Fenne Lily - Win Win

Nettwerk

Marc Alenus — 29 oktober 2026

Win Win

Acht jaar en vier albums. Zo lang duurt de muzikale romance tussen ons en deze Engelse songsmid al. En toch is ze nog altijd maar negenentwintig.

Het is eigenlijk de stem van Fenne Lily waarop we destijds verliefd werden. En ook nu nog ontroert ze ons telkens weer. Haar Engelse versie van American klinkt zowel tijdloos als los van plaats en gewicht en tegelijk besluipt ons telkens een hevige ontroering. Dat was al zo bij debuut 'On Hold' en opvolger 'Breach'. En schijnbaar moeiteloos trok ze ook weer onze tranen uit je ogen met 'Big Picture' evenals nu met 'Win Win'.

Qua sound veranderde er al die tijd niet zo veel, maar het perspectief verschoof wel met elke plaat. Op het debuut hoorden we een meisje dat amper de tienerjaren was ontgroeid (op de plaat stond ook Top To Toe, dat ze schreef als zestienjarige), 'Breach' worstelde met de demonen van de vroege volwassenheid en op 'Big Picture' trok ze de conclusie dat liefde niet iets is dat gevonden en verloren wordt, maar een reis, een proces.

Soms komt die reis tot een einde. Dat overkwam haar ook nu weer, maar ze blikt terug vanop een afstand (ze verhuisde naar New York) en in een staat van helderheid. Met het bekende instrumentarium van banjo, pedalsteel, schuifelende drums en warme toetsen ontleedt ze de psychologie achter een relatiebreuk. En dat levert opnieuw enkele parels op. Je kan er al meteen één oprapen met het openingsnummer Uh Huh, één van de mooiste nummers van het jaar vol prachtige zinnen en arrangementen, die de tekst alle eer aandoen.

Met Room To Room lijkt ze te knipogen naar Room To Roam van The Waterboys, maar hier gaat het wel degelijk over iemand die van kamer tot kamer een eenzaam huis doorloopt, in de hoop iets (terug) te vinden. Buiten huilen de coyotes en de pedalsteel weent mee. Het nummer ademt eenzaamheid. En die leidt tot zelfverwijt in Sleeping. Hoe kon ze de tekenen van het nakende einde niet zien, vraagt ze zich af in een nummer waarvoor BLUAI een arm en een been zou geven.

Dat de metafoor van de liefde als een reis ook op deze plaat opnieuw opduikt, is allerminst een bezwaar. Het is allemaal erg subtiel met verwijzingen naar beweging, zoeken, luchthavens, bruggen, lange autoritten en tussenstops die over de nummers heen worden gestrooid. Het is verfrissend dat een album dat zozeer op groei is gericht, tegelijkertijd zo comfortabel in de grijze gebieden kan verblijven. In de zorgzame, onderzoekende handen van Lily voelt deze combinatie volkomen natuurlijk aan. Of zoals ze zingt in Stranger Things: "A little right, a little wrong / A little life ticking on / Nothing's lost, nothing's won / Nothing's going".

Dat nummer vormt met Thank You Sorry nog een ijzersterk duo middenin de plaat. Beide songs waren dan ook singles. Aan het eind van de plaat volgen nog vier eerder onuitgegeven songs. Franz verwijst naar de dichter Franz Wright, maar hij brengt duidelijk geen troost. Die lijkt pas te komen in Two Ways, een song die klinkt als de soundtrack bij een zonnestraal die door de gordijnen valt.

Maar lang duurt de dag niet op dit moment van het jaar en ook niet op deze plaat. Cupboard Song klinkt weer erg weemoedig en ook In Life And On Planes is gedrenkt in verdriet. Zo goed als enkel begeleid door een gitaar, stelt ze vast dat ze nog niet klaar is om los te laten. "I don't belong to other people now", weerklinkt als een bitter mantra. Deze breuk heeft op haar een zware impact: "How will I ever feel that I'm home? / Now I know everything I know."

Waar zit de win win dan? Kan je je afvragen. Wij vragen het ons ook af. Misschien omdat al de pijn weer een prachtig album heeft opgeleverd?

← Terug naar overzicht