Cheap Cult

Twee verschillende invalshoeken, twee kleuren van dezelfde band, dat was het idee

Steven Verhamme13 juli 2026

Cheap Cult is één van de meest veelbelovende bands die Vlaanderen momenteel te bieden heeft. De Gentse indierockformatie met leden die de strepen verdienden bij Dvkes, School is Cool, Mooneye en Dishwasher, balanceert moeiteloos tussen psychedelische pop en krautrock. Hypnotiserende, repetitieve grooves sleuren je mee op een muzikale trip, terwijl dromerige popsongs je even later naar compleet andere sferen brengen.

Twee verschillende invalshoeken, twee kleuren van dezelfde band, dat was het idee

We spraken met frontman Joos Houwen op Moen Feest. Wat ooit begon als een minivoetbaltoernooi groeide uit tot een meerdaags festival met een gevarieerde affiche en een sterke nadruk op de totaalbeleving voor zowel bezoekers als artiesten. Persverantwoordelijke Niko Vanderschelden vertelde ons dat alle opbrengsten opnieuw in het festival worden geïnvesteerd. Die aanpak leverde Moen Feest door de jaren heen een uitstekende reputatie op binnen de muziekwereld, waardoor artiesten als Cheap Cult er graag op de affiche staan.

Waarom heet deze band Cheap Cult?

Joos Houwen: Over de naam van de band heb ik lang nagedacht. Uiteindelijk koos ik voor Cheap Cult omwille van de dubbele betekenis. Het woord "cheap" doet denken aan iets dat zichzelf niet al te serieus neemt. Dat vond ik belangrijk. "Cult" heeft dan weer verschillende lagen. Enerzijds denk je aan een sekte, een wat bizarre gemeenschap, anderzijds verwijst het ook naar cultus. Samen klinkt Cheap Cult als iets eigenaardigs, een beetje absurd en net dat sprak me aan. Die lichtvoetigheid proberen we als band vast te houden, ook al spelen we soms grotere concerten zoals op Gent Jazz. Overigens bestond Cheap Cult bij de oprichting uitsluitend uit Gentenaars, maar dat is nu niet meer het geval. Toen we begonnen, woonden we nog allemaal in Gent. Een weetje (lacht).

Jullie spelen allemaal ook in andere bands. Is Cheap Cult dan vooral een nevenproject?

Voor mij voelt het als een logisch vervolg op alles wat ik voordien deed. Ik heb altijd al zelf muziek geschreven, ook in mijn vorige projecten. Voor mij is het dus geen nevenproject.  Na een periode, waarin ik de goesting een beetje kwijt was, begon het toch weer te kriebelen. Ik schreef opnieuw een aantal nummers en ging op zoek naar mensen om er een band rond te vormen. Na jaren met dezelfde muzikanten in Dvkes te hebben gespeeld, was ik toe aan een nieuw hoofdstuk. De samenstelling van Cheap Cult kwam toevallig tot stand. Ik ben ooit met Mooneye mee op tour geweest in Nederland omdat hun gitarist niet mee kon. Het waren maar drie shows, maar daar leerde ik Michiel en Guillaume kennen. Het klikte meteen. Toevallig waren zij ook op zoek naar een nieuw project. Michiel had zin om eens in een band te spelen zonder zelf de frontman te zijn, terwijl Guillaume ook toe was aan iets nieuws. Ook de andere bandleden vonden op een natuurlijke manier de weg naar Cheap Cult. Arno kende ik al als collega aan de kunstacademie. We delen dezelfde mentaliteit, we geven les om rond te komen, maar muziek maken blijft het uiteindelijke doel. Hanne kwam er als laatste bij. Ik ontmoette haar op een verjaardagsfeest van Lennert Coorevits in Gent. Ik wist meteen dat ze een fantastische zangeres was. Dat er een vrouwelijke stem in de band zou komen, stond voor mij al lang vast. In de demo's die ik thuis maakte, zong mijn vriendin Nathalie al mee. Zij speelt geen instrument, maar heeft een geweldige stem. Daardoor wist ik al snel dat ik ook in de uiteindelijke bezetting graag een vrouwelijke zangstem wilde. Bovendien brengt dat een heel andere dynamiek in de groep dan wanneer je alleen met mannen speelt.

Zijn jullie ondertussen op elkaar ingespeeld?

Hoewel de groepsleden elkaar aanvankelijk niet allemaal goed kenden, groeide de onderlinge band geleidelijk en geraken we ingespeeld op elkaar. We zijn vorig jaar in juni begonnen met optreden, maar daarvoor hadden we al bijna een jaar samen gerepeteerd en aan de nummers gewerkt. Ondertussen is die klik alleen maar sterker geworden. Volgens mij helpt het ook dat iedereen dezelfde ambitie deelt. Michiel en Hanne leven allebei volledig van de muziek en zijn het gewend om in verschillende projecten actief te zijn. Ook de anderen zijn enorm gedreven en willen zoveel mogelijk spelen. Die gedeelde motivatie zorgt ervoor dat iedereen zich volop achter Cheap Cult schaart.

Hoe ambitieus zijn jullie?

Voor mij mag dit project zo ver gaan als het kan, maar uiteindelijk heb je niet alles zelf in de hand. Veel hangt af van de kansen die op je pad komen. Daarom probeer ik ook niet te veel verwachtingen te hebben. We zien wel waar het naartoe gaat, dat is net het leuke eraan. Met een nieuwe band is het soms gemakkelijker om snel kansen te krijgen omdat mensen nieuwsgierig zijn. Bij een groep, die al langer bestaat, ligt dat vaak anders. Voorlopig zijn we nog zo’n nieuwe band, dus we genieten van dat momentum en zien wel waar het ons brengt.

Er staan twee liedjes op Spotify. In hoeverre gaan jullie actiever platen maken en nieuwe nummers opnemen?

De komende periode staat in het teken van nieuwe muziek maken: we gaan binnenkort opnieuw de studio in. Momenteel hebben we twee nummers uitgebracht. We willen daar graag nog een aantal nummers aan toevoegen. Misschien komt er dit jaar nog een derde single uit, die waarschijnlijk ook deel zal uitmaken van een ep. Het is nog vroeg om meteen een volledig album uit te brengen. We willen eerst vooral veel spelen en mensen laten kennismaken met Cheap Cult. Meteen een plaat uitbrengen zou misschien wat snel zijn.

Zitten jullie ergens tussen psychedelische pop en krautrock zoals op internet te lezen valt? Hoe zie je dat zelf?

Dat klopt. De muziek, die we nu spelen, gaat nog evolueren. Ik heb een zwak voor de sound van de sixties en seventies. Het hypnotiserende krautrock-gevoel zit er bij ons ook in. Je moet het ergens proberen te labelen, maar voor mij mag het alle kanten op gaan zolang die rode draad blijft bestaan.

Sommigen spelen ook in andere projecten. Zoals School is Cool en Dishwasher. Wat nemen jullie mee uit die projecten naar Cheap Cult?

Iedereen heeft een eigen parcours afgelegd en brengt dat mee naar Cheap Cult. Dat maakt het interessant. Onze drummer is eigenlijk jazzdrummer. Die jazzy touch in zijn spel is supercool. Michiel is dan weer een ongelooflijk sterke songwriter. De nummers, die hij maakt, blijven hangen. Hij maakt leuke arrangementen en zingt vier keer beter dan ik. Hij geeft als songwriter ook soms zijn ideeën mee. De sounds, die Guillaume en Hanne maken, zijn zeer cool. Iedereen brengt zo eigen input mee.

De nummers zijn toegankelijk en aan de andere kant ook experimenteel. Is dat een bewuste keuze om tussen die twee in te zwemmen?

Wie ons live aan het werk ziet, hoort natuurlijk meer dan de twee nummers die op Spotify staan. Dan is er meteen die rode draad. Enerzijds toegankelijk, maar ook wat experimenteel. Ik vond het interessant om net die twee uiterste punten te kiezen. Twee verschillende werelden. Als we straks een volledige plaat uitbrengen vormt dat meteen een mooi, samenhangend geheel. Met twee aparte singles kun je die contrasten alvast duidelijk maken. Enerzijds die dreamy, poppy vibe, anderzijds dat meer trippy, bijna hypnotiserende stuk dat live zo goed werkt. Twee verschillende invalshoeken, twee kleuren van dezelfde band. Dat was het idee: laten zien wat we allemaal kunnen.

Festivals vragen vaak om wat power in een set.

In principe spelen we altijd alle nummers die we hebben. We doen soms nog een cover, maar die moeten we soms laten vallen omdat de tijd te kort is. Zolang de set voelt alsof hij af is, dan is het goed. We hebben tenslotte nog geen vier albums waaruit we een selectie kunnen maken. We doen vooral waar we zin in hebben.

Heeft spelen op zo’n festival impact op jullie bekendheid?

Op onze socials merk ik dat wel. Zelfs als we mensen niet persoonlijk kunnen aanspreken, komen ze achteraf toch op onze social media terecht. In juni waren we "Belofte" op Radio Willy en dat heeft ook voor extra zichtbaarheid gezorgd. Er waren mensen die ons berichtten op onze socials, sommigen kwamen naar de shows in Gent of Moen omdat ze ons via de radio hadden ontdekt. Zo’n festival doet dus zeker iets voor onze bekendheid. Het helpt echt om nieuwe mensen te bereiken.

Hoe ontstaan jullie nummers? Is dat vanuit een bepaalde sfeer, een riff of een groove?

Alle nummers die we nu spelen, zijn door mij geschreven. Ik had ze al gemaakt voordat we samen begonnen te spelen, omdat ik toen nog geen idee had met wie ik het project zou doen. De basis lag er dus al, maar natuurlijk zijn die songs veranderd door de inbreng van de anderen. Ze hebben er eigen kleur aan gegeven. Als ik schrijf, ben ik vooral plezier aan het maken. Ik heb bij mezelf gemerkt dat ik niet achter een stoel kan gaan zitten met het idee: “Nu ga ik een nummer schrijven.” Dat werkt niet voor mij. Het gebeurt altijd toevallig. Het is echt een speels proces. Wat gebeurt er als ik een riff van Metallica achterstevoren speel? Zo ontstaan dingen: door te spelen, te testen, te proberen. Technisch gezien zet ik de nummers niet volgens een vaste formule in elkaar. Ik heb geen systeem, waarbij ik vier gelijkwaardige songs maak en die dan afwerk. Zo werkt het bij mij niet. Het is eerder een organisch proces waarin ideeën ontstaan, groeien en soms helemaal veranderen.

Jullie muziek heeft een nostalgische, bijna zomerse vintagesfeer. Is die retro-vibe iets dat jullie bewust opzoeken?

Dat klopt. Ik heb altijd geprobeerd om een vintagesfeer op te zoeken, iets dat doet denken aan oude platen, zoals de warmte van The Beatles. Die oude, nostalgische klankwereld vind ik gewoon interessant. Met mijn vorige bands werkten we veel met elektronica: we programmeerden synthesizers en speelden daar live loops overheen. Je hangt dan altijd vast aan die computer. Als die start, moet jij volgen. Het tempo ligt vast, je kunt niet afwijken en soms werkt het zelfs niet. Je speelt live, maar je bent afhankelijk. Dat begon me tegen te steken. Ik wou weg van die elektronica. Ik wou opnieuw met echte mensen spelen, vijf personen op een podium die samen energie neerzetten. Geen geprogrammeerde drums, geen loops, geen computer die het tempo en playlist bepaalt. Gewoon een groep die live ademt en beweegt. Achteraf gezien is dat nog interessanter geworden door hoe snel technologie evolueert, zeker met AI. Mensen kunnen soms niet meer onderscheiden wat echt is en wat door een machine gemaakt is. Ik wou daar bewust van wegblijven. Ik wil dat het menselijk blijft, persoonlijk en authentiek. Dat is uiteindelijk wat we proberen te bewaren: echte muziek, echte energie, echte mensen.

De Vlaamse indierockscene zit in de lift. Waar zien jullie Cheap Cult in die grote groep?

Geen idee. Het is niet superweird wat we doen, maar ook niet altijd hapklaar. Precies die grens vind ik interessant: muziek die net anders genoeg is om te prikkelen, maar altijd eerlijk moet voelen. Wat we maken, moet kloppen, moet goed zitten in het hoofd en in het hart. Uiteindelijk zijn we een alternatieve indierockband met een psychedelische inslag. Los van welke stempel je erop plakt, willen we vooral vermijden dat we in hokjes geduwd worden. We willen gewoon onszelf blijven. Indierock, psychedelisch, alternatief, … het maakt niet uit, zolang het goed voelt. 

Zijn er thema’s in jullie teksten waarvan je voelt: dit wil ik via mijn muziek met de wereld delen? iets dat verder gaat dan alleen de sound?

Veel van de songs die we nu spelen, komen uit teksten die ik geschreven heb op basis van boeken, die ik gelezen heb. Dat was gewoon een idee dat ik wou uitproberen: niet alles autobiografisch maken. Afgelopen jaar was ik veel aan het lezen en aan het schrijven, ik vond het interessant om die twee werelden te laten samenvloeien. Een goed voorbeeld is Juvenile Obsession, één van de nummers die we uitgebracht hebben. Die tekst is geïnspireerd door 'Norwegian Wood' van Murakami. Dat boek raakte me, ik vond het boeiend om er een nummer rond te bouwen met een persoonlijke hoek erin, maar toch duidelijk gebaseerd op het boek.

Van Juvenile Obsession bestaat ook een heel intieme, akoestische versie.

Klopt ik maakte onder andere een versie met Floris Francis Arthur.  In die periode wou ik dat nummer op verschillende manieren bij de mensen krijgen. Dus heb ik het met verschillende muzikanten gespeeld. Met Floris op piano, met Naomi, die ook bij The Scabs speelt, en met Thomas Van Elslander, een goede vriend van me. Elke versie had een andere context: de ene meer pianogedreven, de andere meer gitaargericht. Dat was precies het idee: hetzelfde nummer telkens in een andere sfeer laten bestaan. We hebben die versies nooit echt officieel opgenomen; het was vooral een manier om dat nummer te verspreiden als beginnende band. Een manier om mensen te bereiken, om hen te laten ontdekken wat we doen.

Jullie bestaan ongeveer één jaar. Hoe moeilijk is het om door te breken als beginnende band?

Ik ben daar niet echt mee bezig. We speelden al op Gent Jazz. Dat hadden we nooit verwacht. We hebben daar wel wat "chance" mee gehad. We hebben iets uitgebracht, het kreeg weerklank en dat is nooit vanzelfsprekend. Je moet altijd een beetje geluk hebben met wat je doet. Er zijn zoveel mensen die fantastische dingen maken. Soms wordt dat opgepikt en soms helemaal niet. Met mijn vorige band maakten we twee platen. De eerste kreeg supergoede recensies, maar raakte nooit op de radio. Dat is soms moeilijk: je doet alles juist en toch gebeurt er niets. Soms gebeurt het wel. Daarom denk ik dat elke band moet vertrekken vanuit de eigen kracht. Je moet maken wat je goed vindt, waar je in gelooft. Daar begint alles. Er is ook gewoon gigantisch veel aanbod in Vlaanderen. Het maakt het ook moeilijk om op te vallen. Ik heb vooral het gevoel dat we moeten uitgaan van onze eigen kracht en proberen mooie songs te maken.  

Hoe bevalt het leven als artiest? Ben je het leven in de backstages al wat gewend?

Ik voel me persoonlijk niet echt een artiest. Eerder muzikant. Ik heb een verleden met verschillende muzikale projecten en daarmee heb ik al "chique" dingen mogen doen. Pukkelpop, touren in de states, SXSW,...  Dat voelde toen als een pure jeugdroom. Ik heb dus al mooie dingen meegemaakt, maar ook projecten gehad die minder ver raakten. Succes is relatief. Wat voor mij belangrijk is, zijn de mensen waarmee ik speel. Als ik naar de bandleden kijk, zie ik mensen die hard werken en weten wat ze doen. Muzikant zijn is een ambacht en hard werken. Soms hangt er glamour rond, maar dat interesseert mij niet echt. Het draait rond muziek. 

Voel je je vooral een muzikant of toch een artiest?

Ik voel me eerder muzikant. Een artiest draagt de glamour, de uitleg, het imago. Een muzikant sluit zich op, werkt, zoekt, probeert. Ik maak muziek om samen met andere mensen te spelen en om voor andere mensen te spelen. Daar draait het voor mij om. Daar haal ik energie uit. Dat is wat me doet verdergaan, wat me door de dag helpt. Een mens moet iets doen in zijn leven (lacht).

Cheap Cult live:

21/7 - Gentse Feesten @ Ringo, Gent 29/8 - Gentbrugge Leeft, Gentbrugge 4/10 - Baruma, Kortrijk 23/10 - De Zwerver, Leffingen (met The Subways) 14/11 - Snuffel Hostel, Brugge

← Terug naar overzicht