Brutus Burst

Eigen beheer
Burst

Brutus. Zo’n naam betekent onheil. Denk maar aan de zoon van Caesar die zijn vader een mes in de rug stak. Of denk aan de baardaap die steeds opnieuw Olijfje wilde afsnoepen van Popeye.

En dit keer is het gelukt. Brutus ontvoerde Olijfje, vermomde haar als Stefanie Mannaerts en plantte haar achter de drums en de microfoon. Van daaruit mag ze krijsen en schreeuwen wat ze wil en dat doet ze dan ook met overgave, als een jongere versie van Sandra Nasić, de Kroatische die bij Guano Apes het mooie weer maakt(e).

Naast Mannaerts staan twee bewakers: Stijn Vanhoegaerden op gitaar en Peter Mulders op bas. Zij proberen haar beurtelings in te tomen, dan weer op te jagen met veel tempo- en sfeerwisselingen als gevolg. Dat begint al bij opener March waarvan de instrumentale intro van meer dan een minuut vier keer van tempo en klankkleur wisselt in een acrobatische poging om shoegaze, hardcore, punk en sludge te verzoenen met een popmelodie.

De ziedende single All Along is een emotionele mokerslag, een scherpe linkerdirecte die je recht op de kin raakt met een spervuur aan drums, de scherpe, metaalachtige gitaar, de donker dampende bas en vooral die stem van Mannaerts. En ook het daaropvolgende Not Caring lijkt op een aanval van de Walkuren die je de adem afsnijdt.

Het meer melodische en vooral zachter gezongen Justice De Julia II komt dan ook op het gepaste moment en ook Drive lijkt tijdens de postrockachtige intro de teugels te vieren. Maar na een minuut krijgen de paarden weer de sporen diep in de flanken gedrukt en hagelt het weer zware drumslagen, voortgejaagd door een ziedende gitaarwind. Op deze song haalt Brutus voor het eerst de kaap van de vier minuten, maar we zien het graag gebeuren. De ideeën worden immers steeds beter uitgewerkt.

Hetzelfde geldt voor Bird dat terecht het centerpiece mag zijn en ook voor Looking For Love On Devils Mountain, die beiden ook tot de langere songs behoren op de plaat. De kortere proberen soms een tekort aan ideeën te verhullen door snel over te waaien. Maar door op die kortere songs telkens dezelfde hagelstorm op te wekken, riskeert de plaat snel te gaan vervelen.

Ook emotioneel bewandelt Brutus een soms dunne lijn. In de meeste songs lukt het prima om overeind te blijven, maar op het  melige Baby Seal dondert de band onverbiddelijk van de ijsschots. “Seal, baby seal / they gunned him dead / Seal, mother seal / she cries ‘cause she’s sad”, is het soort lyrics dat ons zin doet krijgen om zelf een knuppel ter hand te nemen.  Natuurlijk is de zeehondenjacht verwerpelijk, maar die ga je hiermee niet bekampen.

Gelukkig is er de zes minuten durende, kolossale, epische afsluiter Child om af te koelen. Hier zorgt de clash tussen Mannaerts’ etherische zang en de beukende instrumenten voor de soundtrack voor de day after na Armageddon, alsof een engel de gevallen strijders naar de eeuwige rust wil begeleiden terwijl in de verte het wapengekletter nog even doorgaat.

Met ‘Burst’ verovert Brutus – ondanks een enkel schoonheidsfoutje – meteen een unieke plaats binnen de Belgische scene. Er is geen enkele andere band die klinkt zoals dit trio en dat is op zich al een straffe prestatie met slechts drie muzikanten. Dat er bovendien een paar zeer straffe tracks op staan, is uiteraard nog een plus.


February 4, 2017
Marc Alenus