Seabear - The Ghost That Carried Us Away
Morr Music
Tom Wouters — 8 november 2008

Wat hebben wij vandaag geleerd van Wikipedia? Dat er een dier bestaat dat zeebeer heet, maar eigenlijk een grote rob is, waarvan andere afgeleiden ook wel zeeleeuw of zeehond heten. (zeetijgers, zeegiraffen,... laat maar komen). Maar ook leerden wij dat Seabear een groep uit Ijsland is, waar in de verste verte geen zeeberen te vinden zijn.
Muziekgroepen daarentegen, die tieren welig in Ijsland. Warm bronwater blijkt toch wel degelijk zijn verdiensten te hebben in deze wereld, en daar zijn wij de natuur dankbaar voor. Seabear heeft met The Ghost That Carried Us Away een album gemaakt, dat die kostbare plaats in ons cd-rek verdient.
Seabear bestaat al sinds 2004 en begon als eenmansproject van Sindri Már Sigfússon. Hij bracht een EP’tje dat 'Singing Arc' heette en nu nog steeds te downloaden valt op 's mans website. Sindsdien is de groep uitgegroeid tot een zevenkoppige band.
Echt Ijslands klinkt deze groep niet helemaal. Toegegeven, ze maken muziek die kabbelt en ook wel Scandinavische trekjes heeft, maar nergens vertoont het album de etherische trekjes die bijvoorbeeld Björk en Sigùr Ros wel hebben. In plaats daarvan is dit album een folkpopplaatje. Zo eentje dat je uit je kast haalt als je niet weet waarnaar luisteren.
Good Morning Scarecrow is niet meer dan een guitige intro, die wel ineens het geluid typeert dat Seabear een heel album zal volhouden. Warme deuntjes die harmonisch in elkaar passen als een kuiken in zijn ei. Maar pas vanaf Cat Piano, als Sindri Már Sigfússon begint te zingen, klopt de muziek helemaal. Wij krijgen een déjà-vu gevoel, maar zonder goed te weten waar Seabear ons nu precies aan doet denken. En vanaf dan kabbelt het plaatje gewoon verder. Hoewel de songs onderling soms akelig hard op elkaar lijken (luister Libraries maar eens direct na I Sing I Swim), stoort het op geen enkel moment. Het samenspel tussen de zachte, ietwat fluisterende stem van Sigfùsson, de achtergrondkoortjes en de violen doet zijn werk: ontroeren.
Op tekstueel vlak lijken bepaalde onderwerpen steeds terug te komen. Je hebt de vogelverschrikker, de uil en “Human Skin”, zoals in: “Human Skin / Can Be Hard To Live In” (I Sing I Swim). Thema’s die nauw bij de muziek aansluiten. Hier is geen ruimte voor auto’s, ruimteschepen of bier.
We kunnen begrijpen dat mensen muziek willen die iets energieker klinkt, die iets meer afwisseling biedt aan hun in mp3-tijden verwende oren. Toch verdient dit album minstens één speelbeurt, op een zondagmiddag, terwijl buiten de zeeberen in je tuin liggen grazen. Wedden dat je verkocht zal zijn? .
