Gent Jazz 2011: Al Di MeolaWorld Sinfonia, Dave Holland Quintet

Vuurwerk en losse flodders

Fabian Desmicht
Bijloke, Gent12 juli 2011

Na Sonny Rollins, die de eerste dag mocht afsluiten, laat Gent Jazz op dag twee opnieuw een reeks jazzgrootheden los op het publiek. Al Foster en George Mraz brachten pianist Fred Hersch mee. In Dave Hollands kwintet zat de gouden tandem Chris Potter en Kevin Eubanks. En snarenwonder Al Di Meola was zo fier als een gieter toen hij Gonzalo Rubalcaba achter de piano mocht aankondigen. In de tent was het schuilen geblazen voor vuurwerk, én losse flodders.


Drummer Al Foster – u kent hem wellicht als de “Fo” van het album ‘ScoLoHoFo’, met John Scofield, Joe Lovano en Dave Holland – en bassist George Mraz verdienden hun strepen bij iconen als Oscar Peterson, Chet Baker en Miles Davis. Beide heren stonden ook aan de zijde van saxman Joe Henderson, die dit jaar tien jaar dood is en herdacht werd met een eerbetoon.

Gent Jazz 2011: Al Di MeolaWorld Sinfonia, Dave Holland Quintet
In Gent mocht de jonge, Israëlische Eli Degibri de plaats van Henderson innemen. Zijn heldere, mooi gearticuleerde frasen maakten hem daarvoor de uitgelezen keuze. Foster liet niet na Degibri te vermelden toen hij zijn lijstje van favoriete saxofonisten (met Coltrane, Shorter en Rollins) overliep. Een ander fenomeen maakte een frêle indruk aan de andere kant van het podium: Fred Hersch. Hersch heeft aids en raakte in 2008 zijn vermogen om piano te spelen helemaal kwijt na een coma. De man moet over een enorme wilskracht beschikken, want aan de zijde van Foster en Mraz toonde hij zich andermaal de briljantste pianist van zijn generatie.
Hersch’ verbeelding bereikt ongekende hoogtes tijdens zijn solo’s. Tijdens Blue Bossa gaf hij eerder Cubaanse hints, dan gemakshalve binnen het genre te blijven. Hij bestrijkt het ganse pallet van emoties en wisselt elegant tussen het vertrouwde en het exotische. Foster zorgt tussendoor voor een komische noot door plagerig op zijn cimbalen te tikken. Hij lacht zijn tanden bloot en speelt met schijnbare nonchalance terwijl hij zijn troepen Art Blakey-gewijs overschouwt. Op het einde van een song durft hij al eens in één beweging al zijn cimbalen meeritsen. Het was een geslaagde ode aan Hendersons werk en ook voor leken een interessante kennismaking met songs als Night And Day en You Know I Care.
Bij het Dave Holland Quintet hing van meetaf aan die unieke elektriciteit in de lucht, die in 2003 al live op cd werd gevat door het bekroonde ‘Extended Play – Live at Birdland’. Chris Potter grijpt ons met zijn eerste saxsolo meteen naar de keel. Niet veel later ligt hij in de clinch met de trombone van Kevin Eubanks. Het resultaat is niets minder dan wonderlijk georkestreerde chaos.
Nate Smith schroeft de spanning op met zijn bezige drumstijl. Steve Nelson wisselt ondertussen om de paar maten tussen de zalvende klanken van de vibrafoon en de stomper klinkende xylofoon. Net een chef-kok tussen zijn aanrecht en het fornuis. Op het eerste zicht heeft hij de souplesse van een houtel lepel, maar hij kan verdomd geniaal uit de hoek komen. De grootmeester zelf heeft er duidelijk schik in en gooit meer dan eens lijf en leden in de strijd tijdens zijn eigen bassolo’s, stuk voor stuk geraffineerde stukjes beheersing en inventiviteit.
Het Dave Holland Quintet is niet alleen het hechtste ensemble uit de numalige jazz. Het kan ook rekenen op het uitzonderlijke composietalent van Holland en co. Met The Eyes Have It en Free For All werden we getrakteerd op intelligente, glijdende thema’s, die je uit de duizenden kan herkennen als de stijl van Dave Holland. Alleen met de melodie van de nieuwe compositie Walkin’ The Walk viel Holland wat in herhaling, al deed een uitgesponnen trombonesolo van Eubanks dat snel vergeten.
Tijdens Free For All bracht Chris Potter op de sopraansax plots een hele andere kleur in het spectrum. Nelson legde zo’n harde accenten in zijn vibes-solo dat het leek alsof de beiaardier van de Sint-Baafskathedraal zat mee te jammen. Uiteindelijk kreeg ook Nate Smith een solomoment, dat hij gretig omtoverde tot een polyritmisch festijn. Holland en zijn kwintet maakten bij elke nieuwe maat meer aanspraak op een staande ovatie. En die hebben ze gekregen ook.
Met Al Di Meola trad misschien wel de meest geniale aller fusiongitaristen aan. En dan bedoelen we met fusion niet gewoon jazz-rock, want al op zijn eerste soloplaten cultiveerde Di Meola zijn liefde voor flamenco. Een dik decennium later zou hij zich ook op de tango werpen, met eigen composities en interpretaties van het werk van Astor Piazolla. Het was dat repertoire dat Di Meola mee naar Gent bracht.
De World Sinfonia band is in werkelijkheid heel wat bescheidener dan het klinkt. Het is een internationaal samengesteld kwintet, dat slechts de helft van de tijd samenspeelt en de andere helft in wisselende bezetting op het podium verschijnt. Het begon met vier muzikanten en de compositie Misterio, een mooi staaltje melodisch vernuft, dat heel wat technische kunde vereist. Al Di Meola speelt zelfs de moeilijkste loopjes zonder moeite. Toch wist hij ons op de een of andere manier nauwelijks te raken.
Op zijn setlist had hij overduidelijk lang zitten zwoegen. Op een kwartet, volgde een duet. Daarna een trio, enzovoort. Door die constante wisselingen miste het concert een verhaal en kwamen de muzikanten samen nooit  in de buurt van het intense samenspel van het Dave Holland Quintet. Van begin tot einde waren de gitaren veel te dominant in de mix, waardoor de fervent gepredikte subtiliteiten van Rubalcaba’s pianospel nauwelijks opgemerkt werden en de gelaagdheid van de composities zelden echt tot haar recht kwam.
Di Meola zelf was routineus beleefd, maar niet bijster sympathiek. Tijdens Double Concerto kreeg hij, ondanks zijn verbluffende techniek, geen geïnspireerd akkoord uit zijn gitaar geperst toen hij Rubalcaba tijdens diens solo moest begeleiden. Na een tijd overviel je bovendien de eentonigheid van de muziek en dreigde je bij het kletteren van de regen op de festivaltent helemaal weg te zakken.

De wervelende flamenco van Mediterranean Sundance – eeuwig beroemd in de versie van Di Meola, John McLaughlin en Paco De Lucia – deed de regen even vergeten. Maar na afloop was je lang niet extatisch genoeg om het slechte weer te trotseren. Gelukkig konden we terugvallen op de warmte die we van Foster, Hersch en Holland gekregen hadden.

← Terug naar overzicht