Swapmeet - Mount Zero
Winspear
Johan Giglot — 20 augustus 2026

De kans dat u al van de Australische indie en emorockband Swapmeet hoorde, is ongeveer even klein als dat u al iets over de zogenaamde Mount Zero vernam, een opvallende landschapsheuvel tussen Adelaide en Melbourne. De band passeerde meermaals wegwijzers naar dit natuurlijk geografische artefact, zonder ooit de moeite te nemen om er eens te gaan kijken. Dit gevoel van altijd onderweg te zijn en nooit tot het (eind)punt te komen, werd de rode draad in hun debuut.
Het jonge viertal – allen songwriter, multi-instrumentalist en zanger(e)s – lijkt op dit album ook nog een beetje “onderweg” te zijn. Onderweg in de naam van op zoek naar zichzelf. Waar je negen songs lang vanuit kan gaan: traag slepende songs met eenvoudige drums en laag gestemde gitaren, een lofi-productie waarbij het lijkt of Swapmeet in je kamer (of garage) aan het spelen is, en de verfrissende, hoge streelzang van Venus O’Broin, die nog het meest aan de zangmicro staat. Noem een paar slowcorebands uit de jaren negentig (Come, Codeïne, Low) en je zit alvast in de juiste sfeer. Op die zang na dan.
Dat verandert ook alweer wanneer Maxwell Elphick met zijn wat nasale glijstem de boel overneemt, en met overstuurd gitaarwerk in de vrij vlotte popsong Bonny richting Pinback knipoogt. Of wanneer een akoestische ballade als Seeds eerder het kampvuur lijkt aan te willen wakkeren, tot de distortionpedaal gevonden wordt dan en ingewikkelde snaarkronkels het nummer inpakken (Pere Ubu). En het wat machinale Sand vertrekt dan weer vanaf een hobbelende clicktrack, totdat O’Broin haar meest sensuele stem bovenhaalt. Dan zwijgen we nog over het feit dat in een wat bombastisch Personal (Don’t Take It) plots klarinet en viool op de achtergrond mee komen spelen.
Je voelt op één of andere manier dat iedereen op deze plaat zijn eigen zegje heeft willen doen ofte één of meerdere eigen geschreven songs heeft toegevoegd. Er is duidelijk in de lange totstandkoming van dit album veel toegevoegd, om nadien te schrappen tot de essentie. Althans, een essentie. En dat is natuurlijk niet ideaal voor een debuutplaat.
Want als je ons nu vraagt wie of wat Swapmeet in feite is, kunnen we enkel maar de bovenstaande, overigens voortreffelijke, referentiebands inschakelen. Boven op een frisse jeugdigheid, een vertrouwde sound, technische sterkte én de kracht om fijne liedjes te componeren dan. Hmmm, als je het zo optelt, liggen de kaarten dus toch nog niet zo slecht. In Australië zijn ze alvast tuk op dit kwartet, dat zich netjes onder de vleugels van Suki Waterhouse heeft genesteld.
Swapmeet is vertrokken vanuit onzekerheid. Onzekerheid over de vele mensen die hun wegen kruisen en gaan kruisen en die ze nooit zullen kennen. Onzekerheid over de vele keuzes die ze kunnen en moeten maken en die hun toekomst moeten bepalen. Dus houden ze hun “Mount Zero” maar een beetje als een icoon buiten bereik. Misschien zo slecht nog niet voor een plaat die ook net buiten een tastbare realiteit lijkt te vallen.
