The Flaming Lips
Lips like sugar, sugar kisses
Tuur Van Braeckel
VierNulVier Kunstencentrum — 4 juni 2006
Om ook eens iets uit het werk van Aristoteles te citeren op deze pagina?s - het hoeft ten slotte niet altijd Ben Crabb? te zijn die de bel luidt- : ?Wat de arts is voor het lichaam, is de muziek voor de ziel?. Klopt perfect, zeker als het de muziek van The Flaming Lips betreft. Wie noemde hen in 1983 ook al weer een halfbakken punkbandje uit Oklahoma City? Je hoefde voor een avondje gevuld met levenslust en massaal jolijt op 4 juni heus niet naar de Efteling of Walibi te trekken. In de Vooruit was niet enkel de muziek maar zeker ook de live performance van de Lips de blikopener of, om bij good ol? Ari aan te sluiten, de scalpel van ??nieders ziel.

Hetgeen we die bewuste avond meemaakten in de historische Gentse concertzaal overtrof onze meest geschifte waanbeelden en al onze andere psychotische stoornissen samen. We hadden behoudens dat ene frisse pintje nochtans geen narcotica genuttigd! Van het voorprogramma, het Texaanse Midlake, konden we alleen nog de laatste nummers meepikken. Net genoeg om te concluderen dat we dit Indiegroepje, dat qua geluid het midden hield tussen Mercury Rev en andere Grandaddies, zeker opnieuw willen zien en horen.
Tijdens de korte en broeiend drukke pauze die werd ingelast om een verse podium set-up te kunnen plaatsen en het volk te laven, konden we reeds een glimp opvangen van zanger/illusionist Wayne Coyne en de zijnen die zelf hun instrumenten kwamen opstellen en afstemmen. Ook sleurden ze een rist attributen het podium op waarvan we in de verste verten niet konden vermoeden waartoe ze zouden dienen. Na de korte soundcheck kwamen de heren het podium opgevlogen. Halve zool Wayne Coyne had gigantische handschoenen aangetrokken om het applaus van een gigantisch enthousiast publiek op te vangen, gitarist/pianist/half genie (en drummer in de studio) Steven Drozd had benevens z’n goed humeur een litertje Jack Daniels bij en bassist Michael Ivins kwam ten tonele als een levend geraamte met zonnebril.
Onder de tonen van de knaller Race for the price werd het toen al dolgedraaide publiek, allen geheelonthouders, getrakteerd op achtereenvolgens een mega-balonnenplaag (ter vergelijking: de witte marsen zijn wel erg klein bier), knotsgekke danspasjes en een 'cosmic battle' van uit de X-Files weggelopen aliens, kerstmannen met zaklampen en een confetti- annex serpentineshot van heb je ons daar even liggen. Waarlijk iedereen rondom ons stond met een gelukzalige brede glimlach op het aangezicht en dat was voor één keer niet aan ons eeuwige stuntelen te wijten. De lach is de vriendelijkste muziek ter wereld, trouwens. Wij dachten terloops: hey, waarom zouden we Aristoteles lezen of jointjes paffen als de Flaming Lips ons met een vet gitaartje hier en een weird baslijntje of maf dierengeluidje ginds even goed en net zo gemakkelijk een prachtig uitzicht kunnen geven op een andere wereld?
Nog niet voor de volle honderd ten honderd bekomen van de eerste hartaanval die de Lips ons met hun openingsceremonie hadden bezorgd (we stonden nochtans naast een dokter), hekelde Coyne tussendoor de Amerikaanse beleidsmakers en de bizarre oorlog in Irak. Omdat we van alle geluiden dat van de Flaming Lips het minst onaangenaam vinden, vergeven we hem z’n gezeur.
Als climax van z’n betoog werd dan ook publiekelijk de morele vraag gesteld: “If you could blow up the world with the flick of a switch, would you do it?”. De vraag werd door de hele zaal met het refrein van de The Yeah Yeah Yeah Song al schreeuwend beantwoord. We vermoeden dat zelfs de voltallige vispopulatie van de gekanaliseerde Gentse Schelde meezong want de Vooruit daverde op z’n grondvesten.
We kregen nóg meer van dattum, en we zullen het u vertellen ook, zij het waarschijnlijk niet meer in de juiste chronologische volgorde omdat een op hol geslagen stroboscoop- en rookmachinespectakel ons van ons melk had gebracht. Van de nieuwe plaat kregen we een wel erg naar Prince ruikend Free Radicals, tussendoor twéé heldhaftige doch in de ogen van een neutrale kijker bespottelijke huwelijksaanzoeken, dé Lips-hit She Don’t Use Jelly (mij-ij-ij-gezien?), een handpopnon met buikstem die de show stal in de microfooncamera tijdens Yoshimi Battles the Pink Robots (de gelijknamige single van de vorige volle schijf), kortom veel grote hits en blijvers van vorige cd’s maar jammer genoeg geen Waitin’ For A Superman (de man van Krypton stond weliswaar zelf op het podium). De euforie kende nooit geziene hoogten.
Q Magazine was niet het enige blaadje dat de Lips rekende bij de vijftig bands die je gezien moest hebben alvorens zelf het loodje erbij neer te leggen. Op de keper en elk apart beschouwd zijn de bandleden dan ook weer niet zo’n ontzettend getalenteerde genieën (hoewel Drozd aardig in de buurt komt), als geheel komen ze er meer dan aardig, het woord “galactisch” dringt zich op, mee weg. Zelfs met enkele beroerde Teletubby-beelden op het gigantische scherm geprojecteerd tijdens bisser A Spoonful Weighs A Ton. Met Armstrongs What a wonderful world door de boxen gepompt werd afscheid genomen. Tot de volgende reis!
