Impaled - The Last Gasp
Willowtip
Kris Hadermann — 8 november 2008

Je kan gezond ziek zijn. Dat is het standpunt waar Impaled tien jaar geleden mee aan de slag ging. Vier kerngezonde Californiërs, met een bodemloze fantasie over de meest hilarische, voor velen ziekelijke taferelen. Dat gieten ze – logisch toch – in brutale death metal. Op z’n Amerikaans dus. Twee jaar geleden leverde dat een heel creatief resultaat op met ‘Death after Life’.
Omdat de heren dezer dagen bij een illuster Zuid-Amerikaans label zitten, moest het album ook helemaal daarvandaan komen. Vandaar de vertraging. Maar we waren zo geamuseerd door hun voorganger dat we hem er toch nog bij wilden. De hoes is verboden in 336 landen, en eerlijk gezegd kunnen we begrijpen dat sommige kindjes wel eens getraumatiseerd zouden kunnen zijn door de geblinddoekte dame die net zowat alles wat in haar lijf zit, lijkt uitgebraakt te hebben.
Impaled laat redelijk snel weten dat ze nog steeds een stelletje "sick fucks" zijn. De wild om zich heen hakkende riff tijdens G.O.R.E. getuigt hiervan. Al wie een snaarinstrument vasthoudt, grunt of screamt uit volle borst mee wat een zeer gevarieerde orale prestatie oplevert. Het tempo wisselt van strakgespannen naar groovy dansend. En van tijd tot tijd volgt een verse injectie hysterische solo’s. De wissels tussen de verschillende stukken binnen hetzelfde nummer gebeuren naadloos zodat alles dartel voorbijhuppelt. Helaas doen de gitaren niet genoeg pijn, zoals tijdens The Visible Man dat niet meer dan een afgekloven vingerkootje is in vergelijking met de mensmassacrerende reputatie die de band opgebouwd heeft. De echt brute riffs zijn even dun bezaaid als een grasveld op Antartica. De rest van dat veld zijn flauwe akkoorden waar niet van te genieten valt.
Aan komische teksten over hoe je kan spelen met de menselijke anatomie nochtans geen gebrek. Ze verwoorden ze zelfs zodanig dat je met een woordenboek op schoot op zoek moet naar de exacte betekenis vooraleer je de oeverloze creativiteit van de heren kan appreciëren en er hartelijk om kan lachen. Anders dan op hun vorige werk, ontbreekt het hen aan een evenwaardige soundtrack. Up the Dose is nog een goed nummer, maar als je dat bijvoorbeeld op het album van Dying Fetus (toch een genregenoot) zou zetten, zou het bestaan ervan niet eens opgemerkt worden. Ook de drums delen in de armoede: veel te braaf en basic.
