Faust - Fliegen Lernen / Gugaruz / MOI / Ungebunden

Bureau B

Johan Giglot — 7 oktober 2026

Fliegen Lernen / Gugaruz / MOI / Ungebunden

Krautrock, het is een niche, een levensstijl, een uniek stuk culturele, Duitse jarenzeventigrebellie, waarvan de vibraties nog steeds nazinderen, al is het maar door de termen experimenteel, radicaal, vrijzinnig en ongelimiteerd. Naast vaandeldragers Tangerine Dream en Can of later Kraftwerk en Neu! stond een korte maar hevige tijd (1971-1975) ook het legendarische Faust op de planken. Of misschien beter: in de ondergrondse bunkers, clubs en bij tapeverkopers. Weetje: de term “krautrock” is een afgeleide van een gelijknamige track van dit viertal.

Faust is nooit echt gestorven of gestopt, al is het maar door een langdurige revival in de nineties vol zijsporen en nevenprojecten. En daar draagt het legendarische label Bureau B nu een stevige steen aan bij. Elk van de vier originele leden kreeg als opdracht een plaat te maken waarin hun interpretatie van de emoties, gevoelens en vrijheid van de hoogdagen van Faust centraal staat. Dat levert dus vier compleet verschillende, experimentele en muzikaal vrijzinnige releases op met als subtitel “curated by” in een soort van reünie zonder dat de band terug bij elkaar kwam.

Gunther Wüsthoff bundelt acht (instrumentale) creaties en ontwikkelde ideeën, die decennialang lagen te rijpen en klaarlagen om afgewerkt te worden. Van dromerige, jazzy postrock (Sonntag Nachmittag) tot brutere, geblokte industriële rockpromenades. Van zoemende en zeurende analoge synthtussendoortjes (Charm Quarks Boogie) tot een mechanische, funky groove met vervormde sax en spoken-word-passages. De multi-instrumentalist gelooft duidelijk zowel in de kracht van een huisstudio als in die van talloze medemuzikanten uit de Hamburgse ondergrond (lapsteel, banjo, contrabas, sax, piano, percussie, handharp, …). Menselijk en mechanisch in een mooie synthese. Onze favoriet is misschien nog wel de speelse compositie van dikke, spoorachtige drones en traag wegsluipende tribaldrums (Sandra Tantzt), een toonbeeld van het filmische karakter, het vintage verleden en de melodieuze toegankelijkheid van ‘Fliegen Lernen’ (ook dubbelzinnig om te draaien tot “lernen fliegen”, want wie leert wat nu in feite?)

Een tweede Faust-idee is van de hand van ritmekoning Zappi W. Diermaier en ontstond samen met gelijkgezinden Dirk Dresselhaus (Schneider TM) en Elke Drapats. ‘Gugaruz’ is een Oostenrijks dialectwoord voor maïs en bestaat uit zeven collectieve spinsels. Dat kan gaan van een bizarre geluidscollage waarin willekeurige veldopnamen en klanken in elkaar overgaan, pakweg een titeltrack die gedurende vier minuten in knetterende popcorn schuilt met onheilspellende drones, oorlogsmitrailleurs en verroeste scapes. Check de hoes van deze release. Langs de andere kant durft deze plaat te gaan voor apocalyptische chaosnoise in een kleine minuut vol zure regen (Saurer Regen). Gelukkig kiest het trio meestal voor een middenweg van kraut-, space- of postrock. Het zwaartepunt van de plaat ligt in Big Field: een kwartier lang mathematische ritmiek van jazzy streeldrums en funky baslijnen waar heerlijk motorisch, psychedelisch gitaarwerk en ritmische effecten doorheen snijden. Instrumentale doezelmuziek, zeg maar, die meer en meer gaat rocken en spoken. Dit is voor ons de echte ziel van Faust. Deze plaat gaat dan ook iets meer voor het humane dan voor het mechanische karakter, mede dankzij de real time live percussiedrumimprovisaties van Diermaier zelve.

Hans-Joachim Irmler gaat voor het minst toegankelijke en meest experimentele (of avontuurlijke) werk met slechts vier lange tracks, samen goed voor zo’n veertig minuten. Dat gaat van een vaag op en neer klimmende sequentie, die met donkere pianotoetsen, keiharde slagen op een niet aangespannen trommelvel en ronkende ruisdrones voor een willekeurige samenhang gaan tot puur geluidsnihilisme. ‘Ungebunden’ schittert in zijn desoriënterende vaagheid en zorgt nergens echt voor een vaste ondergrond of structuur. Resonantie, effecten en bizarre klanken zijn even belangrijk als de instrumenten waaruit ze ontstaan. Net zoals manipulatie met eigen gebouwde synthesizers of verknipte tapes. Zelfs anno 2026!!! Noem het maar pure en ongebonden creativiteit als resultaat van drie weken isolatie in een studio vol geluidsopnamen. Muziek als vraagteken in plaats van als antwoord.

‘Moi’ (curated by Jean-Hervé Péron) is te verstaan als “Maybe Of Interest” en toont alweer een totaal andere invalshoek op het Faust-virus. Een dozijn tracks op rij krijg je een geluidscollage van samples, onafgewerkte ideeën en uitgewerkte krautrockstructuren. Maar ditmaal gaat het breed, heeeeel breed. Je belandt in een soort van muzikale grap waarin jazzimprovisaties met contrabas, piano en slapstickzang thuishoren, maar ook Indische tablabezweringen of een melige latenight jazzbalade met een Duits-Franse dialoog. Misschien kan je het nog best vergelijken met een soort van avantgarde opera vol psychedelische, gekke momenten, waarin wel dertien medemuzikanten mochten participeren. Een Syd Barrett-achtige abstractie vol humor, verrassingen en avontuur. Of wat te denken van een voorgelezen recept om zelf saucissen te rollen met als titel Metro Nomen of een soort van Duitse protestpoëzie tegen de onrechtvaardige bejegening van de Joden ten tijde van de grote oorlog? Maar dan telkens bizar ingekleurd met instrumenten, geluiden of belevenissen.

Laat ons concluderen dat zowel het idee als de uitwerking van dit vierluik erg uniek zijn. Gedurende een kleine drie uur mag je als luisteraar mee op reis gaan langsheen de meest bizarre geluidsexperimenten. Geen van de vier heren stelt je oren of grenzen op de proef. Wat niet wilt zeggen dat je veel handvaten moet verwachten. Gewoon te beleven met een even vrijzinnige geest als Faust.

← Terug naar overzicht