Racoon - Another Day
Pias Records
Tuur Van Braeckel — 8 november 2008

Ietwat achterdochtig – hey, Nederlanders maken ook dubbelvla en pindakaas, kan je nagaan – schoven we ‘Another day’, de derde full-cd van Racoon, in onze lader. Doch, onze voorzichtigheid was misplaatst. Van bij de eerste akkoorden merkten we dat we geen kat in een plastic Albert Heyn-zakje hadden aangeschaft, maar een parel die we met plezier op de bovenste plank van ons Nederpop cd-rek plaatsen en geregeld weer afhalen. “Dag moeder,” was dan ook het eerste dat we Rik De Saedeleer-gewijs konden uitkramen na een eerste luistersessie.
Stafrijmers als we zijn, kunnen we Racoon ook zonder pretentie de huidige hippe Hollandse hype noemen. Ze vielen kortelings niet voor niets drie maal in de prijzen op de 3FM Awards (Beste Artiest, Beste Single en Meest gedraaide single) en haalden in één moeite door ook de Edison Music Award binnen. ‘Another Day’ zorgt dra ook voor de grote grensoverschrijdende doorbraak, neem daar maar gif op in. Eerste, bescheiden getuigen daarvan zijn hun optreden in TMF Café samen met Hooverphonic en een support gig voor Woodface en A Brand in Het Depot in Leuven. Mond-aan-mond reclame en een aardig recensietje hier en daar doen wonderen, of zoals de band zelf declameert: “Small talk travels quicker than the truth can tie its shoes”.
Met ex-Urban Dance Squader Michel Schoots achter de knoppen heeft de band benevens deftige muzikanten en machtig sterke teksten, die je op elk moment naar de keel grijpen, ook een erg volwassen, perfect gemixte en erg complete plaat afgeleverd. Iets wat ons van de anders nogal op singles gefocuste Noorderburen zeer ten positieve verraste. Als je niet echt into mellow bent, hoef je de plaat niet te kopen en kan je beter op zoek gaan naar hun vroegere hardcore-werk. Niemand, zelfs niet de lelijkste Tool-fan, mag en kan echter ontkennen dat dit album lekker klinkt. Kritisch, heel erg origineel ofte vernieuwend is het allemaal niet te noemen. Maar hallo, wie maalt daar in deze cover- en sample-tijden nog om? Vandaar opteerden we voor volgende vergelijkende beschrijving.
In de up-tempo opener Happy Family neemt zanger Bart van der Weide de luisteraar mee op sleeptouw langsheen z’n huisje, tuintje en bomen. The Passenger van Iggy Pop, Minority van Greenday en Walk on the wild side van Lou Reed zijn nooit ver weg en geen haar op ons hoofd had ooit gedacht dat we die songs ooit zouden combineren in één zin. Hero’s in town heeft één of andere onverlaat stomweg op ‘Throwing Copper’ vergeten smijten: Ed Kowalczyk van Live en Gordon Downie in een nerveus duet.
Dé single van de plaat heet Love you more, iets wat we op dit moment in het verhaal ook van de plaat van Racoon beginnen denken. Om onze melancholische innerlijke ‘ik’ toch nog wat te sparen volgt op deze song barstensvol eigenbeklag het relativerende en cynische Laugh about it, wat we ook reeds deden met enkele minder geslaagde nummers van Venus in Flames. De kom-in-m’n-armen-bluespop van Blow your tears klinkt erg dreigend voor een popsong en neigt een beetje naar Lamb, Muse en Radiohead. Couple of guys is krek Tragically Hip en daar zeuren we niet om, zonder scrupules en rechttoe-rechtaan onze favoriet. Hier horen we één van de meest catchy refreinen sinds de “uhuh’s” uit Not an addict.
Got to get out is alweer een verloren Live-nummer (van op ‘Secret Samadhi’ deze keer, het moet niet altijd eenheidsworst wezen) maar gaat mooier crescendo en er wordt niet geluld over goeroes. De tweede single heet Brother en gaat net als de eerste de mellow-hort op. Een semi-akoestisch gitaartje, een vloeiend viooltje op het gepaste moment en Peter Evrards hartzeer-stemmetje voorspellen een toekomst op de nieuwste ‘Flikken’-cd. En of we ervan houden!
‘Kingsize’ durven we System of a down-light noemen, aangevuld met een harmonica die weggelopen lijkt uit een El Fish-nummer. Lose another day kunnen we op hetzelfde hoopje gooien als Scott Stapp van – och here toch – wijlen Creed, Breaking Benjamin, Seether en People in Planes. If you know what I mean wordt gestuwd door een geweldige gitaar-riff die we kunnen omschrijven als het kruisingsproduct van Woodface met Pearl Jam, als waren we Gregor Mendel zelve. Waar blijven we het halen. Walk away kon evengoed door Crowded House of door The Scorpions in een ballad-mood gemaakt zijn. In Hanging with the clowns ten slotte komt Ed Kowalczyk in narrenpak nog een laatste keer het podium op.
Voorwaar, we zijn er zelf van verschoten. De vele gelijkenissen pleiten in het voordeel van een band die in 2006 zinnens is Europa te veroveren. Aan hen om op de verworven studio-credibility ook een heuse live-reputatie als bovenbouw te timmeren.
