Mogwai

Waar de gitaar heerst

Dieter Vandeweyer
Ancienne Belgique, Brussel16 april 2006

Handdoek. Check. Reserveshirt. Check. Oordoppen. Check. Samen met een iPod die afgeladen vol staat met illustere noisegoden als Slint, Sonic Youth en My Bloody Valentine, waren wij klaar voor wat wellicht de vijf luidste, vuigste en meest intense uren van ons leven zouden worden.

Mogwai
De Amerikanen van Grails mochten de aftrap geven en deden dit met overgave, maar helaas ook met weinig zin voor originaliteit. Hun wijds uitgesponnen klanktapijten begonnen vaak veelbelovend, maar mondden keer op keer uit in eindeloos gitaargepriegel, zodat het telkens wachten was op die verlossende snok aan de snaren. Het moge duidelijk wezen dat het viertal dweept met de orkestrale benadering van Godspeed You! Black Emperor, maar er voorlopig nog niet in slagen om dezelfde meeslependheid in hun optredens te leggen als de grootmeesters zelf.

Vervolgens was de weirdfolk van Akron/Family aan de beurt. Dat ‘weird’ mag u gerust letterlijk nemen, want de vier extreem katholieke hippies die we voorgeschoteld kregen zijn figuren die we op straat wellicht in een boogje zouden passeren. Ook hun set vertoonde vreemde kantjes, wanneer een zacht en ingetogen wiegeliedje wordt voortgezet door een uitzinnig scheurende gitaar. Dit bizarre mag eerst nog charmant ogen, na enkele nummers komt het gebrek aan songs echter snel bovendrijven. De christelijke boodschap verkondigen door middel van een ‘wall of sound’ mag dan misschien wel dé manier zijn om mensen terug naar de kerk te lokken, zolang leden van Akron/Family het kerkkoor bevolken, houden wij nog even vast aan onze atheïstische levensvisie.

Van de bijbelverering naar een satanoproeping is maar een kleine stap. Een andere benaming kunnen we moeilijk geven aan de loeiende noise van Wolf Eyes, waarbij de woorden ‘ruig’ en ‘hard’ meteen een andere betekenis krijgen. Drie beren van mannen die als halve maniakken te keer gaan met synths, micro’s en basgitaren, deden er alles aan om de AB eventjes te verplaatsen naar de diepste krochten van de hel, en slaagden er nog wonderwel in ook. Een sonore baslijn drilde zich dwars door alles en iedereen, terwijl de psychedelische soundscapes in combinatie met een continu feedbackende micro onze trommelvliezen tergden. Toch stellen we ons vragen bij de instrumentatie die we voorgeschoteld kregen, maar op geen enkel manier hoorbaar was. Een basgitaar omslaan, als een losgeslagen gek headbangen en dan je baslijnen uit je computer laten komen is niet meteen ons idee van een ‘live’ optreden, blijkbaar denkt het trio van Wolf Eyes daar anders over.

Tijd voor de hoofdmoot van deze avond. Sinds hun eerste dubbele doortocht eind januari op de Nachten en in Leuven, was het reeds de vierde maal dat de jongen wolven van 65DaysOfStatic te bewonderen waren op een Belgisch podium. Met nog een rits optredens in het vooruitzicht de komende maanden (waaronder Dour), lijkt hun veroveringstocht ondertussen Explosions in the Sky-achtige proporties aan te nemen, en neemt ook het aantal voor- en tegenstanders van dit viertal toe.

De sampler wordt gestart, en onder begeleiding van een subtiel pianomelodietje komen de Britten het podium op. Nauwelijks zijn de instrumenten omgegord, of een waar spervuur aan gitaren wordt losgelaten op het publiek onder de noemer Drove Through Ghosts to Get Here. De laptop bepaalt strak het ritme, en al snel schiet ook een ziedend I Swallowed Hard, Like I Understood uit de startblokken, waarna het credo van het lawaai niet meer wordt losgelaten het daaropvolgende uur.

Hoe schuchter ze ook op het podium staan, de muziek spreekt voor zich. Voortgestuwd door een waanzinnige drum razen songs als Mean Low Water en een energiek The Fall of Math doorheen een tot de nok gevulde AB, terwijl de gitaren luider en luider weerklinken zonder ergens in een waas van noise te vervallen. Na een monsterlijk 65 Doesn’t Understand You weerklinken eindelijk de inmiddels beruchte woorden “We will not retreat. This band is unstoppable!”, wat een prachtig beeld oplevert: vanuit een tornado van woeste gitaren weerklinkt Retreat! Retreat!, terwijl de hoofden van honderden bekeerlingen tegelijkertijd op en neer gaan.

Na afsluiter Radio Protector kunnen we niet anders stellen dat de missie van 65DaysOfStatic duidelijk geslaagd is, en er wederom vele nieuwe zieltjes gewonnen zijn voor de verlegen charmes van deze heren, die zich stilaan de vernieuwers in het zachtjes doodbloeiende postrockgenre mogen noemen.

Als 65DaysOfStatic de troonopvolgers zijn, kunnen we niet anders dan Mogwai de patriarchen noemen van de meeslepende gitaarmuziek. Hun debuut ‘Young Team’ wordt nog steeds als referentiepunt gezien, vijfde album ‘Mr. Beast’ bleek onlangs wederom een schot in de roos. Nu  hadden de Schotten echter de moeilijke taak om hun voorgangers te overtreffen.

Toch besloten ze om rustig te starten, door zowel met Auto Rock als Helicon pt. 1 de spanningsboog ten top te drijven. Travel is Dangerous bouwt dan weer op als een klassieke Mogwaisong: stil beginnen, om te eindigen met drie ontketende gitaren, terwijl de zang als ultiem achtergrondgeluid weerklinkt. Toch overvalt ons na enige tijd het gevoel dat het allemaal net iets té stil is, en dreigt de verveling toe te slaan.

Als antwoord daarop krijgen we met Like Herod een dijk van een song voorgeschoteld. Wanneer het nummer halverwege ontploft, vangen we weer een glimp op van het meesterschap van dit vijftal, het vermogen om een nummer hard en vooral luid te spelen, zonder daarvoor als een gek op een gitaar te beginnen rammen. Wanneer vlak erna ook nog eens Glasgow Mega-Snake de setlist kruist, lijkt het vuur eindelijk in de band te schieten.

Met Kids Will Be Skeletons en Hunted By a Freak krijgen we een hoofdstukje ‘Happy Songs for Happy People’ voorgeschoteld, totdat het bloedmooie pianoriedeltje van Friend of the Night weerklinkt. De gitaar wordt weer naar de achtergrond verhuisd, maar blijft immer dreigend aanwezig, zodat de dissonantie tussen de twee instrumenten voor een heerlijk kippenvelmoment zorgt. Mogwai sluit de reguliere set af met een door merg en been snijdend We’re No Here. De continu opbouwende gitaarlijn van Barry Burns wordt omgeven door een ware noisewolk, terwijl we de feedback voelen tot in het diepst van onze botten. Wie hoopte op eeuwige publiekslieveling My Father My King bleef ook in de bissen op zijn honger zitten, maar in de plaats daarvoor werd klassieker Mogwai Fear Satan op herkenningsapplaus getrakteerd, om ons een kwartier later verbluft en halfdoof achter te laten.

Dit was geen Mogwai op het toppunt van zijn kunnen. Daarvoor lieten de Schotten een te vermoeide indruk achter. Toch slagen ze erin om de subtiliteit binnen te laten sluipen in hun songs, die we soms missen bij 65DaysOfStatic. Waar de jonge garde nog steeds vasthoudt aan het principe dat postrock vooral luid moet zijn, weet Mogwai zijn typische sound te doorspekken van rustmomenten, die op zichzelf even meeslepend en boeiend zijn als al het gitaargeweld.
← Terug naar overzicht