Dave Angel - A Time And Place

R&S Records

Mario De Block — 6 november 2026

A Time And Place

Alweer vijfendertig jaar geleden debuteerde Dave Angel met de ‘1st Voyage’-ep op R&S, vol in de bloei van UK-rave en techno, met helpende hand van CJ Bolland, waarbij vooral Mesmerize de tijd overleefde. Al snel joegen meerdere labels op zijn talent: RCA (dat hem voor zijn aanvankelijk illegale, maar wel geslaagde bleepy breakbeat Nightmare-remix van Eurythmics’ Sweet Dreams contracteerde), Fnac Music Dance Division, 4th & Broadway en sublabel Blunted, het wat meer op progressive gerichte Bedrock zelfs, en veel later, na het runnen van het eigen Rotation, het Japanse Plaza In Crowd.

Met één voet in warmere techno, een paar dikke tenen in techno-gedreven jazz en funk, enkele tenen in disco, breakbeat, bleep en postrave en nog één in techhouse nam de man een wat bredere spreidstand in alternatievere dance aan: niet de gemakkelijkste keuze in de scene. Áf en toe trapte hij ook wel in een kleine val - van plots engagement in een vluchtge techfunk-hype tot een succesje met matige discotech (This Is Disco). Ook de dertig jaar geleden ‘Classics’-verzamelaar op R&S was deels te ambitieus getiteld: die telde zeker sterk werk met punchy groovetech (Bounce Back), dito Detroit soul techno (Fallen Destiny, Endless Motion) en illustreerde met Great Dane zelfs een eigenhandig gebouwde brug tussen Detroit en rave, maar minstens even sterk groovewerk als Take-Off en soultech als Timeless ontbraken en ander werk klonk toch snel gedateerder met af en toe ook wat overdadige hyperkinetiek.

Genoemde klassiekers gaven het al aan: zijn echte kracht lag toch in 313 soul, jazzy breakbeats en af en toe een groovetrack met warme punch. Goddess (gericht aan een eerste kleindochter) begint stemmig aan een Korg M1-piano, met wat een ode lijkt aan de tijd waarin bijvoorbeeld Derrick May debuteerde. Turquoise, zonder beats, droomt over de vroegste dagen van rave en Orbital, Fourteen viert het rugnummer van een voetballende kleinzoon met sferische breakbeat. Jazz-percussie en een soepele baslijn overheersen Apocalypse: een referentie aan de studiomuzikant die zijn vader in het genre was, met vocalen die de staat van de wereld en het effect ervan op ieder van ons bezingt. Daarmee ben je in een erg persoonlijk album beland, dat misschien nog wel logischer op Apollo was uitgebracht, maar de lijn tussen R&S en het dochterlabel is wel vaker dun, wat vooral iets zegt over de brede invulling van beide labels.

Glitterati kent een mix van mooie zang, vroeg abstracte techno en subtiele rave-arpeggio’s, Réflexion wandelt richting club met al even geslaagde deep housevocalen en een trompet van Steve Waterman, die ook al speelde bij Van Morrison en Carla Bley. Fly Gray mijmert synthgewijs met een knik naar een pasgeboren kleinzoon, Ride On A Magic Carpet koppelt lichtvoetige hi-tech-jazz aan balearic: we zijn intussen halfweg en er is nog geen onstuimige bolle bas gevallen. Ook de stem van dochter Aurii Sky verkiest vederlichte breakbeat bliss met Do You Feel What I Feel?

The Yellow Butterfly bezoekt een jazzhouse-bar, met levendige vibrafoonsamples en Watermans terugkerende blazer, Sprinkles From Above neemt de lift met kalm organische grootstadshouse en de open fusiongitaar van Merv Carswell. Het urban Navigator leidt in voor Harmony Serenade, een latenightsong voor een intiem dakterras, waar een ingetogen Robert Owens zijn bariton tot falset rekt in een erg volwassen houselied. Featherweight vat de terugtocht aan met subtiel gecomponeerde elektronische jazz, en FTOG’s zet je weer netjes op de begane grond met frisse percussie, wakkere blazers en synthwerk met het hoofd nog in de wolken.

Zo is ‘A Place And Time’, een tikje onverwacht, maar zeker geslaagd, eerder een auteursplaat geworden met vooral organisch verdiepende techjazz, die een soms wat dominante, geslotener hyperkinetiek van weleer helemaal inruilt voor open, frisse muzikaliteit.

← Terug naar overzicht