Giant Sand - proVISIONS
Yep Roc Records
Tom Weyn — 8 november 2008

“There is a power in that devision, in the hour of revision, when the taste of love has all but gone sour.” Zo trapt ‘proVISIONS’, de ongeveer twintigste plaat van Giant Sand, af. De diepe, donkere stem van Howe Gelb zet onmiddellijk de toon en ook tekstueel is dit representatief voor de rest van het album.
De doorwinterde Giant Sand-kenner zal snel begrijpen dat er niet veel veranderd is. En toch wist het Amerikaanse viertal een mooi aantal verrassingen in de plaat te verbergen, meestal in de vorm van gastzangers en –zangeressen. Zo is er bijvoorbeeld de prachtige opener Stranded Pearl, waarin Gelb Mark Lanegan naar de kroon steekt door een bijzonder zwoel duet met Isobel Campbell neer te zetten. Meteen ook hét hoogtepunt van de plaat.
Gelukkig gaat het niveau daarna niet steil naar beneden en daar zorgt bijvoorbeeld Without a Word voor, waarin we op de achtergrond Neko Case herkennen. Haar stem lijkt zowaar nog meer afgestemd op die van Helb dan de stem van Campbell.
Ook M. Ward krijgt een rol, in Can Do, en later op de plaat horen we ook Henriette Sennenvaldt van het Deense collectief Under Byen langskomen op Spiral en Saturated Beyond Repair. Stuk voor stuk uitstekende gastbijdragen die ervoor zorgen dat de plaat afwisselend en verteerbaar is, iets wat in het verleden wel eens durfde ontbreken bij Giant Sand.
Ook M. Ward krijgt een rol, in Can Do, en later op de plaat horen we ook Henriette Sennenvaldt van het Deense collectief Under Byen langskomen op Spiral en Saturated Beyond Repair. Stuk voor stuk uitstekende gastbijdragen die ervoor zorgen dat de plaat afwisselend en verteerbaar is, iets wat in het verleden wel eens durfde ontbreken bij Giant Sand.
‘proVISIONS’ werd niet enkel in Tucson en Canada opgenomen, maar ook deels in Denemarken. Dat verklaart ook meteen de aanwezigheid van Sennenvaldt, al is het voor de rest (gelukkig) nergens uit af te leiden. Giant Sand bleef trouw aan zijn roots: duistere, stoffige, bij wijlen dreigende countryrock.
En wie dacht dat Gelb alle verrassingen in het begin van zijn plaat gestoken had, kwam bedrogen uit. Zo komen we bijvoorbeeld een niet voor de hand liggende cover van PJ Harvey’s The Desperate Kingdom of Love tegen, net als het naar Tom Waits neigende Muck Machine. Bovendien waren we helemaal van de kaart door de melancholisch ruisende piano in Spiral en Pitch & Sway en schrokken we ons op het einde van de plaat rot met het chaotische, instrumentale World’s End State Park en het opvallend harde Well Enough Alone.
