Lokerse Feesten

Schaamteloze Fiësta

Kevin Vergauwen
Grote Kaai, Lokeren13 juli 2011

Met zo’n 100.000 bezoekers - verspreid over tien dagen - komt er ook aan de 33e editie van de Lokerse Feesten een einde. De laatste dag van het festival zal alweer de geschiedenisboeken ingaan onder de noemer ‘legendarisch’. Al was het maar omdat zo’n vijfenzestig procent van de artiesten die het podium bevolkten zich in een compleet andere dimensie bevonden.


“Bijzonder gewaagd, maar nostalgie met de grote N”, was onze eerste reactie toen we zagen dat de organisatie zowel The Lemonheads als The Pogues op de slotdag van het festival had geprogrammeerd. Beide bands hebben niet bepaald de meest onbesproken reputatie als het over de rock-‘n- roll-geneugten van buitensporig alcohol- en druggebruik gaat. 

Lokerse Feesten

Voorbereid op het ergste betreden we een goed gevulde Grote Kaai, waar het populairste punkrockkwartet van de Lage Landen, Heideroosjes mag aftrappen. Al achttien jaar en twaalf albums lang vuren Marco Roelofs (met stip op één als we het hebben over meest nuchtere frontman van de avond) en de zijnen “one, two, three”-bommetjes tegen een duizelingwekkende snelheid af. Eerder dit jaar brachten de heren nog ‘Chapter Eight Golden State’ uit. In Lokeren wordt er op veilig gespeeld en houden de Roosjes het bij een loeiharde best of-set.


“Are there any people who don’t speak dutch?” spreekt Roelofs de massa toe. Weinig reactie hierop, maar de diversiteit aan talen die we horen aan de verschillende togen doet vermoeden dat men van over heel Europa is afgezakt naar Oost-Vlaanderen. Laat ons dat fenomeen het Pogues-effect noemen. “Goed, dan kunnen we zonder problemen de Fransen en de Engelsen uitschelden”. Boerenleute met liters bier, door de lucht gekatapulteerde pinten, circle pits en crowdsurfende zestienjarigen. Het energieke viertal pakt de eerste dertig rijen probleemloos in met hitjes als Lekker Belangrijk, Time Is Ticking Away (met obligatoire verwijzing naar Bush, wiens uren in het Witte huis geteld zijn volgens de band), I’m Not Deaf I’m Just Ignoring You, Damclub Hooligan, Iedereen Is Gek Behalve Jij en het luidkeelse meegevroemde Sjonnie en Anita. Apetrots en blakend van zelfvertrouwen wordt We’re All Fucked Up opgedragen aan Shane MacGowan en besluiten de Heideroosjes hun set een tikkeltje overmoedig met  Ring Of Fire van Johnny Cash, iets wat Social Distortion hen net iets sterker voordeed, als u het ons vraagt.

De laaste dag betekent traditioneel vuurwerk. Op de tonen van Iggy’s I Wanna Be Your Dog, voor de gelegenheid uit de I-pod van La Fille D’O (aka all around-verleidster Murielle Scherre), wordt de Lokerse hemel in afwachting van The Lemonheads minutenlang voorzien van de mooiste kleurencombinaties. Dit wordt heel bijzonder, moeten al die vrouwen -mijmerend over de tijd toen ze stiekem verliefd waren op de jonge Evan Dando - gedacht hebben. Een ijdele hoop, zo blijkt enkele minuten later. Al van bij de eerste noten (of hoe moeten we die schrale feedback distortion noemen) zit het volledig fout. Het duurt zelfs enkele minuten vooraleer we door hebben dat het drietal de set begint met die eerste echte doorbraaksingle uit 1992 It’s A Shame About Ray.

Wat volgt is een van de meest genante vertoningen van de voorbije jaren. Dando neemt een loopje met de rest van de band door de setlist ter plaatse volledig om te gooien, kent bij momenten het verschil tussen een C en G-akkoord niet, vindt het nodig om af en toe zijn versterker op tien te draaien en misstapt zich bij haast elk nummer op zijn effectenpedaaltjes. Pareltjes als My Drug Buddy, It’s About Time en Pittsburgh - uit het laatste bevallige album - gaan bijgevolg volledig de mist in. “I Don’t Want Not Get Stoned”, krijst Dando tijdens Rick James Style. Veertien jaren na datum lijkt hij nog steeds niet afgerekend te hebben met het excessieve druggebruik ten tijde van Come On Feel. Neen, uiteraard geloven wij niet in dat “welcome to the jetlag Lemonheads show”-verhaaltje. Nog schrijnender wordt het allemaal wanneer Dando na het slotakkoord, waarbij hij zijn band verplicht eindeloos “Thank you good night” te kelen, en het daaropvolgende boe-geroep plots terug op het podium verschijnt voor een ongewenste toegift. Wanneer de geluidsmensen dan ook nog eens de monitors hebben afgezet is de ster van weleer genoodzaakt af te druipen. Pijnlijke vertoning is dan ook de enige conclusie die wij hieraan kunnen koppelen. Jammer, want de man heeft wel degelijk een waaier geniale songs op zijn actief.

In dezelfde categorie van zelfdestructieve muzikanten is het altijd bang afwachten of de vleesgeworden fles gin Shane MacGowan zal opdagen. Door de jaren heen bouwden The Pogues de reputatie van feestband bij uitstek enerzijds en van onberekenbaar stelletje dronkemannen anderzijds op. In Lokeren is het gelukkig vooral de eerste kwaliteit die boven komt drijven. Volledig in het zwart gekleed, turend onder zijn zonnebril en wriemelend aan zijn openstaande broek waggelt Shane met het onafscheidelijke glas gin in de linkerhand het podium op. Streams Of Whiskey op de voet gevolgd door If I Should Fall From Grace With God brengen het feestgedruis op de Kaai bijzonder goed op gang.


Even houdt iedereen de adem in wanneer MacGowan na het derde nummer plots in de coulissen verdwijnt. Eén van de bandleden neemt het even over, maar één song later strompelt de legende gelukkig alweer naar zijn steungevende microstandaard. Een ritueel dat zich gedurende de hele set enkele malen herhaalt. Het regent hits en het enthousiaste publiek gaat volledig uit de bol tijdens nummers als Pair Of Brown Eyes, Lullaby Of London, Rainy Night In Soho, Tuesday Morning en het luidkeels mee gebrulde Dirty Old Town. Hoewel Shanes bindteksten slechts zelden verstaanbaar zijn, blijkt de bijna vijftigjarige folklegende verbazend genoeg zeer tekstvast tijdens de songs. Sally MacLennane en Fiësta vormen de spreekwoordelijke kers op de taart voor het sluitstuk van deze Lokerse Feesten. Dando vs. MacGowan: 0-1.
← Terug naar overzicht