloedrijke slidegitaristen uit de bluesgeschiedenis.
Kortom, ‘BLUES NOW’ is in meer dan één opzicht een erg geslaagde plaat geworden. Niet alleen omdat Charlie Musselwhite duidelijk de laatste noten nog niet heeft uitgeblazen, maar ook omdat de elektrische blues, die meer dan een halve eeuw geleden werd gemaakt in “the windy city”, hier nog even opwindend, opwekkend en aanstekelijk klinkt als toen.
