Route 05
Avontuurlijk slingerende muziekrit
Vincent Merckx
HA Concerts — 20 april 2005
Het Route 05-festival ging vrijdagavond in de Handelsbeurs zn derde dag in. Met [b]Stash[/b] werd op het laatste moment, op vraag van headliner [b]Hugh Cornwell[/b], nog een extra publiekstrekker geprogrammeerd, al was het maar zeer de vraag of dat wel zon verstandige beslissing was. De rest van de affiche was immers gevuld met heel wat minder bekende namen die de opzet van het festival wat meer eer bewezen: [b]Black Lipstick[/b] en [b]Big Low[/b].

Dat het bestuur van de Handelsbeurs met Route 05 eerst en vooral een obscuur en eigenwijs festivalletje beoogde werd al gauw duidelijk: de ietwat vreemde televisietoestel- en tapijtenopstelling kon qua sfeermaker al aardig tellen. Ook de eigenwijze verlichting en rondzwevende wietwalmpjes in de concertzaal slaagde er aardig in een intieme sfeer te creren.
Opener van de avond was Big Low. Het gezelschap moest noodgedwongen Michiel Hollanders, de vaste waarde achter de dobro en velofoon (wat dat ook moge zijn) thuislaten, maar ving dat gebrek moeiteloos op. Spilfiguur Dan Tuffy maakte er een gezellig verteluurtje van: met zn verhalen over regenboogkleurige droomslangen en Afrikanen die het beloofde land net niet halen hield hij het publiek in een sympathieke wurggreep, die enkel wat gelost werd wanneer hij zoekend de zaal rondkeek. Zinsneden als het droge Its a cruel world and theres nothing you can do about it its just too bad bleven een tijdje nazinderen terwijl up-tempo- en tragere nummers elkaar probleemloos af losten; hier en daar werden deze onderbroken voor een gemoedelijk praatje. Misschien nog meer het vermelden waard was de sidekick van de in Nederland wonende Australir: poly-instrumentalist Marc Constands gaf met zijn intrigerende en toch ietwat timide persoonlijkheid het optreden een geheel eigen toets. Toen het duo na At The Parade noodgedwongen zn woestijnluchtkasteel lekprikte was het dan ook even slikken geblazen en ruimde de stempel die Big Low had nagelaten langzaam plaats voor de meer wereldse constatatie dat dit nog moeilijk gevenaard zou worden.
Pijnlijk genoeg werd al gauw duidelijk dat die vrees niet ongegrond was: Black Lipstick bleek een ronduit saaie band te zijn die ons met zn intellectuele maar inspiratieloze rock en al even doodse podiumprsence helemaal terug met beide voeten op de grond trok. Toen ook nog het enige lichtpunt, de niet onaantrekkelijke drumster, over een stem bleek te beschikken die nooit de huiselijke badkamer had mogen verlaten, zat er niets anders op dan te wachten op het volgende optreden.
Stash was misschien wel de band die deze avond het meeste te bewijzen had. Frontman Gunther Verspecht stond op zn eentje voor de moeilijke opdracht om het kritische publiek ervan te overtuigen dat hij meer te bieden had dan het kleffe Sadness. En dat lukte nog aardig ook: na een wat aarzelend begin, met een pianoversie van Rock And Roll-show, greep hij al gauw naar de gitaar om een op zn minst verrassend optreden weg te geven. De man bleek over een niet onaanzienlijke voorraad punch te beschikken en wisselde, soms zelfs in hetzelfde nummer, intieme momenten af met energieke rampartijen. Tijdens die laatste stal hij, vol overgave headbangend achter zn akoestische gitaar, finaal ons hart iets dat we eerlijk gezegd helemaal niet verwacht hadden. Jammer genoeg blijft het refrein van het aansluitende Sadness If sadness is a colour, than its blue just like your eyes beschamend dunnetjes en ook het laatste nummer, waarbij Verspecht opnieuw achter de piano kroop, was zo klef dat we heel even een aanval van plaatsvervangende schaamte moesten bedwingen. Van een smetloos optreden spreken zou dus te veel van het goede zijn; daarvoor toonde Verspecht zich net teveel een songwriter met twee gezichten. Als hij er in slaagt zijn melige kant voortaan te bedwingen (die piano ritueel verbranden lijkt ons een goed begin) zou deze mens nog wel s een gevestigde waarde in het Vlaamse muzieklandschap kunnen worden.
Hugh Cornwell tenslotte, ooit frontman van the Stranglers, sloot de avond af. Dat deze mens eigenlijk van voor onze tijd is (toen hij in 1990 zn band verliet zogen wij nog lustig op onze duim en probeerden we net verwoed onze eerste stapjes te zetten), bleek al aan het publiek. Het hippe jonge volkje had plaatsgemaakt voor nostalgische vijftigers in maatpak. Sommigen waren voor de gelegenheid in vol punkornaat, leren jekkers incluis, naar de Handelsbeurs afgezakt en maakten zich op voor een avondje swingen. De man werd dan ook enthousiast ontvangen en speelde, begeleid door zn (veel jongere) bassiste en drummer, een leuke en foutloze set waarin hij oldschool-punk afwisselde met gezapiger en poppier nummertjes. Die laatsten haalden jammer genoeg net ietsje te vaak de vaart uit de set waardoor we bij momenten een geeuw maar net konden onderdrukken. Het was een kleine smet op een set die voor het overige rustig voortkabbelde, tot Cornwell het roer omgooide en zn optreden afsloot met enkele experimentele nummers. 24/7 its got to be the greatest job, 24/7 just being Bob zong hij in zn ode aan Bob Dylan, maar de rocker heeft geen enkele reden om jaloers te zijn op zn voorbeeld; we durven te betwijfelen of er een leuker pensioen dan het zijne bestaat.
Route 05 slingerde zich vrijdagavond dus zowel langs hoogtepunten als dieptepunten. Uiteindelijk was het echter een mooie muziekavond die voor elk wat wils bood: de avontuurlijke programmatie werpt z'n vruchten af.
Opener van de avond was Big Low. Het gezelschap moest noodgedwongen Michiel Hollanders, de vaste waarde achter de dobro en velofoon (wat dat ook moge zijn) thuislaten, maar ving dat gebrek moeiteloos op. Spilfiguur Dan Tuffy maakte er een gezellig verteluurtje van: met zn verhalen over regenboogkleurige droomslangen en Afrikanen die het beloofde land net niet halen hield hij het publiek in een sympathieke wurggreep, die enkel wat gelost werd wanneer hij zoekend de zaal rondkeek. Zinsneden als het droge Its a cruel world and theres nothing you can do about it its just too bad bleven een tijdje nazinderen terwijl up-tempo- en tragere nummers elkaar probleemloos af losten; hier en daar werden deze onderbroken voor een gemoedelijk praatje. Misschien nog meer het vermelden waard was de sidekick van de in Nederland wonende Australir: poly-instrumentalist Marc Constands gaf met zijn intrigerende en toch ietwat timide persoonlijkheid het optreden een geheel eigen toets. Toen het duo na At The Parade noodgedwongen zn woestijnluchtkasteel lekprikte was het dan ook even slikken geblazen en ruimde de stempel die Big Low had nagelaten langzaam plaats voor de meer wereldse constatatie dat dit nog moeilijk gevenaard zou worden.
Pijnlijk genoeg werd al gauw duidelijk dat die vrees niet ongegrond was: Black Lipstick bleek een ronduit saaie band te zijn die ons met zn intellectuele maar inspiratieloze rock en al even doodse podiumprsence helemaal terug met beide voeten op de grond trok. Toen ook nog het enige lichtpunt, de niet onaantrekkelijke drumster, over een stem bleek te beschikken die nooit de huiselijke badkamer had mogen verlaten, zat er niets anders op dan te wachten op het volgende optreden.
Stash was misschien wel de band die deze avond het meeste te bewijzen had. Frontman Gunther Verspecht stond op zn eentje voor de moeilijke opdracht om het kritische publiek ervan te overtuigen dat hij meer te bieden had dan het kleffe Sadness. En dat lukte nog aardig ook: na een wat aarzelend begin, met een pianoversie van Rock And Roll-show, greep hij al gauw naar de gitaar om een op zn minst verrassend optreden weg te geven. De man bleek over een niet onaanzienlijke voorraad punch te beschikken en wisselde, soms zelfs in hetzelfde nummer, intieme momenten af met energieke rampartijen. Tijdens die laatste stal hij, vol overgave headbangend achter zn akoestische gitaar, finaal ons hart iets dat we eerlijk gezegd helemaal niet verwacht hadden. Jammer genoeg blijft het refrein van het aansluitende Sadness If sadness is a colour, than its blue just like your eyes beschamend dunnetjes en ook het laatste nummer, waarbij Verspecht opnieuw achter de piano kroop, was zo klef dat we heel even een aanval van plaatsvervangende schaamte moesten bedwingen. Van een smetloos optreden spreken zou dus te veel van het goede zijn; daarvoor toonde Verspecht zich net teveel een songwriter met twee gezichten. Als hij er in slaagt zijn melige kant voortaan te bedwingen (die piano ritueel verbranden lijkt ons een goed begin) zou deze mens nog wel s een gevestigde waarde in het Vlaamse muzieklandschap kunnen worden.
Hugh Cornwell tenslotte, ooit frontman van the Stranglers, sloot de avond af. Dat deze mens eigenlijk van voor onze tijd is (toen hij in 1990 zn band verliet zogen wij nog lustig op onze duim en probeerden we net verwoed onze eerste stapjes te zetten), bleek al aan het publiek. Het hippe jonge volkje had plaatsgemaakt voor nostalgische vijftigers in maatpak. Sommigen waren voor de gelegenheid in vol punkornaat, leren jekkers incluis, naar de Handelsbeurs afgezakt en maakten zich op voor een avondje swingen. De man werd dan ook enthousiast ontvangen en speelde, begeleid door zn (veel jongere) bassiste en drummer, een leuke en foutloze set waarin hij oldschool-punk afwisselde met gezapiger en poppier nummertjes. Die laatsten haalden jammer genoeg net ietsje te vaak de vaart uit de set waardoor we bij momenten een geeuw maar net konden onderdrukken. Het was een kleine smet op een set die voor het overige rustig voortkabbelde, tot Cornwell het roer omgooide en zn optreden afsloot met enkele experimentele nummers. 24/7 its got to be the greatest job, 24/7 just being Bob zong hij in zn ode aan Bob Dylan, maar de rocker heeft geen enkele reden om jaloers te zijn op zn voorbeeld; we durven te betwijfelen of er een leuker pensioen dan het zijne bestaat.
Route 05 slingerde zich vrijdagavond dus zowel langs hoogtepunten als dieptepunten. Uiteindelijk was het echter een mooie muziekavond die voor elk wat wils bood: de avontuurlijke programmatie werpt z'n vruchten af.
