Wolvennest, Bedsore, Vigljos
Bijen en black metal
Patrick Bruneel
De Verlichte Geest, Kortrijk — 19 oktober 2026
We zagen Vigljos in januari 2024 in de Pit's in Kortrijk en waren toen getuige van één van de concerten van dat jaar, zelfs zo vroeg op het jaar. Black metal over bijen met een stel muzikanten in heel aparte pakjes, waar ze tijdens de shows ongetwijfeld in braden en waarbij de toetsenist met dat immens hoge hoofddeksel regelmatig ruzie had met het plafond en het ook ei zo na in de fik stak.


In de DVG-club, voorheen De Verlichte Geest, zouden ze spelen op de creatieve Landmarcksite in onze thuisstad. Dus het was het moment om die zaal eens uit te proberen. We zien regelmatig agenda's verschijnen boordevol concerten - het steekt niet op een paar bands meer of minder per maand - die vooral alle vormen van metal behelzen. Een donkere metalbunker was het kleine zaaltje, waar het deze avond te gebeuren stond, en dat was een goede keuze (ze beschikken namelijk ook over een grote zaal).
De tijdstafel werd pas laat meegedeeld en potverdorie, de Zwitsers van Vigljos moesten openen en dat al om 19u30. Handig, dachten we, want dan zijn we vroeg thuis. Bedsore (bedsores denken we de hele tijd) speelde namelijk door de Italiaanse voorbeelden een soort van progrock en Wolvennest is niet ons ding. Tal van mensen, die ondergetekende een beetje kennen, zeiden: na tien minuten ten hoogste ben je weg. Etherisch aandoende stukken waar je stenen kloten van krijgt, zeiden ze. Afwachten of ze gelijk zouden krijgen.

Vigljos dus. Met keyboards en zelfs een accordeon op een bepaald moment doet de band het net even anders dan het gros der blackmetalbands. Een rustige intro alvorens de bijenmetal losbrak. We stonden aan de linkerkant en blijkbaar was dat de juiste keuze want aan de rechterkant waren keyboards en accordeon niet te horen, evenmin als 's mans gitaar. Wel konden ze net als ons genieten van de weidse gebaren, die werden gemaakt, inclusief een zegening door de zanger.
Voor het gros der aanwezigen was de metal een beetje te avelinks waarschijnlijk, al zagen we toch een aantal mensen helemaal opgaan in de muziek van de band. Wij waren alvast blij dat we de fietstocht hadden ondernomen en genoten met volle teugen, ook gezien het geluid aan onze kant van de zaal degelijk was. Een kleine drie kwartier, waarbij duidelijk was dat de band in vergelijking met het concert in de Pit's serieus gegroeid is en ze met dit ietwat ruimere podium ook meer ruimte hadden om hun ding te doen.

We vreesden voor Bedsore en we kregen quasi-meteen gelijk. Het was als de laatste keer dat we Zu zagen: tenenkrullende progrock, waarbij ze stonden te headbangen als gek, terwijl er muzikaal niets te headbangen viel. Weg waren we, zelfs al had Rötsomer ons pogen te overtuigen hoe goed de band was en dat hij het album al had gekocht. We laten hem dan ook aan het woord om de band ietwat te duiden. Dan moesten wij zelf de oren niet laten verneuken.

Aangezien Patrick naar buiten was gelopen, trok ik één van de pluimen, die hij zonet in het bijtjesgat van Vilgjos had gestoken, er weer uit, om die zelf ter hand te nemen en een recensie neer te pennen. De Italianen van Bedsore kregen een half uurtje de tijd om het zwartgallige publiek van de DVG-club te overtuigen.
Ze openden met een instrumentale intro van een goeie zeven minuten, die me meteen deed denken aan hun landgenoten van Goblin en de Fransen van Magma. Blijkbaar herkende ook het publiek die laatste invloed, want de helft van de zaal besloot spontaan een spelletje "de vloer is magma" te spelen en vluchtte naar buiten. Hierna lieten de Italianen iets meer de deathmetaltanden zien. Helaas speelde het geluid niet bepaald in hun voordeel. De twee heren achter de toetsen kwamen tijdens de hardere passages amper boven de rest uit, niet in het minst door de Ludwig-drumkit met enorme kickdrum, die op zich trouwens fenomenaal klonk. Bijzonder jammer voor een band die het net van die unieke combinatie van deathmetal en jarenzeventigprog moet hebben.
De overgebleven aanwezigen lieten het alvast niet aan hun hart komen en knikten gretig mee met de maatsoorten, die ergens rond de zeventien achtsten leken te zweven. DVG-club blijft dan ook een club waar vreemde combinaties gesmaakt worden. Gelukkig beef het nu bij de muzikale variant en bleven de mazoutjes, die hier anders weleens rijkelijk plegen te vloeien, achterwege.
Ook visueel bleven we toch ietwat op onze honger zitten. Op de beamer verscheen enkel het bandlogo, terwijl bij Italiaanse prog uit de jaren zeventig de link met film nooit ver weg is. De videoclip voor Scars Of Light bewijst nochtans dat ze perfect weten hoe ze sterke beelden aan de muziek moeten koppelen. De garderobe, voor de ene helft bestaande uit pikzwarte T-shirts en voor de andere uit psychedelische hemdjes, vormde gelukkig wel een mooie weerspiegeling van de muziek.
Een interessante band met een bijzonder eigen geluid, die helaas niet voor de volle honderd procent tot zijn recht kwam in deze setting. Italiaanse parels voor de verlichte zwijnen? (Rötsomer)

Het moge duidelijk wezen: smaken verschillen. En dan moest Wolvennest nog beginnen. Zeven seconden hebben we het volgehouden. We zijn namelijk immens allergisch aan wierook en dat was wat deze hipsters meteen deden: de boel niet meer verlichten met aarskaarsen, maar met stinkende wierook, die we zelfs tot buiten de zaal in de gangen konden ruiken met geïrriteerde ogen tot gevolg.
En toen hadden ze nog nauwelijks een noot gespeeld. Niet dat dat voor ons moest. Gewoon een beetje bewegen op het podium in stilte zouden we superbe gevonden hebben, maar het moest luid (eigenlijk te luid) en de klank was zo al "gene vetten". We hadden natuurlijk ieders verwachtingen overtroffen door nog sneller weg te lopen dan ze hadden voorspeld. Dus doen we het zoals bij Bedsore met een kort verslag van één van onze vrienden, die wel fan is van Wolvennest en er zelfs een heel stel platen van in huis heeft (wij gelukkig niet).

Wolvennest bewandelt al sinds het titelloze debuut een geheel eigen pad. De sound is opzwepend en bedwelmend en met iedere plaat lijken ze die beter naar hun hand te zetten, met het nieuwste album 'Procession' als voorlopig hoogtepunt. Het uiteenlopende muzikale parcours van de leden ligt wellicht mee aan de basis van die unieke sound: Michel Kirby verdiende de sporen bij hardcorelegendes Deviate en Arkangel, alsook bij de nieuwe bezetting van La Muerte sinds 2015; Shazzula is filmmaker en speelde bij Aqua Nebula Oscillator, terwijl Marc De Backer bij Mucky Pup en Dog Eat Dog in het gareel stond. En dat is nog maar een kleine greep uit hun gezamenlijke palmares.
Ook live weet de band het publiek mee te sleuren in een psychedelische, hypnotische mix van krautrock, doom, post- en black metal, ondersteund door projecties van macabere beelden en rituelen. Een heerlijke mix van The Black Angels, Dark Buddha Rising, Oranssi Pazuzu en Acid Mothers Temple om maar een paar referenties te noemen, want Wolvennest klinkt bovenal als zichzelf. Het geluid van een zeskoppige band goed afstellen in een betonbunker bleek helaas geen sinecure, maar dat kon de pret niet bederven.
De nummers werden per plaat langer, maar juist die lengte brengt je live steeds meer in vervoering, een trance die nergens in oeverloze herhaling verzandde. Een unieke band met een uitstekende set die de bezwerende, satanische hoogmis naar een ultiem hoogtepunt bracht. Alleen het laatste nummer, met de iets conventionelere rockriff kon me minder bekoren. Een persoonlijke kanttekening bij een verder uitstekend concert dat we alleen maar kunnen bewieroken (pun intended). (Kevin Decoster)

Of hoe smaken hemelsbreed kunnen verschillen, al moest de mens toegeven dat ook hij last had van de wierook, met piekende ogen als resultaat.
