Robert Wyatt - For The Ghosts Within
Domino
Fabian Desmicht — 23 november 2010

1 juni 1973. Tijdens een feestje valt Robert Wyatt uit een raam. Op dat moment is hij als ex-Soft Machine-drummer een van de drijfveren achter de Canterbury scene. Zijn ongeval zal zijn carrière echter voor altijd veranderen, want een leven in een rolstoel is Wyatts lot en drummen is geen optie meer. Tijdens zijn revalidatie komt het geniale ‘Rock Bottom’ tot stand. Die genialiteit heeft hij goed bewaard. Ook in ‘For The Ghosts Within’ is ze subtiel verweven.
Drie verhaallijnen smelten samen tot een schitterende plot op ‘For The Ghosts Within’. Het zijn de uitzonderlijke muzikale parcoursen van Wyatt, Gilad Atzmon en Ros Stephen. Atzmon (notoir jazzman en anti-Zionist) is muzikaal directeur en Stephen (bekend van het ensemble Siempre Tango) schreef de strijkerpartijen. Maar de echte spil is Robert Wyatt. ‘For The Ghosts Within’ is een logisch vervolg op zijn recente oeuvre.
Wyatts muziek – ook die op zijn nieuwe plaat – valt onder de categorie experimenteel. Maar hij benadert die experimentele voorliefde zoals zijn sympathie voor het communisme: humaan en met een warm hart. Hoe hij het doet, blijft een goed bewaard geheim, maar ook op ‘For The Ghosts Within’ weet hij een zachte, goedhartige toon vast te houden. Zijn trieste stem en licht fluitende "s" bieden vast maar een deel van de verklaring.
De tracklist geeft op het eerste zicht een warrige indruk, met zijn overdaad aan jazzstandards, kleine selectie aan eigen materiaal en Chics At Last I Am Free, dat al verscheen op de compilatie ‘Nothing Can Stop Us’ in 1982. Een foutief vooroordeel, zo blijkt. Alleen al de jazzsongs worden op verrassende wijze ontleed en terug in elkaar gepuzzeld.
In het van Monk geleende Round Midnight gaat Wyatt al fluitend een bloedstollend duet aan met Atzmons altsax. Ellingtons In A Sentimental Mood is vooral een tour de force voor Atzmon op de klarinet. Op Lush Life speelt Wyatt zelf trompet, zoals hij zingt, economisch en met gevoel. What’s New is het punt op de plaat waar Ros Stephens partijen de perfectie benaderen. En met het door bandoneon geregeerde At Last I Am Free laat Wyatt nog eens horen hoe universeel Nile Rodgers’ discosoul wel kan zijn.
De eerste plaathelft spreekt echter het meest tot de verbeelding. Wyatt haalt met Laura meteen enkele gevoelige noten en drijft de emotionaliteit met het openhartige Lullaby For Irene meteen ten top. Where Are They Now herneemt een thema uit ‘Dondestan’ (1991) en is wel erg gedurfd door zijn stevige beat en de onstuimige Palestijnse rap van Shadia Mansour, de “first lady of Arabic hip-hop”.
Met ‘For The Ghosts Within’ trekt Wyatt – eigenzinnig als hij is – richting Midden-Oosten en dat sluit naadloos aan bij zijn altruïstische wereldvisie. De Oosterse zwier krijgt een klassieke vorm van kamermuziek als tegenwicht. Je krijgt dus iets ouds en iets nieuws, maar het geheel is onmiskenbaar Wyatt. Wyatt op zijn best.
