Dieter Von Deurne & The Politics - Muziek is een levensnoodzakelijkheid

Dieter Sermeus, het kloppende hart van bands als Orange Black, The Go Find en nu Dieter Von Deurne And The Politics, heeft pas tijd voor ons als hij zijn zoon in bed heeft gestopt en zich een kopje thee heeft gemaakt. Het hoort er allemaal gewoon bij. Het is in zijn thuis in Deurne dat wij werden uitgenodigd voor een babbel over zijn muziek en al wat daar rond draait. En dat is nogal wat; te beginnen met waar nu net zijn roots liggen.

Dieter Sermeus: Ik ben inderdaad van Kontich afkomstig, in de schaduw van de Lintfabriek (legendarische concertzaal, waar grootheden als The Offspring, Green Day en Pennywise  nog speelden voor ze de grote podia veroverden, nvdr), waar mijn zus en mijn neef uitgingen en mijn ouders dachten dat ze mij veilig mijn gang konden laten gaan. Dat was ook zo, al gebeurden er uiteraard dingen, die het daglicht niet mochten zien. Hoe dan ook kon ik daar al op vrij jonge leeftijd naartoe gaan en al heel snel concerten kon zien. En zo is het begonnen.

De invloed van de Lintfabriek wordt soms een beetje onderschat. Het was dan ook in Kontich. Maar voor mij was dat een belangrijke plek om op te kunnen groeien, om andere mensen te ontmoeten, mensen die ook muziek speelden, waardoor je geïnspireerd werd. Ik was dan misschien niet supergoed in gitaar spelen, maar zag wel dat dat me er niet van moest weerhouden om op een podium te staan. Als ik dat niet had  gehad, had ik misschien zelfs nooit gitaar leren spelen. Het was een belangrijk deel van de jongerencultuur. Op een bepaald moment is de Lintfabriek dan verdwenen en dat gat werd dan opgevuld door Het Bos, door Trix en eerst door Scheld’Apen.

Hoe kwam je eigenlijk uit bij Dieter Von Deurne And The Politics?

Dit is nooit echt bewust gebeurd. The Go Find hadden we in pauze gezet door een combinatie van factoren. Het was sowieso al moeilijk om iedereen bij elkaar te houden omdat iedereen in andere groepen speelde. Het opnameproces voor die vierde plaat duurde gewoon te lang. Er waren te veel meningen om knopen te kunnen doorhakken. En ik greep dan terug naar de gitaar en wilde een bepaald opnameproces hanteren. Ik moest dus een groep zoeken waarmee we op een paar dagen die nummers konden spelen en opnemen.

Bij The Go Find had ik soms twee maanden nodig; ook heel plezant, maar soms ook erg intens. Ik wou gewoon die gitaar pakken en samen in dat repetitiekot muziek maken. Dan kom je automatisch bij “de grote basis”, wat je het meest heeft beïnvloed en dat zijn dan dingen van einde jaren tachtig (die ik iets later leerde kennen), maar vooral uit de jaren negentig. Mijn zus luisterde veel naar muziek en ik heb daarvan één en ander meegekregen. The Go Find was meer arrangeren, meer proberen, … Hier was het gewoon: dit is het, zo weinig mogelijk overdubs, … En dat was heel plezant en ging heel vlot.

Je gebruikt je stem helemaal anders dan je dat bij The Go Find doet.

Dat wou ik ook zo. Bij The Go Find zong ik zacht. Hier kan ik af en toe al eens doorzingen, mijn stem op een andere manier gebruiken, roepen, … Dat gebeurt op natuurlijke wijze. Nochtans is dat niet zo evident voor mij om dat op een plaat te krijgen. Het is altijd zoeken naar de juiste sfeer.

Hoe zit het nu eigenlijk met die bandnaam?

Daar is nogal wat over gediscussieerd; vaak op heel emotioneel vlak. Ik wilde eigenlijk gewoon mijn eigen naam eens gebruiken. En het ontbrak me aan inspiratie om een bandnaam te verzinnen. Dus kwam ik uit bij Dieter Van Deurne, waarbij ik de Van dan maar in Von heb veranderd naar analogie van een aantal groepen, die dat ook hadden gedaan. Voor ons, Vlamingen, is dat misschien een beetje onnozel, maar voor Nederlanders of Duitsers maakt dat sowieso niks uit. En The Politics, Hans (Gruyaert), Nico (Jacobs) en Steven (Holsbeeks), verdienden ook gewoon een plek in die groepsnaam.

Beschouw je jezelf als politiek?

Nee, maar als je naar de teksten luistert, kan je wel horen dat het over meer gaat dan enkel gebroken harten en dergelijke. De energie komt ook voort uit een soort van – niet al te overdreven – frustratie over hoe de wereld draait, zonder daarin heel expliciet te worden. I’m On Trial gaat bijvoorbeeld over kortetermijn- versus langetermijndenken. Hoe gaan we om met de problemen in de wereld? Waarom lukt het niet? Het is een open deur en iedereen vindt dat dit niet kan, maar uiteindelijk is het wel zo. Ik ben een positivist en ik ben ervan overtuigd dat wij, mensen, die dingen kunnen oplossen. Let wel: dit is geen anti-politieke plaat, gericht tegen één of andere partij. Het is eerder een oproep om verder te kijken dan het tipje van je neus, dan de volgende verkiezingen.

Kwamen de teksten even vlot als dat bij de muziek het geval is?

Als ik liedjes maak, zing ik tegelijkertijd; puur improvisatie. Dat doe ik al zo vanaf mijn vijftien jaar. Ik kan ook een nieuw nummer spelen, live op het podium. Daar zitten dan een paar vaste stukken tekst in, terwijl de rest geïmproviseerd is. Dat klopt niet altijd, hoewel ik daar nog nooit commentaar op heb gehad. Maar de tekst schrijven is voor mij wel moeilijk. Ik mag me er niet snel vanaf maken. Dat zou belachelijk zijn. En je wil voorbij de clichés geraken, dus moet je daar werk in steken.

Zou je ooit overwegen om in het Nederlands te zingen?

Ik heb het al geprobeerd, maar het is nu eenmaal niet de taal waarmee ik muzikaal ben opgegroeid. Het is niet echt een kwestie van me verstoppen achter het Engels, maar Nederlands is geen gemakkelijke taal en je bent natuurlijk “naakt” op dat moment. Ik denk ook dat ik eindeloos zou blijven schaven aan de tekst in dat geval. Net in de auto hoorde ik nog Paulien, een nummer van Bram Vermeulen op de radio. En toen voelde ik al tranen komen. Ik ben dan ook een emotioneel mens. Je kan dus duidelijk in het Nederlands de juiste snaar raken, maar zoveel mensen die daarin slagen zijn er niet: Raymond Van het Groenewoud, Luc De Vos en ik ben altijd een grote fan van Boudewijn De Groot (en de teksten van Lennaert Nijgh) en Lieven Tavernier geweest. Maar ook in het Engels kan je iemand zo pakken. En die taal komt voor mij dus heel natuurlijk.

Speel je op het podium een rolletje?

Op het podium ben ik toch vooral mezelf. Ik ben mezelf er wel bewust van dat ik energie moet uitstralen. Maar ik doe dat heel graag. En ik hou zelf ook van een groep, die zich amuseert. Als zanger van een groep ben jij degene die de sfeer bepaalt. Ik probeer de hele groep daarin dan ook mee te trekken, maar dat komt allemaal spontaan, gewoon door mezelf te zijn. Ik wil Nico en Steven uitdagen en dat werkt. Mensen zien dat graag. Dat deed ik ook al bij The Go Find, maar hier heb ik meer vrijheid. Bij The Go Find moesten we meer geconcentreerd zijn. Hier is gewoon meer ruimte, hetgeen het precies zo plezant maakt. Als muzikanten op een eilandje staan te spelen, is er weinig aan te zien.

Je hebt opnieuw voor het Morr-label gekozen?

(lacht) Kiezen is niet echt het woord. Ik ben gewoon heel blij dat zij dit hebben willen doen. (Labelbaas) Thomas Morr en ik hebben een fijne vriendschapsrelatie en hij vond dit wel goed. Ik ben daar erg blij om, want dit is een structuur, zoals je die vroeger ook had: vrienden onder elkaar. In deze tijden zou het moeilijk geweest zijn om hiervoor een ander label te vinden, dus ik ben hier heel dankbaar om.

Ga je het in het buitenland ook proberen?

Met The Go Find hebben we dat altijd gedaan en nu ook weer: Nederland, Duitsland, …

Zie je na ongeveer tien jaar Orange Black en tien jaar The Go Find dit ook tien jaar overleven?

Geen idee. Intussen ben ik alweer bezig om met Arne (Van Petegem van Styrofoam) een nieuwe plaat te maken. Dat wordt zeker niks dat met Dieter Von Deurne te maken heeft. Het is gewoon Arne en ik, iets nieuws. Aan de andere kant heb ik al wel nieuwe liedjes, die wel bij The Politics passen. Ik voel in elk geval aan mijn gitaar dat daar zeker nog iets in zit. Dit is iets dat werkt en daar moet je dan ook iets mee doen. Het project met Arne is anders: we spreken een dag af en beginnen aan een nieuw nummer vanaf een wit blad. We hadden geen idee waar dit naartoe zou gaan. Het is iets dat je ook enkel kan doen met iemand die je vertrouwt. Ik ben altijd wel nerveus als ik een nieuw liedje heb gemaakt. Dat is dus altijd spannend, maar tegelijk ook heel erg leuk.

Je hebt een job, een gezin,… Hoe diep zit muziek in al die dingen?

(denkt lang na) Het is zeker niet evident om dat alles te combineren. En de emoties, die daaruit voortkomen, komen onvermijdelijk in de muziek terecht. Na de laatste plaat van The Go Find heb ik twee maand geen muziek gemaakt. Ik wilde even niet de urgentie voelen om iets te maken. Maar uiteindelijk begin je dan terug en kom je uit bij liedjes, waarvan je dan denkt dat ze toch de moeite zijn. Maar wat veel belangrijker was, was dat ik voelde dat dat mij gelukkig maakt. Het is de combinatie van al die dingen, die mij gelukkig maakt. Ik ben graag vader van mijn drie kinderen, zelfs mijn job hoort daarbij.

Muziek is een must, een wezenlijk onderdeel van wie ik ben, een levensnoodzakelijkheid. Ik heb iets opgebouwd en heb altijd mijn zin kunnen doen. Ik heb nooit moeten kunnen leven van enkel muziek, hoewel die drang ergens wel in je achterhoofd blijft hangen. Ik heb geleerd om het evenwicht te bewaren: de dag na het optreden in Het Bos, stond ik gewoon de badkamer te kuisen. Maar overmorgen spring ik misschien op de bus naar Duitsland of Italië. Het is hard werken om die combinatie te handhaven, maar het loont uiteindelijk ook.

Tenslotte: wanneer komt nu eindelijk die dubplaat uit?

(lacht) Dat is iets dat ik echt heel graag zou doen, maar momenteel ontbreekt het me een beetje aan tijd. Bovendien wordt dat een beetje onderschat: het lijkt misschien niet zo moeilijk, maar als het niet werkt, val je meteen door de mand. De Portables hebben dat op hun laatste plaat “graaf” gedaan. En ik ben ervan overtuigd dat ik me daaraan ooit ook waag. Wie weet wel met The Politics, waarvan ik de naam dan zou veranderen in The Scientists of zoiets. Ik denk dat dat kan. Het mag wel geen grap worden. Dus daarvoor is toch nog wat studiewerk nodig, want het moet wel goed zijn.

30 september 2017
Patrick Van Gestel