Swell, Bergaf
"België is onze tweede thuis"
Patrick Van Gestel
Charlatan — 22 oktober 2026
Bij Studio Brussel stond oktober in het teken van de jaren tweeduizend, maar in de concertzalen te lande lijkt deze maand eerder "Back To The nineties". Nostalgici konden zich al laven aan Afghan Whigs, Buffalo Tom, Lemonheads of Mercury Rev. De melancholici troepten donderdagavond samen in de Gentse Charlatan om – het is binnenkort Allerheiligen – Swell te gedenken.

Het werd een avond die de recente begrotingsperikelen omtrent de cultuursector de kop indrukte: de keuze tussen erfgoed of makers werd irrelevant. De resterende makers van Swell eerden mooi het erfgoed van overleden zanger en inspirator David Freel. Wellicht verdienen ze er geen cent aan (integendeel?) maar het was net als twee jaar geleden (een paar meter verderop in de Kinky Star) ontroerend om te zien hoezeer zowel bandleden als fans zich laafden aan de erfenis van deze nineties-band die nooit echt doorbrak. Voor ons in de zaal stonden een jonge moeder en dochter intens te genieten van het concert. Een teken dat Swell niet enkel voer voor de muziek-annalen is, maar ook in dit tijdperk nog nieuwe fans kan beroeren.
Het Gentse trio Bergaf mocht de zaal opwarmen met een handvol in de jaren negentig gedrenkte songs. Van echo's van Pixies tot een weinig voor de hand liggende cover van Sonic Youth (Mildred Pierce uit 'Goo'!). Een welgemikte aanloop naar de hoofdmoot van de avond.
Voor deze Europese tour, de eerste tour na Swells allerlaatste toer van twee jaar geleden, bestaat de band uit stichtend lid Sean Kirkpatrick, gitarist John Dettman-Lytle, die op de eerste twee Swell-platen speelde, bassist Tim Adams, die in de begindagen een paar blauwe maandagen de line-up vervoegde, en Philippe Gunst als tweede gitarist. Die laatste stond veertig jaar geleden in de finale van Humo's Rock Rally met de Knokse band Shanghai en is tegenwoordig te horen in de postpunkband Fragment. Plots een thuismatch spelen met een Amerikaanse band, het is op zijn minst een opmerkelijk parcours!
Swell nam ons mee op een mooie rondreis langsheen de vier eerste platen met een stevige greep uit '41' en uit '… Well?', dat eerstdaags via een Frans label in een geremasterde versie heruitgebracht wordt. "Op geel vinyl", gaf Seanpatrick nog mee vanachter de drumkit, net voor het magistrale Down werd aangeheven. Als bandlid met de langste staat van dienst was het ook vooral hij die de set doorspekte met flashbacks naar de begindagen en naar de speciale plek die België altijd was voor de band. Zo kwamen we te weten dat ze tijdens de eerste tour strandden bij een gezin in Zaventem, dat van daaruit concertjes regelde voor hen. Via Smile My Friend, de collegeradiohit die Slint nooit schreef, en het door de voltallige zaal meegezongen Sunshine Everyday ging het richting de Duvel-pauze (dixit Kirkpatrick).
Net voor de bissen werden aangevat, was het Dettmans beurt om pakkende herinneringen op te halen. Kirkpatrick herinnerde ons eraan dat de hele avond in het teken stond van hun "gemiste en nooit vergeten" makker David Freel, maar Dettman stamelde wat een onvoorstelbare eer het was om op de plek te staan waar zijn vroegere roommate Freel ooit stond om diens songs te zingen. "Hij was het die me gitaar leerde spelen. De gitaar waarop ik vanavond speel, is trouwens exact dezelfde als zijn gitaar, enkel minder verweerd". We meenden in de zaal een collectieve krop in de keel waar te nemen, maar die ging vlot over in een euforisch gevoel, toen What I Always Wanted werd ingezet, één van die nummers die we thuis urenlang in endless repeat kunnen beluisteren. Ook voor de slotsong, het ingetogen Bridgette, You Love Me, greep het viertal terug naar 'Too Many Days Without Thinking', misschien wel ons favoriete Swell album.
De zaallichten floepten aan en wij werden met de teletijdmachine teruggeflitst van 1997 naar 2026. Aspirant-tijdreizigers kunnen op 29 oktober Swell meemaken in de Djingel Djangel in Antwerpen of een dag later in Barragán in Oostende. Niet te missen, want wie weet is dit wel hun allerlaatste tour?
