We Are Open 2017 Alle beesten los

We Are Open 2017

"Het is geweldig dat Belgische bands zoveel volk op de been brengen", aldus Bert Cannaerts van Newmoon voor een bomvolle grote zaal van Trix. Nog geweldiger was de energie die vandaag los gelaten werd en die bijna non-stop werd volgehouden van half acht tot iets over enen.

De onoplettende ziel die vroeg naar Trix was afgezakt om er een van de winnaars van De Nieuwe Lichting aan het werk te zien, keek verbaasd op toen het zwarte, zevenkoppige monster van Lighthousing het podium aan de bar inpalmde. Qua naam mag er dan wel een grote gelijkenis zijn met The Lighthouse, qua sound klinken deze mannen (en een vrouw) een pak donkerder.

Knetterende elektronica werd hier knap verweven met fijndradige gitaarweefsels, atypisch drumwerk en de stem van Matthijs Vanstaen die zowel vol als hoog kan klinken. Dat leverde intense, donkere muziek op die zowel ontroerde als deed dansen. Neem nu I Had To over een vriend die manisch depressief was. Het startte als een elegie, maar barstte dan open tot een nummer waarop je niet kon blijven stilstaan op de stevige beat die terugkaatste van een wall of sound steviger dan de Berlijnse muur.

Nog maar net had Matthijs Vanstaen zijn duivels uitgedreven of op de Clubstage floepte een looplamp aan die de tronie van Ramses Van den Eede, frontman van Hypochristmutreefuzz verlichtte. “Just follow me”, schreeuwde die en weg schoten de opgefokte brommers van dit stelletje nietsontziende stijlvermengers voor een dolle muzikale trip van veertig minuten doorheen hun album die enkel werd onderbroken door een lekke band in de vorm van een weigerende gitaar en een omgestoten pint. Noise rock, funkgrooves en hiphop werden gemengd tot een bruisende, orgasmeverwekkende cocktail. U weet nu waarom de vloer van Trix nogal plakkerig was na het uitgesponnen The Spitter.

Om te bekomen trokken we naar de grote zaal waar DVKES zijn trukendoos optrok. Daaruit vloog geen witte duif, maar een catchy Mockingbird. Dat dit kwartet zich echter niet zomaar laat kooien, ondanks hun voorkomen als voorbeeldige schoonzonen, bewezen de zware synths uit We Finally Pushed Trough. Enige constante: een onweerstaanbare groove en een snuif psychedelica. Hallo StuBru waarom horen we deze band bijna nooit op jullie golflengte? Hun puike debuutplaat ‘Push Through’ staat vol met potentiële singles en een band die erin slaagt om een festivalpubliek grotendeels vast te houden terwijl onmiddellijk daarna een gehypte band speelt in een te kleine zaal, heeft echt wat in zijn mars.

Die gehypte band, gaat door het leven onder de naam Brutus en werd op het clubpodium gehesen. Het trio bewees daar de loftrompetten waard te zijn. De band liet ook niets aan het toeval over en zorgde dat de sound helemaal goed zat. Zo klonk de stem van de drummende zangeres Stefanie Mannaerts minder lieflijk dan op plaat en werd zij ondergedompeld in een kokend bad van furieuze bas en gitaar waarin zij met haar drumwerk zelf voor de bubbels zorgde.

Enige nadeel: de band moest door al dat schaven een nummer skippen en de zaalverantwoordelijke kwam na verloop van tijd zenuwachtig aan Mannaerts’ been trekken om haar diets te maken dat ze moest afronden. Maar Brutus overtuigde wel. Dat de betere nummers van op ‘Burst’ live nog beter zouden zijn, was te verwachten, maar zelfs het kinderlijke Baby Seal bleek – op de tekst na - sterk genoeg om ons te plezieren.


Was het bij Brutus al op de koppen lopen, bij Newmoon liep zelfs de grote zaal over. Shoegaze mag dus weer, en zeker als die in een vorm wordt gegoten waarbij elk nummer aan een van de grote voorbeelden doet denken, maar je toch niet de vinger kan leggen op wie dat voorbeeld precies was. Enkel My Bloody Valentine ligt voor de hand met de toevallige verwijzing van Everything Is naar Isn't Anything, maar we hoorden op ‘Space’ ook flarden Radiohead, DIIV, Mogway en in Coma zelfs iets van The Stone Roses.

In Trix trokken de vijf een gigantische gitaarmuur op om er dan met lieflijke zang af en toe een gat in te proberen hakken. Alleen kwam die stem van Bert Cannaerts er soms niet door en soms, als dat wel lukte, bleef de tekst volstrekt onverstaanbaar. Naar de prachtige postrockelementen en afwisseling die de plaat zo genietbaar maakten, was het live zoeken. Beetje jammer toch, al was het beukwerk van drummer Stef Gouwkens aan het eind zo energiek dat hij zijn kit sloopte en bleek ook nu weer dat Newmoon elke keer speelt alsof het zijn laatste show ooit is.

Daarna waren alle ogen op “All Eyes On You”- Zimmerman gericht. Niet moeilijk want hij had geen concurrentie van een ander podium. Niet dat hij die niet zou aankunnen, want wie het klappen van de zweep leerde bij Balthazar, heeft al wat podiumervaring opgedaan.

Na al het muzikale geweld van eerder op de avond was de set van Simon Casier een rustpunt. Zodanig zelfs dat Zimmerman als de vreemde eend in de bijt klonk. Dat gevoel werd nog versterkt toen Noémi Wolfs kwam meezingen op You Won My Heart. De twee tortelduifjes hadden het samen zo knus dat we ons even wilden terugtrekken achter in de zaal. Ook van daaruit was het genieten van de fijnzinnige pop van Zimmerman.

Maar zo kwamen we wel onverwacht in de elektronische storm terecht die Rumours opwekte. Rumours is de band waarin Hannah Vandenbussche en Stefanie Mannaerts (ja, die van Brutus en Raveyards) naast The Spectors actief waren. Uit Monami bracht Vandenbussche dan weer Jonas Boermans mee. Het vierde lid is producer Pieter-Jan Cools.

Vandenbussche heeft diezelfde wanhopige bocht in haar stem die Björk en – dichter bij huis – Démira hebben en die past wel goed bij de shamanhop zoals ze hun sound zelf beschrijven. De hartverscheurende kreten over de aardesplijtende beats hielden ons langer dan gedacht aan het podium van de bar en zo misten we een groot stuk van Kapitan Korsakov.

We wilden echter het geplande bezoek aan de tandarts uitsparen en zo doken we de moshpit in om daar het tandsteen van tussen onze tanden te laten ranselen. Wat waren we jaloers op de twee krullenbollen naast ons die wel het juiste kapsel hadden om los te gaan op het geweld van de Kapitan. Het enige waar zij wel en wij geen last van hadden waren de overkomende crowdsurfers.

Pieter-Paul Devos’ stem was compleet kapot, maar toch klonk het oude werk en dat uit de meest recente worp zoals Spitting Over The Edge Together geweldig. Hier, in tegenstelling tot bij Newmoon wel ruimte voor afwisseling van noise en stiltes zodat de melodieën goed tot hun recht kwamen. Devos had zelfs nog stem over voor een grapje over Customs en kreeg bij afsluiter In The Shade Of The Sun hulp van Dries Vanhoof van Wallace Vanborn en Lee Anderson, de band die voor Kapitan Korsakov zal openen komende donderdag in de uitverkochte AB.

En zo was de tweede dag van We Are Open 2017, zoals verwacht veel beestiger dan de eerste.


February 12, 2017
Marc Alenus